Op
Iedereen Leest kun je jouw mening kwijt over
boeken. Je kunt zelf een boek aan deze website toevoegen
en je kunt een reactie geven bij elk boek op de website.
In leesgroepen gebeurt ongeveer hetzelfde.
Leesgroepen komen regelmatig bijeen om te praten, te discussiëren,
na te denken... over boeken. Leesgroepen bestaan in alle soorten
en vormen, maar hebben één ding gemeen: goede,
fijne, mooie, spannende, meeslepende en ontroerende boeken.
Heel wat openbare bibliotheken en socioculturele verenigingen
ondersteunen of organiseren zelf leesgroepen. Je vindt er ongetwijfeld
één in jouw buurt.
Hier vind je alvast een lijst
met enkele leesgroepen in Vlaanderen. Met ondertussen meer dan vijftig leegroepen!
Bestaande leesgroepen kunnen een mailtje sturen naar: leesgroep@iedereenleest.be
om ook in deze lijst opgenomen te worden.
Ben je op zoek naar boeken die geschikt zijn om te bespreken
in een leesgroep: hieronder vind je een lijst met boeken. Maar
er zijn er ongetwijfeld meer: laat het ons weten op leesgroep@iedereenleest.be
Zodra de boeken op www.iedereenleest.be
staan kun je met je leesgroep - maar ook met alle andere bezoekers
van de site - verder discussiëren over boeken.
Boek-delenprijs
2009
Op 7 november 2009 wordt de boek-delenprijs
uitgereikt, de literaire prijs voor het Leesclubboek van het
Jaar.
De boek-delenprijs bekroont het boek dat leesclubs in het
voorafgaande seizoen de boeiendste discussiebijeenkomst heeft
opgeleverd.
Ieder uur had in die tijd voor mij zijn eigen karakter, zijn eigen lichtintensiteit, steeds wisselende diepten van schaduw en coloriet, en geen zomer is ooit genereuzer geweest met contrasten dan de zomer van 1914.
'Beeldschoon. De nieuwe roman van Erwin Mortier gaat over zodanig schrijven dat je de bestaande wereld het nakijken geeft’, lees ik op het stofomslag. Uitgevers zijn altijd gul met dit soort fraaie lofuitingen als het erop aan komt hun product te bewieroken (en ikzelf doorgaans heel wantrouwig). Wat dit boek betreft, hoeven ze geen letter ervan in te slikken.
Mortier trekt zijn beste literaire pak aan en serveert een verhaal dat de tong streelt als een exquise wijn. Ik wist niet wat me overkwam. Alsof ik met lijf en leden terug gekatapulteerd werd naar het begin van vorige eeuw, net voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.
Mortiers inlevingsvermogen om in de huid van een oude vrouw te kruipen die minutieus haar leven en haar verleden reconstrueert, is grandioos. In zijn lijzig, landerig proza met sterk poëtische invloeden schildert hij niet alleen de gedachtekronkels die door het hoofd van de vrouw spoken, maar legt hij bijna filmisch een minder bekend en erg warrelig tijdsbeeld bloot, laat hij zien hoe opgeklopt als een dot eiwit de burgerij toen neerkeek op de proletariër. Niet alleen in haar levenshouding, maar ook in haar (Franse) taalgebruik. Wanneer echter een mensenleven op het spel staat, of de dood een gezicht krijgt opgeplakt (zoals het kind dat door een bominslag wordt geveld), komt het hart een woordje meepraten.
Dit verhaal loert naar de Grote Oorlog vanuit een ongewoon perspectief, er worden gepeperde rekeningen gepresenteerd, de overlevingsdrang wordt tot op het bot gefileerd.
‘Dit is België op z’n allermooist’, schreef De Volkskrant. Dit is België in haar volle (helaas vergane) schoonheid, voeg ik daar aan toe.
Zelden steek ik over een boek zo de loftrompet, maar bij dit werk past alleen bazuingeschal uit volle longen. Dit is literatuur uit de Formule 1-klasse.
Eerst heette hij Tom Winter, nu heet hij Tom is dood.
Tien jaar na de dood van haar vierjarige zoontje merkt een moeder dat ze op een dag even niet aan hem heeft gedacht. Uit angst hem te vergeten besluit ze het verhaal op te schrijven van Tom, een jongetje dat voor altijd 1 meter en 16 kilo zal zijn.
Ze onderzoekt en beschrijft elk belangwekkend detail van zijn korte leven, de pijn en het lijden na zijn dood, en zijn nog altijd voelbare aanwezigheid in de hoop het onbestaanbare terug te kunnen draaien. Keer op keer stelt de moeder zich de onmogelijkste vragen: 'Zou hij ook zijn gestorven als hij niet Tom had geheten, als hij niet het middelste kind van drie was geweest of niet op dit adres had gewoond?’ Ze lijdt onder het schuldgevoel dat ze de mogelijke voortekenen van zijn dood over het hoofd heeft gezien: ‘het moment waarop de wereld de verkeerde kant op begon te draaien en de tijd terugstroomde naar de bron’.
Niets laat zich zo moeilijk beschrijven als de dood van een geliefde. Niets ook wat er zo om schreeuwt in woorden te worden gevat als de wanhoop, de ontreddering, het onbegrip en de leegte die de dood achterlaat. En dat is wat de moeder van Tom –en dus de auteur, haar schepper– probeert te doen: woorden vinden voor iets waar niet mee te leven valt. Taal als geneesmiddel.
Tom is dood is een fenomenale roman, gevat in prachtige taal. En natuurlijk diep aangrijpend – hoewel zo’n kwalificatie te algemeen is en geen recht doet aan de pijnlijk precieze manier waarop Marie Darrieussecq de pijn van Toms moeder tot op het bot wil ontleden.
Toen gebeurde het allerverschrikkelijkste.
Ik zweer bij God dat ik tot op de dag van vandaag niet weet hoe het gebeurde. Iemand anders of anderen weten het vast wel, of wisten het toen ze nog leefden. En misschien is het precieze hoe niet belangrijk, is het dat nooit geweest, maar alleen wat bepaalde mensen dachten dat er gebeurd was.
Nietsontziend was het lot voor Roseanne Clear. Honderd jaar is ze nu. Vrijwel haar hele volwassen leven heeft ze in een psychiatrische inrichting gesleten vlakbij haar geboorteplek in Ierland. Of ze in de inrichting thuis hoorde, is maar de vraag. Wanneer die moet worden gesloopt, wordt dokter William Grene opgedragen te onderzoeken welke patiënten terug in het echte leven kunnen worden vrijgelaten. Roseanne is hem een raadsel. Hoe meer hij in haar tragische geschiedenis gaat graven, hoe meer de oude vrouw hem gaat intrigeren.
Weinig geluk was haar beschoren, en toch komt Roseanne verrassend levenslustig en mededogend over. Fascinerend in de zoektocht naar haar verhaal is de rol die haar geheugen heeft gespeeld in het verwerken van de verschrikkingen die ze heeft doorgemaakt. Roseanne, een vrouw om in je armen te nemen en niet licht te vergeten.
We denken dat we onze geliefden kennen. Onze mannen, onze vrouwen. We kennen hen - we zíjn hen soms; als we op een feestje uit elkaar raken geven we onwillekeurig hun mening weer, hun smaak wat eten of boeken betreft, of we vertellen een anekdote die niet ons maar hun is overkomen. We denken dat we hen kennen. We denken dat we van hen houden. Maar waar we van houden blijkt een slechte vertaling te zijn, een vertaling die we zelf hebben gemaakt, uit een taal die we nauwelijks kennen. We proberen erdoorheen naar het origineel te kijken, maar dat lukt ons nooit. We hebben het allemaal gezien, maar wat hebben we echt begrepen? Op een ochtend worden we wakker. Naast ons dat vertrouwde slapende lichaam in bed: een nieuw soort vreemde. Mij overkwam dat in 1953. Toen stond ik in mijn huis en zag ik een wezen dat slechts behekst was met het gezicht van mijn man.
Net zoals bij vorige boeken van Greer, overhaalde de eerste zin me om het boek te kopen. 'We denken dat we onze geliefden kennen.' Greer vertelt over Pearlie Cook, die samen met haar man Holland en gehandicapte zoon Sonny. Ze leidt een vredige leventje in de Sunset in San Francisco, totdat op een dag een vreemde man aanbelt. In ruil voor honderdduizend dollar vraagt hij aan Pearlie het onmogelijke.