De leeswereld van Bart Moeyaert

‘Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Bart Moeyaert, peter van de Jeugdboekenmaand 2019.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

‘Ik kan de plek zo aanduiden op een kaartje. Op de Grote Markt in Brussel was het, in een restaurant met koperen potten en pannen aan de muur.’ Thuis, in zijn kraaknet appartement nabij Antwerpen-Centraal, zet Bart Moeyaert een pot gemberthee op tafel. Hij, één van de belangrijkste naoorlogse jeugdauteurs, vertelt over een belangrijk moment in zijn leven. Moeyaert praat rustig, in een taal waaruit het West-Vlaams al lang is verdampt en het Algemeen Nederlands als kristal overblijft. Gepolijst is die taal, net zoals zijn appartement dat ook is. Hier staat niks zomaar.

‘Mijn vader, schoolinspecteur van beroep, glom van trots. Ik was net afgestudeerd als leerkracht Nederlands, Duits en geschiedenis, en daar hoorde kennelijk een etentje in Brussel bij. Mijn vader haalde een enveloppe uit zijn jaszak en drukte me die plechtig in de hand. Bleek hij een job voor me te hebben geregeld in een school in Torhout. Kon ik opnieuw thuis wonen, mijn rijbewijs behalen: het pad was al meteen geëffend.’ Hier in Antwerpen verraden twee forse, keurig geordende boekenkasten een lang leesleven. Moeyaert ging recent in de leer bij de Japanse Marie Kondo, auteur van The Life-Changing Magic of Tidying up, en haalde de boeken waarbij hij geen ‘spark of joy’ voelde uit de beide kasten. Al wat er nu staat – nog altijd een paar duizend exemplaren – heeft hij gelezen, of wil hij nog lezen, en hoort bij zijn leven zoals het nu is.

Ik gaf de enveloppe terug aan mijn vader en zei: ‘Ik word schrijver.’ Het resultaat is wat je hier ziet. Mijn leven bestaat uit boeken.’

Pelicano

‘Van jongs af aan hing lezen vast aan schrijven. Kan ook moeilijk anders: door toedoen van mijn vader poseerde ik zelfs al schrijvend voor een reclamefolder van Pelicano, de fabrikant van vulpennen. Boeken stonden bij ons in Brugge (Moeyaert is de jongste van zeven zonen, red.) niet voor plezier. Ik zie mijn vader nog zitten aan de haard met een pijp in de mond, een glas whisky in de éne hand en een boek in de andere. Behalve de encyclopedie Zoek het eens op waren boeken ook niet zichtbaar. Die lagen op zolder, verscholen in een bomvolle, lichtblauwe houten kist die ik als een schatkist ervoer. Ik trok de trapladder naar beneden en las in Pietertje Brom’s Jeugdjaren. Schrijven in boeken was verboden, dus kleefde ik een stukje plakband op de eerste bladzijde met daarop ‘Ex Libris B. Moeyaert’. Dan was het officieel mijn boek.

“Verschafte een boek me als kind toegang tot de buitenwereld, dan veranderde die rol als tiener. Dan werden boeken muren die me beschermden voor diezelfde wereld.”

Tot de middelbare school was mijn jeugd warm en onbezorgd. In Tegenwoordig heet iedereen Sorry, mijn laatste boek, kruipt het hoofdpersonage Bianca door de heg en verdwijnt. Ik deed als kind net hetzelfde, bouwde een kamp in de tuin, glipte er achterlangs door, kroop door de heg, langs het kippenhok
en verschool me daar met een boek en een blikken doos vol schrijfgerief.

Verschafte een boek me als kind toegang tot de buitenwereld, dan veranderde die rol als tiener. Dan werden boeken muren die me beschermden voor diezelfde wereld. Op de middelbare school aardde ik niet goed, het PMS noemde me ‘te jong voor mijn leeftijd’ en ‘niet schoolrijp.’ Ik had longproblemen en kreeg een half jaar thuis les van mijn vader. Na een stroeve band met de leerkracht Latijn veranderde ik ook van richting en stortte mijn zelfbeeld in. ‘Ik ben niet goed genoeg voor de Latijnse,’ dat zong in mijn hoofd rond. Ik praatte ook niet over de boeken die ik las. ‘Ik ben daar niet slim genoeg voor,’ dacht ik. Het heeft echt járen geduurd voor ik dat wel kon. Een boek was daarom een burcht, een veilige plek die me beschermde, me behoedde voor gevaar. Ik verzamelde ook boeken, trok met mijn eerste zakgeld naar boekhandel De Meester in Brugge en kocht, na lang nadenken over de inhoud, het aantal pagina’s, de prijs en het omslag, mijn eerste echte boek: Briefgeheim van Jan Terlouw. Het staat hier nog altijd in de kast.’

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Spaghetti

‘Je leeswereld verandert je hele leven. Als twintiger braken boeken mijn geest open. Ik studeerde eerst aan de kunsthumaniora in Gent en nadien aan de hogeschool in Brussel (leerkracht middelbaar onderwijs). Daar reikten vrienden me Philip Roth aan – Portnoy’s klacht – en Salinger en Günter Grass. Op café filosofeerden we over het grootse, meeslepende leven dat we zouden leiden, maakten in het holst van de nacht spaghetti en praatten over onze toekomst. Iemand sprak over Frankrijk en een paar uur later stonden we op het perron in Parijs. De wereld ontdekken, dat zou ik, en las daarom het werk van Britse schrijvers, van Amerikanen, van Fransen. Je moet dansen op mijn graf van Aidan Chambers heeft me echt lamgeslagen. Wat een fantastisch boek. Mijn renaissance was ingezet. Op de kunsthumaniora won ik aan zelfvertrouwen, op de hogeschool brak de wereld open en op restaurant had ik de moed om het te zeggen: ‘Ik word schrijver.’ Van vader en moeder kreeg ik 25.000 Belgische frank, net genoeg om de waarborg van mijn toenmalig appartementje in Antwerpen te betalen. Een tafel, twee stoelen, bestek en een matras: dat is wat ik had. Ik wist van niks, wist niet wat een brandverzekering was, niet wat stempelen inhield, maar ik vertrouwde op mijn buikgevoel.’

Buzz Aldrin

‘Door het jarenlange schrijven heb ik het moeilijk om een boek niet vanaf de eerste pagina te analyseren. Na te gaan hoe de dialogen zijn opgebouwd, de setting, de personages … Die reflex is vervelend, maar de beste boeken roepen die vragen niet op. Ik las Buzz Aldrin, waar ben je gebleven?, het debuut van de Noor Johan Harstad, en vergat de hele compositie. Ik zat er ín. Dat was ook zo bij Kalme Chaos van Sandro Veronesi, bij Zes maanden in Siberische Wouden van Sylvain Tesson en ook bij De acht bergen van Paolo Cognetti. Ik stond op en ging slapen met dat boek, leefde denkbeeldig in de bergen en keek ’s ochtends vreemd op: ‘Tiens, het heeft niet gesneeuwd?’


Bart Moeyaert is peter van de Jeugdboekenmaand 2019, een campagne over leesplezier en jeugdboeken. In deze editie staat 'vriendschap' centraal. 'In boeken kun je vrienden, en soms zelfs de béste vrienden vinden,' getuigt Bart. Alle informatie op jeugdboekenmaand.be.



Deel dit artikel: