De leeswereld van Rika Ponnet

‘Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Rika Ponnet, seksuologe en relatie-experte.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

‘Boeken en boeken en boeken, daaruit bestond mijn jeugd.’ Rika Ponnet schenkt een glas water in en neemt plaats aan de andere kant van het houten bureau. Al sinds de jaren negentig is dat haar plek. Er staat een doos Kleenex op tafel, de lichtinval is schaars en op de commode ligt Haruki Murakami naast Julian Barnes en Stephan Enter. De liefde zag en ziet Ponnet hier al bijna dertig jaar passeren, alle stekels, littekens, de zoektocht van singles, de crises van koppels, de ontwrichting.

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

‘Mijn interesse in de menselijke psyche is terug te voeren naar mijn jeugd’, zegt Ponnet. ‘Wat drijft mensen? Wat zoeken we? Waar loopt het fout?’, die vragen blijven verrassende antwoorden opleveren. Als vijftienjarige ervoer ik het lezen van Van de koele meren des doods, een boek van Frederik van Eeden (Nederlandse schrijver/psychiater van eind 19de, begin 20ste eeuw) over het tragische leven van Hedwig, een vrouw uit de typische burgerij, als een schok. Ik had een week tijd nodig om te bekomen. Hedwig verlaat haar man, krijgt een kind, verliest dat kind ook, vlucht, raakt aan de drugs, om dan uiteindelijk in een christelijke gemeenschap terecht te komen. Dat boek baadt in de typische 19de-eeuwse literatuur van tragische, vrouwelijke personages. Denk ook aan Eline Vere van Louis Couperus. Het verhaal van Hedwig legde een veelheid aan emoties bloot die ik nog niet kende, en die mij prikkelden om verder te graven in de gevoelswereld van mensen.’

Spaanse griep

‘Ik kom uit een Vlaams, katholiek, sociaal bewogen middenklassegezin. Wijlen mijn vader was ‘onderbureauchef’ bij de NMBS, moeder was leerkracht lichamelijke opvoeding en behalve encyclopedieën en wat boeken over de Vlaamse Beweging – mijn vader was een tijdje lid van de VU – was literatuur in ons gezin niet zichtbaar aanwezig. Maar vader leidde zijn vier dochters wel naar de plaatselijke bibliotheek, in Zottegem was dat, opdat wij de kansen kregen die hij als kind ontbeerde. Begrijpelijk ook, hij groeide op in een arbeidersgezin met tien kinderen.'

“Privacy en persoonlijke ruimte waren erg beperkt in ons huis in Zottegem. We sliepen per twee in een kamer, wat het belang van lezen alleen maar vergrootte. Via boeken sloot ik me mentaal af van de buitenwereld. Wie leest, zit in een cocon.”

'Privacy en persoonlijke ruimte waren erg beperkt in ons huis in Zottegem. We sliepen per twee in een kamer, wat het belang van lezen alleen maar vergrootte. Via boeken sloot ik me mentaal af van de buitenwereld. Wie leest, zit in een cocon. Mijn dochters doen nu aan competitiezwemmen, maar geef mij een boek en ik vergeet de drukte en het lawaai in het zwembad.

Als kind las ik aan de lopende band, soms zelfs twee boeken per dag. Ik hield ook fiches bij van alle gelezen boeken. Mijn ouders wisten ook niet wat ik precies las. In de bibliotheek van de kerkfabriek, gerund door de Dekenij, vond ik Hugo Claus en Louis Paul Boon. De collectie werd beheerd door een germanist met een fijne smaak. Wellicht wist zelfs de kerkfabriek niet wat hij allemaal aanbood. Ook onze buurvrouw voedde mijn leeshonger. Aan mijn grootouders heb ik zelf amper herinneringen, die zijn ons vroeg ontvallen, maar de buurvrouw werd mijn nieuwe oma. Wat een figuur ook: opgegroeid in een mini-huis met acht kinderen, honger geleden in de wereldoorlogen, de Spaanse griep overleefd, als twaalfjarige in de fabriek beland, via vader meegezogen in de socialistische Daens-beweging om toen al de wankele man-vrouw-verhoudingen aan te klagen. Ze vertelde me over de Eerste Wereldoorlog, hoe ze achterop de motor naar Nederland vluchtte. Ik laafde me aan haar verhalen en tegelijk liet zij me de nodige ruimte om rustig te kunnen lezen. Al leidde dat doorgedreven lezen ook tot een soort vervreemding.’

