Een lezer word je niet zomaar. Een niet-lezer ook niet.
De laatste PISA-resultaten leggen meer dan één pijnpunt bloot. Over de urgentie en over het maatschappelijk belang van lezen lijkt iedereen het eens te zijn, over de aanpak verschillen de meningen. Het is verspilde tijd om de discussie over de relatie tussen leesvaardigheid en leesmotivatie te blijven aangaan, beide zijn nodig om tot een betrokkenheid bij lezen te komen. Sylvie Dhaene, directeur van Iedereen Leest, licht toe.
Dit opiniestuk verscheen op 14 september 2026 in De Standaard.
Een week voordat de PISA-bom ontplofte, las ik het pas verschenen boek De spagaat. Jonge lezers in tijden van ontlezing, een bundeling essays van Jeroen Dera, die al tien jaar onderzoekt waarom jongeren minder lezen. Dera schrijft in De spagaat over de doelgroep waartoe de 15-jarigen behoren die de voorbije week gespreksonderwerp waren in de media. Hoe kijken ze naar zichzelf als lezer? Wat zijn hun leesopvattingen? Wat lezen ze, waarom lezen ze niet of juist wel? Hoe kijken wij als volwassenen naar tieners die veel, weinig of niet lezen? Welk beeld domineert in de media en in het maatschappelijke debat over de jonge lezer?
Hun dalende prestaties op het vlak van leesvaardigheid zijn sinds de publicatie van het PISA-onderzoek uitgebreid voer voor debat. Een batterij aan meningen over oorzaken en oplossingen, de ene al meer gefundeerd dan de andere en sommige van bedenkelijk allooi, vliegen ons om de oren. Er wordt gedebatteerd over onderwijskwaliteit, over de verschillen in leesonderwijs in de verschillende onderwijsvormen, over structurele ongelijkheid, over kloven die het onderwijs niet gedicht krijgt, over vrouwelijke leerkrachten en over beter lezende meisjes dan jongens.
De PISA-resultaten legden meer dan één pijnpunt bloot. Over de urgentie en over het maatschappelijke belang van lezen lijkt iedereen het eens te zijn, over de aanpak verschillen de meningen. Het is verspilde tijd om de discussie over de relatie tussen leesvaardigheid en leesmotivatie te blijven aangaan, beide zijn nodig om tot een betrokkenheid bij lezen te komen. Lezen vraagt inspanning. Lezen kost moeite, tijd en aandacht.
Contraproductief
Motivatie en interesse helpen daarbij. De bewering dat de leescrisis lange tijd verkeerd is aangepakt, met vooral strategieën om kinderen meer goesting en plezier in het lezen te geven waardoor de leesvaardigheid achteruit is geboerd, is contraproductief en schadelijk. Leesmotivatie is cruciaal in het groeiproces als lezer, en daar helpen boeken en lezende volwassenen bij. Een lezer of niet-lezer word je niet zomaar. Een leesidentiteit bouw je op. Hoe die identiteit zich ontwikkelt, daar kunnen we invloed op uitoefenen, zowel binnen als buiten de schoolmuren.
Naar aanleiding van de resultaten van de PIRLS- en PISA-toetsen in de afgelopen jaren publiceerde het National Institute of Education in Singapore eind vorig jaar een rapport over de wereldwijde daling in leesgedrag bij kinderen en jongeren. Meerdere factoren dragen volgens de onderzoekers bij aan die evolutie: de onmiskenbare impact van digitale media en schermtijd op ons concentratie- en focusvermogen, een vaak eenzijdige focus op leesvaardigheid, het ontbreken van boeken in de buurt van kinderen en jongeren en een gemis aan lezende rolmodellen, want ook volwassenen lezen steeds minder.
“Bouwen aan een geletterde samenleving, waarin boeken worden erkend als de cruciale grondstof voor de democratie, doen we niet in een handomdraai. Daarvoor moeten we keuzes maken.”
Cruciale grondstof
Onze collectieve betrokkenheid bij lezen is erg belangrijk. Bouwen aan een geletterde samenleving, waarin boeken worden erkend als de cruciale grondstof voor de democratie, doen we niet in een handomdraai. Daarvoor moeten we keuzes maken. Dat vraagt een politiek klimaat dat lezen als een échte prioriteit en kracht ziet. Dat vraagt een investering in bloeiende bibliotheken en in een vitale en gezonde boeken- en letterensector. Dat vraagt een mediacultuur waarbij spreken over lezen niet beperkt blijft tot negatieve en alarmerende berichten in tijden van brandhaarden.
Dat vraagt ook blijvende aandacht en ondersteuning voor lezen in alle contexten waarin kinderen opgroeien, en dat vanaf hun geboorte. Dat vraagt onderwijs waarin de pijlers van krachtig leesonderwijs verworven zijn vanaf de kleuterklas. Niet via hapklare recepten of losse acties, maar via een onderbouwd leesbeleid. Doordachte leesdidactiek en leesmonitoring gaan daarbij gepaard met investeringen in een rijk en kwaliteitsvol leesaanbod, een inspirerende leesomgeving voor alle leerlingen en een leesnetwerk rond de school.
Met de nieuwe minimumdoelen en binnen het meerjarige actieplan ‘Ieder kind taalheld’ van de Vlaamse overheid krijgen leesbevordering en literatuureducatie een plaats van betekenis. Dat is een belangrijke stap, want samen maken we lezers.
“Willen we het tij keren, dan is een holistische visie en een totaalaanpak rond lezen nodig. Leesbevordering is geen af te vinken item in een schoolagenda, het is een werk van lange adem en volgehouden inspanningen.”
Willen we het tij keren, dan is een holistische visie en een totaalaanpak rond lezen nodig. Leesbevordering is geen af te vinken item in een schoolagenda, het is een werk van lange adem en volgehouden inspanningen. Leeszin aanwakkeren helpt. Altijd en overal. Zelf lezen ook. Boeken zijn onze bondgenoten. Ik geef alvast De spagaat als leestip aan iedereen die het debat over leesvaardigheid en ‘de leescrisis’ met inzichten en nuance mee wil voeden. Want ook optimisme hebben we nodig.