Vijf succesfactoren om schoolbreed te werken aan leesplezier

Kinderen liever doen lezen mag niet afhangen van die ene bevlogen leerkracht of dat ene geslaagde leesproject. Op school is het hele team een belangrijke schakel om de leesmotivatie bij leerlingen te stimuleren in een doorgaande leeslijn. Schoolbreed inzetten op leesplezier is een bewuste keuze van het schoolteam. Vijf succesfactoren helpen je op weg.

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Tijdens het schooljaar 2018-2019 begeleidde Iedereen Leest zes scholen in hun zoektocht naar een duurzame en schoolbrede werking rond leesplezier. Die verhoogde aandacht voor leesplezier – dat uiteindelijk leidt naar een hogere leesmotivatie bij leerlingen – leverde relevante inzichten in de praktijk van basis- en secundaire scholen: vijf succesfactoren of randvoorwaarden voor een doeltreffend, schoolbreed en duurzaam leesklimaat.

1. Leesmotivatie en leesplezier gaan hand in hand met leesvaardigheid – het belang van een visie

Goed kunnen lezen is een basisvaardigheid die een leven lang nodig is in deze maatschappij. Lezen is niet het ‘zoveelste thema’ waar een school slechts een jaar lang rond werkt. Een werking rond lezen moet inherent zijn aan een school. En ‘lezen’ valt breed in te vullen: naast het technische lezen en literatuuronderwijs valt ook leesplezier en leesmotivatie onder de brede vlag van lezen. Positieve ervaringen met lezen stimuleert het leesplezier en de leesmotivatie bij leerlingen. Dat leidt dan weer tot een hogere betrokkenheid van leerlingen en een betere leesvaardigheid.

Dit kan beter …

Een leerkracht uit het eerste leerjaar organiseert leesactiviteiten in haar klas, terwijl een collega uit de kleuterklas geen voorbereidend werk rond lezen doet.

Een school werkt een jaar lang rond lezen en organiseert in juni een leesfeest. Het jaar nadien is ‘reizen’ het thema op school.

Zo gaat het goed!

De school heeft een doorgaande leeslijn met het team ontwikkeld. Van de kleuterklas tot in het zesde leerjaar krijgen lezen en leesplezier een vaste plek.

Een school kiest ervoor om lezen en leesplezier elke dag centraal te zetten in haar onderwijs.

© Simon Bequoye | Iedereen Leest

2. De directie staat achter de urgentie van werken aan leesvaardigheid en leesplezier

Een directie moet zelf overtuigd zijn van het belang van lezen en die visie ook naar het hele schoolteam uitdragen. Tijdens formele en informele vergaderingen kan de directie een vinger aan de pols houden bij wat leerkrachten rond lezen doen. Als er een werkgroep is rond lezen, geeft de directie dat team best een duidelijk mandaat.

Dit kan beter …

Er wordt een werkgroep ‘lezen’ opgericht. De directie neemt zelf niet deel en geeft de groep volledige vrijheid.

Tijdens de personeelsvergadering moet de verantwoordelijke van de werkgroep op vijf minuten een stand van zaken geven.

Zo gaat het goed!

De directie sluit aan bij de werkgroep en voorziet vrije uren voor de leden om acties uit te werken.

De directie zet lezen als vast item op de agenda tijdens de personeelsvergaderingen.

3. Het hele team is mee – het belang van een goede interne communicatie

Elke leerkracht, directielid en medewerker op school moet op de hoogte zijn van de schoolvisie op lezen en leesplezier. Zo’n kader helpt immers om te weten waarom er rond lezen wordt gewerkt. Daarnaast zorgt de school best voor een cultuur waar leerkrachten veel uitwisselen met elkaar, zodat ze elkaar inspireren en informeren.

Dit kan beter …

Er wordt amper gerefereerd naar de schoolvisie op lezen. Hierdoor vergeten leerkrachten soms eraan te werken.
 

Heel wat leerkrachten van dezelfde school werken rond lezen, maar weten niet wat hun collega’s rond lezen doen.

Zo gaat het goed!

In de leraarskamer is ruimte voorzien om ideeën of vragen rond lezen op te hangen. Dit maakt de werking rond lezen zichtbaar.

Op elke personeelsvergadering stelt iemand een inspirerende werkvorm rond lezen voor.

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

4. Durven en doen – het belang van daadkracht

Een uitgeschreven visie rond lezen is niet voldoende, een school moet ook acties ontwikkelen die zowel op korte als op lange termijn effect hebben. Daarbij gaat het niet altijd om grootse acties zoals een leesfeest, ook kleinere ingrepen – zoals het boekenaanbod in de klas vernieuwen – hebben impact. Durf ook te experimenteren en ongekende zaken uit te proberen, zo leer je wat wel en niet werkt.

 

Dit kan beter …

Er wordt al jaren met dezelfde leesmethode gewerkt, maar sommige leerlingen verliezen hun leesmotivatie.
 

De directie geeft leerkrachten die dit vroegen toestemming om een studiedag rond leesbevordering te volgen.

Zo gaat het goed!

Directie en leerkrachten zijn zich bewust van sterktes en zwaktes van een leesmethode en durven ook eigen zaken aan te vullen.

De directie ziet dat leerkrachten na een studiedag rond leesbevordering gemotiveerd aan de slag gaan. Het jaar nadien plant de directie voor het hele team een pedagogische studiedag rond lezen in.

5. Evaluatie en reflectie – werkt wat we doen ook echt?

Zowel op schoolniveau als in de klaspraktijk is het belangrijk om te reflecteren over wat wel en niet werkt. Denk ook na op welke manier evaluatie van de leesmotivatie bij leerlingen mogelijk is. Trek conclusies uit die bevindingen: schrap wat niet werkt, zet acties die impact hebben verder en breid deze eventueel uit.

Dit kan beter …

Leerlingen uit de tweede graad vullen een leesdagboek in. Als de directie vraagt of dit voor de derde graad kan werken, weten leerkrachten niet of de dagboeken een positief effect hebben.

Een school zet al lang sterk in op lezen. Wanneer de inspectie langskomt, kan de school echter niet aantonen welk effect dit heeft op de leesmotivatie van de leerlingen.

Zo gaat het goed!

Leerkrachten halen maandelijks de leesdagboeken op om te kijken wat hun leerlingen zoal lezen en hoe ze tegenover lezen staan. Ze vragen leerlingen ook naar hun ervaring met het dagboek.

Naast de werking rond lezen neemt de school meermaals een korte enquête af bij leerlingen die peilt naar hun leesmotivatie en leesgedrag.



Deel dit artikel:

Contact
Kennismedewerker vroege geletterdheid, inclusie en onderwijs