Barnes

‘Hoe meer je leest, ook als kind, hoe meer je beseft dat jouw wereld niet gelijk staat aan de gehele werkelijkheid, dat er veel meer is dan wat je thuis hoort, wat je op school ziet, wat je vrienden vertellen, enz. Ik had weinig mensen met wie ik mijn leeswereld kon delen, dus vervreemdde ik ook wat. Dankzij boeken ontwikkel je als kind een vroege vorm van maturiteit. Je bent vroeg rijp, denkt na over dingen waar anderen op dat ogenblik (nog) niet mee bezig zijn. Dat creëert een buitenstaandereffect. Ik werd een observator, zonder het gevoel te hebben ergens deel van uit te maken.’

“Hoe meer je leest, ook als kind, hoe meer je beseft dat jouw wereld niet gelijk staat aan de gehele werkelijkheid, dat er veel meer is dan wat je thuis hoort, wat je op school ziet, wat je vrienden vertellen, enz. Ik had weinig mensen met wie ik mijn leeswereld kon delen, dus vervreemdde ik ook wat. Dankzij boeken ontwikkel je als kind een vroege vorm van maturiteit.”
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

‘Het inzicht dat je verwerft, de kennis en gevoeligheden die je opdoet, verrijken je leefwereld natuurlijk ook. Dat is nog altijd zo. Vroeger was dat dus Van de koele meren des doods, nu is dat het werk van bijvoorbeeld Julian Barnes of A. F. Th. van der Heijden. Literatuur, zeker ook fictie, slaagt er via een denkbeeldig verhaal in om de werkelijkheid bloot te leggen. Soms nog meer dan non-fictie daar in slaagt, hoe vreemd dat ook klinkt. Vaak zegt een roman van Julian Barnes meer dan welke universitaire studie of welk psychiatrisch rapport dan ook. Net in onze rationele samenleving slagen de topschrijvers er in om een thema als relaties, waar ik dus rond werk, creatief en realistisch weer te geven. In een wereld waarin de ratio voorop lijkt te staan, kijkt A. F. Th. van der Heijden in Kwaadschiks in het hoofd van een in theorie ontzettend onaangenaam personage. Een echte stalker die extreme toeren uithaalt, maar toch gooi je dat boek niet weg, je begrijpt de stalker in zekere zin. Van der Heijden slaagt er in zo’n complex thema zo inzichtelijk te brengen, dat Kwaadschiks zijn gelijke niet kent. Net zoals Hoogteverschillen van Julian Barnes als geen ander rouw beschrijft. In Het enige verhaal schrijft Barnes ook over relaties, toen dacht ik: ‘hola man, dat is mijn thema!’ (lacht) (Ponnet schreef met Blijf bij mij en Alleen met jou twee boeken over relaties, red.)

“Ik heb het meer voor fictieschrijvers. Dat zijn zeer goede observatoren van de menselijke soort, die ons een helder, uniek beeld geven van liefde en alles wat daar bij hoort. Ze bezitten de taal om wat ze zien en ervaren tot expressie te brengen.”

Wetenschappers en filosofen zoals Alain De Botton spreken over liefde in termen van maakbaarheid, terwijl de werkelijkheid veel complexer is. Dus heb ik het meer voor fictieschrijvers. Dat zijn zeer goede observatoren van de menselijke soort, die ons een helder, uniek beeld geven van liefde en alles wat daar bij hoort. Ze bezitten de taal om wat ze zien en ervaren tot expressie te brengen. In zekere zin doet zelfs de bekende Bouquet-reeks dat, met die duizenden liefdesverhalen. Dat noem ik geen literatuur, wel lectuur, maar ik kijk er niet op neer. Er is een reden waarom die scripts aanslaan. Diep vanbinnen willen we allemaal een ideale liefdesstaat ervaren. Al heeft die maar de duurtijd van een boek, dan nog. Lezen is dan een catharsis, even deelgenoot zijn van een beschreven diepe verbondenheid. Representatie, wat fictie is, is een onuitputtelijke bron, het is dat wat ons als mensensoort uniek maakt. En daar zijn we uiteindelijk allemaal naar op zoek.’



Deel dit artikel: