De leeswereld van Alex Boogers

'Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. In deze aflevering: auteur Alex Boogers.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Wat kan stilte vreemd aanvoelen. Stap je de ruime koffiebar binnen vlakbij Rotterdam Centraal, dan piept er meteen een horde telewerkers boven hun laptop uit, als liet je een metalen dienblad vallen in een studiezaal. 'Hier wordt stevig gewerkt', lacht Alex Boogers. Hij zit met z’n rug tegen de wand en klapt z’n eigen laptop dicht. Boogers ziet er werkelijk piekfijn uit, met z’n haar strak achterover gekamd. Zo strak z’n haar, zo strak ook zijn discours.

Alex Boogers is een veelgelezen Nederlandse auteur die zijn liefde voor lezen en literatuur openlijk verkondigt. In 2016 schreef hij het pamflet De lezer is niet dood, waarin hij zijn ervaringen als spreker in boekhandels en scholen samenvatte, en zich verzette tegen het heersende pessimisme en de zogenaamde ontlezing. 'Er is gewoon nooit echt veel gelezen', zegt Boogers, terwijl hij in de cappuccino roert en z’n motor op gang trekt. 'Het is nog altijd een minderheid. So what? Er wordt zo makkelijk verwezen naar sociale media en het online leven van jongeren als primaire oorzaak van de ontlezing, naar de beeldcultuur ook, maar misschien is het ook een gevolg van een gebrek aan verbeelding, een gebrek aan goede verhalen?'

Oproep

“Iemand die zegt: 'Lezen is niks voor mij, meneer', ook al heeft die nog nooit een boek gelezen, wel, dat is een luie mens. Laat domheid je leven niet regeren en ga op zoek naar het verhaal dat wél iets voor jou is. Schrijf het desnoods zelf!”

In De lezer is niet dood roept hij leerkrachten, uitgevers, bibliothecarissen en al wie nog in de boekenwereld actief is, op om lezers te zoeken op plekken waar je die niet verwacht, en werpt hij een dam op tegen het elitaire denken.
Recent schreef hij een vervolg op dat pamflet. In Lang leve de lezer brengt hij een ode aan de lezer zelf. Maar ook die roept hij op om in actie te schieten, waar die zich ook bevindt. 'Iemand die zegt: 'Lezen is niks voor mij, meneer', ook al heeft die nog nooit een boek gelezen, wel, dat is een luie mens. Laat domheid je leven niet regeren en ga op zoek naar het verhaal dat wél iets voor jou is. Schrijf het desnoods zelf!' Beide boeken kun je lezen als een maatschappelijke oproep, maar evengoed als een biografie, want Alex Boogers heeft het pad waar hij voor pleit ook zelf bewandeld.

Van Gogh

'Ik kom uit een streng Nederlands arbeidersmilieu onder de rook van Rotterdam, in Vlaardingen. Een milieu waarin fors werd neergekeken op de elite. Mijn vader zat ’s avonds aan tafel zoals de aardappeleters van van Gogh, hij schermde z’n bord af met zijn knuisten en werkte het eten naar binnen zoals een hond z’n bak leeg vreet, zette zich dan in de zetel en keek al vloekend naar de televisie. De staat, de overheid en al wie niet met de handen werkte maar met het hoofd, moest het ontgelden. Door de instroom van migranten voelde hij zich vervreemd van Nederland, in de steek gelaten ook.'

'Mensen zoals wij'

“In dat milieu was geen aandacht voor literatuur, kunst, muziek of welke andere vorm van cultuur dan ook. Dat was niet voor ‘mensen zoals wij’. Die gedachte zette zich ook door op school. Ondanks goede punten zei de juffrouw: 'Weet je, Alex, jongens zoals jij hebben het vaak het meest naar hun zin op de technische school.'”

'Mijn ouders waren gescheiden. Vader was altijd uit werken en mijn grootvader was een zeeman. Bovendien verzorgde mijn moeder het huishouden van mijn zieke grootmoeder. Tel alles bij elkaar op en je weet dat ik vaak op straat rondliep, voetbalde met vriendjes en al eens rottigheid uithaalde.'

'In dat milieu was geen aandacht voor literatuur, kunst, muziek of welke andere vorm van cultuur dan ook. Dat was niet voor ‘mensen zoals wij’. Die gedachte zette zich ook door op school. Ondanks goede punten zei de juffrouw: 'Weet je, Alex, jongens zoals jij hebben het vaak het meest naar hun zin op de technische school.' Mijn Turkse en Surinaamse vriendjes kregen hetzelfde te horen. Dat was een soort onderwijs-apartheid waar ik toen nog niks van begreep.'

Lee en Ali

'Professioneel vechter, dat zou ik daarom worden. Geïnspireerd door figuren als Bruce Lee en Muhammad Ali ging ik ook aan vechtsport doen. In mijn geval was dat taekwondo en later kickboksen, wat ik overigens nog altijd doe. Ik was er echt goed in als tiener. In de dojo (trainingshal) ervoer ik een soort reiniging. Je gaat de kleedkamer binnen in je eigen kleding en na afloop verschijnt iedereen in hetzelfde pakje. Dan telt je achtergrond niet meer en is iedereen gelijk. God, ik had er talent voor! Al vechtend kon ik me tonen aan de buitenwereld: 'Zie je wel dat ik ertoe doe!' Maar dan raakte ik ernstig geblesseerd en ging die droom in rook op.'

The Greatest

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'Lezen beperkte zich tot de stripmap van mijn grootmoeder. Veel meer dan Lucky Luke, Agent 327, Asterix en Spiderman kende ik niet. Dat veranderde toen een Surinaams vriendje me naar de bibliotheek leidde. Op de rug van een boek, De Grootste, zag ik het halve gezicht van Muhammad Ali. Ik klapte het boek open en was echt van mijn melk. Voor mij was Ali een bokser die ik zag vechten op de televisie. Dat hij zich nu tot mij richtte in een boek was een openbaring. Ik las over het begin van zijn carrière, over boksen omdat zijn fiets was gestolen, over de Olympische Spelen, over zijn opstandigheid als zwarte. Dankzij Ali las ik ook over het gesegregeerde Amerika, over Malcolm X, over Martin Luther King. Ali werd mijn homo universalis: een bokser, een dichter, een complete mens. Zo dacht ik ook over Bruce Lee, dat was geen gillende Chinees, maar een man met een oprechte filosofie.'

'Dat boek over Ali stond enorm veraf van de literatuur die op school werd opgedrongen. Mulisch, Haasse, Reve, Hermans, Krabbé: dat was mijn wereld niet. Ik was zelfs nog nooit in Amsterdam geweest, de stad die vaak in die boeken voorkwam. Ik wilde lezen over mìjn omgeving, maar er waren amper tot geen boeken waarin ik me herkende.'

Post

“En dan lag ik daar in dat ziekenhuis, ontdaan van mijn vechtersdroom. Ik kon niet precies zeggen waar ik naartoe wilde, maar ik voelde een onverklaarbare drang om te schrijven. Ik kon niet langer rekenen op mijn lichaam, het moest nu van mijn geest komen.”

'En dan lag ik daar in dat ziekenhuis, ontdaan van mijn vechtersdroom. Ik kon niet precies zeggen waar ik naartoe wilde, maar ik voelde een onverklaarbare drang om te schrijven. Ik kon niet langer rekenen op mijn lichaam, het moest nu van mijn geest komen. Intuïtief voelde ik wellicht aan dat literatuur mijn toekomstige wereld was, maar de stap was zo bijzonder groot. Al wat ik schreef, hoopte ik te herkennen in andere boeken, als een soort bevestiging: 'Kijk, ik ben niet gek!'.'

'Ik verzette me tegen de juffrouw, ging toch naar een goede school en ik verzette mij ook tegen de arbeiderswereld die mijn vader me aanreikte. 'Alex gaat nu naar een goede school', zei hij grijnzend op familiefeesten. 'Hij wordt dokter!' Mijn keuze werd niet als verraad aanzien, maar eerder als hoogmoed: wie dacht ik wel dat ik was? Ik voelde mij een ei dat in het verkeerde nest was gelegd. Dat unheimliche, ongemakkelijke gevoel ebde niet snel weg. Maar schrijven, dat zou ik. Tonen van waar ik kom, en hoe die wereld niet terug te vinden is in de literatuur. Ik moest mijn plaats in de letteren echt afdwingen, mijn verhalen erin rammen. Hoe ik dat deed? Ik had geen netwerk en gooide mijn manuscript gewoon in de postbus. En ik werd eruit gepikt. Fantastisch.'



Deel dit artikel: