De leeswereld van Angelique Van Ombergen

‘Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. In deze aflevering: wetenschapster en auteur Angelique Van Ombergen.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'Wist je dat je hersenen genoeg energie produceren om een lamp te doen branden? En dat ze meer gegevens op een dag verwerken dan álle telefoons op de hele wereld samen?' Dat is wat je leest op de beginpagina’s van In mijn hoofd, de eerste worp van Angelique Van Ombergen. Een mooi vormgegeven jeugdboek dat het deksel van onze hersenen losschroeft en binnenkijkt in het zo complexe, zo oneindige raderwerk dat ons brein is. Alsof ons hoofd een horloge is waarvan we het uur aflezen, maar niet weten hoe de radertjes nu precies in elkaar haken. In mijn hoofd koppelt wetenschap aan techniek en L44T J3 213N T0T W3LK3 GROT3 PR35T4T135 0N23 H3R53N3N 1N 5T44T 21JN.

Het verbaast niet dat de jonge wetenschapster Angelique Van Ombergen dit boek schreef. In 2017 haalde ze een doctoraat in de medische wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Ze onderzocht hoe de hersenen van astronauten zich aanpassen na een ruimtemissie. Haar onderzoek werd bekroond met verschillende internationale prijzen. Maar Van Ombergen richt zich niet louter tot de labojassen en deelt haar opgedane kennis dus ook met jongeren, met jongens en meisjes die geïnteresseerd zijn in de wereld om hen heen. Net zoals Van Ombergen dat zelf ook was als kind, en nu nog altijd is.

Nerd

“Terwijl mijn vriendinnen Joepie lazen, las ik National Geographic Magazine. Als cadeau kreeg ik voor mijn plechtige communie een abonnement op dat blad. Mijn geluk kon niet op.”

'Ik was de spreekwoordelijke 'nerd' van de klas', zegt ze. Bij haar thuis is dat, in het Waasland, met een hond die aan haar voeten ligt en een enorme zwerm kauwen die in de kale boom achterin de tuin landt. Op iedere tak een vogel. 'Terwijl mijn vriendinnen Joepie lazen, las ik National Geographic Magazine. Iedere maand verlangde ik naar de nieuwe editie, naar die gele omlijsting die het blad nog altijd typeert. Ik las over de wintertrek van vogels, over de maan, over Chili, over Patagonië en over het menselijk lichaam. Als cadeau kreeg ik voor mijn plechtige communie een abonnement op dat blad. Mijn geluk kon niet op. Ik ging ook op zoek naar oudere edities, trok naar De Slegte in Antwerpen en vond daar een exemplaar uit 1920. Daar gingen mijn spaarcenten naartoe. Op de duur stonden die magazines tot drie rijen dik in de boekenkast. Natuurlijk keken mijn klasgenoten soms vreemd op (lacht).'

Windhoek

“Ik was en ben nog altijd bijzonder nieuwsgierig. Daar hebben boeken toe bijgedragen, al was ik geen belezen kind. Roald Dahl, ja, zijn boeken heb ik wel gelezen, maar er heerste bij mijn grootouders, waar ik ben opgegroeid, geen echte leescultuur. ”

'Ik was en ben nog altijd bijzonder nieuwsgierig. Daar hebben boeken toe bijgedragen, al was ik geen belezen kind. Roald Dahl, ja, zijn boeken heb ik wel gelezen, maar er heerste bij mijn grootouders, waar ik ben opgegroeid, geen echte leescultuur. Wel stonden er encyclopedieën in de kast, en die trokken mijn aandacht. De encyclopedie voor de jeugd, zo'n reeks van zware, te verzamelen boeken, heeft mijn wereld langzaam geopend. En die wereld beviel me. In die mate zelfs dat ik een fascinatie voor atlassen ontwikkelde, voor de geografie van onze planeet. Die fascinatie leidde tot een collectie van dertig atlassen (lacht). Ik heb die nog altijd. In alle mogelijke maten en gewichten. Eén van die boeken is bijna een meter breed. Als kind kon ik die amper opheffen. In mijn jaszak stak ook een pocket-atlas. Op de bus, op weg naar school, leerde ik alle landen en hoofdsteden uit het hoofd. En thuisgekomen vroeg ik mijn grootvader om de landen van Afrika nog eens te overlopen. Namibië? Windhoek.'

Hemel en aarde

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'Ik keek ook naar boven, naar de hemel, en leerde over het heelal. Al ben ik nog altijd waakzaam: de wereld boven ons hoofd is zo onmetelijk dat ik de grootte ervan niet kan bevatten. Het is soms beangstigend te weten hoe klein wij zijn. Wat ook mijn focus op de mens verklaart, en niet die op de ongrijpbare ruimte. De mens is bevattelijk en herkenbaar, zowel fysiek als geestelijk.'

'Ik bleef als kind al met mijn voeten op de grond. Wat zich uitte in de studiekeuze. Eerst dacht ik aan geneeskunde, schreef me dan in op de faculteit bio-ingenieurswetenschappen, om dan toch maar te kiezen voor audiologie. Wat de juiste keuze bleek. Waarom slapen mensen? Wat is Parkinson? Hoe evolueert Alzheimer? Waarom vertonen pubers soms roekeloos gedrag? Wat is een verslaving? De vragen die daar aan bod kwamen, prikkelden mij. Koppelde ik dan maar meteen een doel aan de studie: doctoreren. Zélf onderzoeken, dat zou ik doen.'

Herexamen

'Al tijdens de tweede Bachelor, dus het tweede studiejaar van de opleiding, mailde ik professoren om meer info over een mogelijk doctoraat. Ook zij keken vreemd op. Wetende dat hoge scores nodig zijn om zo’n onderzoek af te dwingen, stond alles in het teken van onderscheidingen. Had ik tien examens? Dan legde ik er acht af in eerste zit, en deed twee herexamens, opdat ik dan meer tijd had om die vakken in te studeren. Eén keer heb ik een examenformulier pro forma ingediend. Had ik alleen mijn naam ingevuld. Ik kon nochtans slagen voor dat examen, maar de kans op een hoge score in tweede zit was groter. Tja. (lacht)'

'Doctoreren was een zeer intense ervaring. Weten dat je onderzoek doet naar iets wat nooit eerder is onderzocht, dat is speciaal. Het team bestaat nog altijd uit 30 wetenschappers en richt zich op de hersenplasticiteit van astronauten en patiënten met evenwichtsstoornissen. Telkens een paper van ons onderzoek wordt gepubliceerd, voel ik een collectieve trots.'

Nieuwsgierigheid

“Die basisnieuwsgierigheid is ook niet eigen aan deze beroepsgroep. In ieder van ons schuilt een wetenschapper. Ieder mens is een ontdekkingsreiziger. Daarom kijken ook zoveel mensen met een telescoop naar de ruimte.”

'Mensen vragen vaak wat iemand tot een wetenschapper maakt. De drang om iets te weten, denk ik. Akkoord, wetenschappelijk onderzoek moet relevant zijn, het moet ons in staat stellen onszelf en de wereld om ons heen beter te begrijpen. Dat snap ik allemaal wel. Maar het simpele wéten is vaak de ultieme drijfveer. De drang iets te ontrafelen, iets te weten, te begrijpen, dat is fantastisch. Ook al gaat die ontdekking ons leven niet meteen veranderen. Die basisnieuwsgierigheid is ook niet eigen aan deze beroepsgroep. In ieder van ons schuilt een wetenschapper. Ieder mens is een ontdekkingsreiziger. Daarom kijken ook zoveel mensen met een telescoop naar de ruimte. Omdat ze willen weten wat daar allemaal te vinden is. Al moeten we het zo ver niet zoeken. Ik ben nog altijd verwonderd als er plots 80 nieuwe diersoorten ontdekt worden in het Amazonewoud. Het is net die blijvende verwondering en nieuwsgierigheid die onze wereld blootlegt en de wetenschap voortstuwt.'



Deel dit artikel: