De leeswereld van Jan Bakelants

'Lezen is denken met andermans hoofd', zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. In deze aflevering: Jan Bakelants, wielrenner

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Jan Bakelants is een atypische wielrenner. Niet enkel omdat hij in volzinnen praat, ook omdat zijn achtergrond zo veraf staat van de koers. Zijn vader was eerst anesthesist en werkt nu als spoedarts. Ook zijn moeder is arts, zijn éne zus is cardiologe en de andere zus kiest voor interne geneeskunde. Met een bachelordiploma als bio-ingenieur heeft de genetica ook Jan Bakelants goed bedeeld, maar in tegenstelling tot zijn hele familie koos de Kempenaar niet voor een witte stofjas, maar voor een spannende broek met een zeemvel. In 2013 droeg hij zelfs een gele trui, na ritwinst in de Ronde van Frankrijk. En hij leest boeken. Ook dat is atypisch voor een wielrenner. Net als het huis van Bakelants. Veel Vlaamse renners wonen in fermettes met gezandstraalde deuren en Ikea-schilderijen. Jan Bakelants woont in Vorselaar, in een stijlvol pand met veel glas, veel licht en een boekenkast.

Functioneel

“Zo’n boek heeft een functionele waarde. De uren na een wedstrijd zijn altijd hectisch. Lig je dan eindelijk in bed, dan helpt een boek om tot rust te komen.”

'Wanneer ik mijn spullen bijeenraap bij vertrek naar een rittenwedstrijd zoals de Ronde van Frankrijk of Ronde van Italië', zegt Bakelants, 'dan neem ik altijd een boek mee om ’s avonds makkelijker in slaap te vallen. Zo’n boek heeft een functionele waarde. De uren na een wedstrijd zijn altijd hectisch. Je wurmt je naar de ploegbus of de dopingcontrole, rijdt dan naar het hotel, dan douchen, eten, een massage en eventueel ook nog een ploegbespreking. Lig je dan eindelijk in bed, dan helpt een boek om tot rust te komen, even te ontsnappen, om dan langzaam in slaap te glijden.’

Vader Bakelants

Vaak is het vader Bakelants die zijn zoon het juiste boek aanreikt. Als kind al loodste hij zijn kinderen door de leeslijst op school en nog altijd is hij de gids die de paraplu omhoog steekt en zoon Jan naar de betere literatuur leidt.

'Mijn vader is geïnteresseerd in de twee wereldoorlogen. Hij gaf me ooit een paar boeken van de Duitse schrijver Hans Fallada mee naar de Tour, waaronder Wat nu, kleine man? en Een waanzinnig begin. Dan lig je daar, op een hotelkamer ergens in Frankrijk en lees je over de ontberingen en de wreedheid van het naziregime. Maar dat doet me goed. Ik verlies mijn focus op de wedstrijd niet en krijg de kans om mijn gedachten te verzetten.'

Breinstimulatie

“Lezen is ook een zoektocht naar kennis, naar een beter begrip van de wereld om mij heen. In dit geval de wereld van het wielrennen”

‘Lezen is ook een zoektocht naar kennis, naar een beter begrip van de wereld om mij heen. In dit geval de wereld van het wielrennen. Ik heb vrij veel wielerliteratuur. Het dopingboek van Hans Vandeweghe, werk van Herman Chevrolet, maar ook boeken die ex-renners uitbrachten. Wie het huidige wielrennen wil begrijpen, moet ook de geschiedenis doorgronden. Je kunt het heden pas begrijpen als je het verleden kent. Dus lees ik over de donkere jaren negentig in het wielrennen, en de al even donkere jaren begin tweeduizend, een tijdperk waarin ik als kind ben opgegroeid. The secret race van Tyler Hamilton is een boek dat me de ogen heeft geopend. Hamilton is een voormalige ploegmaat van Lance Armstrong, en ik weet dat zijn relaas eerlijk is, dat hij schrijft hoe het er werkelijk aan toe ging. In tegenstelling tot vele anderen, heeft Hamilton het lef om de waarheid uit die tijd te vertellen.’

De epo-tijd

‘Ik veroordeel die epo-tijd overigens niet. Was ik toen wielrenner, dan deed ik misschien hetzelfde als mijn concurrenten. Het is gemakkelijk om af te geven op renners die zich dopeerden in die tijd. Beeld het je maar eens in: al je concurrenten en ploegmaats gebruiken een product dat de prestaties bevordert, dat niet opspoorbaar is en dat de gezondheid niet schaadt zoals andere producten dat wel doen. Hoe sterk is een mens om dan nog aan de verleiding te weerstaan? Ik spreek het vanzelfsprekend niet goed, maar het is de literatuur die me die context aanreikt, al hoor ik natuurlijk ook veel verhalen uit het peloton zelf.’

Prestaties

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'De literatuur helpt ook om mijn prestaties te verbeteren. Ik lees studieboeken over trainings- en voedingsleer. Endure bijvoorbeeld, een boek van Alex Hutchinson: Mind, body and the curiously elastic limits of human performance. Een boek uit de bestsellerslijst van The New York Times. Endure is een anekdotisch boek dat op een relatief laagdrempelige manier uitlegt hoe iemand zijn fysieke grenzen kan verleggen. Mensen die een marathon lopen houden van bij het begin een tempo aan waarvan ze vermoeden dat de hele wedstrijd te kunnen aanhouden. Vaak kunnen ze op het einde nog versnellen, dus waarom pinde je brein zich vast op dat voorzichtige tempo? En waarom lopen mensen trager in warme omstandigheden? Blijkt onze maag ook temperatuurreceptoren te bevatten. Eet je iets heel kouds, dan denkt je lichaam dat de temperatuur nog wel meevalt, en kun je je tempo optrekken. Die breinstimulatie is natuurlijk relevant voor mijn leven als wielrenner.'

Homo Deus

“'Homo Deus' was een openbaring. Was Endure vooral toepasbaar op mijn carrière, dan bracht Harari mij het veel bredere plaatje bij. Het zou verplichte lectuur moeten zijn in iedere school.”

'Maar daar eindigt het niet bij. Vorig jaar brak ik bij een zware val in de Ronde van Lombardije zeven ribben en vier ruggenwervels. Tijdens de revalidatie reikte Paul Van Den Bosch, mijn coach, me Homo Deus (Yuval Noah Harari) aan, een boek over de toekomst van de mens. Dat boek was een openbaring. Was Endure vooral toepasbaar op mijn carrière, dan bracht Harari mij het veel bredere plaatje bij. Homo Deus zou verplichte lectuur moeten zijn in iedere school.

'In de Verenigde Staten kun je voor 2.000 euro ook je genoom laten uitlezen en zo je volledige dna-keten in kaart brengen. Ook dat leerde ik uit die boeken. Afhankelijk van mijn genotype (erfelijk profiel) kan ik op die manier te weten komen of cafeïne als voedingssupplement wel goed voor me is. Indien niet? Dan kan dat mijn prestaties op de fiets negatief beïnvloeden als ik cafeïne neem. Tien jaar geleden las ik hier al over in mijn studieboeken aan de universiteit en ging het toen nog over 'de toekomst'. Wel, de toekomst is al lang begonnen. En hoe meer ik er over lees, hoe boeiender de wereld om me heen wordt.'



Deel dit artikel: