Een oude missiezuster uit Hoogstraten kan de slaap niet vatten in haar Indische kloostercel. Terwijl ze tot de vroege ochtend ligt te woelen, vertelt ze ons haar levensverhaal. De non blijkt perfect te passen in het plaatje van Pleysiers eerdere boeken over een familie uit de Antwerpse Kempen.
Meer nog: de non is tante Roza uit De Gele Rivier is bevrozen. Was Roza in dat eerste boek nog vooral een zwijgend, afwezig personage, in De Trousse krijgt ze zelf het woord. Roza’s vertelstem maakt dat het boek soberder, uitgepuurder, gebalder wordt dan de andere, veeleer overvloedig doorratelende en uit dialogen opgebouwde boeken van Pleysiers familiekroniek.
De dialogen in Pleysiers fenomenale spreektaal zijn er nog, maar blijven meer op de achtergrond en elk overbodig woord is verdwenen. Wat overblijft is de essentie, een parel van amper 75 bladzijden.