Wij willen weten wat iedereen leest. Daarom gaan wij soms op pad: op de trein, op de Boekenbeurs, op de cultuurmarkt... en we vragen wat mensen lezen. Hier vind je het verslag van onze speurtocht.

 
Ga naar de eerste letter van de familienaam: - a - b - c - d - e - f - g - h - j - k - l - m - n - o - p - r - s - t - v - w -
 
Gabriel leest:
Ik lees redelijk veel, zeker nu ik moet rusten na mijn operatie hier in België. Ik verdiep me in politieke teksten, biografieën (zoals Mandela’s A Long Walk to Freedom) en historische romans, maar hou me meest bezig met boeken die over de rechten en de psychologie van het kind gaan.

Tot in 1994 was Rwanda mijn thuisland, maar de heersende onrust zorgde ervoor dat ik sinds een bezoek aan familie, twee dagen voor de crash van het vliegtuig van de president, in Zimbabwe verblijf. De boeken die ik lees gaan vaak over Rwanda, omdat ik het mis, maar vooral omdat ik de situatie zo goed mogelijk wil begrijpen en opvolgen. Het gebeurt regelmatig dat ik me gefrustreerd voel, of dat ik zelf een traan laat. Als ik het in mijn mogelijkheid zou liggen, zou ik zeker een boek willen schrijven: mijn visie op de geschiedenis van Rwanda. Mijn memoires, zeg maar.

 
Benoit Aerts leest:
Ik geloof niet dat ik echt kan zeggen dat ik veel lees: ongeveer een boek per maand, is dat veel? Hoe dan ook, ik wissel fictie en non-fictie regelmatig af: voor mijn job neem ik af en toe een boek rond management vast, en uit interesse lees ik ook wel eens over filosofie.
Wat de fictie betreft, ben ik verslingerd aan het fantasygenre: momenteel lees ik Duin van Frank Herbert nog eens, een van de allerbeste reeksen in het genre. Het leuke aan die boeken is dat ze in hoge mate gedreven worden door het verhaal: elke bladzijde draagt wel iets bij aan de wereld van dat boek, zodat het tempo er altijd in blijft zitten. Maar goed, het hoeft niet altijd fantasy te zijn. De Stad der Blinden van José Saramango en de Stam van de Holebeer-cyclus van Jean Auel vind ik ook geweldig, ook weer omdat die boeken op hun eigen manier een eigen wereld creëren, die dan wel geen fantasy genoemd kan worden, maar toch apart staat van de onze.

 
Sarah Aouni leest:
Omdat ik mijn eigen kamer deel, lees ik liefst op de slaapkamer van mijn ouders, waar het lekker rustig is. Lezen is ontspannend en het is weer eens iets anders dan die eeuwige TV. Het grijpt je ook meer aan, denk ik. Ik weet nog dat ik door Blauwe plekken van Anke De Vries echt ontroerd was en dat ik sindsdien altijd let op ‘tekens’ van mishandeling bij mijn vriendinnen: zoiets zou niemand mogen meemaken.

Meestal lees ik thrillers, zoals Bezeten stad van Stephen King. Als ik later schrijfster zou worden, zou ik ook in dat genre gaan. Ik heb al enkele wedstrijden (PAJ en Kunstbende) gewonnen, dus wie weet staat er binnen enkele jaren ook een boek van mij op de boekenbeurs?

 
Nadia Azouhri leest:
Ik las vroeger meer dan nu. Tegenwoordig heb ik het nogal druk met mijn werk, maar ik lees nog altijd erg graag, op de trein, of het liefst nog in mijn bed. Soms zit ik echt aan een boek gekluisterd: als het spannend is, kan ik het gewoon niet neerleggen. Ik blijf gewoon doorlezen want ik ben altijd veel te nieuwsgierig naar hoe het afloopt. Boeken lezen is voor mij dus niet alleen ontspanning: het is zonder twijfel ook spanning.

Ik hou dus wel van thrillers. Pieter Aspe is intussen een klassieker, maar ik lees ook minder bekende thrillerauteurs. Maar er zijn ook andere boeken dan thrillers: ik lees ook graag romans van Marokkaanse auteurs. Het is interessant om over die cultuur te lezen en soms is het ook wel herkenbaar. Khalid Boudou is zo één van die schrijvers: hij schrijft boeiende verhalen over de Marokkaanse cultuur, over verboden liefdes en mensen die een beetje opstandig zijn. Ook Nicole Boumaza, een Belgische schrijfster die met een Marokkaanse man getrouwd is geweest, vond ik best interessant.

 
Agnes Baeten leest:
Zoals wel meer mensen hou ik nogal van thrillers: onlangs was De Da Vinci Code een aanrader, en ik volg ook de romans van Donna Leone. Maar heel vaak gaat het bij mij ook over non-fictie. Boeken over religie trekken regelmatig mijn aandacht – het idee dat mensen naar iets op zoek zijn, en de lezer dan betrekken in die zoektocht, dat heeft iets... fascinerends. Enfin, het mag dus best wel zware kost zijn, maar daarvoor moet je in the mood zijn. Als je ’s avonds laat nog aan een stuk zware literatuur moet beginnen, daar heb je ook niet altijd zin in. In de week is lezen iets dat ik vooral ’s avonds doe, kort voordat ik ga slapen, en dan is het belangrijk dat ik makkelijk kan inpikken.

De boeken van Pieter Aspe – om in de thrillersfeer te blijven – lenen zich daar wel toe. Ik ben een overtuigde bibliotheekbezoekster: ik leen wekelijks mijn kaart vol. Maar goed, in alle eerlijkheid: daar zitten ook kookboeken en dergelijke bij.

 
Leen Baets leest:
Ik lees nu wat minder dan een tijd geleden; toen kwam ik aan een gemiddelde van vijf boeken per maand. Er zit nu ook verplichte literatuur bij voor school: Camus en Sartre, onder andere. Ik zit in de richting vertaler-tolk en mijn talen zijn Frans en Arabisch.
Arabische literatuur moet ik voorlopig nog niet lezen, dat komt later pas, maar ik lees wel graag boeken over de Arabische cultuur. Het is helemaal anders dan bij ons, zowel de taal als de cultuur, en dat vind ik er zo interessant aan. Maar lezen doe ik in de eerste plaats om me te ontspannen.
Ik hou van ‘verhaaltjes’, maar niks zeemzoeterigs alsjeblieft; liever een spannende thriller. John Grisham vind ik altijd wel goed: hij is niet zo typisch, je moet altijd wat zoeken, dat is wel leuk. Ik lach graag, dus voor Bridget Jones’s Diary ben ik ook wel te vinden. Het leuke daaraan is niet alleen de humor, maar ook dat het zo uit het leven gegrepen is.
Als ik van een boek genoten heb, ga ik daarna soms op zoek naar meer boeken van dezelfde schrijver. Zo heb ik al een aantal boeken van Dan Brown gelezen en ook Tolkiens trilogie Lord of the Rings ging er vlotjes in. Ik vind het zalig om lekker onderuit in de zetel te lezen, en ook op de bus is een boek ideaal om de tijd de doden.

 
Nicole Bauwens leest:
Ik lees graag buiten op een terras. Maar ik vind het ook heel aangenaam om ’s avonds laat te lezen, als iedereen in bed ligt en alles stil is. Ik lees wel tamelijk veel, vooral Franse literatuur: Michel Houellebecq en Marguérite Yourcenar zijn de eerste namen die me te binnen schieten. Si c’était vraivond ik een erg mooi boek en ook van Un long dimanche de fiançailles heb ik erg genoten. Dat laatste vond ik overigens veel beter dan de film. Het gebeurt vrij vaak dat ik iets herlees, maar het gaat dan vaak om fragmenten. Zo lees ik soms stukken Yourcenar opnieuw, als ik niet meer weet hoe ze het weer precies verwoord had. Natuurlijk lees ik niet alleen in het Frans: ik heb onlangs een interessant Nederlandstalig boek gelezen over Casanova en ook Paravion van Hafid Bouazza heb ik met heel veel plezier gelezen.

Meestal koop ik mijn boeken, al wacht ik soms wel op de pocketversie: het prijsverschil is soms nogal groot.

 
Isabelle Berghs leest:
Ik ben zelf bibliothecaresse, dus ik lees wel veel. Ik schat dat ik gemiddeld zo’n 50 tot 70 boeken per jaar lees. Ik lees ook overal, in de tuin, in de veranda, in bed, in bad, in de trein... Echt overal, geluiden storen mij daar niet bij, beelden wel.

Ik werk zelf wel in een bibliotheek, maar toch koop ik al mijn boeken zelf. Ik vind het leuk om boeken te hebben, ook al herlees ik ze nooit. Boeken kopen vind ik bijna even leuk als boeken lezen. Als ik boeken koop verwacht ik wel dat ze goed uitgegeven zijn. Ik heb niets tegen pockets, maar er mogen geen taalfouten instaan en het papier moet van goede kwaliteit zijn.
Inhoudelijk verwacht ik van een boek dat er mooie beschrijvingen inzitten. Ik lees om me te ontspannen en ik lees dus vooral fictie. Dat neemt niet weg dat de inhoud relevant moet zijn, ik hou van fantasie maar het mag niet teveel zijn en het moet goed uitgedacht zijn. In de ban van de ring heb ik een paar jaar lang aan iedereen aangeraden, nu raad ik vooral de klassiekers aan waar ik zelf enorm van geniet zoals Faulkner en D.H. Lawrence.

 
Sonia Bonte leest:
Ik heb niet zoveel tijd om te lezen, maar ik doe het wel heel graag. Lezen is voor mij pure ontspanning, lekker onderuit zakken met een boeiend verhaal. Gemiddeld kom ik aan ongeveer één boek per maand. Dat zijn dan meestal romans, liefst waargebeurde verhalen. Ik koop wel eens een boek, maar meestal haal ik ze in de bibliotheek. Ik lees graag in mijn bed, maar en in ‘mijn’ zetel, het vaste plekje waar ik altijd zit.

 
Jeroen Boone leest:
Ik zou mezelf omschrijven als een literaire omnivoor: ik lees meestal fictie en schrijf zelf non-fictie, kwestie van een perfect evenwicht te vinden. Op de trein lezen lukt me prima: eens ik in een boek verdiept ben, heb ik geen aandacht meer voor wat er in mijn omgeving gebeurt.
Vroeger had ik een aantal vrienden waar ik regelmatig leestips mee uitwisselde. Door omstandigheden zijn we elkaar een beetje uit het oog verloren en nu baseer ik mij vooral op krantenerecensies voor de keuze van mijn boek. Zo ook voor deze bundel kortverhalen. De feestcommissie is een verzameling van kronieken en novellen van Isamaïl Kadare, een verbannen Albanees schrijver.

Geschiedenis, politiek en mythologie verwerkt tot een prachtig geschreven geheel. Een goede schrijfstijl vind ik erg belangrijk in een boek. Eigenlijk ben ik meer een ‘zinnenlezer’ dan een ‘verhalenlezer’; ik hou eerder van droge, korte zinnen, dan van lange beschrijvingen.

 
Evelien Boonen leest:
Lezen op de trein? Altijd, tenzij ik nog werk heb voor school. Als ik in een erg spannend boek bezig ben kan het vervelend zijn dat iemand me aanspreekt om een beetje te praten, maar ik zal altijd beleefd blijven en antwoorden, hoor. Ik ben altijd wel in een boek bezig, maar over sommige doe ik enkele dagen en over andere enkele maanden. Ik ben nu bezig in The birth of Venus van Sarah Dunant, maar mijn favoriete schrijfster is en blijft Jane Austen. Misschien komt dat door mijn studie regentaat Engels en Nederlands? Hoewel ik daardoor veel moet lezen, blijft de meeste lectuur toch ontspannend. Ik kan me zo fel in een boek inleven dat het lijkt of ik in een andere wereld ben terecht gekomen.

 
Marieke Boussauw leest:
Momenteel ben ik bezig in De Schaduw van de Wind van Carlos Ruiz Zafon. Ik probeer de Franse en Spaanse literatuur een beetje in het oog te houden – vakmisvorming, veronderstel ik, ik heb zelf Romaanse gestudeerd.
Voor mij is de stijl waarin een boek geschreven is, erg belangrijk. Een boeiend verhaal is natuurlijk erg fijn, maar als het slecht geschreven is, haak ik vroeg of laat toch af. Of de intrige nu erg uitgebreid is of niet, maakt me uiteindelijk weinig uit. Buiten de Romaanse richting volg ik ook wel de romans van Anne Provoost en Anna Enquist.
Ik koop wel graag boeken – het is leuk om een privé-bibliotheek op te kunnen bouwen. Meestal ga ik op zoek naar pockets of tweedehandsboeken, zo kun je dat op een redelijk goedkope manier doen.

 
Ulrik Bouwen leest:
Eigenlijk lees ik niet zo heel veel boeken. Tijdschriften wel, maar boeken in vergelijking weinig. Als ik toch een boek lees, is het meestal non-fictie. Filosofie, relaties, … als er maar iets uit te leren valt kan het mij over het algemeen wel boeien. Af en toe gebeurt het dan toch dat ik een roman lees, De alchemist van Coelho, bijvoorbeeld. Dat vond ik echt een heel knappe roman. Mijn boeken haal ik meestal in de bibliotheek, maar die over relaties en dergelijke koop ik wel graag, omdat ik er later nog iets aan heb. Herlezen doe ik in principe nooit, maar in die non-fictieboeken kan ik bepaalde dingen nog opnieuw opzoeken als ik even iets wil weten.

Af en toe lees ik in mijn bed, maar ik vind het vooral gezellig om op reis, onder een boom of op mijn tuinterras te zitten lezen.

 
Alice Bracke leest:
Ik probeer om zoveel mogelijk mijn aandacht te verdelen tussen fictie en non-fictie. Nu lees ik Alleen Een Moeder Kan Van Zo’n Jongen Houden, een boek geschreven door een ADHD-patiënt, over zijn jeugd. Zeer herkenbaar voor mij, aangezien ik zelf een zoon heb met ADHD. Maar die band met mijn persoonlijke leven hoeft er niet noodzakelijk te zijn: als het onderwerp me aanspreekt, lees ik ook andere non-fictie werken. Zo heb ik nog niet zo lang geleden een boek gelezen over stervensbegeleiding.

Wat de fictie betreft, hou ik nogal van thrillers; Vogelman van Mo Hayder is een aanrader.

Ik lees met periodes: in de zomer is dat iets minder – dan zit ik liever op een terrasje – en beperk ik me meestal tot kranten en tijdschriften. In de winter, wanneer je sowieso vaker binnenzit, ben ik altijd wel in een boek bezig. Er zijn niet echt schrijvers die ik volg. Ik ga vaak naar de bibliotheek, en dan kijk gewoon naar de tekst op de achterflap. Zo kom je nog eens een verrassing tegen, af en toe.

 
Frankie Braens leest:
Ik ben eigenlijk een beetje een alleslezer. Dat gaat van de thrillers die iedereen wel graag leest, tot de meer klassieke Engelse literatuur en ook non-fictie. Momenteel ben ik bezig aan Rode Rozen, van Stan Lauryssens, een thriller in de trant van Pieter Aspe.
Leuk, maar ik ben vooral erg gesteld op Engelstalige schrijvers. Dat gaat dan van Jane Austen tot tegenwoordig Paul Auster. Ik heb net de New York Trilogy van Auster gekocht – de manier waarop die man een stad tot leven kan brengen via de verhalen van de inwoners ervan, is prachtig. Auster heeft ook ooit een campagne gelanceerd naar het Amerikaanse publiek om zelf kortverhalen in te sturen, waarvan de beste dan achteraf gebundeld werden als ‘True Tales of American Life’: echt prachtig. Vooral ook omdat Auster op die manier niet alleen een schrijver is, maar ook iemand die zelf aanzet tot schrijven, die mensen uitdaagt om zelf bij te dragen aan de literatuur.
Ik baseer me vooral op bepaalde genres wanneer ik boeken kies, maar ik lees ook wel kritieken – wanneer een boek unaniem de hemel wordt ingeprezen, zal er op z’n minst toch wel iets interessants aan zijn.

 
Dagmar Buerman leest:
Ik kan me geen leven inbeelden zonder lezen. Het is een manier om even in een andere wereld te vertoeven, om alles te vergeten en te ontsnappen aan de wedren van de maatschappij. Ik lees daarom liefst in bed, als afsluiter van de dag. Vroeger las ik onder de eettafel, daar was het lekker rustig en stoorde niemand me.
Ik heb niet echt een favoriet boek dat er met kop en schouders bovenuit steekt, maar Het Achterhuis van Anne Frank is toch speciaal voor mij. De eerste versie heb ik gekregen toen ik elf was, voor Sinterklaas. Ik dacht daarom dat het huis van Anne Frank naar pepernoten en mandarijntjes rook, omdat die geur overal hing toen ik het boek aan het lezen was. Nu probeer ik op elke reis een andere versie van het boek mee te nemen en heb ik zelfs een eerste en tweede druk liggen. Het verhaal doet me nog steeds stilstaan bij het gruwelijke van de oorlog en de morele kracht van Anne Frank.

 
Rune Buerman leest:


Mijn boeken ...
 
Inge Bulens leest:
Ik lees veel, en vaak ook voor mijn werk: ik ben namelijk leerkracht Nederlands. Daarom lees ik ook erg veel jeugdboeken, ik blijf graag op de hoogte van wat er zoal leeft bij jongeren en in de jeugdliteratuur. Ik kruip graag met een goed boek in een knus hoekje van de zetel. Als ik op vakantie ben, vind ik het heerlijk om voor de tent te zitten lezen. Bij een echt aangrijpend boek krijg ik wel eens de krop in de keel, zoals onlangs bij Voor Fee, dat handelt over het verlies van een moeder. Favoriete schrijvers heb ik niet echt, al vind ik wel dat Aidan Chambers een aantal heel knappe jeugdboeken heeft geschreven. Naast jeugdboeken lees ik ook graag non-fictie, liefst dan over maatschappelijk gerichte onderwerpen. Ik denk er soms wel aan om zelf eens een roman te schrijven. Als het er ooit van komt, dan wordt het wellicht een roman voor jongeren, liefst ook iets maatschappijkritisch: Harry Potter en fantasietoestanden zijn niet echt mijn ding.

 
Richard Bulinga leest:
Ik lees eigenlijk in vlagen. Nu heb ik net een boek uit en ik ben al bezig aan het volgende, maar soms lees ik ook maanden niets. Soms komt dat doordat het vorige boek me niet kon boeien, maar vaak is het ook gewoon omdat ik geen tijd heb en me niet kan concentreren. Een boek moet me direct vastgrijpen, vandaar dat ik ook meestal fictie lees. Nu ben ik bezig in een psychologische thriller van René Appel, maar mijn favoriete boek blijft Hersenschimmen van Bernlef omdat de problematiek van Alzheimer er zo goed in beschreven wordt.

Als ik lees, lees ik overdag. ’s Avonds lukt het me niet, ik heb rust en stilte nodig om te lezen.

 
Maddy Bultot leest:
Ik zou graag meer geduld hebben, zodat ik meer kon lezen. Nu blijft het vooral bij kortverhalen zoals die van Roald Dahl. Mijn liefje, Mijn duifje, waarin ik nu bezig ben, is natuurlijk ideaal voor op de trein. Je kunt het even oppakken, maar ook snel weer naast je neerleggen als de conducteur komt of als je moet uitstappen. Daarbij ga ik niet zo vaak met de trein, dus kijk ik ook graag wat rond.

 
Hilde Bux leest:
Ik geef les aan een lagere school, dus ik verdiep me regelmatig in de kinderliteratuur. Eigenlijk is het jammer dat boeken zo duur zijn geworden: ik probeer een bibliotheekje op te bouwen in mijn klas, maar dat is niet zo eenvoudig meer als vroeger. Hoe dan ook, er is één jeugdboek dat me altijd is bijgebleven: Vogels voor de Kat van Jessy Marijn, over kinderen die werden ingezet in de fabrieken van het begin van de negentiende eeuw.
Vroeger las ik meer dan nu – tijdgebrek, onder andere door mijn werk. Maar de jeugdboeken die ik lees en de vakliteratuur die er ook nog eens bijkomt, zorgen er toch voor dat ik dagelijks bezig ben met literatuur. En hoewel ik die boeken ergens wel moét lezen, werkt dat toch ontspannend.

 
Frank Camberlain leest:
Bij mij is verhouding fictie-non-fictie ongeveer gelijkmatig verdeeld. De Tweede Wereldoorlog fascineert me enorm, en boeken over die periode gaan er dan ook altijd in – dat is dan gewoonlijk non-fictie, vooral de boeken van Ian Kershaw vind ik erg sterk.
Natuurlijk mag het soms ook een gewone roman zijn, en dan zoek ik vooral naar realistische boeken, met verhalen waar ik in kan geloven, maar die toch met de nodige humor verteld zijn. De Dokter Vlimmen-reeks, bijvoorbeeld, dat zijn klassiekers waar ik steeds van kan genieten.

Een boek is voor mij een hebbeding, ik moet het in m’n kast kunnen zetten. Naar de bibliotheek gaan is er dan ook weinig bij. Ik geloof dat ik momenteel zo’n 500 boeken tegen mijn muur heb staan.

 
Nathan en Nele Carpentier leest:
Nathan: “Ik lees vaak ’s avonds in bed. Stiekem, want eigenlijk mag het niet. Mijn zus, Nele, doet dat ook en als mama dan binnenkomt, stopt ze gauw haar boek onder het kussen. Als ik naar de muziekschool ga, passeer ik de bibliotheek en dan breng ik elke keer wat boeken en strips mee voor Nele en mij. Daarnaast wissel ik oude strips op de markt. Mijn lievelingsboek is Witte Heksennacht van Marc De Bel, omdat het zo ongelooflijk spannend en grappig is. Ook het boek dat ik laatst van De Bel las, vond ik heel erg goed: De zusjes Kriegel. De film hadden we al gezien en die vond ik zo goed dat ik in het boek ben begonnen. Nele vind de strips van Samson en Gert heel leuk, die heeft ze al allemaal gelezen. Haar lievelingsboek gaat over een konijntje, Flappie, maar we weten de titel niet meer.
Ik heb al aan een schrijfwedstrijd meegedaan en zou best een bekende schrijver willen worden, maar dan niet voor horrorboeken, want dat is niets voor mij.”

 
Sabine Caubergh leest:
Ik lees toch vrij geregeld: één boek per twee à drie weken. Natuurlijk is lezen vooral ontspannend, maar het is toch meegenomen als je door het lezen nieuwe dingen leert kennen. Met een spannend boek ga ik graag languit in mijn zeteltje naast de verwarming liggen. Het liefst lees ik romans en thrillers en dan kan Pieter Aspe natuurlijk niet ontbreken. Ik hou ervan om meegenomen te worden in de spanning van zo’n boek en als ik er eenmaal goed inzit, dan wil ik dat boek ook echt uithebben. Alles wijkt dan wel even, want ik ben dan razend benieuwd naar de ontknoping.
Naast romans lees ik ook vaak non-fictieboeken over pedagogie en psychologie voor kinderen. Ik werk als opvoedster met dove kinderen en dergelijke boeken vormen een interessante aanvulling op mijn professionele bezigheden. Doordat ik met kinderen werk ben ik ook erg geïnteresseerd in kinder- en jeugdboeken. Voor dove kinderen is taal gewoonlijk nogal moeilijk en het helpt dikwijls als je hen een instap biedt met een leuk verhaal. Maar ik hou zelf ook wel van die boeken, hoor. Vooral die met dieren, dat spreekt de kinderen trouwens ook wel aan. Het is trouwens door het lezen van een boek dat ik tot mijn huidige jobkeuze gekomen ben. Toen ik een jaar of twaalf was, was ik helemaal weg van Het meisje dat de zon niet zag van Gerda van Cleemput. Dat ging wel over een blind meisje, maar het is uiteindelijk wel bepalend geweest, ook al was ik zelf nog zo jong. Ik was trouwens blij verrast om te constateren dat dat boek nog steeds in de winkelrekken ligt.

 
Marie-Paule Christaens leest:
Eigenlijk reis ik bijna nooit met de trein. Lezen doe ik gewoonlijk thuis, als ik alleen ben. Momenteel ben ik bezig in Een jongensoorlog van Bernlef. Ik was vroeger lerares Nederlands, maar lees tegenwoordig meer Engelse literatuur omdat onze eigen literatuur me wat tegenvalt. Schrijvers als Herman Brusselmans en Tom Lanoye kunnen me niet boeien. Er zijn natuurlijk wel Nederlandstalige auteurs die ik wel erg goed vind: Harry Mulisch en Nelleke Noordervliet, bijvoorbeeld, en Bernlef natuurlijk. In de Engelse literatuur houd ik vooral van Coetzee en Cunningham. Ik probeer af en toe ook wel een Frans boek te lezen, maar ik heb moeite om namen te onthouden. Er is één boek dat ik al zeker twintig keer gelezen heb: Vanwege een tere huid van Anton Koolhaas. Ik heb het trouwens vaak in de klas gelezen omdat ik het zo prachtig vond. Het gaat over twee kinderen van twaalf en dertien die verliefd worden. Dat liefdesverhaal wordt dan gecombineerd met elementen van het dierenverhaal. Een erg vrolijk boek is het niet, maar ik vind dat die eerste verliefdheid er enorm mooi in beschreven wordt. Ik kan me trouwens niet voorstellen dat je zonder lezen kunt. Ik vind het zo boeiend. Mijn vier kinderen zijn ook allemaal verstokte lezers: blijkbaar is het iets erfelijks.

 
An Claes leest:
Ik ben nu bezig in De Rode Kamer van Nicci French. Dat koppel – want dat zijn twee mensen, wist je dat? – zijn toch wel mijn lievelingsschrijvers. Ik hou wel van dat genre: mystery, thrillers... Op de trein heb ik steeds de tijd om een paar hoofdstukjes verder te raken, maar thuis maak ik ook elke dag een beetje tijd vrij om te lezen. Soms te weinig, maar toch. Een boek moet me vooral aangrijpen door de manier waarop het geschreven is: een goed verhaal is allemaal prima, maar als de stijl erg onhandig is, kun je daar toch niet echt van genieten, vind ik.

 
Sien Claessen leest:
Ik sta in het onderwijs als leerkrachte geschiedenis, en bijgevolg ben ik regelmatig op zoek naar jeugdboeken die een goede historische achtergrond kunnen geven. Nu lees ik bijvoorbeeld Het Vuurmeisje van Dirk Bracke, dat zich afspeelt in de IJstijd. Maar ook over de Trojaanse oorlog en dergelijke bestaan er sterke jeugdverhalen.

Voor mijn eigen plezier lees ik vooral romans, als het maar geen thrillers zijn. Ik zoek niet echt gericht – ik ga nogal vaak naar de bibliotheek, en dan is het vaak een kwestie van waar mijn oog op valt of wat me is aangeraden door anderen. Amos Oz is wel een favoriet: een Israelische schrijver, die altijd erg sterke, aangrijpende verhalen weet te koppelen aan ook weer een historische context: Israël en hoe het land is geworden wat het nu is.

Dichter bij huis hou ik ook erg veel van Kristien Hemmerechts. Normaal gezien ga ik nogal sterk op het verhaal af, maar in het geval van Hemmerechts is haar stijl op zichzelf al krachtig genoeg om me geboeid te houden.

 
Andrée Clauwaert leest:
Mijn boeken zijn mijn slaappillen. Ik lees elke dag voor ik ga slapen, maar ook ’s nachts als ik even wakker word neem ik mijn boek erbij. Zo kom ik aan ongeveer één boek per week. Overdag vind ik er de tijd niet voor.

Het liefst lees ik waargebeurde verhalen, over de oorlog, andere culturen, over discriminatie... Ik lees echt uit interesse, om dingen bij te leren. Vandaar dat fictie me minder goed ligt.

Ik woon op het platteland, en daar zijn geen boekenwinkels dus haal ik al mijn boeken uit de bibliotheek. Soms zijn de boeken wel al wat verouderd maar dat vind ik niet erg. Er is nog zoveel dat ik kan lezen. Meestal ga ik in de bibliotheek op mijn gevoel af, ik lees de achterflap en als die me aanspreekt neem ik het boek mee. Op die manier heb ik toch al veel mooie boeken gelezen maar ik denk niet dat ik echt een lievelingsboek heb.

 
Rik Cleymans leest:
Ik lees wel veel, maar heel weinig fictie. Mijn echtgenote leest veel meer dan ik. Als ik op een jaar vier romans lees, zal het al veel zijn. Voor mijn werk lees ik wel erg veel vakliteratuur over informatica en bedrijfseconomie. Dat zijn ook boeken, maar echt ontspannend is het natuurlijk niet. Als ik dan toch eens een roman lees, ga ik er het liefst mee in de zetel zitten, of ik neem er eentje mee als ik ergens op hotel ga. Ik hou het meest van spannende detective- of politieromans.

De Da Vinci Code van Dan Brown is er zo eentje. Van John Grisham lees ik ook al eens een boek. Als het maar spannend is. Ik leen in feite nooit boeken in de bibliotheek. Het duurt namelijk veel te lang voor ik zo’n roman uitheb, dus ik kan mijn boeken maar beter kopen: dan kan ik er tenminste rustig mijn tijd voor nemen.

 
Mark Cloostermans leest:
Ik kan mij geen leven zonder boeken voorstellen. Dat wordt met de jaren erger. Hoe meer ik koop, hoe minder ik erin slaag mijn boekenkast “bij te benen”. Maar dat werkt een beetje zoals de krant. Ik kan me geen ontbijt inbeelden zonden krant, maar daarom lees ik ze nog niet van a tot z. Je moet keuzes durven te maken.
Keuzes maken… Makkelijk gezegd. Zou ik kunnen kiezen tussen een leven zonder film en een leven zonder boeken? Uiteindelijk wel, denk ik. Film raakt mij makkelijker tijdens het bekijken, maar vervluchtigt sneller. Een goed boek vraagt meer van je tijd, maar biedt ook veel meer. Meer inzicht in mensen, meer inzicht in complexe sociale situaties, meer stilistisch plezier, meer taalrijkdom. Zelfs een novelletje van 70 bladzijden heeft vaak meer te bieden dan een film van 90 minuten. Vandaar dat ik ook een goede strip hoog inschat: je verhaal verpakken in een beperkend kader van pakweg 46 bladzijden, vraagt toch ook een behoorlijke hoeveelheid meesterschap. ‘In de beperking toont zich de meester’, want de meester heeft niet veel tijd en ruimte nodig om zich te bewijzen.

Mijn boeken ...
 
Frieda Coudenys leest:
Ik zit vaak op de trein en dat is dan mijn leesmoment. Ik lees dan zowel boeken als tijdschriften en dikwijls ook in functie van mijn werk. Ik geef vormingen rond psychologie en communicatie. Veel non-fictie dus, maar ik hou ook wel van romans. Thuis lees ik minder, maar als ik dan in een boek bezig ben, heb ik wel moeite om het neer te leggen: dan moet het echt uit! Nu lees ik Plectrude van Amélie Nothomb. Van haar heb ik een tijdje geleden nog een ander boek gelezen dat ik erg goed vond. Dat ging over het Japanse bedrijfsleven en ik vond het heel boeiend. Marianne Fredriksson vind ik ook een hele goede schrijfster. Eigenlijk lezen mijn kinderen meer dan ik: zij hebben het me een beetje geleerd. Vroeger had ik er de tijd niet voor, nu raden ze me wel eens een boek of een auteur aan. Dankzij mijn kinderen heb ik Paulo Coelho ontdekt. Ik koop sporadisch boeken. Boeken over psychologie, bijvoorbeeld. Dat is dan vooral om iets opnieuw op te zoeken als ik het nodig heb voor mijn werk. Romans haal ik bij de bibliotheek ofwel via het Davidsfonds. Ik mag eigenlijk niet te veel boekenwinkels binnenlopen, want ik ben verzot op kunstboeken. Vooral boeken over de art nouveau vind ik heel interessant, maar je kunt natuurlijk niet blijven kopen.

 
Marc Danckaerts leest:
Het boek dat ik lees, heet Tempel en is geschreven door Matthew Reily. Het is een ontzettend spannend boek. Ik ben nu bijna aan het einde van het verhaal en ik heb nog altijd geen idee van hoe het gaat uitdraaien. Het zit vol verrassingen en ik word dan ook heel graag verrast. Ik lees bijna altijd fictie: van science fiction tot thrillers en detectives. Het is gewoon leuk om even in een volledig andere wereld te zitten. Ik lees altijd op de trein omdat de tijd dan veel sneller vooruitgaat. Soms heb ik zelfs spijt dat de treinrit gedaan is. Ik zit er ook helemaal niet mee in als de trein waarop ik zit ergens langer moet stoppen, des te meer tijd heb ik om te genieten van mijn boek.”

 
Yasmine De Borger leest:
Dit boek is ongelooflijk spannend. Het Bevroren Hart is de tweede thriller van Deflo, uit een reeks van zeven. Het verhaal speelt zich af in Mechelen, waar ik woon. Een vrouw pleegt verschillende moorden en neemt vervolgens de identiteit van haar slachtoffers aan. Wanneer ik op de plaatsen kom die in het boek beschreven zijn, fantaseer ik dat zich hier echt iets gruwelijks heeft afgespeeld. Ik hou van boeken met ‘open eindes’ want dat geeft me zin om onmiddellijk een nieuw verhaal te beginnen.

Een keer per jaar ga ik naar de boekenbeurs en dan kijk ik een beetje wat er leeft in de thrillerwereld want dat blijft toch mijn favoriete genre. Het derde boek van Deflo ligt ondertussen op me te wachten. Ik weet dus al wat ik met die boekencheque van jullie zal kopen!

 
Ella De Cock leest:
Als ik tegenwoordig lees, dan lees ik vaak voor. Mijn kleinkinderen zijn verzot op verhaaltjes. “Nu nog een boekje lezen” is een zinnetje dat ik vaak te horen krijg en ik vind het ook heel plezierig om samen in de zetel van een mooi verhaal te genieten. Joke Van Leeuwen vind ik een heel goeie jeugdschrijfster. Haar creativiteit is erg aanstekelijk.

Maar ik lees ook graag voor mezelf, natuurlijk, en ik heb altijd veel gelezen. Het hangt een beetje af van mijn stemming welk soort boeken ik lees, maar gewoonlijk gaat het om ontspannende romans, thrillers of goede speurverhalen. Zo vind ik de Zweedse misdaadauteur Henning Mankell wel de moeite. Zijn romans zijn niet alleen spannend, ze zijn ook goed onderbouwd en zijn thema’s zijn vaak actueel.
Daarnaast lees ik ook graag Connie Palmen, I.M., bijvoorbeeld. Haar stijl is heel direct en dat spreekt me wel aan, maar er zit ook heel wat achter en dat maakt het pas helemaal af. Verder vind ik Vallen van Anne Provoost een schitterende, sfeervolle en geladen roman. Romans koop ik echter niet zo vaak, die haal ik wel in de bibliotheek. De boeken die ik wel koop, bevinden zich eerder in de afdeling non-fictie: culinaire boeken vind ik bijvoorbeeld wel interessant.

 
Karlien De Cock leest:
Ik heb door mijn job zo weinig tijd dat ik veel minder lees dan ik zou willen. Het pluspunt is wel dat ik nu meer geld heb om boeken mee te kopen en zo mijn boekenkast helemaal kan vullen. Het liefst lees ik op strand, of anders in bed en je kan me echt plezier doen met een boek van Toon Telleghen. Zijn stijl en de eenvoud van de toch diepzinnige verhalen spreken me enorm aan. Lezen is voor mij ontspanning, maar ook het verwerven van nieuwe inzichten, het ontdekken van andere werelden en personages.

Een boek is net als een film, maar dan met je eigen verbeelding.

 
Sofie De Cocker leest:
Wat fictie betreft, ben ik een alleslezer: dat gaat van relatief lichte romans zoals die van Nicci French tot de echt zware kost à la Kafka. Nuja, ik studeer Germaanse, dus die zware literatuur wordt ons vaak opgegeven, maar in een geval zoals Kafka, waarvan ik Het proces heb moeten lezen, is me dat erg meegevallen. Als je de titel hoort, verwacht al halfweg dat het saai zal worden, maar nee.

Momenteel ben ik, voor een cursus jeugdliteratuur, bezig in De Gevleugelde Kat van Isabel Hoving – ook weer verplichte kost, maar ik ben al eens blij dat ik zo’n fantasierijk boekje mag lezen.

Voor mezelf, los van al de rest, ben ik nogal een fan van de thrillers van Nicci French. En natuurlijk één van mijn favorieten: Bangkok Hilton, een waargebeurd boek over een vrouw die in een Thaïse gevangenis terechtkomt. Dat gaat dan weer een andere kant uit, met een strikt realistisch gegeven, maar ik heb het gezegd: ik ben een alleslezer.

Mijn boeken ...
 
Melissa De Decker leest:
Ik ben iemand die zich eerder aangetrokken voelt door interessante thema’s dan door bepaalde auteurs of romangenres. In de praktijk wil dat zeggen dat ik vaak waargebeurde verhalen lees, zogenaamde “probleemboeken”. Zoals ook nu: ik ben bezig aan Spiegelschrift van Bart Demyttenaere, over een meisje met zelfmoordneigingen. Een fantastisch boek in dat genre is Met Mij Gaat Alles Goed van Jan Simoen, over een jongen met aids. Erg vrolijk zul je er niet van worden, maar dat soort boeken lijkt mij op de één of andere manier zinvoller dan een gewone detective of zo. Toen ik iets jonger was, las ik al graag de romans van Dirk Bracke, om dezelfde reden: hij had ook altijd van die ernstige onderwerpen.

 
Els De Raaf leest:
Ik vind het belangrijk dat een boek “blijft plakken”. Op de één of andere manier moet er iets zijn in een roman dat bij de kraag grijpt. Gewoonlijk vind ik die eigenschappen in familiekronieken, zoals die geschreven worden door Isabel Allende. Die verhalen hebben iets episch, terwijl de schrijfstijl toch consequent fantastisch is. Van de boeken waar ik van hou, vind ik het belangrijk om ze ook zelf in huis te hebben. Een boek is ook een beetje een hebbeding, vooral ook omdat ik er wel eens een durf te herlezen – een mooi boek blijft mooi, ook een tweede keer. Naar de bibliotheek ga ik weinig. Toch vind ik wel dat ik te weinig leest – “zoals iedereen, zeker?” Ik loop wel al jaar dag rond met plannen voor een kinderboek. Ik heb permanente plannen om aan dat boek te beginnen, maar het wil er maar niet van komen.

 
Ellen De Roeck leest:
Vroeger las ik niet zo veel, maar sinds ik voor Sinterklaas Het meisje met de ster van Maria Heylen kreeg, ga ik steeds vaker naar de bibliotheek om er nieuwe boeken te gaan halen. Mijn lievelingsboek is Paula van Isabel Allende, omdat de verhaalopbouw zo goed is en omdat Allende perfect een sfeer kan oproepen en die aan haar lezers kan doorgeven.

Om te lezen ga ik meestal op mijn kamer zitten. Dan plaats ik twee stoeltjes tegen elkaar, zodat ze een nestje vormen. Ideaal om helemaal in weg te dromen, dus.

 
Jozefien De Rooze leest:
Ik lees wel vrij vaak: elke dag wel minstens een half uurtje, in bed of zo. Dat is dan het moment waarop ik alles eventjes kan vergeten, dat vind ik wel erg fijn. Ik lees graag wereldliteratuur en boeken over andere culturen. Mede daarom vind ik Zuid-Amerikaanse schrijvers wel erg interessant, vooral de vroegere werken van Isabel Allende, haar recentere boeken vind ik iets minder. Ik ga heel vaak naar de bibliotheek, want eigenlijk lees ik veel te snel. Boeken die ik erg graag gelezen heb, lees ik later misschien wel nog een keer. Soms, heel soms, zijn er boeken die me zo erg aangrijpen dat ik eventjes moet slikken of een traantje wegpinken. Ooit zou ik wel eens een jeugdboek willen schrijven. Ik geloof eigenlijk niet echt dat dat ooit zal gebeuren, maar het lijkt me wel leuk. Een fantasierijk boek voor kinderen van zes tot tien jaar, bijvoorbeeld, dat zou ik wel zien zitten. De Harry Potter--boeken van J.K. Rowling vind ik namelijk ook best leuk.

 
Majo de Saedeleer leest:
John Steinbeck was mijn eerste schrijver: mijn ontdekking van de literatuur. Eén van zijn boeken is East of Eden, en het leuke is dat daar nog een extraatje bijhoort: Journal of a novel. Steinbeck schreef in een groot schrift: aan de rechterkant zijn roman, aan de linkerkant losse teksten om zich aan het begin van de dag wat “in te schrijven”. Dat gaat dan van: ‘Hier zit ik nu. Mijn vrouw zorgt voor de kinderen. Ik heb een eigen plek. Ik heb een jaar de tijd. Mijn potloden zijn geslepen… Gaat het nu komen of niet?’ De ene dag is hij euforisch, de andere dag ruimt hij depressief zijn bureau op. Het geeft een hele realistische kijk op het ontstaan van een meesterwerk.
Je kan sowieso niet alles lezen, en vaak is het interessanter om de nieuwe boeken te laten liggen en oude boeken, zoals die van Steinbeck, te herlezen. Je voorkeuren van vroeger kunnen al eens tegenvallen, maar toch interesseert het me te weten wat mij ooit heeft aangesproken in een bepaald boek. Wat maakt ons tot de lezers wie we zijn?
Lezen is niet alleen essentieel, maar ook irrationeel.

Mijn boeken ...
 
Carmen De Vos leest:
Ik lees bijna uitsluitend wanneer ik op reis ben. Soms probeer ik wel eens wat te lezen de zondagochtend terwijl ik nog in bed lig, maar de combinatie van mijn gezinsleven en mijn werk maken het moeilijk om tijd uit te trekken om te lezen. Ik denk dat ik ongeveer 10 boeken lees per jaar. De manier waarop boeken geschreven zijn vind ik het belangrijkste, het moet ontspannend zijn.

Daarom lees ik vooral fictie, ik denk dat non-fictie minder ontspannend is en er zijn ook weinig onderwerpen die me zodanig interesseren dat ik er een volledig boek wil over lezen.
De kapellekensbaan van Louis Paul Boon vind ik een van de mooiste boeken door de vaart die erin zit. Ook De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch vond ik een prachtig boek. De sfeer van het boek en vooral die vriendschap die eruit sprak greep me echt naar de keel.

 
Lobke De Vos leest:
Ik werk in een boekhandel en lees eigenlijk wel veel. Chuck Palahniuk is ongetwijfeld m’n favoriete auteur. Je kent hem misschien van de verfilming van z’n boek Fight Club. Ik hou ervan hoe hij keer op keer aparte thema’s behandelt. Ik blijf voor m’n werk sowieso op de hoogte van nieuwigheden. Al ben ik niet zo'n fan van romantische boeken of thrillers. Dat is dan wel moeilijk als je klanten moet helpen bij het vinden van zulke boeken.

Momenteel ben ik wel benieuwd naar de dichtbundel van Jesse De Gruyter. Ik heb ‘m ooit ontmoet op een feestje en hier op De Nachten worden zijn gedichten voorgelezen door Sylvia Kristel. Dat wordt boeiend.

Mijn boeken ...
 
Freya De Vriendt leest:
Ik lees wel graag, maar toch kost het me wat moeite om een boek vast te nemen. Omdat ik nog niet zo heel erg lang lees, heb ik ook nog niet veel gelezen, maar Alfred Jodokus Kwak van Herman van Veen en Jip en Janneke van Annie M.G. Schmidt zijn tot nu toe mijn lievelingsboeken.

Mijn papa en mama lezen ook nog voor, uit Meneer Ratti van Mensje van Keulen, bijvoorbeeld.

Weet je dat ik naar twee bibliotheken ga? Die van Edegem én die van Aartselaar. Soms krijg ik ook boeken cadeau, zoals de kinderatlas waarin ik kan opzoeken waar Nicaragua ligt, mijn oom woont daar. Ik wil later politieagente worden, dus ga ik ook schrijven, maar dan boetes.

 
Charlotte Deconinck leest:
Ik lees nu De Da Vinci code van Dan Brown. Eigenlijk is dit boek een geschenk voor een vriendin. Zo doen we het eigenlijk altijd als we elkaar een boek cadeau doen: eerst zelf het boek lezen en het daarna geven. Ik heb nu een hele periode niet meer gelezen en ben nog niet zo lang geleden opnieuw begonnen. Ik lees vooral romans, maar ik heb ook kindjes en die vinden het wel leuk als ik voorlees. Voor de kinderen lees ik dan boeken als De knuffelkoningin van Kristien Aertssen of Raad eens hoeveel ik van je hou van Sam Mc Bratney. Anna, Hanna en Johanna van Marianne Fredriksson is één van mijn favoriete boeken aller tijden, al mag deze Da Vinci code er ook wel zijn. De treinreis is voor mij het uitgelezen moment om een boek te lezen. Zo wordt die verloren tijd toch gered en goed besteed. Als ik eenmaal in een goed boek bezig ben, wil ik het wel uithebben, dus gebeurt het vrij regelmatig dat ik thuis een stukje verder lees.

 
David Demeyere leest:
Ik ben aan het lezen in De Schaduw van de Wind van Carlos Ruiz Safon, over een man die geobsedeerd raakt door een boek. Heel boeiend, vooral door de manier waarop een spannende plot wordt gemengd met toch nog een extra dimensie. Ik wissel fictie met non-fictie af. In de vakantie lees ik voornamelijk romans, daarbuiten is het vaak non-fictie. Die non-fictie draait vaak rond mijn werk: boeken over management en de economie. Daar kun je me dan meestal mee aantreffen terwijl ik onderweg ben. De fictie is dan meer iets voor de vakantie, en wat dat betreft is er niet echt een genre of een stijl waar je me op kunt vastpinnen.

Dan Brown is er natuurlijk al doorheen gegaan, maar Amélie Nothomb is ook een favoriete, en dat ligt daar dan weer een eind van verwijderd. Verandering van spijs doet eten.

 
Agnes Deneve & Jan Davidts leest:
Elke avond zet ik me in mijn hoekje van de zetel om een boek te lezen. Mijn man zit meestal aan de keukentafel en leest voornamelijk kranten en tijdschriften. Eén van mijn favoriete auteurs is Paul Auster. Hij is een Amerikaans en schrijft verhalen over onverwachte situaties in New York. Als je er zelf bent geweest, kun je het hele verhaal beter voor je zien, je kan als het ware het spoor van de hoofdfiguren volgen.
Het Achterhuis van Anne Frank heeft veel indruk op me gemaakt. Anne was zo sterk dat ik me een beetje schaamde als ik weer eens twijfels had of me liet doen. Voor mijn man is Candide van Voltaire het boek dat iets heeft verandert in zijn leven. Het boek is geschreven in de zeventiende eeuw, maar het is nog perfect leesbaar. De ironie van het werk leerde hem het leven te relativeren.

Omdat ik in een bibliotheek werk, lenen we vooral. Mijn man zegt dan welke boeken hij graag wil en ik breng die dan mee. We lezen beiden liefst boeken waarmee we kunnen bijleren én ontspannen. Een schitterend boek daarvoor is Sneeuw Van Orhan Pamuk. Het is een mooi verhaal, gevoed met feiten over het Turkse volk en hun land. Lezen in vreemde talen helpt je ook een taal te leren of bij te houden. Zo krijg je een beetje alles in één.

 
Ems Depreeuw leest:
Als ik van een kennis hoor dat een schrijver van wie ik hele goede boeken gelezen heb, een slecht boek geschreven heeft, dan durf ik er niet goed aan te beginnen. Dat is mijn afwijking. Gelukkig is lezen niet mijn enige hobby. Voor mij staat reizen centraal en de keuze van boeken ligt vaak in het verlengde daarvan. Een mens kan niet overal naartoe reizen en met verhalen die in onbekende streken spelen, kan je dat toch een beetje opvangen. Ik probeer thuis een beetje op vakantie te zijn. Dat is goed voor het humeur.
Reisverhalen lees ik zelden. Ik vind ze heel inwisselbaar. Je leest een boek over India en veel dingen die daarin staan, zijn precies dezelfde dingen die ik gezien of meegemaakt heb in Centraal-Amerika. Die zogenaamd typische kantjes van een land kan je echt overal meemaken.
Momenteel lees ik Het martyrium van Elias Canetti. Een klassieker, maar ik heb voordien De behouden tong van dezelfde auteur gelezen en daarvan is mij de sprookjesachtige sfeer bijgebleven, en een gelijkenis met de films van Kusturica. Dat spoorde mij aan om hieraan te beginnen. Ik raak er niet door. Het is ongelooflijk fantastisch goed, maar het is zó wreed. Het hoofdpersonage wordt door iedereen uitgebuit en kan alleen zijn waardigheid behouden. Ik heb het daar, vreemd genoeg, heel moeilijk mee. Of ik het ga wegleggen? Nee! ’t Is veel te goed.

Mijn boeken ...
 
Lies Desmedt leest:
Ik studeer productieassistentie aan het RITS. Dat houdt in dat ik heel intensief met film bezig ben, en dat er maar al te vaak geen tijd meer overblijft om te lezen. Nu ik er toch over bezig ben: weet jij waar ze hier ergens boeken over film verkopen?
Enfin, ik lees dus voornamelijk over film, over de techniek die ermee gepaard gaat enzovoort. Verplichte kost, maar enorm interessant, natuurlijk. Momenteel lees ik ook Het Sinaasappelmeisje van Jostein Gaarder: een sprookje met filosofische dimensies, dat een beetje in de lijn ligt van De Wereld van Sofie, ook zo’n boek waar ik veel plezier aan heb beleefd. Ik let vooral op de stijl waarin een boek geschreven is – is het vlot geschreven en weet het verhaal me te boeien? Dezelfde dingen waar je in een goeie film op let, eigenlijk.

 
Eva Devos leest:
Ik lees vooral kinder- en jeugdliteratuur. Ik volg al een paar jaar de nieuwe kinderboeken op de voet, van prentenboek tot adolescentenroman. Tussendoor haal ik in wat ik gemist heb: in de jaren ‘90 las ik heel weinig jeugdboeken en dat gat probeer ik nu dicht te lezen. Ik waag me nu ook aan de oude Engelse klassiekers, zoals het betoverende The borrowers van Mary Norton. Laatst las ik voor het eerst in mijn leven - en ik schaam me er daar wel een beetje voor - Alice in Wonderland, maar het bleek toch mijn ding niet te zijn.
Noem het een zwakte, maar als ik volwassenenliteratuur lees, zijn dat overwegend misdaadboeken. Ik ben niet zo dol op de Vlaamse detectives; de Scandinavische en Engelstalige bevallen me beter. Ik hou van sfeervolle verhalen, met aandacht voor de stad waarin ze zich afspelen, zoals het Venetië van Donna Leon, en van personages met scherpe kantjes, zoals John Rebus van Ian Rankin. Fanatiek ben ik daar niet in: ik hoef niet per se de boeken te lezen én de tv-series te zien. Van Elisabeth George heb ik alle boeken gelezen en nu ze op tv komen, kijk ik wel eens, benieuwd naar wat ze ervan gemaakt hebben.

Mijn boeken ...
 
Henny Dorenstouter leest:
Ik lees zeer regelmatig. Vroeger las ik ongeveer zes boeken per week, nu slechts twee. Dat komt doordat ik onlangs verhuisde. Ik hou echt van lezen, omdat je er rijker van wordt, het verrijkt je geest. Ik lees dan ook alles. Boeken over kunst, reisverhalen, psychologische romans,... Verhaal van liefde en duisternis van Amos Oz blijft mijn favoriete boek. Ik ben zelf ook naar Israël geweest, mijn moeder is ook gestorven door zelfmoord, er zijn enorm veel gelijkenissen. Dat boek is een grote hulp geweest bij de verwerking van de dood van mijn moeder.

Het liefst lees ik thuis in de zetel met wat zachte muziek op de achtergrond, maar ik lees ook veel op andere plaatsen omdat ik zoveel mogelijk wil lezen.

 
Romy Dumont leest:
Ik studeer Franse en Nederlandse taal- en letterkunde, dus veel lezen hoort daarbij. Voor mijn studies ben ik momenteel bezig in Elkerlic en de Spiegel der Zaligheid: boeiend, maar nu niet meteen iets dat je voor je plezier ’s avonds in bed leest.
Voor mij betekent lezen een combinatie van eenvoudig leesplezier en toch ook de wens om iets bij te leren. Het beste boek wat dat betreft, is volgens mij De Naam van de Roos van Umberto Eco. De manier waarop Eco daar verschillende stilistische kenmerken weet te combineren, is fenomenaal: een spannend misdaadverhaal en een geschiedenisles. Maar ik volg niet echt bepaalde auteurs: zo af en toe vang je wel eens naam op, in de pers of bij vrienden en kennissen, en dan zoek ik die wel eens op wanneer ik naar de bibliotheek ga. En het is gewoonlijk de bibliotheek bij mij, want boeken zijn eigenlijk veel te duur. Ik schrijf zelf ook wel eens wat: korte teksten, gedichten, dat soort dingen. Of ik het talent heb om ooit iets meer te schrijven dan dat, weet ik nog zo net niet.

 
Siham El Hajjioui leest:
Elke schrijver kan mij verbazen, dus een favoriete schrijver heb ik niet echt. De vloek der vaderen van John Saul heeft me op veertienjarige leeftijd verbaasd: het was zo goed geschreven dat ik het niet opzij kon leggen en ik heb het daarna nog enkele keren herlezen.

Ik lees buiten romans ook graag religieuze boeken. Vroeger was ik niet zo gelovig als nu, maar na het lezen van een boek over de fundamenten van de Islam, is mijn levensstijl heel wat veranderd. Ik schrijf al heel lang poëzie, maar ben nu bezig aan een autobiografie. In eerste plaats voor mezelf, als oefening en om enkele dingen van me af te schrijven, maar wie weet komt het ooit wel bij een uitgever terecht.

 
Kristof Engels leest:
Boeken zijn voor mij veel meer dan zomaar ontspanning. Als ik lees wil ik mijn horizon verruimen en mijn blik bijscherpen. Daarom lees ik voornamelijk non-fictie. Hedendaagse filosofische werken interesseren me wel, vooral dan die van Slavoj Zizek. Dat is redelijk actuele filosofie en wat ik er zo bijzonder aan vind is net de manier waarop hij klassieke en actuele ideeën combineert. Ik ga wel af en toe naar de bibliotheek, maar zo’n boeken koop ik gewoonlijk, vaak omdat de bibliotheek de recentste werken nog niet heeft.
Ik lees ook wel romans, maar sporadisch. Tijdens de vakantie gebeurt het wel dat ik daar eens tijd voor maak. Maar ook daarin geldt dat het best wat meer om het lijf mag hebben: pure ontspanningsliteratuur is niet echt mijn ding. Michel Houellebecq vind ik wel een boeiende schrijver. Zijn boeken, Elementaire deeltjes bijvoorbeeld, hebben een zekere filosofische en wetenschappelijke inslag, en toch slaagt hij erin om ook poëtisch te zijn. Die combinatie vind ik heel opmerkelijk.

 
Eddy Eysenbrandts leest:
Ik ben een overtuigd amateur-fotograaf – ik doe ook regelmatig tentoonstellingen en zo. Dat houdt in dat ik regelmatig non-fictie boeken doorblader over fotografie en de beeldcultuur in het algemeen. Maar daarbuiten vind ik het vooral leuk als een boek een blik biedt op een bepaalde cultuur, of een stukje geschiedenis. Er moet toch een zekere werkelijkheidswaarde in een boek zitten.
De Vuurwerkmeester van Chris De Stoop is een aanrader: een boeiende plot, en gelijktijdig krijg je vijftig jaar geschiedenis voorgeschoteld. Het is belangrijk dat een roman met kan meeslepen, en een reële setting en een reële historische achtergrond helpen daarbij.

 
Lieve Ferreyn leest:
Ik ben lerares chemie aan een middelbare school, dus mijn leeswerk is nogal vaak daarop gericht. Ik lees weinig fictie, maar des te meer over mijn eigen vakgebied en ook over andere non-fictie onderwerpen. Zo heb ik onlangs, enkel uit interesse, een boek over kinesiologie gelezen. Fascinerend onderwerp.
Voor mij is lezen vooral een manier om extra kennis op te doen, om informatie over de wereld te vinden. Ontspanning zoek ik niet zozeer in boeken. Het voordeel dat ik heb, is natuurlijk dat mijn collega’s in meer of mindere mate ook wel met diezelfde literatuur bezig is, dus dikwijls raden we elkaar ook geschikte boeken aan. En verder volg ik de pers zoveel mogelijk om de nieuwe uitgaven in het oog te houden.

 
Tine Feys leest:
Voor mezelf lees ik eigenlijk niet zoveel, maar ik studeer voor lerares lager onderwijs en ik moet dus wel veel kinderboeken lezen. Nu, dat bevalt me wel, hoor. Het liefst lees ik boeken die over echte dingen gaan. Bart Moeyaert vind ik bijvoorbeeld heel goed. Die schrijft heel vlot en hij praat over dingen waar kinderen zich in herkennen, net als Dirk Bracke. Maar af en toe een speels boek van Astrid Lindgren of Roald Dahl mag ook best, hoor.

Lezen is niet alleen ontspanning, het helpt ook om nieuwe dingen te leren kennen, zeker voor kinderen. Ik ben niet zo’n boekenkoper, eigenlijk, ik ga net zo lief naar de bibliotheek. Voor mijn kinderen zou ik wel boeken kopen, maar voor volwassenenliteratuur heb ik genoeg aan de bibliotheek.

 
Erik Fimmers leest:
Vroeger las ik meer dan nu, maar ik ben ervan overtuigd dat ik vanaf mijn brugpensioen wel weer meer zal kunnen lezen. Eén van de beste boeken die ik heb gelezen is De komst van Joachim Stiller van Hubert Lampo, de man van het magisch realisme.
Maar net als vele anderen vind ik De Da vinci Code ook een schitterend boek. Dan Brown is erin geslaagd een enorm verrijkend en interessant boek te schrijven, ook al schrijft hij niet altijd de waarheid en vond ik het einde een beetje minder. Het boek las als een trein en is een echte aanrader.”

 
Familie Flint leest:
Lisa Flint (13) leest erg graag historische boeken. Ze is fan van Michael Morpurgo en las net zijn Private Peaceful. “In dat boek speelt Thomas Peaceful de hoofdrol. Die heeft het niet makkelijk want heeft net zijn vader verloren. Bovendien moet hij zorgen voor zijn mentaal gehandicapte broer. Ik moet er niet aan denken dat ik mijn ouders zou verliezen. Ik moet er vaak aan denken dat ze er niet altijd voor me zullen zijn.”

Bij de familie Flint is het huis te klein voor alle boeken. Iedereen is er dol op lezen. Vader Michael, broer Steven en Lisa zelf volgden op de dag van deze foto een poëzieworkshoip in hun wijk Newham (Londen). Lisa schrijft vaak gedichten. “Vandaag heb ik iedereen meegenomen naar hier. Mijn vader wordt dan een soort hippie die gewoon meedoet met zijn kinderen.”

 
Annick Foqué leest:
Ik vind lezen wel belangrijk en ik moedig mijn kinderen dan ook aan om het te doen. En dat werkt wel: mijn dochter leest en herleest boeken. Daarom loont het ook om voor haar boeken te kopen, vind ik.
Voor mezelf geldt dat misschien iets minder, want ik lees een boek doorgaans maar één keer en het aanbod in onze bibliotheek is werkelijk fantastisch. Van mij mag het wel spannend zijn: een leuke politieroman sla ik niet af. De achterzijde van zo’n boek moet me direct aanspreken, anders begin ik er niet aan.
Zo heb ik weleens een Konsalik meegenomen uit de bibliotheek, maar ook andere dingen, hoor, boeken waar meer in zit op minder bladzijden.

 
William Fougerai leest:
Ik hou van donkere boeken. Ik las alles van Chuck Palahniuk, de schrijver van The Fight Club en de trilogie van Pullman, His Dark Materials.
The Dirt was een fantastische rockgroep. Dit boek vertelt alles over hun wel en wee want het werd geschreven door leden van de groep. Of het in deze Waterstones te koop is? Hm, nee, daar moet ik dringend eens voor zorgen…

 
Kim Franco leest:
Zowel in de fictie als in de non-fictie verkeer ik graag in de kringen van de misdaad. Wat boeken betreft dan toch. Ik lees nu Angelina van Aster Berkhof, over een ziekelijk jaloerse hoogleraar die (misschien) door zijn vrouw werd vermoord.
Dat soort literatuur doet het wel voor mij: thrillers en avonturenromans. Boeken die je voor het plezier leest, niet noodzakelijk van dat zware gedoe. Eén van mijn persoonlijke favorieten is Lelieblank, Scharlaken Rood van Michel Faber, een boek dat zich afspeelt in Victoriaans Londen. De sfeer druipt van dat boek af, gewoon door de manier waarop het verhaal in elkaar klikt en de schrijfstijl ervan. Maar ik zei het al: ik lees ook non-fictie, en dan gaat het vaak over criminologie. Gewoon uit interesse – om de realiteit achter die romans een beetje verder uit te diepen, zou je kunnen zeggen.

 
Sonia Gevers leest:
Elke maand ga ik naar de bibliotheek en dan neem ik 4 boeken mee. Meestal lukt het me ook om ze dan allemaal te lezen. Ik lees vooral ’s avonds om me te ontspannen in plaats van altijd maar naar die tv te kijken.
Ik ben nogal snel afgeleid dus lees ik het liefst van al thrillers. Als het spannend is lukt het me beter om m’n gedachten erbij te houden. De boeken van Ruth Rendell kan ik dan ook aan iedereen aanraden. Non-fictie lees ik eigenlijk alleen maar dan vooral wanneer we van plan zijn om iets nieuws te doen, zoals een nieuwe sport of een hond kopen.

 
Jos Geysels leest:
Een goed boek, voor mij is dat een samensmelting tussen een goed verhaal, of in ieder geval een degelijke inhoud, en een mooie stijl. Vanuit mijn functie ben ik natuurlijk een literaire veelvraat, ik recenseer ook boeken, maar je weet dat het lezen in je bloed zit wanneer je veel kunt lezen zonder het ooit beu te worden.

Waar ik wel minder voor te vinden ben, is puur estheticisme. Stijl om de stijl, zoiets als wat een Jan Fabre doet, dat zegt me niks. Of althans: het doét me niets. Een boek waar ik recent nog erg van genoten heb, was Omega Minor van Paul Verhaegen, omdat dat boek een perfecte samensmelting bood van stijl en eruditie. En dan, iets verder terug, Hersenschimmen van Bernlef. Maar dat is ook een boek met een persoonlijke betekenis voor mij. Mijn eigen vader leed aan het einde van z’n leven aan Alzheimer. De beschrijvingen van Bernlef in dat boek, vanuit het standpunt van de Alzheimerpatiënt zelf, zitten helemaal goed. De schrijver gaf daar perfect weer hoe die ziekte werkt, en als je het dan zelf hebt meegemaakt...

 
Dirk Goris leest:
Ik kan overal lezen: favoriete leeshoekjes heb ik niet echt. Het liefst van al lees ik reisverhalen over bestemmingen in Ierland of Zuid-Amerika. Die lees ik dan voor de vakantie en daarna trek ik er zelf naartoe – vooral naar Ierland dan. Ik haal mijn boeken praktisch altijd in de bibliotheek. Favoriete schrijvers heb ik niet echt, vooral ook omdat ik niet zo vaak romans lees. Het gebeurt wel dat ik een reisverhaal herlees, maar meestal ga ik stukken opnieuw lezen. In de Trotter-reisgidsen, bijvoorbeeld. Dat vind ik heel erg handige boeken. Om zelf iets te schrijven – reisverhalen of romans – heb ik echt geen aanleg. Daar ga ik me dus niet aan wagen.

 
Gerben Gysels leest:
Ik vind het heel leuk om te lezen op de trein. Dan ga ik helemaal mee in het verhaal en ben ik volledig afgesloten van de buitenwereld. Maar ik lees niet enkel op de trein. Ik lees ook ’s avonds in bed, of als ik een keertje een springuur heb: er zit altijd wel een boek in mijn tas. Dan ga ik ergens zitten en lees ik wat. Voor mij moet het vooruitgaan als ik in een boek bezig ben. Nu ook: ik lees nu De naam van de roos van Umberto Eco en ik ben natuurlijk erg benieuwd naar de ontknoping. Eigenlijk lees ik erg uiteenlopende dingen graag. Ik heb net Zwerm, de nieuwste van Peter Verhelst gelezen en zijn sprookjesachtige stijl vind ik wel knap. Verhelst heeft bovendien iets mysterieus en dat bevalt me ook. En ja, in De naam van de roos zit natuurlijk ook wel een flinke dosis mysterie. Ik ben in feite nog niet zo lang geleden van de jeugd- naar de volwassenenliteratuur overgestapt. Ik las vroeger veel Thea Beckman en van Bart Moeyaert ben ik nog altijd fan. Ik vind het wel jammer dat boeken vrij veel geld kosten, anders zou ik er wel meer kopen. Nu ga ik vooral naar de bibliotheek, maar af en toe koop ik wel eens een pocket of zo.

 
Karin Haentjens leest:
In tegenstelling tot mijn man, ben ik een grote liefhebster van de betere roman. Annie Proulx en John Irving zijn bijvoorbeeld twee auteurs die ik met veel plezier volg. Ik hou nogal van groots opgezette verhalen, familie-epossen en dergelijke, en dat is iets waar zeker John Irving zeer sterk in is: hij volgt het leven van zijn personages praktisch van begin tot eind en hij weet op die manier een hele wereld tot leven te roepen waar je compleet in wordt meegesleept.

Soms lees ik ook wel eens wat luchtiger tussendoortjes, maar minder – het mogen best grote kleppers zijn. De Regels van het Cider Huis van Irving en De Verborgen Geschiedenis van Donna Tartt zijn twee absolute aanraders die iedereen ooit eens gelezen moet hebben. Ik zit toch al snel aan twee boeken per week. Dat tempo houdt ook wel in dat ik vaak naar de bibliotheek ga – het zou nogal een dure zaak worden, anders.

 
Nele Hendrickx leest:
Ik lees heel veel voor mijn werk bij Klara. Daarnaast sport ik nog wat, om een fris hoofd te houden, maar puur als ontspanning lees ik niet veel meer. Er zijn uitzonderingen: poëzie, van Anneke Brassinga bijvoorbeeld, en de policiers van San Antonio, die in de Franse onderwereld spelen. Als ik dat lees, kan ik me een paar uur laten gaan.
De voorbije zomer maakte ik veel reclame voor Een Frans leven van Jean-Paul Dubois, omdat ik me bij het lezen daarvan soms betrapt voelde. Het is zo geschreven dat het je dicht op de huid komt te zitten. Hij heeft dingen gevat en opgetekend, die ik nog niet vaak gelezen heb. Dingen die je rond je en in je eigen leven ziet gebeuren en waar je nog veel vragen bij hebt. Hij doet je meer mogelijkheden zien, zonder dat je zeker weet of al die mogelijkheden je wel aanstaan.

Romans zijn niet per definitie autobiografisch, maar goede boeken zorgen er wel voor dat je de auteur als individu leert kennen. Je gaat voelen waarom ze iets geschreven hebben. Dat maakt van lezen een heel persoonlijke, soms zelfs intieme, ervaring.

Mijn boeken ...
 
Friedel Herbosch leest:


Mijn boeken ...
 
Marc Hespel leest:
Ik ben een kinesist, en dat wil zeggendat ik weinig tijd overhoud om te lezen. Als ik dan toch lees, dan zijn het meestal medische boeken. Werken over de alternatieve geneeskunde, iets waar ik erg mee bezig ben. Alles wat met gezondheid te maken heeft, boeit mij wel. Voor de rest heb ik altijd weinig gelezen. Destijds heb ik wel wat boekjes van Simenon gelezen, maar voor de rest ben ik eerder iemand die veel sport en fysiek bezig is. Met twee jobs is het ook moeilijk om daar de tijd voor vrij te maken.

 
Ilse Heyvaert leest:
Ik lees graag, als ik tijd heb en tegenwoordig heb ik wel veel schoolwerk, dus eigenlijk is dat bijna uitsluitend in de vakantie. Toen ik klein was las ik heel veel en ik lees daardoor nog altijd veel jeugdboeken. Dirk Bracke is zo één van die jeugdschrijvers waar ik nog altijd van hou. Hij is gewoon heel goed en er zijn ook heel veel volwassenen die zijn boeken lezen, dus misschien is het al geen echte jeugdliteratuur meer. De romans van Dirk Bracke zijn soms wel hard, maar ze zijn gebaseerd op realistische en actuele situaties en dat vind ik er zo goed aan. Voor mij zijn die situaties nu niet noodzakelijk herkenbaar, maar het is wel altijd intrigerend, da’s het belangrijkste.
Blauw is bitter vind ik één van zijn beste boeken. Ik koop mijn boeken wel. Ten eerste omdat ik een goed boek graag opnieuw lees en ten tweede omdat mijn vader lid is van het Davidsfonds – er is dus ook wel zachte dwang bij. Een boek opnieuw lezen is net zo interessant als de eerste keer. Je let op andere dingen en soms ga je zaken ook anders zien, wat toch voor een aanzienlijke meerwaarde zorgt. Ik heb trouwens nog nooit mijn mening moeten herzien bij het herlezen van een boek: mijn smaak is dus nog ongeveer dezelfde als een paar jaar geleden.

 
Iulius Hondrila leest:
Ik ben momenteel mijn proefschrift aan het schrijven, over negentiende eeuwse Britse literatuur: hoe Oost-Europa wordt vertegenwoordigd in die periode. Vandaar dat ik Sense of Clerical Life van George Eliot zit te lezen. Dat soort literatuur heeft me altijd al aangesproken. Wanneer ik boeken ga kopen, let ik vooral op de namen van auteurs, en niet zo op populaire titels of trends. Het beste boek ooit geschreven is waarschijnlijk ‘Ulysses’: geen lichte kost, maar je haalt er heel wat uit.

James Joyce, Henry James... Dàt zijn de grote mannen. Ik hou ervan om met een open geest een boek in te kunnen stappen en niet te weten wat ik zal tegenkomen.

 
Fee Hoste leest:
Een boek per maand is mijn minimum. Doordat we op school een actie doen met de Inktaap, moet ik regelmatig extra boeken lezen. Voor heel wat studenten is dat een probleem, maar voor mij niet. Een boek biedt ontspanning en geeft nieuwe inzichten. Een voorbeeld is Le petit prince van Antoine de St-Exupéry.

Ik kijk niet naar de naam van de auteur, maar laat me leiden door het kaft of door tips van vrienden. Een uitzondering daarop is Waris Dirie. Ik heb net een tweede boek van haar gekocht, Onze verborgen tranen, omdat ik haar schrijfstijl en thematiek zo boeiend vind. Inhoud is voor mij heel belangrijk. Ik wil me kunnen inleven in andere personages en maatschappelijke situaties. In Slaap van Annelies Verbeke ging dat heel goed. Ze schrijft vlot en de symboliek van haar woorden is prachtig. Een echte aanrader!

 
Christophe Houtmeyers leest:
Normaal gezien zal je me niet zo snel met een boek op de trein betrappen. Ik lees meestal voor of na de lessen mijn cursus nog eens door. Een écht boek lezen doe ik eigenlijk liever op de sofa of in bed. Ik val dan meestal wel in slaap. Ontspannend is het dus wel, hè!

Ik ben momenteel Zwarte tranen van Tom Lanoye aan het lezen, het tweede deel van de trilogie. Het is al een tijdje geleden dat ik Het Goddelijke monster, de voorganger van dit boek gelezen heb maar blijkbaar herinner ik me toch nog veel van het verhaal. Dat is voor mij altijd een bewijs dat ik het een goed boek vind. De verhalen die ik niet zo goed vond, vergeet ik veel sneller.

Ik hou van boeken waarin het plot ingewikkeld is. Voor films geldt net hetzelfde: het is altijd leuker als je het einde niet kan voorspellen!

 
Liesbeth Jacobs leest:
Met een goed boek in bed kruipen is de leukste dagafsluiter. Ik blijf wel recht zitten, want anders val ik te snel in slaap. Met Harry Potter gebeurt dat echter niet. Ik kan maar niet genoeg krijgen van die boeken en heb ze dan ook allemaal al in beide talen gelezen. Zo train ik ineens mijn Engels. Het werk van Tess Gerritsen kan me ook echt boeien. Het zijn medische thrillers die je op het puntje van je stoel doen zitten.
Ik heb mezelf altijd beloofd dat ik mijn eerste jaar op kot (volgend jaar, dus) een boek zou schrijven. Elke dag zou ik dan één pagina maken over de psyché van de ‘WC-madam’. Het fascineert me te zien hoe zij mensen bekijken en doorgronden. Daarnaast is het natuurlijk een ontzettend origineel thema, niet?

 
Pelle Jacobs leest:
Net als mama ben ik wel een beetje een boekenworm, vooral als de gameboy niet in de buurt is. Het liefst ga ik dan met mijn boek in het bed in de woonkamer hangen of liggen. In de bibliotheek laat ik me leiden door de kaft van het boek: welke tekening is leuk, welke titel spreekt me aan en welke schrijver ken ik al. Natuurlijk kom ik zo terecht bij Harry Potter. Ik ben een grote fan en heb de meeste boeken zelfs al meerdere malen gelezen. Maar ik lees ook heel erg graag informatieve boekjes over chemie, ridders, Grieken, enzovoort. Het mooiste boek dat ik ooit heb gelezen is Koning van Katoren, van Jan Terlouw. Spannend, historisch, triestig, vrolijk, het heeft het allemaal. Ik zou zelf geen boek willen schrijven. Dat duurt te lang en het is zo saai. Laat mij maar lezen.

 
Gerrit Janssens leest:
Voel ik druk om steeds meer boeken te lezen? Er zijn maanden dat ik enkele boeken achter elkaar uitlees en er zijn maanden dat ik amper iets lees. Dat vind ik niet erg. Je moet jezelf niet dwingen. Ik heb laatst een boekje gevonden, So many books van Gabriel Zaid. Hij zegt dat je echte lezers onderscheidt van de andere, door de boekenkasten in hun huis, die volstaan met boeken die ze nooit zullen lezen. Daar spreekt inderdaad wel een soort manie uit. Weet je, het feit alleen al dat je boeken hebt, is veelzeggend. Dat je die dingen wil bewaren, in de vage veronderstelling dat ze ooit nog eens van pas zullen komen. Eerlijk, hoe groot is de kans daarop?

Dat ik de laatste jaren graag strips lees, is te danken aan Joe Sacco. Die heeft mij getoond dat je wel degelijk informatie in een comic kan verwerken. Sacco doet verslag vanuit oorlogsgebieden op een manier die je in de traditionele media niet zal aantreffen. Die persoonlijke ervaring ter plekke zorgt voor een grote emotionele gelaagdheid in zijn tekeningen. Sommige mensen denken nog altijd dat strips geen emotionele diepgang kunnen hebben. Ik kwam laatst iemand tegen die zei dat hij Een deken van sneeuw van Craig Thompson had gekocht en hij rekende erop dat snel uit te lezen, “want het was toch een strip”. Dat leest dus ab-so-luut niet snel! Je moet die prenten laten inwerken. Niet alle strips zijn gemakkelijke pulp. En niet alle boeken zijn literatuur.

Mijn boeken ...
 
Marlies Jongsma leest:
Ik ben een boekenwurm van de hoogste plank. In een leesperiode kan ik wel een roman per dag lezen. Tot nu toe kocht ik vooral mijn boeken, maar mijn man en ik hebben net nog gezegd dat we meer naar de bibliotheek zouden moeten gaan, enkel al om het plaatsgebrek.

Mijn lievelingsboek is nog steeds In de naam van de roos van Umberto Eco. Hij is een geweldige schrijver en elk boek van hem krijgt extra aandacht van mij. Zo heb ik De slinger van Foucault in Parijs gelezen, om te kunnen zien waar alles zich precies afspeelde en om nog meer voeling te krijgen met het verhaal.

Toen ik nog een kind was, las ik Daniel Defoe’s Robinson Crusoe en dat heeft mijn leven echt beïnvloed. Robinson kon zich redden in de vreselijke situaties, zonder zichzelf te verloochenen. Wat een wilskracht. Ook Gullivers reizen van Jonathan Swift zal ik nooit vergeten. Mijn vader had vroeger een dorpsbibliotheek, waar hij ook enkele boeken verkocht. Ik was helemaal verliefd op een mooie versie van Gullivers reizen en stak het steeds weg, zodat andere klanten het niet konden kopen. Natuurlijk had mijn papa het door en als verrassing gaf hij het me voor Sinterklaas. Ik was dolgelukkig!

Ik zou eindeloos kunnen voortgaan over boeken en heb nog zoveel leestips: van Le Petit Prince tot alles van Kahlil Gibran, van strips tot kunstgeschiedenis, van de jeugdboeken van Roald Dahl (De Heksen) en Thea Beckman tot de historische romans van Jeanne Bourin. Van lezen krijg ik nooit genoeg

 
An Joos leest:
Ik ben nu aan het lezen in Overdracht van ondernemingen van Marc De Muynck e.a. Ik studeer licenciaat handelswetenschappen in Brussel. Dit boek lees ik voor mijn eindwerk, waarin ik een case i.v.m. eigendomsovedracht van een bepaald kantoor moet oplossen. Het boek is vrij theoretisch, maar het leest vlotter dan veel andere boeken met fiscale thema's.

Ik lees heel graag drama-boeken, ik ben dan ook zelf vrij emotioneel aangelegd. Ook filosofische boeken behoren tot mijn favoriete genre, want je stuit er vaak op levenswijsheden en daar zit altijd wel iets interessants achter. Soms lees ik ook actie, maar enkel als het echt spannende boeken zijn. Mijn favoriete leesplek is mijn kamer. Daar staat een heel dikke zetel, die ik vorig jaar gekocht heb en als ik daarin zit, dan kom ik er voor een hele tijd niet meer uit. Ook van lezen in de natuur kan ik best genieten, in een park bijvoorbeeld. En natuurlijk op rustige momenten ook in de trein. Ik vind het leuk dat daar toch iets lawaai is, maar dat je er toch individueel kan zitten lezen.

 
Julie Joossen leest:
Je treft me net nu ik een ietwat ongebruikelijk boek aan het lezen ben. Nuja, “ongebruikelijk” omdat het een keer een non-fictie werk is, terwijl ik gewoonlijk romans lees. Onrust in de Onderbuik werd geschreven door Marleen Temmerman, een gynaecologe aan het UZ van Gent, en gaat vooral over tienerzwangerschappen, SOA’s en dergelijke. Het boek was een cadeau, maar het is razend interessant.

Maar zoals ik al zei, gewoonlijk lees ik romans: Isabel Allende is een favoriete, en ook Donna Tartt met De Verborgen Geschiedenis. Het voornaamste voor die romans, is dat ze goed geschreven zijn. Die boeken moeten verslavend werken, met liefst een goed verhaal, maar vooral een boeiende schrijfstijl.

 
Gabrielle Kellerman leest:
Vorig jaar heb ik het eens geteld, en toen had ik 38 boeken gelezen. Ik lees alle soorten boeken en op alle mogelijke plaatsen, in bed, in de sauna, op de luchthaven. Ik kan wel niet alle dagen lezen, aangezien ik minimum een uur nodig heb om te lezen. Anders vind ik het te kort en begin ik er zelfs niet aan.

Ik hou echt van lezen omdat het een andere wereld oproept, het opent een andere toegangsweg tot kennis of tot een fantasiewereld. Voor de keuze van boeken laat ik me leiden door mijn intuïtie, door tips van vrienden of door het literatuurprogramma ‘Literaturen’ op Duitsland. Als ik een boek zeer goed vind, koop ik ook alle andere boeken van die schrijver. Ik koop enorm veel boeken, maar ik geef ze ook allemaal weer weg. Ik wil boeken geen tweede keer lezen, daar heb ik de tijd niet voor, dus geef ik ze liever weg. De enige uitzondering is Undaunted Courage van Lewis and Clarck. Dat is echt een ode aan alles en het enige boek dat ik blijf herlezen.

 
Karin Kustermans leest:
Ik lees vooral kinder- en jeugdromans, maar ook meer filosofische boeken. De Vlaamse jeugdliteratuur doet het internationaal nog altijd goed, hoewel we ons imago vandaag vooral te danken hebben aan onze illustratoren. De opvolging van onze grote auteurs is niet verzekerd. Een Pieter Gaudesaboos is toch in de eerste plaats visueel bezig.
Ik ben een boekenkoper en ik schrijf graag over de boeken die ik goed vind. Boeken kraken doe ik niet graag. Ik wil enthousiasme overbrengen en goede boeken aanbevelen. Ik merk dat veel mensen hun weg niet vinden in het boekenaanbod. Je moet er voor in de boekhandel geraken en dan begint het nog maar, hè?
Misschien wisten zij alles van Toon Tellegen is misschien het boek waarmee mijn liefde voor literatuur begonnen is. Het leerde mij dat lezen meer is dan een verhaal consumeren, dat het ook gaat over de manier waarop iets je verteld wordt. Dit boek kwam voor mij na het tijdperk van de Thea Beckmans en de Jan Terlouws, die in de eerste plaats verhalen vertellen. Schrijft Toon Tellegen jeugdliteratuur? De twijfelboeken waarvan mensen zeggen dat het geen jeugdliteratuur is, zijn vaak de beste. Jeudboeken kunnen ook literair zijn. Als je daarvan uitgaat, is die leeftijdskwestie niet belangrijk meer.

Mijn boeken ...
 
Ilse Kuypers leest:
De vakantieperiode is voor mij de leesperiode bij uitstek. Er zitten toch altijd een paar verschillende boeken in mijn reiskoffer. Tijdens het jaar ben ik dan weer niet zo’n groot leesbeest. Voor mij betekent lezen pure ontspanning en het aanscherpen van mijn fantasie. Ik hou vooral van de klassieke namen, zoals Umberto Eco bijvoorbeeld en, niet te vergeten: Franz Kafka. Mijn lievelingsboek is De as van mijn moeder van Frank McCourt: dat is echt een geweldig mooi boek. Het is hedendaags en pakkend, maar op gezette tijdstippen ook wel ludiek. Ik heb er heel erg van genoten.

 
Cedric Labeau leest:
Het boek dat ik lees, heet De voetbalmaffia en de auteur is David Yellop. Het gaat over hoe alles draait in en rond de FIFA. Het boek is informatief, maar er zit ook wel degelijk een verhaal in. Ik studeer sportmanagement en ik ben dan ook geïnteresseerd in dat soort dingen. Het boek dat me het meest is bijgebleven, is eigenlijk een jeugdboek: De Malteser erfenis van Anthony Horrowitz. Het was zo spannend, grappig en goed geschreven dat ik het heel snel uit had. Ik lees het liefst een boek als ik in bad zit. Daar komt tenminste niemand je storen. Je moet natuurlijk wel opletten dat je boek niet in het water valt, maar dat is me gelukkig nog niet overkomen. Ook op de trein op weg naar school lees ik vaak, dat is dan ofwel de Metro ofwel een boek.

 
Elke Laenens leest:
Ik lees nu Harry Potter en de orde van de feniks. Ik heb alle boeken van Harry Potter al gelezen en ik vind ze geweldig. Volgende maand ligt het nieuwe boek in de winkel, daar kijk ik dan ook naar uit. Ik lees ook heel graag boeken van hedendaagse Amerikaanse schrijvers, velen hebben een bepaalde stijl die me wel bevalt. Af en toe lees ik thuis, maar voornamelijk op de trein. Je moet je ervoor kunnen afsluiten van de buitenwereld, maar dat lukt me best. Soms komt het ook voor dat er iemand naast je zit die een boek leest dat ik ook heb gelezen en dan durft daar wel eens een gesprek over ontstaan.

 
Sven Laevers leest:
Ik studeer autotechnologie, dus als ik boeken lees, dan zijn het dikwijls werken over wagens: modellen van vroeger en tegenwoordig, hoe ze in elkaar zitten en werken... Fascinerend. Wat romans betreft, heb ik het vaak moeilijk om beelden te vormen bij de woorden die ik lees. Eén van de romans die ik wel heb gelezen, is bijvoorbeeld Jurassic Park van Michael Crichton – nadat ik de film had gezien. Op die manier wordt het dan ook makkelijker om jezelf gezichten voor te stellen bij de personages die beschreven worden, beelden bij de situaties. Nu heb ik net twee romans van Dan Brown gekocht, dus misschien dat dat dan wel een aanzet vormt om meer fictie te gaan lezen.

 
Elke Lambrechts leest:
Ik zit – net als vele andere mensen – elke dag op de trein. Als ik dan alleen ben is lezen perfect om de tijd sneller voorbij te doen gaan. Kunnen jullie niet zorgen voor een minibibliotheek in de trein? Met boeken als de Da Vinci Code van Dan Brown, want dat kon ik geen seconde opzij leggen, terwijl me dat niet vaak overkomt. Nu ben ik Kloon van Robin Cook aan het lezen. Het is een thriller die me extra interesseert omdat het over de medische wereld gaat en ik zelf medische assistent ben. Ik heb het liefst boeken die ontspannend zijn, maar waarvan je toch iets bijleert. Door de invloed van mijn vriend, een echte boekenworm, lees ik zelf ook steeds meer.

 
Maaike Lauwaert leest:
Ik heb altijd al veel gelezen, al van toen ik klein was. Ik kon maar laat lezen, maar van zodra ik kon lezen ben ik veel beginnen lezen en dat doe ik nog altijd. Ik lees elke dag, ongeveer 1 à 2 boeken per week. Voor mij is het de enige manier waarop ik me echt kan ontspannen. Boeken geven me een rust die ik nergens anders vind, aan televisie erger ik me zelfs.

Voor mijn werk moet ik veel non-fictie lezen maar voor het plezier lees ik veel liever fictie, meestal engelstalige romans. Mijn voorkeur gaat eerder uit naar boeken die zich nu afspelen, liever geen historische romans of sciencefiction. Het liefst lees ik boeken die gaan over kleine en grotere menselijke problemen en familiale moeilijkheden. Zo heb ik What I loved van Siri Hustvedt zeer graag gelezen. Dat boek gaat echt over familiale moeilijkheden en over de vraag hoe het precies is om in deze tijd te leven.

Naar de bibliotheek ga ik niet, ik hou ervan om mijn boeken zelf te kopen en te hebben. Af en toe verkoop ik er wel eens een deel als ik geld nodig heb, maar dat zijn dan de boeken die ik zelf minder goed vond.

 
Carine Lauwers leest:
Ik lees verschillende boeken tegelijk. Er ligt er altijd één op mijn nachtkastje en dan is er gewoonlijk nog een boek of twee waar ik me overdag mee bezig houd. Ik ben nu bezig in De Uitgeslotenen van Elfriede Jelinek, die trouwens onlangs de Nobelprijs voor literatuur heeft gewonnen.

Het boek gaat over Oostenrijkse jongeren in de jaren vijftig die geen blijf met zichzelf weten en uiteindelijk geweld gebruiken om de verveling te doorbreken. Wanneer ik een boek lees, zoek ik altijd naar een mooie samenloop van inhoud en vorm.
Een detective kan dan wel een slim verhaaltje hebben, maar dat soort boeken zijn niet echt iets voor mij – omdat je op voorhand al wel weet hoe het boek in principe zal verlopen. En ik lees graag romans waarvan ik dat niet weet, die me verrassen met hun structuur en stijl. Dat vind ik bij schrijvers als Jeanette Winterson, met Lighthousekeeping, Jonathan Coe met zoveel mooie werken en, van bij ons, Peter Verhelst. Zijn nieuwste, Zwerm, ligt nu te wachten om gelezen te worden.

 
Kris Lauwerys leest:
Ik heb voor Metro onder meer een paar boeken uit het voormalige Oostblok besproken. Ik ben heel toevallig op die boeken gestoten en heb er meer en meer gezocht. De idee van de DDR-literatuur, die als uithangbord van een ideologie dient en daarna gecensureerd wordt omdat het uithangbord niet meer klopt met wat de ideologen willen zien, vind ik heel fascinerend én tragisch. Literatuur onder de dictatuur is voor een deel politiek: ofwel wordt ze ingeschakeld, ofwel wordt ze (tegen haar wil) als oppositie gezien.

Ik koop heel veel, maar vaak miskleunen. Ik zoek dan ook heel specifieke boeken: boeken die mij aanspreken omwille van een bijzondere stijl bijvoorbeeld. Maar ook klassiekers als De tijgerkat van G. Tomasi di Lampedusa bijvoorbeeld. Dat kan je lezen als de beschrijving van een sociologisch overgangsmoment, maar het hoofdpersonage treurt toch vooral om schoonheid, niet om een tijd, die verdwenen is. Schoonheid en melancholie, prachtige thema's, toch?

Mijn boeken ...
 
Uli Lenart leest:
Ik las als laatste boek The man who fell in love with the moon van Tom Spanbauer. In onze boekhandel Gay’s the word vind je natuurlijk gay-boeken die je zogenaamd gelezen móet hebben zoals The line of beauty van Hollinghurst. Ik kies echter altijd boeken in de marge die iets heel speciaals hebben. The man who fell in love with the moon is prachtig geschreven, heeft een fantastische stijl, zit vol mythologie, bevat de thema’s van sexualiteit en identiteit maar is zeker geen mainstream gay-boek. Je weet wel, een grote sterke man krijgt een identiteitscrisis…

 
Steven Lenssen leest:
Ik krijg heel graag boeken, vooral de nieuwste, die je nog niet in de bibliotheek kunt vinden. Op dit moment ben ik in een ‘Geeraerts’ periode. Ik heb al drie van zijn boeken gelezen en vind dat hij een leuke schrijfstijl heeft. Daarnaast zijn de verhalen meestal spannend en dat trekt me wel aan. Er zullen dus nog wel enkele boeken van hem volgen.

Als kind las ik vaak Roald Dahl. In The Wish, één van zijn kortverhalen, verzint een jongetje dat de zwarte vlekken op het tapijt slangen zijn, en de rode hete kolen. Mijn oma had een tapijt met dezelfde kleuren erin en sindsdien durfde ik niet meer op de zwarte of rode kleurvlakken te lopen.

 
Lut Lesselle leest:
Ik ben iemand die verschillende boeken tegelijk leest. Ik ga graag op reis, en dus heb ik altijd wel een paar reisgidsen liggen, zodat ik op voorhand al wat informatie heb over landen die ik zelf wil bezoeken. En dan daarbuiten ben ik altijd wel bezig in een ander boek: momenteel is dat een detective van Agatha Christie, maar pin me daar alsjeblieft niet op vast, want die lees ik anders zelden of nooit.

Ik hou van boeken die me een blik gunnen op andere culturen, boeken die meer te betekenen hebben dan enkel een leuk verhaaltje. Ik hou van het gevoel dat een boek me iets heeft kunnen bijleren, of dat ik via een boek een onderwerp heb leren kennen waar ik achteraf nog meer over te weten kan komen. Ik schrijf zelf trouwens kortverhalen, gewoon voor het plezier. Of iemand dat nu leest of niet, maakt niet eens zoveel uit, ik vind het schrijfproces zelf gewoon fantastisch.

 
Kristof Leysele leest:
Het grootste deel van mijn tijd breng ik op de trein door; Ik ben treinbestuurder van beroep. Als ik van mijn eindbestemming naar huis reis, lees ik altijd een boek. Ik zit dan nog wel op mijn werkplek maar lezen is dan een welkome afleiding.
Ik ben net in Het Bernini-mysterie van Dan Brown begonnen. Een populaire schrijver tegenwoordig maar ik heb toch een tijdje moeten wachten: ik wilde per se de geïllustreerde editie kopen. Ik vind het handiger om te zien wat er precies beschreven wordt. Als dit boek even goed is als zijn de Da Vinci-code, dan kan het voor mij niet meer stuk. Spanning en humor zijn voor mij steevast de basisingrediënten voor een goed boek.

 
Tilda Limbos leest:
Ik lees heel veel en ik lees alles. Ik ben gewoonlijk in tien boeken tegelijk bezig. Ik lees graag romans en gedichten, maar ook werken over wetenschap en geschiedenis en dat mag zowel in het Nederlands zijn als in het Frans, Engels of Spaans. Proust lees ik echt graag. Ik heb nu A la recherche du temps perdu herlezen en ik vind het echt mooi, terwijl ik het in mijn studietijd verschrikkelijk saai vond. Maar de beschrijving van dat milieu en de meesterlijke analyse van de gedachtegangen van de personages zijn echt heel bijzonder. Ik heb mijn leerlingen ook de beroemde theescène voorgeschoteld en dat vonden ze wel interessant. In het Engels lees ik graag detectives. Zo is er een reeks van Alexander McCall Smith over een vrouwelijke detective in Afrika die ik heel goed vind. Het eerste deel heet The No. 1 Ladies’ Detective Agency en het is heel boeiend omwille van de andere mentaliteit die erin naar voren komt.

Maar ik lees ook graag non-fictie, zoals momenteel de filosofieboeken van De Morgen. De boeken van Stephen Hawking vind ik altijd wel interessant en ook het boek Les manuscrits over de eeuwenoude bijbelteksten die men in Qumran gevonden heeft vind ik heel fascinerend. Die wetenschappelijke boeken koop ik doorgaans wel, maar thrillers lees ik maar één keer, dus die ga ik in de bibliotheek halen. In onze bibliotheek mogen de lezers ook suggesties doen voor de uitbreiding van de collectie. Dat vind ik wel een erg goede service: zo koopt de bibliotheek in wat men graag leest.

 
Marc Maes leest:
Ik lees momenteel "Tagebücher 1935 - 1336" van Victor Klemperer. Dit is een heel interessant boek. Klemperer was een Duitse joodse professor die tijdens de Tweede Wereldoorlog een dagboek bijhield. Het is zo fascinerend omdat het een goed beeld geeft van de tijd van het nazisme. Ik lees heel veel boeken over de oorlog, ik heb er zelf ook over geschreven. Andere favoriete boeken zijn My home is far away van Dawn Pawell en The man who loved children van Christina Stead. Ook de boeken van John Burnes, Anita Brookner en Maurice Sachs kunnen me bekoren.

Ik lees geregeld op de trein, gewoon om op een deftige manier je tijd door te brengen. Soms is het wel lastig om gestoord te worden door GSM's. In Nederland hebben ze tegenwoordig afzonderlijjke coupés waar je verplicht bent om stil te zijn zodat mensen er kunnen werken en lezen. Ik denk dat dit voor hier ook geen slecht idee zou zijn.

 
Stéphane Malfettes leest:
Ik kom helemaal vanuit Lille om in Antwerpen tijdens De Nachten te genieten van experimentele Belgische muziek. Maarik heb ook een hart voor literatuur. Ik las net Owen Noone and the Marauder van de Amerikaanse auteur Douglas Cowie. Het boek gaat over een rock-band die bestaat uit twee gitaristen. De auteur vertelt over roem en vriendschap en hoe de personages daar mee omgaan: enorm interessant. Dit boek is voor mij het grootste bewijs dat literatuur rock ‘n roll is.

 
Dennis Mariën leest:
Ik neem twee keer per week de trein, van thuis naar mijn kot en weer terug. Meestal heb ik dan een boek bij me dat de reis wat korter maakt, maar toch lees ik liefst gewoon op mijn bureaustoel. Ik ben nu bezig in Anna Karenina van Leo Tolstoj, maar mijn favoriet is nog steeds De Zevensprong van Tonke Dragt, een ontzettend goede jeugdboekenschrijfster. Het is een spannend en fantasierijk boek dat veel indruk op me heeft gemaakt.

Boeken zijn voor mij een welkome afwisseling met de televisieprogramma’s die we steeds voorgeschoteld krijgen. Daarom lees ik vrij veel: een drietal boeken per maand.

 
Peter Marnef leest:
Ja, ik vind wel van mezelf dat ik veel lees. Nog steeds te weinig, natuurlijk, maar redelijk veel. Romans vooral, en jeugdboeken. Maar dat laatste doe ik vooral voor m’n werk. Ik ben leerkracht in een lagere school, dus moet je zo’n beetje in het oog houden wat er allemaal verschijnt op dat gebied. Zo heb ik onlangs het boek Waarom Een Buitenboordmotor Zo Eenzaam Is gelezen, een jeugdboek over de Nederlandse taal, waarin veel gepraat wordt over etymologie. Dat vond ik echt fantastisch. Voor mijn plezier lees ik ook vaak non-fictie, en dan vooral werken over de geschiedenis van Antwerpen. Ik vind het fascinerend om te weten te komen hoe mensen vroeger leefden en hoe de stad er toen uitzag. Als ik ooit een boek schrijf, dan zal het zoiets worden als De Da Vinci Code maar dan in oud Antwerpen: echte historische figuren tegen een echte historische achtergrond, maar dan wel een fictieve plot daarrond spinnen. Ik loop al lang met dat idee rond. Als het dan even succesvol wordt als ‘Da Vinci’...

 
Timothy Martinez Ferrez leest:
Normaal gezien ga ik vooral boeken uit de bibliotheek halen – als scholier heb ik niet meteen het budget om dikwijls de winkel binnen te springen en daar een stapel boeken mee te nemen. Dan lees ik vooral fantasy: Tolkien met The Lord of the Rings, en ook Douglas Adams met The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy – echt hilarisch. Maar nu tref je me op een moment dat ik even niets meer had liggen, en dan ben ik op aanraden van m’n ouders maar begonnen in een boek dat zij hadden liggen: Atlantis Ontdekt van Clive Cussler, een avonturenroman. Niet slecht, maar ik hou toch meer van betoverende verhalen, verhalen die je helemaal weghalen uit de realiteit.

 
François Masschaele leest:
Dit boek heet Natuurkunde voor wetenschap en techniek en is geschreven door Douglas C. Giancoli. Mijn hobby is sterrenkunde en ik lees er dan ook heel veel over. Al vier jaar ben ik hiermee bezig, sinds mijn pensioen eigenlijk. Daarvoor had ik er geen tijd voor. Ik volg nu ook lessen sterrenkunde aan de VUB. Vroeger las ik ook wel romans, maar tegenwoordig minder. Ik lees thuis elke avond ongeveer twee uurtjes en op de trein ook minimum twee maal per week, onderweg naar de lessen.

 
Jan Meijer leest:
Ik hou echt van mooie verhalen. Ik lees dus ook graag romans, en ik lees ook tamelijk veel. Ik heb dat nodig om mij te ontspannen. Gemiddeld lees ik een boek uit op twee weken, maar ik lees ook altijd verschillende boeken door elkaar.

Waar ik lees is minder belangrijk, zolang het maar een goed verhaal is. Van thrillers en detectives ben ik niet zo’n fan. Verhalen van Borges vond ik echt prachtig, dat boek slaagt erin om een hele andere wereld op te roepen. Eens een boek daarin slaagt, dan weet je dat je een goed boek vasthebt!

 
Marie-Rose Mertens leest:
Toen ik van huis ging, heb ik een oude zetel meegenomen, en die gebruik ik nu nog om in te lezen. En ik ben ook dikwijls onderweg met de trein, dus daar heb ik ook steeds een boek bij. Lezen moet voor mij ontspannend zijn. In de praktijk betekent dat vooral dat ik veel thrillers lees; zo ben ik momenteel bezig in een boek van de serie ‘24’ – die boeken vertellen een verhaal dat nog niet verfilmd is, ze hebben een nieuwe intrige verzonnen voor de romans.

Gewoonlijk lees ik op goed geluk: ik bekijk de achterflap en als de korte inhoud me aanstaat, koop ik het boek. Het belangrijkste is dat er een meeslepend verhaal inzit. Als dat me pakt, kan ik voor de rest desnoods veel door de vingers zien, inclusief een zwakkere schrijfstijl. Het moet me boeien. Zelf schrijf ik soms ook wel wat – gewoon voor mezelf, over dingen die me overkomen, over reizen die ik maak. Persoonlijke ervaringen. Dat is een mooie manier om alles eens op een rijtje te zetten.

 
Nathalie Meskens leest:
Voor mij betekent lezen een verrijking voor je taal, voor je geest en voor je fantasie, maar het is natuurlijk ook gewoon ontspannend. Ik lees vooral tijdens mijn vakanties; tijdens het jaar lees ik ongeveer één boek per maand. Ik neem mijn boek ook vaak mee naar de wc: dan gebeurt het wel eens dat ik er een beetje langer zit dan strikt noodzakelijk is.

Paul Auster is zeker één van mijn favorieten, maar ook de grote klassiekers kunnen mij bekoren, zoals Camus en de grote filosofen. Soms herlees ik wel eens een boek, maar dat is eerder uitzonderlijk. Er zijn ook nog zoveel goeie dingen die ik nog moet lezen! Zijde van Alessandro Baricco heb ik wel herlezen, een aantal keren zelfs. Het is een nogal dun boekje, honderd vijftig bladzijden of zoiets, maar het verhaal is zo ontzettend mooi: ik heb het opnieuw en opnieuw en opnieuw gelezen.

Een roman zie ik mezelf nog niet direct schrijven, maar als je met theater bezig bent, ga je natuurlijk wel redelijk bewust met teksten om. Je komt dan wel regelmatig interessante ideeën tegen, en wie weet doe ik daar ooit wel iets mee: een monoloog of iets in die richting. Vroeger was ik trouwens ook al bezig met tekst, maar dan vooral in verband met muziek

 
Linda Michiels leest:
Ik lees eigenlijk bitter weinig en romans lees ik al helemaal zelden. Gedichten lees ik wel en voor de rest doe ik eigenlijk heel veel aan ‘functioneel lezen’: als ik ergens iets over moet weten, ga ik op zoek naar een boek over dat onderwerp. Zo lees ik vrij veel boeken over psychologie en ook wel over planten. Mijn hobby is namelijk tuinaanleg en daarom verdiep ik me graag in die boeken. Momenteel ben ik aan het werken in mijn huis, dus lees ik veel over het verbouwen van huizen. Ik lees ook graag tussen de planten, gezellig in mijn daktuintje, maar in bed voor het slapengaan een hoofdstukje lezen vind ik ook erg prettig.

Als ik dan toch eens een roman lees, dan zijn het gewoonlijk psychologische romans. Ik kan momenteel niet echt op een titel of een auteur komen, maar dat is wel mijn favoriete genre. Ik kan erg opgaan in een boek, zoals ik dat ook kan hebben met goeie films. Ik ben schilderes en ik schrijf ook geregeld poëzie. Mensen zeggen me wel eens dat ik mijn gedichten zou moeten uitgeven, maar ik weet niet of ik daar wel zin in heb. Ik heb wel ooit een keer kleine boekjes gemaakt die bij mijn schilderijen hoorden en dat projectje had wel vrij veel succes. Zoiets voegt ook altijd iets extra’s toe aan een tentoonstelling, vind ik. Mijn gedichten hebben ook ongeveer dezelfde thema’s als mijn schilderijen. Het gaat vaak over emoties, en over de vragen waar een mens mee zit. Dat zijn zo de dingen die mij bezighouden.

 
Silvie Moors leest:
Het is wat vreemd, maar mijn boekenliefde is begonnen met De dolle tweeling van Enid Blyton. We hadden thuis geen boeken, maar de verzekeringsagent van mijn ouders had kinderen die veel ouder waren dan ik en mijn zussen, en zij hadden thuis allerlei omnibussen, van De dolle tweeling, Marijke, enz. Wij kregen die afdankertjes en ik heb die stukgelezen, echt waar. Die boeken zijn pure nostalgie. Ik heb één keer geprobeerd om er een paar te herlezen, enkele jaren geleden, maar dat doe ik toch niet meer. Die boeken bewaar ik in een kast als herinnering. Ze zijn verschrikkelijk, maar ik heb er wel heel erg van genoten. Daar ontdekte het leesplezier.
Koopplezier, dat is een probleem. Ik zou echt alles willen kopen wat ik wil lezen – en ik lees heel breed. Ik verzamel alles van Toon Tellegen, maar net zo goed Canetti, Thomas Mann… Ik grijp instinctief naar klassiekers: Eugenie Grandet, Madame Bovary… De “modernen”, zeker de Nederlandstalige, liggen me minder. Ik ben eens op vakantie geweest met boeken van Giphart, Grunberg, Hemmerechts en Brusselmans mee – en die vielen allemaal tegen. Vreemd. Lees ik niet graag over het nu? Je hebt leesvoorkeuren heel weinig in de hand.

Mijn leesblog

Mijn boeken ...
 
Annemie Nouwynck leest:
Mijn favoriete auteur is ongetwijfeld José Saramago. De stad der blinden is zo’n beetje het perfecte boek. Het is goed geschreven, in een mooie taal met lange, elegante zinnen en daarenboven krijg je ook nog eens een onwaarschijnlijk boeiend verhaal. Want dat vind ik wel belangrijk: een goed boek moet een goed verhaal bevatten.
Bij het lezen kom ik tot rust en het is een ideaal tijdverdrijf voor op de trein. Ik lees het liefst in mijn living, of in mijn bescheiden bibliotheek, want ik heb wel heel veel boeken: een grote kast vol. Toch ga ik ook geregeld naar de openbare bibliotheek, maar dat is dan weer voor mijn werk. Ik ben coördinator buitenschoolse opvang voor kinderen tot twaalf jaar en daarvoor ben ik eigenlijk constant op zoek naar bruikbare jeugdboeken. Daarbij heb ik wel een lichte voorkeur voor prentenboeken en die spreken zelfs de grotere kinderen aan. Wat ik belangrijk vind is het promoten van boeken. Strips vinden ze zelf wel en voor ‘echte’ boeken hebben we in de opvang niet genoeg tijd, maar met een goed gekozen prentenboek bereik je toch ook al een groot deel van de kinderen.

 
Karen Nys leest:
Sinds ik moeder ben geworden, lees ik heel wat minder dan vroeger. Spijtig, maar uiteraard heb ik dat er voor over. Gelukkig kan ik overal lezen, met lawaai of in stilte, op de bus of in de zetel. Merijntje Gijzen’s jeugd en jonge jaren van A.M. De Jong is één van de eerste boeken die ik me herinner. Het is echte heimat-literatuur en de figuren die meespeelden in het verhaal hebben mij als kind geïnspireerd.

The Power Book van Jeanette Winterson vind ik één van de beste boeken die ik gelezen heb. Het is een prachtig geschreven verhaal over lesbische vrouwen. Ik ben ook verzot op alles van jeugdschrijfster Tonke Dragt. Enkele van haar boeken worden echter niet meer uitgegeven en daar ben ik dus nog naar op zoek. Tenslotte kan ik af en toe genieten van een ‘Bouquet’. De verhalen zijn ongelooflijk cliché, maar ik zou wel eens een studie willen doen over de karakterschetsen van de personages: psychologisch klopt er helemaal niets van.

Mijn boeken ...
 
Sophie Overbergh leest:
Ik ben momenteel aan het lezen in Witte Oleander van Janet Fitch, over een tiener die een hele resem pleeggezinnen afdoet nadat zijn moeder beschuldigd wordt van moord. Vroeger las ik veel Stephen King en Dean Koontz, maar tegenwoordig is dat wat minder geworden. Stephen King is er de laastste jaren niet echt op vooruit gegaan, vind ik, en voor de rest hebben andere schrijvers zijn plaats als high profile-auteurs overgenomen. Pieter Aspe bij ons, en verder Dan Brown. Soms mag het ook wel eens wat zwaarder zijn – wat de non-fictie betreft, ga ik al snel voor de spirituele boeken van bijvoorbeeld Ingeborg en Els De Schepper. Mensen die vertellen over hun eigen leven en hoe ze proberen om positief in de wereld te staan. Soms kun je daar echt mooie dingen uithalen.

 
Sofie Overstijns leest:
The House of Sleep van Jonathan Coe is één van mijn favoriete romans. Het is goed verteld en spannend, maar ook grappig en slim: een onweerstaanbare mix dus. Ook De avonden van Gerard Reve vind ik een fantastisch boek. Omwille van de humor, natuurlijk, maar ook omdat het met momenten wel herkenbaar is, die ingehouden irritatie van het hoofdpersonage.

Ik lees niet zo veel, maar ook niet weinig: ik schat zo’n tien boeken per jaar. Het is vooral tijdens de vakantie dat ik naar een boek grijp. Dan kruip ik graag in mijn zetel onder het raam om lekker te lezen. Ik vind het heerlijk om gewoon ‘weg’ te zijn met een verhaal en niet te merken dat de tijd voorbijglijdt. Ik ga af en toe naar de bibliotheek. Eén op de drie keren heb ik daar dan wel een boete, maar ja…

Een boek opnieuw lezen, dat doe ik wel eens, maar eigenlijk valt dat altijd tegen. Misschien maak ik de boeken waar ik van houd in mijn herinnering beter dan ze waren, dat is een mogelijkheid. Of misschien verander je zelf wel na verloop van tijd, en evolueert je smaak met je mee.

 
Christian Paviot leest:
Ik lees eigenlijk veel te weinig. Ik hou er nogal van om samen met vrienden uit te gaan, en de televisie eet ook veel tijd weg. Maar er is één onderwerp waar ik toch al wat boeken over heb gelezen: ufologie. Dat is ook weer zo’n onderwerp waar ik via tv-reportages in geïnteresseerd ben geraakt: de mogelijkheid, of juist de onmogelijkheid, van buitenaards leven. En dan ben ik wel op zoek gegaan naar ietwat ernstige boeken daarover: is het eventueel mogelijk? Hoe zit het met al die mythische verhalen rond Area 51 en Roswell, wat is daar echt gebeurd? Dat soort dingen, dat is echt fascinerend.

Maar goed, nu ben ik vastbesloten om meer te lezen: ik heb me net twee boeken gekocht van Dan Brown: De Da Vinci Code en Het Bernini Mysterie, op aanraden van vrienden. Voorlopig vind ik het moeilijk om echt stil te zitten met een boek, daar word ik een beetje nerveus van, maar misschien, als het me boeit, kan daar wel verandering in komen.

 
Magda Peeters leest:
Ik ben een overtuigde bibliotheekbezoekster. Een keer in de maand trek ik de bibliotheek binnen en dan ga ik daar weer buiten met een stapeltje van vijf boeken. Romans, allemaal – vooral spannende boeken, thrillers, horrorverhalen... Ik volg zo’n beetje de populaire smaak, zou je kunnen zeggen. Van die boeken zoals de detectives van Pieter Aspe, daar heb ik er al heel wat van gelezen. En als ik niets naar m’n zin vind, dan durf ik al wel eens hetzelfde boek een tweede keer meenemen, waarom niet? Zeker als het al een tijdje geleden is, en je weet niet meer juist hoe het allemaal zat. Dan weet je dikwijls niks anders meer dan dat je ’t om de één of andere reden goed vond, en dan pak ik die nog eens mee. Maar goed, soms gebeurt het wel eens dat er een boek ongelezen op het nachtkastje blijft liggen. Je neemt maar mee, maar je hebt niet altijd de tijd om alles te lezen. Toch, ik lees gewoonlijk wel drie à vier boeken per maand, niet slecht hé

 
Herman Petit-Jean leest:
Ik lees vaak, maar nooit veel. Ik heb gezondheidsproblemen en daardoor kan ik niet veel lezen. Ik lees dus ongeveer vijf pagina’s per dag, meestal vlak voor ik ga slapen. Ik lees dan naast of op mijn bed, maar ik mag niet neerliggen. Ik moet echt bewust een moment maken om te lezen. Nu ben ik bezig met esoterische boeken, de boeken van Steiner, maar ik lees ook vaak romans en poëzie.

Het liefst van al lees ik autobiografieën. Een zeer mooie autobiografie is Het teruggevonden licht van Jacques Lussyran, die door een ongeval blind werd. Eigenlijk kan je over iedereen een roman schrijven, elk leven leent zich tot een roman of een gedicht.
Boeken kopen doe ik weinig. Ik lees vaak boeken via tips van vrienden en dan ruilen we boeken. Als ik fictie lees dan lees ik het liefst vertellingen, zoals de boeken van Lagerlöf, Gogol en Wilde.

 
Koen Placlet leest:
Iedereen is steeds maar bezig over De Da Vinci Code, maar eigenlijk vond ik Het Bernini Mysterie beter, spannender. Nuja, dat genre romans is sowieso wel mijn ding: detectives, thrillers. En dan dichter bij huis de misdaadromans van Jef Geeraerts, over het duo Vincke en Verstuyft. Eigenlijk las ik vroeger meer dan nu, maar bij mij gaat dat lezen met periodes: ik heb een tijdlang erg veel gelezen, en dan daarna, door mijn werk, plots veel minder. Nu ben ik de draad terug aan het opnemen: ik zit nog niet aan de hoeveelheden van vroeger, maar er zit beterschap in.

Buiten de ontspanning die de romans bieden, lees ik ook vaak reisliteratuur, om inspiratie op te doen voor mijn eigen vakanties. Waar zijn andere mensen zoal naartoe geweest en wat hebben ze daar meegemaakt? Leuk om lezen. Ik schrijf soms zelf ook wel eens iets: artikeltjes voor een tijdschriftje – leuk om te doen en ik krijg er positieve reacties op.

 
Dries Raeymakers leest:
The Empress the queen and the nun is een boek over de aartshertogen Albrecht en Isabella en het hof van Spanje. Ik lees het als achtergrondinformatie bij mijn doctoraat dat gaat over het Hof van Brussel in de zeventiende eeuw. Die twee hoven waren in die tijd sterk met elkaar verbonden, vandaar...
Met de trein reizen beschouw ik eigenlijk een beetje als een voortzetting van mijn werkuren. Lezen lukt me meestal wel al is het op dat moment niet echt ontspannend.
In mijn vrije tijd zal ik eerder een goeie roman lezen. Vroeger ging ik gewoon af op de cover en de korte inhoud maar dat bleek niet altijd een goeie keuze te zijn Nu blader ik meestal eens door het boek en als de schrijfstijl me bevalt dan neem ik het gewoon mee. Taal is voor mij soms krachtiger dan een goed verhaal!

 
Zoe Ravens leest:
Ik ben bezig aan mijn regentaat Nederlands, dus dat houdt in dat ik regelmatig jeugdboeken moet lezen. De boeken van Maria Heylen, bijvoorbeeld, die speur ik wel eens na om te weten te komen of ik ze niet kan gebruiken voor de lessen die ik moet geven. In m’n vrije tijd zijn het vaak waargebeurde verhalen die de kroon spannen. Ik lees nu Een kind in nood, van Tori Hayden, over een klas vol probleemkinderen, en hoe de leerkrachte dan probeert om die jongeren toch weer geïnteresseerd te krijgen in een opvoeding. En zo heeft dat toch weer met m’n opleiding te maken. Nuja, ik lees nogal themagericht, het onderwerp moet me echt aanspreken.
Voor mij is een boek trouwens ook iets dat je koopt, iets dat je moet bijhouden. Als het dan geen goed boek is, heb je pech natuurlijk, maar toch...

 
Tom Roefs leest:
Je mag gerust zeggen dat ik veel lees. Ik doe het ook overal. Op de trein, op de bus, thuis of op mijn kot: dat maakt voor mij allemaal niets uit. Lezen betekent voor mij het vergroten van mijn intellectuele capaciteiten, maar het is uiteraard ook een ideale manier om voor eventjes aan de sleur van het dagelijkse leven te ontkomen. Momenteel lees ik Mariken van Nieumeghen. Ik vind het best een interessant boek, ik hou wel van speciale dingen. Zo heeft Moonchild van de excentrieke Britse schrijver Aleister Crowley mij bijvoorbeeld ook heel erg weten te boeien: die mag je bij mijn favorieten rekenen. Ik kon me er wel mee identificeren. Enfin, toch tot op zekere hoogte. Ik ga meer naar de bibliotheek dan naar de boekhandel. Af en toe koop ik wel eens een boek, maar ik moet mijn budget een beetje verdelen: ik heb nog zoveel andere boeiende hobby’s!

 
Ina Rombouts leest:
Ik heb gestudeerd voor vertaler/tolk, Italiaans en Frans, en wanneer ik nu boeken lees, gaat het dan ook vaak die richting uit. Nu lees ik bijvoorbeeld Kort Italiaans, een verzameling kortverhalen van verschillende Italiaanse schrijvers. Wat daar zo mooi aan is, is de manier waarop die verhalen korte anekdotes gebruiken om op de één of andere manier iets te zeggen over het leven. Over de leegte van het leven soms, over abstracte ideeën.

Maar met al dat kan ik niet zeggen dat ik echt veel lees – ik kom aan zo’n acht boeken per jaar en dan houdt het op. Tijdgebrek. Maar ik heb onlangs wel Het Bernini Mysterie gelezen, van Dan Brown, en dat was erg goed. Oké, niet Italiaans, maar toch...

 
Peter Ronkes leest:
Ik lees nog wel vrij veel vakliteratuur voor mijn werk, maar door omstandigheden lees ik een pak minder romans dan vroeger: de laatste tijd kom ik niet eens meer aan één boek per drie maanden. Dat is wel jammer, want ik mis het lezen verschrikkelijk. Ik vind het erg belangrijk. Het scherpt je denken aan en je komt vaak heel erg mooie dingen tegen als je leest.

Mijn absolute favoriet is Gabriel Garcia Màrquez. Màrquez schrijft niet zomaar, hij vertelt en hij doet dat fantastisch. Ik heb hem leren kennen door Honderd jaar eenzaamheid, maar zijn mooiste boek vind ik Liefde in tijden van cholera. Ik herlees niet zo vaak boeken, maar Màrquez ben ik nu toch opnieuw gaan lezen om mezelf weer aan het lezen te zetten.
Naast andere Zuid-Amerikaanse auteurs houd ik ook veel van de klassieke Russische schrijvers, zoals Tolstoj en Tsjechov. Zij schrijven veel introverter dan de Zuid-Amerikanen, een pak droefgeestiger ook, maar ook heel mooi.
Daarnaast lees ik ook graag non-fictie. Zo tussendoor eens een politiek boek, want dat vind ik ook erg boeiend. Ik vind het vooral interessant om meer te weten te komen over bepaalde stellingen, ook over diegene waar ik het helemaal niet mee eens ben.

Ik ben niet zo’n bibliotheekganger. Als ik iets leuk vind, dan moet ik het ook hebben. Ik ben dan ook een gerichte koper: ik wil altijd goed weten wat ik koop, want ik wil enkel kopen wat ik leuk vind.

 
Illman Roy leest:
Voor ik ga slapen wil ik altijd nog iets lezen in mijn bed maar echt veel lees ik niet. Aan fictie kom ik al helemaal niet toe. Als ik lees zijn het ofwel biografieën ofwel boeken over onderwerpen die me echt interesseren, zoals over luchtvaart of over kunst of over de ontwikkeling van de grammofoonspeler. Als ik een cursus wil volgen of op reis ga, dan lees ik ook altijd veel om me erop voor te bereiden.

Lezen geeft me wel een bepaalde rust, je leert er veel door bij en je zit op je gemak. Als ik mag kiezen tussen een feestje en een goed boek, dan zal ik voor het boek kiezen. Soms vind ik lezen zelfs leuker dan met mensen praten, maar ook weer niet altijd.

 
Michel Rutten leest:
Lezen doe ik vaak. Dan schuif ik mijn relaxzetel dichtbij het raam en neem ik er een goed boek bij. Ik kan wel gepakt worden door een goed boek, maar zitten huilen, dat is me nog nooit overkomen. De roman Lucht van Bart Koubaa heeft me wel erg geraakt. Ik koop mijn boeken wel, want de bibliotheek is altijd gesloten als ik tijd heb om ernaartoe te gaan… Naast literaire romans lees ik ook heel graag reisverhalen. De reizen van Michael Palin vind ik bijvoorbeeld onwaarschijnlijk interessant. Zelf reis ik ook nogal veel: ik ben al een paar keer in Afrika geweest: in Senegal en Marokko, onder andere. Ook Australië en Italië horen tot mijn favoriete bestemmingen. Na mijn reizen schrijf ik altijd wel een aantal impressies neer. Ik ben overigens ook aan mijn eigen roman aan het werken. Ik probeer het op een literaire manier te doen, om de dingen op een speciale manier onder woorden te brengen. De roman gaat trouwens ook wel over reizen en over leven in het buitenland en hij wordt ook een tikkeltje filosofisch van inslag.

 
Fien Sabbe leest:
Ik lees ontzettend veel, maar niet tijdens mijn vakantie. Lezen doe ik overdag: ’s namiddags. Het lezen maakt deel uit van mijn werk; dat is natuurlijk een geweldig aangename invulling van je werktijd, maar in het begin moest ik er wel wat aan wennen dat ik daar tijdens de werkuren tijd voor kon en mocht maken.
Gloed van Sandor Marai vond ik wel een boeiend boek. Het gaat over de vriendschap tussen mannen en hoe die verschilt van die tussen vrouwen: vrouwen zouden namelijk nooit dergelijke vriendschappen kunnen aangaan. Ik weet niet of ik daar wel mee akkoord ga, maar ik vond het wel erg intrigerend, en ik ben schijnbaar niet de enige want Kristien Hemmerechts heeft dit ook al eens aangehaald.

Als ik een boek herlees, is dat meestal voor mijn werk: ik zal dat zelden zomaar doen, of het moet eventjes een passage zijn. Als ontspanning lees ik voornamelijk Nederlandstalige literatuur, want met vertalingen heb ik altijd wat last. Ik zou natuurlijk de originele versies van vertaalde werken kunnen lezen, maar ik ben, afgezien van het Engels misschien, te weinig thuis in die vreemde talen. Ik zou de finesses en de elegantie van het taalgebruik kunnen missen en dat vind ik net zo mooi aan literatuur. Erwin Mortier is daar erg goed in. Hij is een erg talige schrijver: zijn boeken zijn vaak traag, maar ook zo mooi. Ik kan wel ontroerd raken door een boek, dat is ook één van de voornaamste criteria om het te beoordelen.

 
Ellie Sanders leest:
Ik lees nu het boek Een Vespa met uitzicht van Peter Moore. Ik ben er nog maar net in begonnen, maar het is wel veelbelovend. Het is een echt reisverhaal. Dat is een genre dat ik heel graag les, omdat ik zelf ook veel hou van reizen. Ik lees ook heel graag biografieën, omdat het een leuke manier is om kennis te maken met interessante levensopvattingen van allerlei personen en nationaliteiten. Thuis lees ik bijna niet, daar heb ik er geen tijd voor, maar op de trein doe ik niets liever. Daar heb je de tijd en word je meestal ook niet gestoord.

 
Christel Scheilz leest:
Ik hou heel veel van lezen en ik probeer het ook zoveel mogelijk te doen. Wat ik dan lees, kan heel erg verschillen. Er kunnen zelfs kinderboeken tussen zitten; ik lees alles door elkaar.
Eén van de boeken die het meeste indruk op me gemaakt hebben is Een verblindende afwezigheid van licht van Tahar Ben Jelloun. Dat vond ik enorm aangrijpend: de ellende die mensen elkaar kunnen aandoen is echt ongelooflijk.

Maar lezen is voor mij veel meer dan alleen maar ontspanning. Het is kennis vergaren en je blik verruimen. Daarom lees ik geregeld ook non-fictie. Boeken over het Midden-Oosten interesseren me wel; zowel politiek als cultureel gezien vind ik dat een erg interessante regio. Daarnaast liggen er ook vaak reisboeken op mijn nachtkastje. Geen toeristische gidsen, hè, maar verhalen over Afrika, Cuba of Europa, bijvoorbeeld.

Ik koop mijn boeken altijd: ik vind het gewoon leuk om boeken te hebben en dan kan ik ze natuurlijk altijd opnieuw inkijken als het mij uitkomt. Naar de bibliotheek ga ik dus niet zo vaak: van het boetegeld dat ik daar altijd moet betalen kan ik beter ineens de boeken kopen!

 
Lien Schelfout leest:
Momenteel ben ik bezig in De Da Vinci Code, op aanraden van vrienden. Dat gebeurt wel vaker, dat ik tips krijg van vrienden en kennissen die me zeggen dat ik een bepaald boek zeker moet lezen.
Maar nog het meeste van allemaal lees ik reisverhalen. Ik trek er zelf graag op uit, en voordat ik vertrek probeer ik dan al de sfeer wat op te snuiven en mezelf enigszins voor te bereiden door een boek over m’n bestemming in huis te halen. Een absolute favoriet, maar dat is dan wel weer geen reisverhaal, is de roman Twee Vrouwen van Harry Mulisch. Het is erg knap hoe Mulisch zich, als een man, toch kan verplaatsen in het standpunt van een vrouw. Hij beschrijft hun gevoelens erg nauwkeurig en bondig – het is ook maar een dun boekje, maar het is wat het moet zijn. Lezen is vooral zoeken naar een aangrijpend verhaal, en dat vind ik hier zeker en vast terug.

 
Maxime Schellens leest:
Tijdens de vakanties lees ik bijna dagelijks een boek. Onder het schooljaar vermindert dat wel wat, tot ongeveer één per week. Mijn favoriete schrijvers zijn jeugdauteurs zoals Dirk Bracke en Anthony Horowitz – schrijvers die een ietwat geloofwaardig verhaal weten te vertellen. Geloofwaardigheid is echt wel belangrijk voor mij – zodra de fantasie het zozeer overneemt dat je het niet meer herkent, is het voor mij ook wel afgelopen. Boeken zoals Als de Olifanten Vechten en De Wereld van Sofie vind ik gewoonweg prachtig. Als scholiere heb ik weinig geld om boeken te kopen, dus ga ik meestal naar de bibliotheek. Op voorhand heb ik altijd wel een aantal titels of de naam van een auteur in gedachten.

 
Kahya Sema leest:
Ik lees bijna nooit romans, maar altijd non-fictie. Vooral over jongeren met leerstoornissen. Zo is er de serie Ik Ben Niet Bom van Marion van de Coolwijk, over kinderen met dyslexie en andere moeilijkheden. Op die manier ben ik toch iedere avond wel in een of ander boek aan het lezen – vaak voor mijn werk, maar ik ben zodanig gefascineerd door dat onderwerp dat het toch wel ontspannend voor me is. Die jongerenproblematiek, en hoe ze proberen om toch mee te kunnen in een schoolsysteem vol leerlingen die net iets sneller zijn dan zij, spreekt me erg aan.
Voor dat soort boeken ga ik wel steeds naar de bibliotheek. Ze kosten toch zoveel om allemaal in huis te halen. Alleen kookboeken en dergelijke koop ik wel, omdat je die regelmatig praktisch gebruikt. En oh ja, ik heb ook een boekje over Nostradamus liggen – wist je al dat er in 2006 een nieuwe pest zou uitbreken? Alvast een gelukkig nieuwjaar!

 
Rita Sindenberghe leest:
Ik lees nu De Man met de Mooie Stem van Lillian B. Rubin, een psychotherapeute die hier vertelt over haar werk, over de mensen die ze over de vloer krijgt. Zelf zit ik niet in die branche, ik ben geen psychologe of zo, maar het hele gegeven fascineert me, en Rubin kan er erg vlot en toegankelijk over schrijven. Natuurlijk lees ik nog wel andere dingen, maar toch vaak non-fictie. Natuurboeken, dat soort dingen. Ik probeer zoveel mogelijk te lezen, maar ja, je moet er tijd voor kunnen maken. ’s Avonds in bed sluit ik de dag altijd wel af met een paar bladzijden.

 
Daniella Slaats leest:
Ik werk als beeldend kunstenaar, en literatuur, of in ieder geval geschreven teksten en poëzie, komen dikwijls kijken bij mijn eigen werk. Wat literatuur moet doen voor mij – net als andere kunstvormen – is het oproepen van vragen en proberen om een paar van die vragen te beantwoorden. Maar het belangrijkste is dat er vragen gestéld worden. Ik ga in een boek op zoek naar schoonheid – in de taal, in de personages, in de gebeurtenissen – en naar een gevoel van mysterie, die vragen.

Mijn favoriete boek is Het Kralenspel van Hermann Hesse. Een dik boek, maar het had ook niet korter kunnen zijn, want in die omvang ligt de kracht ervan. Het Kralenspel bevat de sleutel tot een schat, een mogelijke oplossing voor het mysterie. Dat klinkt allemaal erg ingewikkeld, maar ik denk dat wat literatuur met mensen doen ook niet eenvoudig te benoemen is. Neem nu zo’n boek als Tongkat van Peter Verhelst: dat is een vuurwerk van beelden en klanken, dat is mooi én mysterieus en toch krijg je de indruk dat Verhelst precies weet waar hij mee bezig is.”

 
Ann-Sophie Sleeuwaert leest:
Door alle heisa die er rond Dan Brown heerst, ben ik dan ook maar begonnen in Het Bernini Mysterie – een mens wil kunnen meespreken, nietwaar? Maar over het algemeen hou ik me meer bezig met boeken rond pedagogie, in verband met mijn job, en met romans zoals die van Isabel Allende. Haar laatste boek, Zorro, was bijvoorbeeld erg sterk.
Over het algemeen volg ik nochtans niet echt schrijvers als dusdanig. Ik lees wel regelmatig de recensies om tips te verzamelen en voor de rest kijk ik gewoon wat rond in de winkel en in de bibliotheek. Een goed boek moet je meevoeren naar een andere tijd en plaats, je moet even van de wereld zijn. Dat heb ik erg bij boeken als Eva Lunda, ook weer van Allende. Zeker lezen, dus.

 
Arne Smeets leest:
Ik lees echt overal, vaak als het anders toch maar verloren tijd is, zoals op trein of bus. In de vakantie lees ik heel veel, tijdens het academiejaar jammer genoeg heel wat minder. Lezen is voor mij een ontspannende, maar ook een verrijkende bezigheid. Je verbreedt er je horizon en je persoonlijk evenwicht mee. Ik hou het meest van boeken waar een zeker diepgang in zit.

Een boeiend verhaal is eens zo interessant als de achterliggende filosofische en wetenschappelijke ideeën je ook intrigeren. Daarom lees ik graag Umberto Eco, Emile Zola en Albert Camus – die twee laatste bij voorkeur in het Frans. Germinal is zonder twijfel mijn favoriete boek. Ik vind het zo subliem omdat er zoveel achter zit. Je hebt niet alleen Zola’s ongelooflijke stijl, maar daarnaast ook een flinke hap geschiedenis. ’t Is echt een compleet werk. Om dezelfde redenen hou ik ook zo van De naam van de roos.

 
Nancy Smet leest:
Ik ga eigenlijk nooit naar de bibliotheek. Misschien ligt het aan mij, maar ik vind er nooit wat ik zoek. Dan maar naar de boekhandel, natuurlijk, want ik lees wel graag. En ik hou van uiteenlopende dingen. Een oude detective van Agatha Christie gaat er zeker in, maar ik lees ook graag reisliteratuur, liefst over Spanje. Autobiografieën van speciale types of mensen met een speciale levensvisie vind ik ook interessant. Die van Brigitte Bardot, Initialen BB, vond ik bijvoorbeeld wel boeiend. Verder ben ik ook geïntrigeerd door Françoise Sagan of een non-fictieboek over seriemoordenaars, al heeft dat laatste me wel een paar slapeloze nachten bezorgd.

Maar het moet niet altijd bloedserieus zijn: met Shopaholic! van Sophie Kinsella heb ik smakelijk kunnen lachen. Het was trouwens ook wel een beetje herkenbaar. De ingrediënten voor een echt goed boek zijn volgens mij: spanning, een goeie plot, humor en herkenbare situaties.

 
Heikki Smidts leest:
Ik hou er van om ’s avonds in mijn bed te lezen als afsluiter van de dag. Het laatste boek dat ik zo gelezen heb, is Netforce van Tom Clancy. Het is een thriller over web terroristen, maar ik vond het niet zo goed. Weinig actie, een zwak verhaal en weinig sterke taal.
De boeken van Dan Brown daarentegen, die vind ik stuk voor stuk geweldig. Spijtig genoeg ben ik afhankelijk van de Nederlandse vertalingen.

Een boek brengt je vaak andere denkwijzen bij, en dat maakt het zo fantastisch. Elk verhaal heeft zijn eigen wereld, zijn eigen problemen en oplossingen. Net zoals Bob Frissell zegt: “Niets in dit boek is waar, maar het is precies zoals het is.” Ik koop heel graag boeken, om zo een volle boekenkast te krijgen, waar ik trots op kan zijn en waarin ik al mijn toppers kan terugvinden.

 
Joke Smidts leest:
Momenteel ben ik bezig in Zaad op mijn huid van Amélie O, een collectie columns die ze heeft geschreven voor verschillende tijdschriften en kranten. Zij is één van mijn favoriete schrijfsters, omdat ze op een erg no-nonsens manier over dingen als seks en liefde weet te schrijven, wat niet veel mensen gegeven is.
Verder hou ik nogal erg van humoristische verhalen. Neem nu Herman Brusselmans: zijn zwarte humor zorgt ervoor dat hij toch heel wat herkenbare situaties op een ongelooflijk grappige manier kan weergeven. Oké, hij is cru in z’n gevoel voor humor, maar je leest en je denkt toch vaak: “eigenlijk heeft hij ergens wel gelijk”.

Bij ons in de familie is het ook een gewoonte geworden om al eens boeken door te geven – ik leen weinig uit de bibliotheek, maar des te meer van m’n familieleden. Zo krijg je nog eens wat rendement uit een boek.

 
Laura Sow leest:
Ik las net Beyond black van Hilary Mantel. Dit boek gaat over een vrouw, een medium, die in voorsteden optreedt. De plaatsen waar ze komt met haar vreemde verschijning zijn pijnlijk leeg en bleek, zeg maar. Het is een duister boek maar tegelijk ongelofelijk grappig. Een beetje esoterisch maar dat is maar één van de thema’s. Je gaat terug in de tijd en komt één en ander te weten over de kindertijd van deze bijzondere dame… Ik verslind eigenlijk alle boeken. Dat kan niet anders in deze boekhandel…

 
Kim Spiessens leest:
Ik lees het liefst in een hoekje van mijn grote zetel. Voor mij betekent lezen heerlijke ontspanning, maar het is altijd meegenomen als je er iets van kunt opsteken. Daarom lees ik ook erg uiteenlopende dingen graag. Ik hou van romans en thrillers, maar ook van boeken over mythologie of het oude Egypte. Van De Da Vinci Code heb ik heel erg genoten. Dat boek is fascinerend en goed geschreven en bovendien combineert het elementen van een thriller met interessante geschiedenis.

Ik ben ook verzot op de schrijfster Virginia Andrews: haar boeken kan ik blijven herlezen. Ze zijn vaak zeer droevig, maar bovenal enorm meeslepend. Ooit heb ik zelf wel eens geprobeerd om iets te schrijven, maar ik bak er toch niks van. Gedichten schrijven lukt nog wel, maar bij een verhaal heb ik het moeilijk om de dingen mooi te formuleren.

 
An Stessens leest:


Mijn boeken ...
 
An Storck leest:
Ik weet niet of ik echt veel lees. Twee boeken per maand zal wel een redelijk gemiddelde zijn, denk ik? Lezen is voor mij pure ontspanning, al lees ik het liefst spannende thrillers. Het liefst lees ik ’s avonds in bed. Kan het nog meer ontspannen? Lievelingsschrijvers heb ik eigenlijk niet: dat maakt voor mij eigenlijk niet zoveel uit. Ik heb net De paardenfluisteraar van Nicholas Evans gelezen en dat vond ik echt heel erg mooi. Vooral omdat het zo goed geschreven was. De film vond ik overigens heel wat minder.

Ik ga vooral naar de bibliotheek omdat ik mijn boeken normaal gezien toch maar één keer lees. Als ik boeken kies, lees ik gewoonlijk wel de achterkant. Soms valt zo’n boek dan wel tegen, maar da’s het voordeel van de bibliotheek: je kan het gewoon terugbrengen.

 
Vincent Taverniers leest:
Sinds ik een nieuwe job heb, is het lezen ietwat afgenomen bij mij. Vroeger moest ik steeds de trein nemen om naar mijn werk te gaan en las ik daar altijd. Tegenwoordig is dat niet meer het geval. Maar ik probeer met lezen bezig te blijven, hoor.
Bij mij gaat dat dan over een mengeling van fictie en non-fictie. In de non-fictie haal ik vaak boeken in huis over edelstenen, geografie en kookboeken. Ik ben een leraar aardrijkskunde, dus dat hoort een beetje bij het vak. En in de fictie zijn het dan vaak fantasyromans. De Lord of the Rings-trilogie is natuurlijk een klassieker, maar ook de romans van Terry Goodkind zijn aanraders. Daar ga ik meestal voor naar de bibliotheek.
Kookboeken en dergelijke koop ik wel, omdat je vaker moet kunnen gebruiken – eens je een roman gelezen hebt, ligt die daar, een kookboek heeft een praktisch nut in huis.

 
Max Temmerman leest:
Ik lees niet zoveel, door de band genomen, maar in vlagen lees ik vanalles na elkaar. De drempel is groter om een boek te lezen dan om een cd te beluisteren, maar een goed boek verschaft mij meer genoegdoening dan een goede cd, dus verplicht ik mezelf regelmatig om toch weer een boek te nemen. Dat moet wel menselijk blijven: ik verplicht mezelf niet om boeken die ik niet goed vind, uit te lezen.

Ik ben een oeuvrelezer. Als ik auteurs goed vind, probeer ik alles van hen te pakken te krijgen. Het toeval stuurt mij naar die schrijvers, ik ga niet naar hen op zoek. Waar ik precies op val? Ik hou van literatuur die ofwel conserveert ofwel analyseert. Conserverende boeken roepen iets op, maken iets tastbaars, benoemen iets wat je wel aanvoelde maar nog niet kende. Analyserende boeken houden een tijdsgewricht tegen het licht en leren je iets nieuws. De beste boeken combineren die twee. De correcties van Jonathan Franzen of De elzenkoning van Michel Tournier zijn daar voorbeelden van. Die boeken maken je wijzer door je kennis van buitenaf aan te reiken, terwijl je er ook jezelf beter door leert kennen. En ik denk dat Franzen en Tournier zelf heel interessante mensen zijn. Anders kan je zo’n boeken niet schrijven.

Mijn boeken ...
 
Joris Thijs leest:
Ik lees nogal veel actieboeken, thrillers. Veel Amerikaanse, natuurlijk, omdat die wel een overwicht hebben in dat genre, maar ook Nederlandstalige, zoals nu: De Zaak Alzheimer, van Jef Geeraerts. Veel van dat soort boeken – en zeker Engelstalige thrillers – zijn verfilmd, en ik maak er dan een punt van om eerst het boek te lezen en dan de film te bekijken, zodat ik kan zien wat het beste is. Dat ga ik nu ook doen, ik heb de film van ‘Alzheimer’ nog niet gezien. Vaak kunnen bekende films mij ook aanzetten om eerst het boek te lezen waarop ze zijn gebaseerd, zo heb ik al heel wat leuke boeken ontdekt. Boeken moeten vooral een goed verhaal hebben, spannend zijn. Als het mij maar meesleept, de rest is bijkomstig.

 
Walter Thomaes leest:
Voor mij betekent lezen in de eerste plaats het stillen van mijn nieuwsgierigheid. Ik lees vrijwel uitsluitend non-fictie, en dan vooral geschiedenis. In principe pluis ik graag geschiedenisboeken na over alle tijden en alle culturen, maar mijn echte voorliefde ligt toch bij de Nederlanden in de zeventiende eeuw. Dat heeft niets met mijn beroep te maken of zo, het is enkel en alleen uit interesse.
Zo weet ik toch twee à drie boeken per maand te verwerken. Je zou kunnen zeggen dat dat louter een informatieve manier van lezen is, maar op mij hebben die boeken evenzeer een ontspannend effect als een roman op iemand anders.

 
Tine Torbeyns leest:
Natuurlijk moet ik regelmatig lezen voor school, maar ook uit mezelf ben ik een echte boekenwurm. Nu lees ik Het Engelenhuis van Dirk Bracke, dat zich afspeelt in een instelling voor jonge criminelen. Dat is wel een voorwaarde voor mij: dat het realistisch is. Zodra het was té veel in de richting van de fantasie gaat, haak ik af. Nuja, met uitzondering van Harry Potter dan. Die boeken ben ik beginnen lezen op aanraden van vriendinnen en ik ben er niet meer mee opgehouden. Wanneer komt dat laatste deel trouwens eindelijk eens in vertaling uit?

Maar goed, dat is dus wat ik het belangrijkste vind: een goed, realistisch verhaal, dat vlot geschreven is. Ik schrijf zelf ook wel graag – ik heb al meegedaan met een paar wedstrijden en ik was wel elke keer geselecteerd. Gewonnen heb ik nog niet, en ik weet niet zeker of ik ooit écht iets zou kunnen schrijven, maar ik heb er wel plezier in.

 
Annick Torreman leest:
Ik lees eerder om mezelf een beetje te informeren dan ter ontspanning. Als ik op reis ga neem ik wel eens wat pockets mee waar ik op enkele dagen doorheen ben, maar gewoon thuis zijn het toch meestal waargebeurde verhalen. Zoals bijvoorbeeld Mijn Status is Positief, van Annemie Struyf en Lieve Blanquart, over aids in Afrika en Europa. En vooral Insjallah, mevrouw, ook weer Annemie Struyf, over de vrouwen van Afghanistan. Tja, dat soort actuele onderwerpen spreekt mij wel aan, zeker als ze te maken hebben met de status van vrouwen in andere culturen.

Ik probeer zoveel mogelijk in de pers te volgen wat er zoal verschijnt, en ik ben ook iemand die altijd boeken gaat kopen – ik ga zelden of nooit naar de bibliotheek, gewoon omdat een boek een hebbeding is, dat ik in m’n kast moet kunnen zetten.

 
Nathalie T'Syen leest:
Ik lees nu Het Lied van de Roos van Konsalik. Het is het eerste dat ik van hem lees en eerlijk gezegd valt het nogal tegen: het is een beetje langdradig met zinnen die maar blijven duren. Maar ja, m’n laatste Pieter Aspe was uit en ik heb dan maar snel een boek uit het rek gepakt voor op de trein. Ik lees redelijk veel: vooral thrillers, zoals Aspe, en ook veel humoristische boeken. Ik ben iemand die nogal gemakkelijk afgaat op een titel en zelfs op de covers van boeken: als de titel intrigerend klinkt of de coverfoto staat me aan, dan is er veel kans dat ik dat boek meeneem. En eens ik een schrijver heb leren kennen en hij bevalt me, dan blijf ik daar ook wel trouw aan.

 
Paul Vaes leest:
Aan fictie zal ik niet snel beginnen, maar non-fictie lees ik des te meer. Vooral geschiedenis boeit me mateloos. Zo ben ik nu bezig in Een Geschiedenis van België van Marc Reynebeau. Het gaat bij mij vooral over de geschiedenis van de laatste honderd jaar; het soort verhalen waarvan je nog steeds inziet hoe ze een invloed hebben op ons leven nu.
En het hoeft daarbij niet altijd over politiek of grote leiders te gaan. Zo heb ik ook heel wat boeken thuis staan over jazzmuzikanten – Coltrane, Davis... Die mannen maken deel uit van de mzueikgeschiedenis, ze hebben meer invloed gehad op de tijd waarin ze leefden dan je zou denken. Nog een boek dat op m’n nachtkastje ligt, is bijvoorbeeld All That Jazz, een meer theoretisch werk over de manier waarop jazzmuziek in elkaar zit, hoe het functioneert.

Let wel, ik lees dat als ontspanning – je leert er iets van bij en het zijn geen romans, maar als ik het niet echt leuk zou vinden om dat te lezen, zou ik het niet doen.

 
Pierre Van Achter leest:
Ik lees veel te weinig. Ik vind er gewoon de tijd niet voor. Ik lees elke dag één of meerdere kranten maar aan boeken kom ik niet toe. Ik probeer dat wel in te halen als ik op reis ga, dan neem ik vier of vijf boeken mee en dan reserveer ik echt dagen om te lezen. Ik wissel dan vaak af, de ene dag ga ik wandelen en de volgende dag lees ik een hele dag.

Het liefst van al lees ik als het stil is. Nu lees ik vooral boeken over kunst, over Art Nouveau. Aan fictie kom ik nu niet toe, en als je geen tijd hebt is het makkelijk om catalogi door te nemen, die kan je inkijken en weer wegzetten.

 
Kim Van Aerden leest:
Ik zit elke dag een uur op de trein. Tijd genoeg dus om te lezen. Op overvolle treinen lukt me dat niet altijd even goed, dan is er teveel lawaai. Wanneer het rustig genoeg is dan geniet ik echt van een uurtje ‘ik en mijn boek’.
Ik volg psychologie en meestal lees ik boeken die passen binnen mijn opleiding. In vertrouwen genomen is een boek met als thema kindermishandeling. Het geeft een leidraad bij hoe je kan vastestellen dat een kind mishandeld wordt, wat je kan doen etc. Ik was opgelucht toen ik ontdekte dat het heel helder en duidelijk geschreven is. In de boeken die ik lees staan vaak geneeskundige termen en zo en ik moet eerlijk toegeven dat ik geen zin heb om een boek te lezen met daarbij een woordenboek op mijn schoot.

 
Krista Van Belle leest:
Ik lees graag over geschiedenis. Fictie en non-fictie. In het fictie-departement komt dat dan vaak neer op Dan Brown, met De Da Vinci Code en Het Bernini Mysterie en wat de non-fictie betreft op biografieën van mensen zoals Leonardo Da Vinci en boeken die nagaan hoeveel waarheid er schuilt achter de legendes rond koning Arthur. Gewoonlijk ga ik naar de bibliotheek, maar als ik een boek écht goed vind, of het is in de bibliotheek onvindbaar, dan ga ik het ook wel kopen. Het belangrijkste is de thematiek: als die me aanstaat, ben ik al snel verkocht. Ik schrijf zelf af en toe wel eens gedichten, en dan laat ik die lezen aan vrienden. Of ze de moeite zijn om te publiceren, dat moet je maar aan hen vragen.

 
Hilde Van Brabant leest:
Ik heb Germaanse gestudeerd, maar daarna ben ik jammer genoeg zo’n beetje stilgevallen met het lezen. Ik heb destijds m’n thesis gemaakt rond jeugdliteratuur, en daar heb ik dus heel wat van verwerkt. Vooral Anthony Horowitz en Roald Dahl behoren tot de favorieten: kinderliteratuur, ja, maar niet kinderachtig – er zit altijd een macaber randje aan hun boeken dat het erg aangenaam leesvoer maakt, zowel voor de kinderen als voor volwassenen.
Nu doe ik m’n best op goed op gang te geraken in Moordgrap van Horowitz, één van zijn boeken voor volwassenen. Laten we hopen dat ik op die manier de smaak terug wat te pakken krijg. Over het algemeen, wanneer ik de tijd vind om me aan een boek te zetten, probeer ik mijn verwachtingen af te stemmen op het genre van boek dat het is: je mag een detectiveromannetje, dat je enkel leest ter ontspanning, en een literaire klassieker nu eenmaal niet op dezelfde manier lezen.

 
Etienne Van Dale leest:
Als manager heb ik altijd heel wat boeken gelezen rond de economie. De grote universiteiten van Groot-Brittannië hebben hun eigen uitgeverijen, en de professoren en specialisten die daar boeken voor schrijven, dat zijn nog niet van de minste. John Kay, bijvoorbeeld, met zijn werken over de Political Economy: je moet je ermee bezig houden, natuurlijk, anders zal het je weinig zeggen, maar als je een beetje onderlegd bent in die materie, is dat gewoonweg fantastisch. Dat is een boek van de Oxford Press, maar ook Harvard brengt prachtige dingen voort.

Buiten de economie hou ik ook erg van boeken die een blik bieden op andere culturen of gewoon op streken die ik nog niet goed genoeg ken. Reisverslagen en naslagwerken over bijvoorbeeld regio's zoals de Provence, daar kan ik dagenlang mee bezig zijn.
Af en toe mag het zelfs fictie zijn, ja. De Slinger van Foucault, van Umberto Eco, is een aanrader. Of ik veel lees? Ik begin in zeer veel boeken, maar als het me niet boeit, stop ik er ook al gauw mee – daar is het leven te kort voor. Laat ons zeggen dat ik zo’n tien boeken per jaar uitlees. Allemaal gekocht, uiteraard – een boek moet voorhanden zijn, ik moet het kunnen raadplegen.

 
Yvonne Van Dam leest:
Het zijn religieuze boekjes met spreuken. Ik ben nu aan het lezen in De avond is altijd mooi als de dag goed was, een ander mooi boek, is Vrienden zijn als bomen vanwege de mooie symboliek. Het zijn boekjes van de Bond Zonder Naam. Vaak heb ik een heel dik boek bij op de trein, Lichtsignalen, dat is een boek over gevoelens. Ook boekjes van "Kerk en Leven" en De kruisweg lees ik graag, daar heb ik echt iets aan, dat is zoals mijn paternoster. Ik word 's morgens altijd heel vroeg wakker en voor ik dan opsta, lees ik wat in mijn bed. Vroeger las ik ook heel veel boeken, die vertelde ik dan 's avonds in bed aan mijn zus van het begin tot het einde.”

 
Lutgart Van Damme leest:
Ik heb altijd een boek in m’n tas zitten voor op de trein, bus of tram. Het verbaast me dan telkens weer hoe snel ik op een bepaalde bestemming ben. Dat is altijd een beetje jammer want meestal heb ik gewoon zin om verder te lezen.
Ik hou niet zo van fantastische verhalen. Mijn voorkeur gaat eerder uit naar een realistisch boek: ik moet het gevoel krijgen dat ik het allemaal zelf zou kunnen beleven.
Ook boeken met een tikkeltje maatschappijkritiek kunnen mij wel boeien. Los van Tom Naegels is daar een voorbeeld van. Ik kende deze schrijver van zijn colums in de krant maar het is eigenlijk onze burgemeester die het mij heeft aanbevolen. Ik lees bij voorkeur Nederlandstalige auters maar voor de romans van Isabel Allende maak ik graag een uitzondering.

 
Tom Van De Laar leest:
Aangezien ik zelf bibliothecaris ben lees ik regelmatig, eigenlijk zelfs elke dag. Soms lees ik informatieve boeken maar mijn voorkeur gaat uit naar romans of biografieën. Wanneer ik een roman lees moet die niet alleen goed geschreven zijn, de personages moeten ook een ontwikkeling doormaken.

Een boek waar ik enorm van genoten heb is Montyn van Dirk Ayelt Kooiman. Dat boek gaat over Jan Montyn, die in het verzet heeft gezeten. Het is dus een biografie maar met veel vaart geschreven en ook echt literair, het is een echte aanrader.

Boeken kopen doe ik zelden, ik neem ze bijna altijd mee uit de bibliotheek. Beslissen doe ik op basis van recensies of ik laat me leiden door mijn gevoel. Als het mogelijk is hou ik ervan om in de tuin te zitten lezen, met wat klassieke muziek op de achtergrond en iets om te drinken bij me. Maar echt nodig is dat niet.

 
Els Van de Putte leest:
Ik lees wel wat, ja. Op de bus, de tram, overal en altijd moet ik lettertjes om me heen hebben. Als ik boeken ga kopen of ontlenen, ga ik vooral af op bekende namen, recensies en tips van vrienden. Meestal beland ik bij het biografische of historische genre, maar dat mag ook iets anders zijn. De sfeer die Paulo Coelho en JM Coetzee naar voren brengen in De Alchemist en IJzertijd: fantastisch. Bij het lezen van boeken die zo goed geschreven zijn, leef ik me dan ook helemaal in. Regelmatig verschijnt er een glimlach op mijn gezicht of voel ik een krop in mijn keel.

 
Johan Van der Auweraert leest:
Een boek is eigenlijk het enige medium dat je lang kan vasthouden. Een boek lezen is helemaal anders dan bijvoorbeeld een krant lezen of een tijdschrift, de rust die een boek je geeft is helemaal anders. Ik wil dan ook echt op mijn gemak zitten, ’s avonds in de zetel of eventueel zelfs op bed. Echt veel lezen doe ik nochtans niet, één boek per maand vind ik al een hele uitdaging als je kinderen hebt.
Het liefst lees ik boeken die ik niet ken, waarvan ik nog niet weet waarover ze zullen gaan. Zo heb ik onlangs Lapidarium gelezen van Kapuscinski, en dat was echt prachtig. Als ik zoiets tegenkom, wil ik het aan iedereen aanraden en dan wil ik ook alle andere boeken lezen van die auteur. De vorige keer dat ik dat gehad heb is toch al een hele tijd geleden, toen was het Kundera die ik absoluut aan iedereen wou aanraden.

 
Katrijn Van Dyck leest:
Ik ben nu bezig in De Ontdekking van de Hemel van Harry Mulisch. Opnieuw. Ja, soms herlees ik wel eens boeken, als ik ze echt erg goed vind en het is alweer een tijdje gelezen. De Ontdekking van de Hemel is een ongemeen boeiend boek, alleen door de manier waarop het gestructureerd is: een immens verhaal in vier delen, met iederee keer een stukje daartussen waarin het verhaal wordt samengevat. Briljant in al z’n eenvoud. Harry Mulisch is sowieso één van de meest fascinerende schrijvers die ik ken: lees ook De Aanslag maar eens.
Maar verder ben ik ook een groot fan van Geheime Kamers van Jeroen Brouwers – dat boek ik heb ik al vier keer gelezen. Het mooie daaraan is dat je wel moét meegaan met het verhaal, het banale wordt zo goed weergegeven dat je het wel moet herkennen. Het is wel belangrijk voor mij dat er een verhaal inzit waar je je aan kunt vasthouden. De zogenaamde post-modernisten, die het zonder verhaal proberen te stellen en enkel met hun stijl proberen te boeien, dat bekoort me veel minder. Je moet een verhaal in feite gebruiken als excuus voor wat je écht te zeggen hebt.

 
Sandra Van Geel leest:
Ik lees niet zo veel maar wel heel graag. Ik heb het nogal druk met mijn werk en de kinderen en dan schiet er soms geen tijd meer over om te lezen. Romans zijn natuurlijk heel leuk, maar het mag best ook iets anders zijn. Zo las ik onlangs Moordenaars en hun motieven van Jef Vermassen en dat vond ik razend interessant. Ik ben erg nieuwsgierig van aard, dus informatieve boeken hebben bij mij wel een streepje voor. Dat zijn dan vaak boeken die in het verlengde liggen van mijn werk als verzorgende. Iets over de psychologie van patiënten of zo, daar weet ik gewoon graag één en ander over.

Informatie is voor mij wel belangrijk, maar zelfs als ik daarmee bezig ben vind ik het nog heel ontspannend om te lezen. Sommige van die informatieve boeken haal ik het liefst in huis zodat ik nu en dan nog eens kan kijken, maar voor romans ga ik dan weer naar de bibliotheek. En we gaan ook elk jaar naar de Boekenbeurs, soms zelfs twee of drie keer, en het gebeurt wel dat we daar nogal veel kopen. Maar dat is dan vooral voor de kinderen, want die lezen ook heel graag.

 
Yannick Van Godtsenhoven leest:
Ik zit elke dag twee uur op de trein, naar en van mijn werk, en dat geeft me meer dan genoeg tijd om te lezen. Ik lees eigenlijk vooral in het Engels: de fantasyromans waar ik gek op ben, zijn voornamelijk in het Engels geschreven en met de vertaling gaat er toch heel wat verloren, vind ik. De Lord of the Rings-trilogie is natuurlijk een klassieker die iedereen ooit eens gelezen moet hebben, maar de Wheel of Tim-cyclus is ook erg de moeite – momenteel ben ik daar het negende deel van aan het lezen.

Voor mij is lezen zuivere ontspanning – en natuurlijk een manier om die lange treinritten een beetje boeiend door te komen.

 
Yves Van Grimberge leest:
Ik lees eigenlijk veel te weinig. Niet dat ik het niet graag doe, het komt er gewoon niet van. Nu ja, ik lees wel technische dingen, computerliteratuur, zeg maar, maar dat is voor mijn werk en dat kan je bezwaarlijk ontspannend noemen.
Als ik dan toch de tijd vind, lees ik het liefst een spannende thriller van Tom Clancy. Wat misschien wel vreemd is: ik heb altijd moeite met de eerste twintig bladzijden van zo’n roman. Als ik die heb overwonnen, dan gaat het wel vooruit en dan ga ik dat boek ook helemaal uitlezen. Vaak doe ik dan een heel weekend niets anders dan lezen. Dat is voor mij pure ontspanning: een tijdje helemaal weg zijn en nergens anders aan denken.

 
Debra Van Hauten leest:
Ik zit nu in m’n vijfde jaar economie/talen, dus dat wil zeggen dat ik voor school al heel wat moet lezen: The Wave bijvoorbeeld, voor Engels, over een school waarin een experiment wordt gevoerd door een leerkracht. De éne groep leerlingen moet gehoorzamen aan de andere groep, en dan zie je hoe snel zoiets uit de hand loopt. Erg sterk.
Ik ben vooral een vakantielezeres, eigenlijk, als het voor mijn eigen plezier is. Op aanraden van andere mensen ga ik vaak op zoek naar boeken: soms wel eens een thriller, maar ook heel vaak non-fictie, om meer informatie te vinden over een persoon of een onderwerp dat me interesseert. Over muziek, of over een actueel onderwerp waar ik iets van heb gezien op tv.

Er zijn niet echt schrijvers die ik volg, ik lees de achterflap en als het me wat zegt, dan neem ik zo’n boek mee uit de bibliotheek. Normaal gezien probeer ik hypes een beetje te vermijden, maar ik ga toch binnenkort aan De Da Vinci Code beginnen, iedereen doet er zo enthousiast over...

 
Arnaud Van Hewych leest:
Als ik een goede periode heb, lees ik ongeveer 2 boeken per week, maar soms zijn er ook periodes dat ik helemaal niet lees. Als ik een boek lees moet het wel vooruitgaan, dan lees ik ze graag in 2 of 3 keer volledig uit. Ik moet er dus ook echt tijd kunnen voor maken, ergens een rustig moment zoeken om ergens in een park of thuis te kunnen zitten lezen.

Ook mijn voorkeur kan veranderen. Nu lees ik bijna uitsluitend non-fictie en dan nog voornamelijk boeken over politiek en filosofie. Andere mensen hebben al zoveel nagedacht, ik vind het echt leuk om dat dan te lezen. Ik haal er ook kracht uit. La societé du spectacle van Guy Debord vind ik daar een mooi voorbeeld van. In dat boek toont hij een nieuwe benadering van alle dingen die rondom je gebeuren.

Mijn boeken ...
 
Roger Van Hoof leest:
Ik ben nu Houtekiet van Gerard Walschap aan het herlezen. De laatste tijd doe ik dat wel vaker, boeken herlezen die ik al in jaren niet meer heb vastgehad. En dan vooral de klassiekers: Walschap, Stijn Streuvels, Ernest Claes... Die jongere generatie, zo’n Brusselmans of Lanoye, ligt me minder. Ik ben nog niet zo lang terug uit het ziekenhuis na een lange revalidatie – hartproblemen. En het was toen ik daar lag dat ik opnieuw veel ben beginnen lezen, wat had ik anders te doen? Boeken van vroeger, waar ik goede herinneringen aan had. Nu gaat het wat beter, ik ben weer thuis, maar ik blijf lezen. Dat is dan wel voornamelijk thuis, het is een geluk dat je me getroffen hebt voor die enkele keer dat ik eens de trein neem.

 
Lynn Van Leemput leest:
Ik schrijf zelf al sinds mijn twaalfde gedichten. Dat is een goeie uitlaatklep: alles wat even uit je hoofd wegmoet van je afschrijven. En ook al moet het wel uit jezelf komen, om de dingen te verwoorden helpt het wel als je veel leest. En ik lees wel vrij veel: zo’n 3 boeken per maand. Ik vind het zalig om in zo’n boek op te gaan en overal een eigen beeld van te vormen. Mijn voorkeuren zijn nogal uiteenlopend, maar mijn absolute favoriet is misschien wel Weduwe voor een jaar van de geweldige John Irving. Ook Bridget Jones’s Diary vind ik erg amusant. Het is niet alleen grappig, maar de situaties zijn ook herkenbaar: sommige mensen kunnen echt zo zijn.

Meestal koop ik mijn boeken wel, want ik heb nauwelijks tijd om naar de bibliotheek te gaan. Bovendien kan ik de boeken dan op mijn eigen ritme uitlezen en hoef ik me geen zorgen te maken over inleverdata. Ik lees gewoonlijk wel een kort stukje in de boekenwinkel, maar ik durf toch blinde aankopen doen. Boeken of schrijvers die je niet kent, kunnen je ook aangenaam verrassen. Ik heb ook belangstelling voor geïllustreerde boeken. Ik studeer publiciteit en tekeningen zijn soms wel inspirerend voor me.

 
Joke Van Leeuwen leest:
Lezen is er bij mij met de paplepel ingebracht. Vroeger hadden we steeds de beste kinder- en jeugdboeken in huis en er werd heel vaak voorgelezen. Waarschijnlijk ben ik daarom zelf schrijfster en illustrator geworden. De mooiste boeken zijn voor mij de romans van WG Sebald en de gedichtenbundels van Leo Vroman. Een ander boek dat me heeft aangesproken is Zelfportret als legkaart, van Hella S. Haasse. Ik heb het gelezen toen ik twintig was en het gaf mij – en vele andere vrouwen - een heel nieuw inzicht in het vrouwzijn. In het boek lees je de zelfreflectie van het personage, Haasse zelf, dat haar eigen weg gaat in de periode van de Tweede Wereldoorlog. Een boek als dat, de zon en een zeteltje onder het afdakje van mijn huis: de ideale elementen voor een middagje heerlijk ontspannen.

 
Bart Van Loo leest:
Sommige schrijvers overkomen je. Het eerste boek dat ik van Balzac las, bevat een halsscène: een man wordt verliefd op de rug en de hals van een vrouw. En dat heb ik gelezen op een bankje op het Frans Halsplein in Antwerpen. Dat vergeet je niet meer. Het boek L’ours en peluche was dan weer het begin van mijn relatie met Simenon. Ik heb op korte tijd een hele schoorsteenmantel vol Simenons verzameld; als ik op reis ga (of het nu naar Parijs of naar Marrakesh is) zit er altijd een Simenon in mijn bagage. Een compagnon de voyage, ja.
Typisch aan Simenon zijn die personages die weg willen uit de werkelijkheid: andere dingen doen, andere mensen zijn… Als we heel eerlijk zijn, kennen we dat soort verlangens wel. Simenon líjkt trouwens alleen maar makkelijk te schrijven. Ik heb ook een paar vertalingen gelezen en die zijn lang niet allemaal geslaagd. Het is in zekere zin makkelijker om het precieuze, sensuele taalgebruik van Proust te vertalen (daar kan je je met al je vertaaltalent ingooien), dan dat ogenschijnlijk makkelijke, maar suggestieve Frans van Simenon, dat heel snel vlak Nederlands dreigt te worden. (www.bartvanloo.info)

Mijn boeken ...
 
Petra Van Loocke leest:
Ik lees veel in bepaalde periodes, in de zomer meer dan in de winter. In de zomer kan ik genieten van een goed boek in de tuin, onder de parasol. Eenmaal een boek me in zijn greep heeft, kan ik op alle plaatsen lezen. In het middelbaar onderwijs heb ik meer dan eens een boek gelezen tijdens de les Duits of Geschiedenis. Zo herinner ik me dat ik Eline Vere van Louis Couperus tijdens de lessen heb uitgelezen. Nu kan ik me iets meer bedwingen en wacht ik op een goed moment om te lezen: in de tuin, in bad, in bed,... Ik zoek er wel steeds rustige plekjes uit.
Mijn favoriete schrijver is Douglas Coupland, auteur van onder andere Generatie X, Girlfriend in a coma en jPod. Ik probeer ook zoveel mogelijk in het Engels te lezen (als dat de originele taal is tenminste) omdat er bij een vertaling vaak dingen verloren gaan. Het laatste boek dat me enorm kon boeien was De schaduw van de wind van Carlos Ruiz Zafon. Ik vond het echt jammer toen het boek uit was. Ik probeer ook alle (reis)boeken van Marc Helsen mee te pikken en Dan Brown zijn boeken heb ik ook gelezen. Als een boek mij in de eerste 20 bladzijden niet kan boeien, dan laat ik het links liggen.

Mijn boeken ...
 
Bent Van Looy leest:
Eén van de boeken die ik me als kind herinner gelezen te hebben, is De Walgvogel van Jan Wolkers. Ik heb het ‘clandestien’ uit de bibliotheek van mijn vader genomen, om het onder de lakens van mijn bed te lezen. Buiten spannend, was het ook belangrijk voor mij. Het heeft mij mee ‘gevormd’, om het zo te zeggen.
Nu lees ik elke dag, 1 of twee boeken per week, overal. Waar ik ook ga of sta, ik moet steeds iets te lezen bij me hebben. Het is ook geen probleem een boek drie keer te lezen, ik vind het zelfs leuk. Zo kom je dingen te weten die je eerst niet gezien had, of leer je het boek op andere niveaus waarderen. Samen met een vriend heb ik daarom een soort leesclub. We wisselen boeken uit en geven elkaar waardevolle tips. Onze voorkeur gaat vooral uit naar Engelstalige romans als Stone Junction van John Dodge.
Als ik op dit moment een boek zou moeten schrijven, zou het het ultieme boek over rock-’n-roll zijn, een toproman over popmuziek. Maar nu toch liever nog even niet.

 
Anneke Van Osselt leest:
Ik lees vooral tijdens m’n vakantie, en ook óver m’n vakanties. Ik ben ooit voor m’n studies zes maanden in Spanje gaan wonen, en kort daarvoor had ik een bundel reisverhalen gelezen over die regio. De herkenning die ik toen had, toen ik al die plekken zelf zag, was fantastisch, echt zo’n gevoel van: ‘Wow, ik sta hier op die plek waar ik daarstraks nog over heb gelezen.’ En ik ben dan ook reisverhalen blijven lezen. Zo gebeurt het dan wel eens dat ik in m’n hangmat of aan het kampeertafeltje dat ik op reis altijd meeneem, zit te lezen over het land waar ik me bevind.

Waargebeurde verhalen spreken me sowieso meer aan dan fictie – niet alleen reisverslagen, maar ook andere zaken, zoals Het Spoor van de Moor. Met non-fictie kun je makkelijker je eigen ervaring afwegen tegen wat in dat boek beschreven staat – wat heb ik al meegemaakt, gedacht, gevoeld – omdat je weet dat het echt gebeurd is.

 
Julie Van Pelt leest:
Mijn favoriete auteur is Thea Beckman. Ik vind dat ze altijd over boeiende, historische onderwerpen schrijft. Op school bevalt de geschiedenisles me ook wel. Veldslagen en zo: razend interessant! Momenteel ben ik trouwens in één van haar boeken bezig: Het rad van fortuin, een heel mooi boek met al de typische Thea Beckman-elementen. Ik lees wel vrij veel, vooral tijdens de vakantie.
Tijdens het schooljaar heb ik er jammer genoeg vaak gewoon de tijd niet voor. Lezen is voor mij een ideale vorm van ontspanning. Ik woon recht tegenover de bibliotheek, dus dat is wel handig: ik hoef gewoon maar de straat over te steken om aan leesvoer te komen.

Een favoriet boek uitkiezen vind ik heel moeilijk. Ik heb al zoveel boeken gelezen en er waren er zoveel mooie bij. Misschien kies ik dan voor de Lord of the Rings-trilogie. Die drie boeken springen er wel uit, zo mooi. En er zitten veldslagen in!

 
Jaak Van Waag leest:
Ik lees misschien maar twee boeken per maand uit maar ik lees wel altijd 3 of 4 boeken tegelijk. Meestal een boek dat met economie te maken heeft, een boek dat meer ontspannend is voor op de bus of op de trein, iets over de wereld of over andere culturen en vaak ook een boek in een andere taal. Ik lees voornamelijk om bij te leren, dus lees ik bijna uitsluitend non-fictie.

Ik vind het ideaal om op een terrasje te zitten, met een pintje, een goed boek en Mozart op de achtergrond. Maar dat is niet de realiteit, de realiteit is dat ik meestal op de bus lees. Ik ga ook graag naar boekhandels, ik vind het leuk om erin rond te lopen en bepaalde uitgeverijen te volgen. Ik ga dus nooit naar de bibliotheek voor mijn boeken. Om mijn keuze te maken surf ik vaak op het internet ofwel baseer ik me op recensies. Zelf een boek aanraden kan ik niet, behalve dan misschien Ons kookboek van de Boerinnenbond.

 
Maarten Van Walleghem leest:
Ik lees weinig, veel te weinig. Ik lees denk ik gemiddeld 2 boeken per jaar en dan lees ik vooral bekende boeken die iedereen me aanraadt zoals De verborgen geschiedenis van Donna Tartt en De Da Vinci code van Dan Brown. Ik vind het jammer dat ik zo weinig kan lezen want ik lees echt graag. Wat ik wel veel lees zijn strips voor volwassenen, zoals Persepolis van Marjane Satrapi en de Japanse strips Manga en anime.

Als ik een boek lees moet het goed zijn van in het begin, anders lees ik niet verder. Het moet ook stil zijn als ik aan een boek begin. Daarna is het minder belangrijk en kan ik overal lezen, maar in het begin moet ik eerst in de sfeer van het boek geraken en daarvoor moet het stil zijn.

 
Kim Vandaele leest:
Tot voor kort las ik niet zo erg veel, maar mijn vriend heeft een boekhandel en dat heeft me wel aan het lezen gezet.
Ik hou eigenlijk vooral van kunstboeken, vooral over architectuur en moderne kunst. De Taschen-reeks vind ik erg goed omdat ze budgetvriendelijk is en toch kwaliteit biedt, terwijl kunstboeken vaak nogal prijzig zijn. Jammer genoeg vind je van hedendaagse kunstenaars nog niet zo erg veel Taschen-boeken.

Als ik romans lees is het doorgaans om me te ontspannen en eens lekker weg te dromen. Het laatste boek dat ik gelezen heb, was De terugkeer van de dansleraar van Henning Mankell en dat vond ik wel goed. Maar niet zo goed als De boekhandelaar van Kaboel van Asne Seierstadt. Dat is nochtans geen puur ontspanningsboek. Het is heel boeiend, dat zeker: je krijgt een degelijk geïnformeerd inzicht in een andere cultuur en die journalistieke achtergrond geeft het boek wel een belangrijke meerwaarde.

 
Eddy & Pascale Vandecasteele & De Munter leest:
Eddy Vandecasteele en Pascale De Munter hebben elkaar net op de trein ontmoet naar aanleiding van het boek Volg jij mij van Hans Van der Lee.
Eddy: "Dit boek gaat over het geloof en over Jezus. Ik ben geleidelijk aan gegroeid naar dit geloof en ik heb me dan ook vorige week laten dopen. Ik zie dit doopsel als een bevestiging dat Jezus mijn Meester en Redder is. Ik lees de laatste tijd veel boeken over het geloof. Eigenlijk sinds ik genezingsschool volg: genezing op lichaam, geest en ziel. Pascale sprak me aan toen ze zag dat ik dit boek aan het lezen was en zo ontstond er een gesprek over geloof. Ik zal met de boekenbon die ik net heb gekregen een tweede exemplaar van dit boek kopen en het haar opsturen."
Pascale: "Ikzelf ben Franstalig, ik lees dan ook heel wat Franse boeken, maar ook wel geregeld Nederlandstalige. Mijn favoriete thema's zijn boeken over cultuur en godsdienst: niet alleen het christendom, maar ook islam, jodendom enz. Ik ben dan ook heel gelovig. Een boek dat me altijd is bijgebleven, is Jamais sans ma fille, een boek over een vrouw op de vlucht. Ik persoonlijk heb veel meer aan een boek dan aan bijvoorbeeld een film. Lezen spreekt me gewoon meer aan."

 
Barbara Vandenbossche leest:
Voor mijn job houd ik me vaak bezig met geschiedkundige research, en dat wil zeggen dat mijn leesgedrag ook vaak in die richting gaat. Momenteel lees ik Het Verlangen naar de Middeleeuwen, van Ronald Van Kesteren, over belangrijke figuren uit de Middeleeuwen en hoe wij daar nog steeds door beïnvloed worden.

In mijn vrije tijd lees ik vaak zogenaamde “literaire” thrillers, zoals de commissaris Sejer-reeks van Karin Fossum en Peter Wimsey-mysteries van Dorothy Sayers. Ik lees tegenwoordig minder dan vroeger, maar ik kom toch nog makkelijk aan een boek per week. Die romans moeten vooral meeslepend zijn, met een verhaal waar steeds de pas in blijft zitten. Als dat niet het geval is, liggen er altijd nog wel een paar andere exemplaren klaar om in te beginnen.

 
Annie Vanderlinden leest:


Mijn boeken ...
 
Karen Vandermeulen leest:
Ik lees nu De Asielzoeker van Arnon Grünberg – het is de eerste keer dat ik iets van hem lees, maar het bevalt me wel. Ik heb nogal een brede smaak wat romans betreft. Ik lees wel altijd, of bijna altijd fictie, maar dat gaat dan van Oscar van den Bogaard over Peter Verhelst tot Isabel Allende – Nederlands of vertaald, dik of dun, het maakt me weinig uit, als het me maar kan boeien. Het enige waar ik wel aan houd, is dat de stijl goed moet zijn. Het verhaal mag dan op de tweede plaats komen. Het moet goed geschreven zijn.

Ik ontdek boeken meestal via kranten of tijdschriften, en af en toe krijg ik eens een aanrader van vrienden. Dat laatste is wel leuk, omdat je vrienden je kennen en weten waar je naar zoekt. In mijn geval, ontspanning, maar dan wel liefst nog met wat kwaliteit erbij.

Mijn boeken ...
 
Veerle Vandevelde leest:
Ik vind het altijd leuk wanneer ik iets van mezelf kan terugvinden in een boek. Hoe hoger de herkenbaarheid, hoe meer ik er van kan genieten. Nu lees ik Een Leven Lang Slank Zonder Diëet van Sonja Kimpen – niet dat ik dat nodig heb. Maar het is gewoon boeiend om te zien hoe andere mensen omgaan met hun leven en welke kijk zij er op nahouden. Nog zoiets: De Ziel Haar Naam Zelf Koos van Els De Schepper. In dat boek gaat De Schepper er onder andere van uit dat we uit elke ervaring iets kunnen leren – dat is een mentaliteit waarmee je je heel makkelijk kunt identificeren.

Als ik romans lees, is het vooral belangrijk dat die vlot geschrveen zijn. Uiteindelijk lees ik om mezelf te ontspannen. En heel vaak ga ik dan in de richitng van historische romans, zo realistisch mogelijk geschreven.

 
Katja Vandijck leest:
Ik heb onlangs m’n tv-aansluiting opgezegd: het komt goedkoper uit, en je maakt er automatisch meer tijd door vrij voor belangrijker dingen. Want als je zo’n ding in huis hebt, kijk je er toch naar. En zo kan ik ook weer wat meer lezen. Nu lees ik Inge en Mira van Marianne Fredriksson, over de vriendschap tussen twee vrouwen uit een verschillende cultuur. Fredriksson is één van mijn favoriete auteurs – ze is waarschijnlijk meer geliefd bij vrouwen dan bij mannen, maar ik vind haar schrijfstijl prachtig. Detectives durf ik ook al wel eens vastpakken, maar in de eerste plaats zoek ik toch naar verhalen waar ik persoonlijk een boodschap aan heb, buiten dan de vraag wie het gedaan heeft.

 
Miek & Mark Vangraefschepe & Van Deum leest:
Miek: Ik lees het liefst literaire romans, vaak van Engelstalige vrouwelijke auteurs. Iris Murdoch en Muriel Spark horen tot mijn favorieten, en in het Nederlands vind ik Kristien Hemmerechts erg sterk. Ik ben nu wel redelijk feministisch ingesteld, maar het is toch gewoon toeval dat ik nu enkel vrouwelijke auteurs opsom: zo belangrijk is dat eigenlijk niet. Ik vind het best moeilijk om de vinger te leggen op wat mij zo aantrekt bij die schrijfsters. Het is het hele pakket, natuurlijk, maar misschien is het de psychologische ontleding die het hem uiteindelijk doet? Lezen is in elk geval net iets meer dan alleen maar ontspanning: het doet je nadenken en je haalt er altijd iets uit, vind ik.

Mark: Ja, een boek is voor mij werkelijk een bron van informatie. Ik hou van onderwerpen die doen nadenken, zodat je je geestelijk een beetje verder ontwikkelt. Ik ben nu net met pensioen en pik de draad van het lezen weer op en dat is een heel fijn gevoel. Naast literaire romans lees ik ook non-fictie: filosofie, cultuur en vooral Europese geschiedenis. Boeken over de middeleeuwen of de renaissance vind ik heel interessant. De laatste tijd heb ik over de geschiedenis van Nederland gelezen en over Oost-Duitsland in de periode 1949-1989: heel boeiend.

 
Guy Vanhoye leest:
Een goed boek zonder een goed verhaal, dat lijkt me nogal moeilijk. Dat is toch het eerste waar je naar vraagt: waar gaat het over? Wat heeft dit boek mij te vertellen? Daarom dat ik nogal hou van detectives, van thrillers. Zo’n plot dat naar het einde toe in elkaar begint te klikken, dat is fantastisch. Onlangs heb ik De Da Vinci Code gelezen, daar had je dat ook. En dat was een boek dat je aan het denken zette: wat is hiervan nu echt, wat is verzonnen? Dat is altijd meegenomen, dat je je niet alleen amuseert tijdens een boek, maar dat je achteraf ook nog iets hebt om over na te denken. Een mooie schrijfstijl natuurlijk ook, maar dat is op zichzelf niet eens zo doorslaggevend. Als het verhaal, de inhoud maar goed zit. Ik lees nu trouwens meer dan vroeger, nu ik iets ouder word. Ik ben m’n schade aan het inhalen. Vandaar ook dat ik nooit een boek twee keer zal lezen. Wie heeft daar nu tijd voor, er zijn nog zoveel goeie boeken te lezen

 
Henk Vanstappen leest:
Ik ontleen nooit boeken uit de bibliotheek, omdat ik ze liever zelf heb. Dan kan ik vijf jaar later nog zien wat ik precies gelezen heb. Normaal gezien heb ik mijn aankopen na een paar maanden wel gelezen, maar af en toe duikt er wel eens een vergeten exemplaar op. Ik weet zelden vooraf wat ik ga kopen als ik een boekhandel binnenstap.
Er zijn wel een paar auteurs die ik op de voet volg. Van Nabokov heb ik alles gelezen. Dat heeft dan ook een jaar of twintig geduurd. Nee, ik vind het niet erg dat iedereen alleen Lolita kent; het is inderdaad één van zijn beste romans , maar Pale Fire (Bleek vuur) of Invitation to a beheading (Uitnodiging tot een onthoofding) zijn ook absolute meesterwerken. Ik lees zijn romans in het Engels, omdat ik liefst zo dicht mogelijk bij de originele tekst blijf. Zijn Russisiche romans heeft hij zelf naar het Engels vertaald. Als ik ooit véél tijd heb, leer ik misschien nog Russisch om ze in de oorspronkelijke versie te lezen. Vroeger las ik een boek per week, maar dat was toen ik nog vaak met de trein reed – dat is voor mij de ideale leesplek.

Ik hoop wel dat mijn dochtertje later ook graag leest, want boeken zijn volgens mij nog steeds een uitstekend medium om kennis te vergaren. En wat fictie betreft: het is gewoon een prettige manier om even met iets anders bezig te zijn dan de dagelijkse beslommeringen. Voor mij moet niet iedereen lezen, maar ik zou het ze wel aanraden.

Mijn boeken ...
 
Walter Vercampt leest:
Ik ben bezig in Leidraad voor Kajuitjachtzeilers van Richard Vooren. Geen literatuur, akkoord, maar ik lees voornamelijk non-fictie, en dan vooral als ondersteuning van mijn hobby’s. Ik ga regelmatig zeilen, en als je dat wil doen, moet ook heel wat technische dingen weten, en de regels waar je je aan moet houden. Die haal ik dan uit dit soort boeken. Ik haal ook wel eens, uit interesse, van die “persoonlijkheidsboeken” in huis, waarmee je dan je EQ kan meten en zo.

 
Marlies Verhaegen leest:
Ik lees bijzonder graag maar liefst geen thrillers of science fiction. Ik lees vooral tijdens de vakanties. Ik zit nog op school en dan is het af en toe moeilijk om tijd te vinden. Als ik dan toch lees: het liefst in bed. Voor mij moet een boek vooral een goed verhaal hebben. Logisch toch? Het laatste boek dat ik las met zo’n verhaal was Extreem Luid en Ongelooflijk Dichtbij van Jonathan Safran Foer. Een echte aanrader. Hier op De Nachten kom ik speciaal voor Renske De Greef. Haar columns maakten een echte fan van mij...

 
Frederik Thomas Verleysen leest:
Ik lees vooral Duitse romans. Thomas Mann is mijn favoriete auteur, omdat hij in zijn schrijverschap samenbrengt wat normaal gezien over andere auteurs verspreid ligt: conservatisme en progressiviteit, broodschrijver en intellectuele schrijver… Als historicus interesseert me de overgang van traditionele samenleving naar moderniteit die je in zijn werk terugvindt. Mann was persoonlijk een sterk figuur. Hij interesseert me, maar dat beïnvloedt mijn keuze voor zijn werk niet. Ik probeer de schrijver en het oeuvre los van elkaar te zien. Er zijn voldoende onmensen geweest die grote kunstenaars waren.
Dood in Venetië is een goede eerste Mann, omdat in deze korte novelle de gevoelskant sterker is dan in de dikke turven die hij gewoonlijk schrijft. (En je hebt er minder tijd voor nodig. Ik ben recent vader geworden en daar kruipt toch veel tijd in.) Boeken als De toverberg sleuren ook dat imago mee van zware ideeënromans.

Mijn boeken ...
 
Lynn Vermeulen leest:
Onder het jaar heb ik maar weinig tijd om iets te lezen dat me niet werd opgegeven door mijn leraren op school, maar tijdens de vakantie kan ik mijn eigen zin doen. Dan lees ik ter ontspanning, en dan ga ik vooral op zoek naar vlot leesbare romans, die liefst iets te maken hebben met de geschiedenis.
De Da Vinci Code is bijvoorbeeld een aanrader. Het enige genre waar ik altijd van wegblijf, is science fiction, dat zegt me helemaal niets. Momenteel ben ik bezig in Toen Kwam Moeder Met Een Mes van Nicolien Mizee, over een meisje dat wil ontsnappen aan haar dominante moeder. Een opgelegd boek, ja, maar het realisme ervan bevalt me wel. Misschien dat ik ooit zelf wel eens iets schrijf – een jeugdboek of zo, dat lijkt me nog wel wat.

 
Frederik Vermote leest:
Ik lees vooral in bed. Nog een paar bladzijden voor het slapengaan, dat vind ik wel aangenaam. Ik vind lezen heel ontspannend, maar ik ben ook erg leergierig. Daarom lees ik geregeld biografieën van politieke figuren die me intrigeren. Maar natuurlijk lees ik ook romans. Isabel Allende is één van mijn favoriete auteurs. Ik vind haar levensbeschouwelijke opvattingen heel boeiend en haar manier van schrijven is natuurlijk ook prachtig. Mooi geschreven boeken bevallen me wel. Daarom hou ik ook zo van Het parfum van Patrick Süskind. Ik vind het ongelooflijk hoe Süskind erin slaagt om die geuren in woorden te vatten en om de ervaringen van het reukorgaan zo indringend te beschrijven. Dat is een heel speciale prestatie.

 
Stefaan Verpoorte leest:
Mijn echtgenote heeft me na lang aandringen zover gekregen dat ik ben begonnen in Het Juvenalis Dilemma van Dan Brown, de schrijver van De Da Vinci Code. Normaal gezien lees ik eerder fantastische romans: Tolkien en Stephen King – maar dan vooral de Dark Tower-cyclus van King. Maar mijn vrouw was nogal onder de indruk van Dan Brown, dus begin ik er ook maar aan. Ik probeer zoveel mogelijk te lezen. Vooral dan thuis, ’s avonds in bed, op de trein is dat eerder uitzonderlijk. Maar goed, ik ben schoolinspecteur van beroep, dus je moet toch een beetje het goede voorbeeld geven met je leesgedrag, hè?

 
Lieve Verreyt leest:
Ik heb net een non-fictieboek gekocht, want eigenlijk lees ik meestal non-fictie. De onderwerpen waar ik het meest over lees zijn thema’s die me erg na aan het hart liggen. Kinderen, echtscheiding, enzovoort: het soort zaken waar je in je leven zelf bij betrokken raakt. Als ik dan toch eens romans lees, dan toch nog het liefst realistische romans. Aan het boek De schaamte voorbij heb ik wel mooie herinneringen. Pjeroo Robjee vind ik een heel sterke schrijver. Ik ben wel iemand die boeken herleest, sommige zelfs vrij vaak. Wat emoties betreft, voel ik het vaak een beetje dubbel. Soms zou ik wel het wel willen: kunnen huilen bij een ontroerend boek, maar ik verzet me er dan toch weer altijd tegen. Ik weet niet of ik een boek zou kunnen schrijven, maar ik zou het wel graag doen, denk ik. Het lijkt me erg interessant om mijn levensverhaal neer te pennen. Het kan ook erg opluchten om bepaalde zaken van je af te schrijven in een soort van dagboek.

 
Marleen Verrycken leest:
Lezen doe ik vooral tijdens de vakantie, want daarbuiten heb ik het vaak te druk. Ik heb een job en een gezin; dat kan erg stresserend zijn en dan heb ik het moeilijk om in het ontspannende van een boek te komen. Tijdens het jaar lees ik ongeveer één boek per maand, denk ik. Ik lees vooral romans en heel af en toe eens een boek uit de non-fictieafdeling.
Heleen Van Royen vind ik erg goed. Van haar las ik De gelukkige huisvrouw en Godin van de jacht. Ze is een beetje brutaal zonder plat te worden, en heel aangenaam om te lezen. Haar manier van schrijven lijkt me ook heel gemeend.

Ik ga graag naar de bibliotheek, maar boeken waarvan ik denk dat ik ze ooit ga herlezen koop ik wel. Lezen betekent voor mij vooral ontspanning en wegdromen. Toch mag het ook iets meer zijn. Het klinkt misschien wat cliché, maar een interessant boek verruimt je kijk op de wereld en dat is toch niet onbelangrijk.

 
Pieter Vervloet leest:
Sinds een jaar of twee hou ik bij welke boeken ik wanneer heb gelezen. Vorig jaar kwam ik aan een 160-tal, maar ik heb even ‘in between jobs’ gezeten, dus had ik meer tijd dan anders. Lezen heeft voor mij niet echt één functie: je leert er van, het ontspant en werkt soms zelfs als slaapmiddel. Daarnaast is het ook een deel van je geheugen. Je weet vaak nog welk boek je waar en wanneer hebt gelezen, van wie je het hebt gekregen of geleend of aan wie je het zelf hebt uitgeleend.

The Life of Pi van Yann Martel vond ik ronduit geweldig, maar voor mij heeft elk boek wel iets. Het laat je dingen zien vanuit een ander perspectief en elk boke geeft extra achtergrond voor het volgende.

Mijn boeken ...
 
Ingrid Vos leest:
Romans en poëzie lees ik niet zo heel vaak, maar ik lees wel redelijk veel boeken over interessante onderwerpen als psychologie en filosofie. De grote filosofen horen dan natuurlijk tot mijn favorieten, maar ik hou ook van Vlaamse schrijvers: Herman De Coninck en Clem Schouwenaars zijn me altijd bijgebleven uit mijn schooltijd.

Het gebeurt wel af en toe dat ik een boek herlees. Dat zijn dan gewoonlijk de filosofische werken: als ik daar iets kan uithalen en er in het dagelijkse leven mee kan “werken” vind ik zo’n boek ook echt de moeite waard. Ik ga vrij regelmatig naar de bibliotheek, maar die blijvers wil ik echt wel hebben. Dan kan ik er naar teruggrijpen wanneer ik wil.

Een boek waar ik mooie herinneringen aan heb? Dan moet ik toch een roman noemen: Het geschenk van David Flussfeder heeft me wel sterk aangegrepen. Heel verrassend, eigenlijk, want eerst kwam het boek maar niet op dreef. Gelukkig heb ik toch doorgebeten, want ik heb er heel veel aan gehad. Hoewel hij soms nogal karikaturaal is, biedt deze roman toch een interessante reflectie over de maatschappij. Mijn favoriete leesplekje is in de zon: ik ga buiten zitten of in een zetel bij het raam en geniet van een kop koffie, de zon en een goed boek.

 
Jo Vranckx leest:
Ik lees zeer veel en ook heel gevarieerd. Ik ben gebeten door taal en ik moet kunnen lezen. Wat ik lees hangt af van mijn gemoedsstemming. De basisvoorwaarde voor mij is dat de taal mooi moet zijn. De taal moet vloeiend zijn, een rijkdom op zich. Een mooi voorbeeld daarvan is Het meisje dat teveel van lucifers hield van de Canadese schrijver Pierre Péju.
Ik ga met de trein naar het werk dus kan ik ’s morgens en ’s avonds al een half uur lezen. Daarnaast lees ik zodra ik een vrij moment heb. Ik heb ook heel lang voorgelezen. Eerst aan mijn kinderen, maar daarna ook aan mezelf.
Meestal lees ik fictie, maar ik lees ook graag biografieën en poëzie. De biografie van Alma Mahler (Alma Mahler: mijn leven) zou ik trouwens aan iedereen aanraden vanuit mijn vrouw-zijn.

 
Liesbet Vreys leest:
Voor mij is een boek goed als je er niet in kan stoppen. En als ik een boek goed vind, dan geef ik ze meteen door aan andere mensen. Als gevolg heb ik veel van mijn lievelingsboeken niet in huis.
Ik geloof heel sterk in mondelinge aanraders. Je moet wel een beetje iemands smaak kennen, maar dan kan je er ook op rekenen. Ik koop zelden iets zomaar uit nieuwsgierigheid, zonder er voordien iets over gehoord te hebben van een kennis. Er wordt op covers per definitie allerlei lovends geschreven over het boek, maar daar kan je zo weinig op afgaan. Het zijn tips van mensen wiens smaak je niet kent. Valt dikwijls tegen.
Eén van mijn lievelingsauteurs is Paul Auster. Die heb ik leren kennen door de film Smoke. Ik zag op de aftiteling dat het scenario van Paul Auster was en hoewel ik in een bibliotheek werkte, had ik nog niets van hem gelezen. Wel, ik was meteen weg van die boeken. En ik merk dat Auster voor meerdere mensen echt liefde op het eerste gezicht is. Ik heb een boek van hem eens aangeraden aan een bibliotheekbezoekster en achteraf vertelde ze me dat ze bij het lezen haar eten had laten aanbranden. Dat is fantastisch, toch?

Mijn boeken ...
 
Jurgen Willems leest:
Lezen is geen onmisbaar deel van mijn leven, maar toch doe ik het heel graag. Vooral als ik op de trein zit of ergens moet wachten, maar ook louter als ontspanning. Het beste boek dat ik de laatste tijd heb gelezen is De verborgen geschiedenis van Donna Tartt. Het is niet echt spannend, maar ik kon meeleven met de personages en werd meegesleurd door het verhaal.

Enkele jaren geleden heb ik de kans gehad om Anil’s Ghost van Michael Ondaatje te lezen in Sri Lanka, waar het zich afspeelt. De gids die ons toen begeleidde heeft heel wat van mijn vragen kunnen beantwoorden, want hij had zelf de oorlog tussen de Tamils en de regering van Sri Lanka meegemaakt. Het heeft meer effect als je zo’n verhalen van een echte persoon hoort en de bewijzen met eigen ogen kan zien. Ik moet toegeven dat ik het een beetje van me heb afgezet toen ik weer op de terugreis was, maar helemaal vergeten doe je zoiets natuurlijk niet.

 
Pieter Willems leest:
Eigenlijk lees ik niet zoveel romans. Als vormgever ben ik meestal bezig in vakliteratuur over typografie en zo. Maar toch heb ik één boek dat erg speciaal voor me is. Ik zat op het dak van de Russische auteur Daniil Charms. Het is een collectie absurde kortverhalen die samen een ode aan de onzin vormen. Een vriend raadde me dat boek aan en het ligt sindsdien altijd naast mijn bed. Charms werd onder Stalin gek verklaard en hij stierf ergens in een instelling aan honger. Ik vind het fantastisch hoe Charms speelt met de manier waarop een verhaal verteld wordt. Daarom ben ik benieuwd hoe Vitalski hier op De Nachten die verhalen gaat voorlezen.

 
Nicole Wittesaele leest:
Een goed boek kan me helemaal van de wereld afsluiten: als een boek me “pakt”, dan zit ik er helemaal in en dan kan verder niets me deren. Dat is wat er zo mooi aan is.
Eén van de beste boeken die ik ooit in handen heb gehad, is Geheime Kamers van Jeroen Brouwers. Dat is zo’n boek dat elke lezer wel op z’n eigen manier zal lezen, afhankelijk van zijn of haar persoonlijke ervaringen. Iedereen kan daar iets anders uithalen, en dat komt enkel omdat Brouwers zo nauwkeurig weet te schrijven over emoties die iedereen wel eens heeft.

Verder volg ik de belangrijkste Vlaamse auteurs zoveel mogelijk: Hemmerechts, Claus...
En in de non-fictie branche hou ik ervan om boeken te lezen over andere culturen, om te zien hoe het leven zo ongeveer werkt in andere landen, met andere zeden. Ik ben nogal bezig met literatuur, eigenlijk. Als er een boekenbeurs is of een ander evenement dat ermee te maken heeft, dan kun je me daar altijd wel terugvinden. Ik schrijf ook zelf wel wat: therapeutisch schrijven, zou je kunnen zeggen, om de dingen van me af te schrijven – ik kan dat iedereen aanraden, trouwens, het kan erg bevrijdend zijn om dat te doen.

 
Hilde Wouters leest:
Ik lees vaak op de trein. Dat kan ook de krant zijn, maar een goed boek is natuurlijk nog beter. Nu lees ik Het visum van Isaac Singer, een roman over een joodse jongen die tijdens de Tweede Wereldoorlog uit Warschau moet vertrekken. Erg ver zit ik nog niet, dus ik kan niet vertellen hoe het afloopt, maar ik vind het tot dusver erg boeiend. De laatste maanden heb ik wel vaker boeken van joodse auteurs gelezen: die thematiek interesseert me wel. Wat mijn favoriete boeken en schrijvers zijn kan ik onmogelijk zeggen: er is gewoon te veel keuze, zo veel prachtige boeken. Onlangs las ik Het zingen van de tijd van Richard Powers, dat vond ik wel een mooie roman.
Ik koop niet echt veel boeken: normaal ga ik naar de bibliotheek. Alleen boeken die ik erg goed vond wil ik wel kopen, om ze te herlezen. De thrillers van de Zweedse misdaadauteurs Sjöwall en Wahlöö heb ik al meer dan één keer gelezen. Ik vind het prima ontspanning en na een tijdje ben ik de ontknoping toch vergeten, dus is het even prettig als de eerste keer.

 

Iedereen Leest is een project van Stichting Lezen i.s.m. NMBS.
Stichting Lezen wordt gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. Met steun van Metro.