In het atelier van Louize Perdieus

Hoe ziet de werkruimte van illustratoren eruit? Wat zijn hun rituelen, talismannen en eigenaardigheden? Waaruit putten ze inspiratie en hoe komen ze tot hun beste werk? Journaliste Katrien Steyaert mag binnenkijken in hun ateliers en in hun creatieve geesten. Michiel Devijver maakt er foto’s bij. Deze keer: op bezoek bij illustrator Louize Perdieus in Vorselaar.

door Katrien Steyaert | foto's: Michiel Devijver
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Warschau

‘Het bijzonderste atelier dat ik al gehad heb, was een kamer die ik huurde bij een omaatje in Warschau. Geen typische Erasmus-locatie, maar hun Academie sprak mij sterk aan. Eens daar, kon die door omstandigheden plots tijdelijk geen begeleidende ateliers geven, maar in dat halfjaar heb ik in mijn kamer volop zitten experimenteren. Dat speelse vind ik nog altijd heel belangrijk, en apprecieer ik bijvoorbeeld in de verhalende schilderijtjes van Francis Alÿs. Het is ook waarom ik graag lesgeef aan zes- tot twaalfjarigen, op woensdag en zaterdag in de tekenacademie. Hun spontane vondsten en manier van kijken blijven me verrassen.’

Guust Flater

‘Als kind zat ik zodanig in de magische wereld van Harry Potter dat ik hoopte om zelf naar een soort Zweinstein-school te mogen.’ (lacht) ‘Ik las ook het liefst boeken zonder veel prentjes zodat ik mijn fantasie kon gebruiken. Tenzij het strips waren. Guust Flater sprak me enorm aan omdat er in Franquins handtekening onderaan elke bladzijde een ander, stiekem boodschapje zat. Iets kunnen ontdekken in een beeld is voor mij een pluspunt, en dus hou ik van schilders zoals Jeroen Bosch. De tuin der lusten in het Prado zien vond ik fantastisch, ook vanwege het lugubere, dat me altijd meer interesseert dan het brave.’

Liever te moeilijk dan te gemakkelijk

‘Wrange humor, zoals die van Tim Burton in zijn boek Oysterboy, raakt een snaar bij mij, net als de dubbele bodems van Tom Schamp. Het mooiste boek van alle kleuren, bijvoorbeeld, tilt hij naar een hoger niveau met die knipogen voor volwassenen. Kleine kinderen zullen die niet doorhebben, maar zelfs voor kleintjes mogen boeken best uitdagend zijn, vind ik. Mijn tekeningen maak ik alleszins liever net iets te moeilijk dan te gemakkelijk, in de hoop kijkers een duwtje te geven. Zeker kinderen die al in een onderwerp geïnteresseerd zijn, kun je met een prikkelend beeld stimuleren om er meer over op te zoeken.’

“Zelfs voor kleintjes mogen boeken best uitdagend zijn, vind ik. Mijn tekeningen maak ik alleszins liever net iets te moeilijk dan te gemakkelijk, in de hoop kijkers een duwtje te geven.”

Verloren lopen

‘Vroeger heb ik even overwogen om bioloog te worden, en precies die wetenschappelijke kant van mij amuseert zich met de 321-weetjes-boeken (geschreven door Mathilda Masters, red.). Ik illustreerde er intussen al acht, maar blijf graag verloren lopen in de extra informatie die ik opzoek. Het blijft ook zo gevarieerd. De ene keer ontdek ik dat Napoleon vaak nog kleiner werd afgebeeld dan hij was omdat de schilder op hem neerkeek, een andere keer hoe mieren geweldig samenwerken. Zo’n kennis breng ik graag over zonder belerend te zijn. Ik vind mijn werk dus pas geslaagd als ik er een grapje of extra verhaaltje in kon smokkelen.’

Geen gom

‘Naast het tekenen zelf vind ik het bedenken van een origineel uitgangspunt voor een beeldend verhaal heel leuk. Ook mijn leerlingen moedig ik aan om veel te schetsen omdat daarin het mooiste naar boven komt. ‘Steek die gom maar weg’, zeg ik altijd. Zelf heb ik meestal een klein schetsboek bij als ik bijvoorbeeld met de trein onderweg ben. Het werkt het best als dat een goedkoop schriftje uit de Colruyt is, want dan durf ik meer. Ik wil wel nog losser worden in mensen tekenen, want die vrijheid ervaar ik nu vooral nog bij planten en dieren. Op de beste momenten geraak ik zo in de flow dat ik zelfs iets van euforie voel.’

Wolven

‘Als na een halfjaar de deadline van een weetjesboek nadert, krijg ik soms stress, maar daarvoor blijf ik meestal rustig omdat ik structuur heb. Zo streef ik naar vijf weetjes per dag op papier zetten, met een pennetje, vooraleer ik alle beelden inkleur en bijwerk in Photoshop. Het is ook comfortabel om het stramien dat ik bij het eerste weetjesboek bedacht heb te hergebruiken, net als het kleurenpalet en een digitale versie van mijn handschrift. Tegelijk kan ik niet zonder variatie met projecten zoals Het wolvenboek, waarbij ik nog eens kon schilderen en InDesign mocht opfrissen, omdat ik ook de vormgeving voor mijn rekening nam’.

“Vroeger heb ik even overwogen om bioloog te worden, en precies die wetenschappelijke kant van mij amuseert zich met de 321-weetjes-boeken. Ik illustreerde er intussen al acht, maar blijf graag verloren lopen in de extra informatie die ik opzoek.”

JNM

‘In functie van het boek gingen mijn vriend en ik in Spanje wolven zoeken en zagen daar ook beren. We delen die passie voor de natuur en de neiging om planten en dieren te determineren – een erfenis van onze tijd bij de JNM (Jeugdbond voor Natuur en Milieu, red.). Op rommelmarkten koop ik, naast retrospeelgoed, graag oude natuurgidsen en op onze boekenkast staat een opgezette havik, die tegen het raam van mijn ouders was gevlogen. In februari is die mee verhuisd naar Vorselaar, het groene dorp waar ik ben opgegroeid. In Gentbrugge woonden we ook graag, maar hier hebben we in onze achtertuin geen viaduct, maar bossen.’

Na vijf uur

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

‘Ik probeer dagelijks te wandelen omdat het rust en inspiratie brengt, zeker als het tekenen niet lukt. En als ik iemand meevraag, doorbreekt dat even het alleen bezig zijn in het atelier. Niet dat ik daar veel last van heb. Ik kruip graag in dat coconnetje, met op de achtergrond de radio en/of het geluid van de hanen van de buurvrouw. Omdat ik niet kan stilzitten, loop ik veel op en neer om bijvoorbeeld beneden iets te halen. ‘s Morgens is dat vooral koffie. Ik ben een trage starter; pas in de late voormiddag kom ik op dreef en eigenlijk werk ik het best na vijf uur. Dat zal misschien moeten veranderen nu ons dochtertje er is.’

De juiste prijs

‘De baby zorgt nu nog voor korte nachten, en tegelijk is ze zo rustig dat ik vanaf oktober, als ik terug begin, ga proberen om haar in mijn atelier te zetten op mijn thuiswerkdagen, wanneer de grootouders of mijn vriend niet voor haar kunnen zorgen. We zien wel, ik ben daar nogal optimistisch in. Ook financieel maak ik me over mijn job niet teveel zorgen, al kun je van boeken maken niet gemakkelijk leven. Zeker als je pas begint, is het tricky. Ik had ook vaak vrijwillig illustraties gemaakt, bijvoorbeeld voor de jeugdbeweging, maar sinds mijn afstuderen, probeer ik op mijn strepen te staan en de juiste prijs te vragen.’

“Als illustrator moet je alle vrijheid krijgen en jezelf blijven, ook als je projecten kiest. Alleen dan blijf je het even graag doen als ik nu.”

Jezelf blijven

‘Ik ben nog altijd blij dat ik mijn eindwerk – een survivalboek – heb opgestuurd naar Lannoo, want daarna vroeg die me voor de weetjesboeken. In het begin hielden ze het contact met Hilde (de echte naam van Mathilda Masters, red.) wat af zodat we elkaar niet te hard zouden beïnvloeden. Maar intussen werkten we al zoveel samen dat we een vriendschappelijke band hebben. Zij, maar ook de redactie, mag me altijd zeggen als een beeld inhoudelijk niet klopt, maar stilistisch pas ik me niet vaak aan. Als illustrator moet je alle vrijheid krijgen en jezelf blijven, ook als je projecten kiest. Alleen dan blijf je het even graag doen als ik nu.’



Deel dit artikel:

Mis niets van Iedereen Leest