De pijn is zo hevig dat ze stikt, ze krijgt geen lucht meer. De pijn heeft ruimte nodig.
Het titelverhaal La douleur (De pijn) is een huiveringwekkend verslag dat Maguerite Duras schreef in volle oorlogsperiode over de deportatie van haar man Robert Antelme en haar periode in het verzet.
Terwijl de geallieerden oprukken wacht Marguerite Duras in Parijs op een levensteken van haar echtgenoot, Robert Antelme. In 1944 is hij als verzetsstrijder gevangen genomen en naar Duitsland weggevoerd.
Wanneer Robert is gevonden door de leider van zijn verzetsorganisatie, Morland, de schuilnaam van François Mitterand, is hij meer dood dan levend. En de pijn houdt op even op maar komt terug in de vorm van angst en schaamte.
Het is pijn om een uitgestelde echtscheiding van man en vrouw. Ze heeft getreurd en gerouwd, heeft alles gedaan om hem te laten overleven, maar wil hem niet terug in haar leven.
In de korte introductie tot het boek schrijft Duras dat ze, toen ze deze verhalen terugvond, zich niet kon herinneren dat ze ze geschreven had. Harde, heftige fragmenten zijn het, zoals in veel van haar romans. De waanzin die die onzekerheid bij haar teweegbrengt heeft ze in menig fragment onder woorden gebracht. ‘Ik houd het niet meer uit. Er gaat iets gebeuren, zeg ik bij mezelf, dit kan zo niet. Ik ben alleen nog wachten’.
In een ander verhaal heeft een vrouwelijk lid van een verzetsgroep de leiding bij het ondervragen en martelen van een verrader. De vrouw gruwt van haar eigen ik, vindt zichzelf slecht maar wordt gedreven om deze verrader die veel kwaad gedaan heeft te laten pijnigen.
Wat is fantasie en wat is waar? Vriend én vijand noemen de auteur de mythomanie in persoon. In de uitgebreide biografie die Laure Adler over haar maakte bleek inderdaad dat ze veel over haar eigen leven gelogen heeft.
Maar zijn het niet de mythomanen die de mooiste verhalen scheppen?