Je bent hier:

De leeswereld van Filip Joos

‘Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. In deze aflevering: voetbalcommentator Filip Joos.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

De geniale vriendin van Elena Ferrante. Dat werd ’m. Twee jaar geleden, in juni, gooide Filip Joos zijn spullen in een reiskoffer en keek peinzend naar zijn boekenkast, thuis in Antwerpen. Joos zocht een roman als metgezel voor de komende omzwerving door Frankrijk tijdens het Europees Kampioenschap voetbal. Want dat is het: een omzwerving. Een voetbalcommentator is een nomade. Die heeft een microfoon en reist van het ene stadion naar het volgende hotel in weer een andere stad. Dan helpt een boek om te ontsnappen.

Ferrante dus, pseudoniem van de 65-jarige Domenico Starnone. Die verhaalt het leven van twee meisjes - Raffaella Cerrullo (Lila) en Lenuccia Greco (Elena) - in De Napolitaanse romans, een vierdelige cyclus. Joos haakte zijn vinger in de boekenrug en gooide De geniale vriendin bovenop zijn kleren in de reiskoffer. Twee meisjes als medicijn voor een legioen aan mannen. ‘Ik dacht het wel te redden met het eerste deel’, zegt hij. ‘De geniale vriendin, goed 330 pagina’s, leek me net dik genoeg om het tot de finale van het toernooi uit te zingen.’

Een muur aan boeken

“Overal waar ik ga, altijd heb ik een boek bij, ook als ik moet werken. Zelfs tijdens de rust van een voetbalwedstrijd steel ik soms vijf minuten en lees een boek.”

Filip Joos is een voetbalverslaafde. Maar dat merk je niet in Antwerpen. Wel zie je een muur aan boeken, letterlijk. Meters breed, meters hoog, duizend kleuren. Het precieze aantal exemplaren is onbekend, maar met drie cijfers raak je er niet. Dit huis is gebouwd om te lezen, met een houten plankenvloer, hoge ramen en de geur van koffie. Buiten staat een boom en alleen Jeroen Brouwers kan het invallende zonlicht treffend beschrijven. ‘Enig probleem: ik las Ferrante in één ruk uit.’

Commentatoren praten in volzinnen, althans de meest beslagenen. En daartoe behoort Joos. In zijn taal hoor je de echo van een leven lang lezen. ‘Ik kan me geen leven zonder boeken meer voorstellen. Overal waar ik ga, altijd heb ik een boek bij, ook als ik moet werken. Zelfs tijdens de rust van een voetbalwedstrijd steel ik soms vijf minuten en lees een boek. Een paar jaar geleden, na een wedstrijd in het Poolse Legia Warschau, zag ik een speler van Lokeren, Cyril Dessers, een boek openklappen op het vliegtuig. Gelukkige slaven van Tom Lanoye. Die kerel kan bij mij niet meer stuk.’

Rue Rabelais

Op het Europees Kampioenschap was Elena Ferrante uitgelezen en België al uitgeschakeld. Wales speelde de halve finale tegen Portugal en niet België. ‘Ik heb geen traan gelaten om die uitschakeling. Zal ik ook nooit doen. Het is en blijft maar voetbal’, zegt Joos. Het volk was niettemin ontgoocheld en wrokkig. Journalisten maakten zich op voor vertrek en bondscoach Marc Wilmots zag een pijlenregen op zich afkomen. Filip Joos bleef in Frankrijk om de rest van het toernooi te verslaan. Hij kampte met een ander probleem. ‘Hoe geraak ik aan het tweede deel van de Napolitaanse romans? Dat was de vraag. Ik heb Italiaans gestudeerd en wilde de cyclus van Ferrante ook verder in het Italiaans te lezen. Het boek laten leveren op hotel was niet mogelijk, want ik trok verder van stad naar stad. De Italiaanse versie was niet te vinden in lokale boekhandels. Dus plots stond ik daar, in de Rue Rabelais, in het centrum van Lyon, onderweg naar de halve finale Portugal-Wales. Ik belde aan bij een man die zijn exemplaar van De nieuwe achternaam online aanbood. In het Italiaans, jawel. Op de stoep gaf hij me het boek in handen en haalde een schaar boven. Hij knipte een stukje van de eerste bladzijde en zei: ’Dat is voor de belastingen.’ Ik begreep er niks van, maar ik had het boek wel te pakken. Prachtig. Ik was gewapend voor de rest van het EK.’

Onbewoond eiland

“Ik ben naar niks op zoek. Ik lees omdat ik graag lees. Het is geen zoektocht naar antwoorden op de grote levensvragen. ​​​​​​​”

‘Ik ben naar niks op zoek’, zegt Joos. ’Ik lees omdat ik graag lees. Het is geen zoektocht naar antwoorden op de grote levensvragen. Hebben boeken mijn leven veranderd? Wellicht is het antwoord ’ja’, omdat ik die miljoenen zinnen in mij meedraag, ook als ik columns schrijf. Maar ik kan geen specifiek boek aanwijzen en zeggen: ‘En dát boek zette alles in gang.’ Neen. Lezen staat voor plezier. Het is een speeltuin. Ik ben niet op zoek naar de zin van het bestaan, maar door het plezier dat ik ervaar bij lezen, heb ik daar wel al veel over opgestoken. Het is een onbewoond eiland, een boek. Een ruimte die je zelf afbakent, waarin je alleen bent met een verhaal. Ik bewonder sommige schrijvers ook, ben hen dankbaar voor het plezier dat ze me bezorgen.’

‘Brengen Jamal Ouariachi, Joost de Vries of Peter Buwalda een nieuw boek uit, dan sta ik aan de deur nog voor de winkel opengaat. Toen ik Een honger las van Ouariachi, waarin Ethiopische adoptiekinderen een rol spelen (Joos heeft zelf twee Ethiopische adoptiekinderen, MDC), was ik weggeblazen en dat liet ik ook weten aan de auteur. Een dankbetuiging, omdat er te weinig complimenten worden gegeven in dit leven.’

Oceaan van een zee

‘Ik ben opgegroeid in een talig gezin. Vader was houthandelaar en las geen boeken, maar moeder bracht ons als lerares Nederlands en Engels wel naar de bibliotheek. Daar ontdekte ik onder andere Pietje Puk, Hans Andreus en Tonke Dragt. Taal heeft me nooit losgelaten en leidde me richting Frans en Italiaans aan de universiteit. Ik studeerde af als vertaler-tolk met een vertaling van een boek uit 1601, een verhaal in de stijl van Tijl Uilenspiegel. Ik won er de ‘Prijs Maria Barones Verstraeten’ mee, die werd uitgereikt op een academische zitting. Dat leverde me 20.000 Belgische frank op, waarop ik zei: ‘Daarmee koop ik een ticket voor FC Barcelona - Fiorentina. Dat viel daar nogal op een koude steen, moet ik zeggen (lacht).’

‘Ik hoopte op een leven als literair vertaler. De Nederlandse vertaling van ’Oceaan van een zee’, van de toen nog onbekende Italiaan Alessandro Baricco, zou mij toegang verschaffen tot een grote uitgeverij. Dacht ik. Er restten mij nog vijftien pagina’s toen ik op dat boek stootte in een boekenwinkel, gloednieuw, naar het Nederlands vertaald. Vreselijk. Ik heb het sindsdien niet meer gelezen.’

Pleinvrees

Misschien wordt het werk van Filip Joos zelf ooit vertaald naar het Italiaans. Al jaren schrijft hij voetbalverhalen. Columns die verder reiken dan de grasmat en de wereld blootleggen waarin het voetbal gedijt. Die verhalen zijn kundig geschreven en wat daarin opvalt: het vertelplezier. Joos doet op papier wat een voetballer doet op gras: hij brengt je aan het dromen. Over wat was en niet meer is. Of toch. Er is nog hoop en schoonheid.

“Dat zijn de echte schrijvers, de mannen en vrouwen in de kast. Veronesi, Buwalda, Mordecai Richler. Wat ik schrijf is kort en klein.”

‘Als ik naar mijn boekenkast kijk, dan zie ik een muur met een stijgingspercentage waar ook Lucien Van Impe niet over geraakt. Dat zijn de echte schrijvers, de mannen en vrouwen in de kast. Veronesi, Buwalda, Mordecai Richler. Wat ik schrijf is kort en klein. Maar ik beleef er plezier aan, en dat neemt niemand mij af.’

 

Leestip van Filip Joos

Titel: De geniale vriendin: kinderjaren, puberteit
Auteur: Elena Ferrante
Uitgever: Wereldbibliotheek
Aantal pagina's: 334 p.

Twee heel verschillende vriendinnen groeien op in het Napels van de jaren vijftig.



Deel dit artikel:

Mis niets van Iedereen Leest