De vijf van Reine De Pelseneer

'I read a book one day and my whole life was changed', zei auteur Orhan Pamuk ooit. Dat boeken een impact kunnen hebben, ervaren veel lezers. Maar sommige beïnvloeden, sturen of bepalen zelfs je leven. Journaliste Katrien Steyaert peilt voor deze reeks naar de 'beste vijf' van auteurs en illustratoren. Met welke boeken groeiden ze op en met welke worden ze oud? Deze keer: schrijver Reine De Pelseneer.

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

Al schrijvend kan Reine De Pelseneer haar grote gevoeligheid kwijt, en ook lezen helpt om haar plaats in de wereld te vinden. ‘Ik hou soms van sentiment, ja, maar je lezer doen huilen bewijst je metier als schrijver’.

1. ‘Wiele wiele stap’ – Miep Diekmann, ill. Thé Tjong-Khing

‘Als klein meisje was ik een beetje bang voor de roltrap, voor de grote stap die je daarvoor moet zetten. Precies dat voelde schrijfster Miep Diekmann perfect aan toen ze schreef: "een twee hop/ de roltrap op/ allemaal benen/ allemaal tenen/ allemaal tassen/ en nu oppassen/ een reus van een stap,/ dag roltrap". Ik ken het nog altijd uit het hoofd omdat mijn ouders en ik het nu en dan letterlijk opzegden. Dat hielp me wel een beetje, denk ik.’

‘Mijn moeder en vader hadden aan mij, mijn zus en mijn broer ook de rest van de bundel voorgelezen, dus ik beeld me graag in dat Wiele wiele stap de kiem van mijn levenslange liefde voor poëzie vormt. Een andere, sterke herinnering is dat ik rond mijn tiende gedichten van André Sollie kreeg. Ik hield direct van het taalplezier en de manier waarop hij de essenties van emoties vatte – ik ben altijd heel gevoelig geweest. Dat wil niet zeggen dat ik alle verzen volledig moet begrijpen, integendeel, voor mij neigt poëzie naar muziek, waarvan je los van kennis kunt genieten.’

‘Iemand als Maria Barnas of Gerrit Achterberg beheerst de kunst van het verdichten, met weinig woorden veel zeggen, en dat is precies wat ik graag doe: de mogelijkheden van taal exploreren binnen een klein speelveld. Daarom bewonder ik Miep Diekmann zo: ze speelt met klanken en woorden, en dat voor de allerjongste kinderen. Dat lijkt eenvoudig, maar is een hele kunst. In combinatie met de charme en humor van Thé Tjong-Khings zwart-wittekeningen maakt het dat ik mijn stukgelezen Wiele wiele stap altijd zal blijven koesteren.’

“Hierom bewonder ik Miep Diekmann zo: ze speelt met klanken en woorden, en dat voor de allerjongste kinderen. Dat lijkt eenvoudig, maar is een hele kunst.”

2. ‘Wie schrijft…’ – Elizabeth George, vert. Rie Neehus

‘Een bezoek aan de bib vond ik in mijn jeugd altijd heerlijk; nog diezelfde avond vloog ik in de boeken. Zodra ik kon schrijven, bedacht ik ook verhalen waarvan ik dan boekjes knutselde. Het leek me zo geweldig om dat elke dag te mogen doen dat ik toen al droomde van schrijver worden.’

‘Vandaag combineer ik een halftijdse job als eindredacteur met kinder- en jeugdboeken maken. Vooral toen ik voor de iets oudere leeftijd begon, die lijvigere romans lezen, was ik op zoek naar meer structuur in mijn manier van werken. Niet dat ik nog in het wilde weg schreef, zoals als kind, maar ik wist soms niet hoe het verder moest. Gelukkig vond ik in De Slegte Wie schrijft… van Elizabeth George, auteur van vooral psychologische thrillers. Dat genre spreekt me niet aan, maar deze fijne schrijfgids, waarin ze haar eigen twijfels toont en voorbeelden uit haar boeken aanhaalt, heeft me ontzettend geholpen. Tot vandaag volg ik grotendeels haar methode. Zo leerde ze me dat ik beter niet tegelijk op plot en taal werk, want dan wil mijn innerlijke criticus aan elke formulering sleutelen en geraak ik niet vooruit met het verhaal. Nu zet ik net als George eerst associatief alle scènes op papier, zonder me druk te maken over taalfouten of tegenstrijdigheden, en pas daarna focus ik op de manier waarop ik iets op de lezer overbreng.’

‘Ik heb dit boek weleens aangeraden toen ik nog schrijflessen gaf, want zeker als je nog zoekend bent, is het ongelooflijk boeiend. Pas op, bij een eerste lezing gaf het mij ook faalangst. Zoveel dingen waarop je moet letten, zou dat mij wel lukken? Maar de clou is: gewoon beginnen.’

“Net als George zet ik eerst associatief alle scènes op papier, zonder me druk te maken over taalfouten of tegenstrijdigheden, en pas daarna focus ik op de manier waarop ik iets op de lezer overbreng.”

3. ‘The Bone Clocks’ – David Mitchell

 

‘Als anglofiel heb ik een zwak voor mensen die mooi Brits praten. Ik was dus in de wolken toen ik in 2015 een bijna-exclusieve ontmoeting met David Mitchell had. FNAC had niet genoeg promotie gemaakt voor zijn voorstelling van The Bone Clocks waardoor er niemand was, behalve mijn toenmalige vriend, ik en wat uitgeverijmedewerkers. Waarop Mitchell aan ons tafeltje kwam zitten om te vertellen. Maar hij stelde ons ook veel vragen – die ongelooflijk nieuwsgierige geest voel je ook in zijn boeken.’

‘Ik kan ze allemaal aanraden, maar The Bone Clocks maakte het meeste emoties bij mij los. Hoofdpersonage Holly begint als opstandige tiener, wat ik zelf totaal niet was, maar dankzij de realistische beschrijvingen was ik direct mee. Ook als ze op het einde grootmoeder wordt, kon ik me daar ondanks mijn kinderloosheid in inleven.’

‘Met zijn personages van vlees en bloed beroert Mitchell het hart terwijl zijn spel met meerdere invalshoeken en registers het hoofd uitdaagt. Zo krijgen we naast Holly’s perspectief dat van verschillende andere personages. Het bewijst het enorme metier van de schrijver, die me ook liet lachen en in spanning deed voortlezen. Bovendien is hij een meesterlijke stilist en raakt The Bone Clocks thema’s aan die ertoe doen: familiebanden, relaties, het overwinnen van de tijd en de dood. Dat laatste speelt in een hoofdstuk over 2043, een toekomst vol conflicten en klimaatrampen. Dat is nu al gaande en houdt me bezig, maar Mitchell beschrijft het zo realistisch en grimmig dat ik er letterlijk van wakker lag. Een sprankeltje hoop maakt het einde wel heel ontroerend; ik moest erbij huilen.’

“Met zijn personages van vlees en bloed beroert Mitchell het hart terwijl zijn spel met meerdere invalshoeken en registers het hoofd uitdaagt.”

4. ‘The Hunt for the Nightingale’ – Sarah Ann Juckes, ill. Sharon King-Chai

‘Het label "tranentrekker" bewijst hoe neerbuigend sentiment bekeken wordt, terwijl het een kunst is om je lezer aan het huilen te krijgen zonder in clichés te vervallen. Of zeg ik dat nu omdat ik gemakkelijk huil bij boeken en films? (glimlacht) Nee, een verhaal als The Hunt for the Nightingale, waarbij ik het niet droog hield, is zeker niet plat. Het hoofdpersonage, een bijzonder jongetje van tien, doorspekt het met feitjes over de vogels waar hij zo dol op is en voert bijzonder mooie en rake gesprekken met mensen. Ze gaan over tijd hebben voor elkaar, over jezelf willen zien en over verlies erkennen. Jasper heeft namelijk net zijn oudere zus verloren, zij die zijn obsessies en angsten begreep – het woord "neurodivergent" valt nergens, maar het zou me niet verbazen mocht hij het zijn. Rosie was er echt voor hem terwijl hun ouders het druk hadden met hun bedrijf. Die zeggen ook niet dat Rosie dood is, maar "dat ze naar een betere plek is".’

‘Jasper gelooft in die plek en dat zijn zus daar samen is met de nachtegaal, die vroeger in de tuin zong, maar nu ook wegblijft. Waarop hij zijn moed verzamelt en op een voor hem groot avontuur vertrekt. Het is precies het soort kinderboek dat ik wil schrijven: vol liefde voor de natuur en met een grote tederheid.’

‘Het gekke is dat ik dit toevallig kocht in de zomer van 2022 toen ik zelf nog niet hard met verlies geconfronteerd was. Maar een paar maanden later stierf mijn vader relatief onverwacht en nog een paar maanden later liep mijn relatie stuk. Achteraf gezien leek dit nachtegaalverhaal me dus voor te bereiden op alle verdriet dat ik nog zou hebben.’

“Dit is precies het soort kinderboek dat ik wil schrijven: vol liefde voor de natuur en met een grote tederheid.”

5. ‘Sprookjes en verhalen’ – H.C. Andersen, vert. Annelies Van Hees

‘Soms bieden boeken echt troost. Dat bewijst mijn recente herontdekking van de sprookjes van Andersen. Die kende ik natuurlijk uit mijn kindertijd, maar vaak in de Disney-versie, terwijl ik nu weet dat bijvoorbeeld De kleine zeemeermin voortkwam uit Andersens onbeantwoorde liefde voor een man – iets wat hij in zijn tijd niet mocht uitspreken en waarmee hij gigantisch worstelde. Althans, dat is de interpretatie van Jackie Wullschlager, die in haar diepgaande biografie The Life of a Storyteller fascinerende parallellen trekt tussen zijn leven en werk.’

‘Ik kocht het boek nadat ik twee keer kort na elkaar in Andersens geboortedorp Odense was beland en daar het vernieuwde, aan hem gewijde museum bezocht. Terug thuis ging ik me verdiepen en ontdekte ik dat de man achter Het lelijke eendje zelf dat zwanenjong was. Hij groeide op in grote armoede, maar zijn nog grotere ambitie om acteur te worden dreef hem op zijn veertiende naar Kopenhagen, waar hij in zijn eentje tegenslag na tegenslag moest verwerken en uitgelachen werd om zijn gebrek aan scholing. Maar hij zette door en eindigde als wereldberoemd schrijver.’

‘Klinkt als een sprookje, maar hij leed een leven lang onder eenzaamheid omdat hij moeite had om vriendschappen en relaties aan te knopen. Als tiener had ik zelf last van er niet helemaal bij horen en hoewel ik nu zeker niet zo eenzaam als Andersen ben, worstel ik door mijn stukgelopen relatie ook met de liefde. Maar net door die herkenning vond ik troost in het werk over én van Andersen. Ik zag hoe hij altijd weer de moed vond om te zoeken naar de kracht van verbeelding en het plezier van schrijven.’

“Als tiener had ik zelf last van er niet helemaal bij horen en hoewel ik nu zeker niet zo eenzaam als Andersen ben, worstel ik door mijn stukgelopen relatie ook met de liefde. Maar net door die herkenning vond ik troost in het werk over én van Andersen.”


Deel dit artikel:

Mis niets van Iedereen Leest