De leeswereld van Tom De Cock

‘Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: radiopresentator Tom De Cock.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

‘Ik ben er van overtuigd dat de taal het enige wapen is dat je écht kan gebruiken in het leven. Wie over een verzorgde taal beschikt creëert makkelijker kansen, die kan mensen raken, die verbindt, die heeft de potentie om het eigen leven of dat van anderen wezenlijk te veranderen. En er zijn weinig media waarin de taal zo schoon tot uiting komt als in een boek.’

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Er spreekt geestdrift uit de woorden van Tom De Cock. Alsof je hem moét geloven. Die woorden zijn ook helder als een Noorse bergrivier: ‘taal is het ultieme harnas om het leven goed door te komen.’ Een helderheid die weliswaar vereist is: als radiopresentator zet hij de toon. Op jongerenzender MNM is De Cock al jaren de frontman van programma Planeet De Cock, een programma dat de avondspits verzacht en waarin hij al eens een boek binnensmokkelt. Dat doet hij ook op Instagram. Tussen reis- en studiofoto’s vind je boekcovers. Bij Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer schrijft hij: ‘Even dik als briljant boek.’

De Cock is ook zo’n pendule die nooit stilvalt, een dertiger die eruitziet als een jongetje en schijnbaar niet veroudert. Maar dat jongetje is een dertiger, heeft een dochter en thuis krijgt Jasmijn ook het gepaste harnas aangemeten: ‘Van zodra zij in ons leven kwam heb ik tegen haar gebabbeld, ook toen ze daar nog niks van begreep. Ik beschouwde haar als gezelschap, vertelde ’s avonds hoe de dag was verlopen, sprak tegen haar over politiek, over boeken, over de actualiteit. En ik las haar voor, zelfs toen ze nog een baby was. Alles met het oog op de taal, ja. Als iemand me nu zegt dat Jasmijn welbespraakt is, dan is mijn dag meteen goed.’

Katoren

‘Al heel vroeg wist ik waar mijn roeping lag. De nieuwe Walter Capiau zou ik worden, minus de vetzakkerij welteverstaan. Al wuivend zou ik de showtrap naar beneden komen en de mensen entertainen, hen verhalen vertellen. Want dat is waar het voor mij toen en nu nog altijd om draait: om de taal en het verhaal. Die verhalen waren als kind ruimschoots voor handen. Mijn vader en moeder runden een bakkerij in Merksem, dicht bij het Sportpaleis, Bakkerij Beerens. Samen met mijn zus woonde ik een paar dagen per week bij mijn ouders op een appartementje in Antwerpen, de rest van de tijd woonden we bij onze grootouders in Rotselaar, nabij Leuven. Dan werden wij op vrijdagavond van de ene in de andere auto gedropt in Hofstade, op de parking van frituur Lucienne in Zemst, pal in het midden tussen Antwerpen en Leuven.’

“Die strips heb ik allemaal gelezen en dat dankzij mijn vader, een bakker opgegroeid in een bijzonder groot gezin, die zelf de kans niet kreeg om verder te studeren, maar het gemis aan intellectuele arbeid opvulde met boeken. Dat beeld heb ik van hem: lezend in bed, ’s avonds, wetende dat hij een paar uur later al terug op moest om brood te bakken.”

‘Voorhanden, omdat vader in Rotselaar een grote boekenkast uitbouwde, met duizenden strips. Alle Nero’s, alle Piet Pienters en Bert Bibbers, alle Jommekes, alle Rode Ridders, alle Suske & Wiskes. Die heb ik allemaal gelezen en dat dankzij mijn vader, een bakker opgegroeid in een bijzonder groot gezin, die zelf de kans niet kreeg om verder te studeren, maar het gemis aan intellectuele arbeid opvulde met boeken. Dat beeld heb ik van hem: lezend in bed, ’s avonds, wetende dat hij een paar uur later al terug op moest om brood te bakken. Vader reikte me eerst strips aan en nadien ook thrillers: kerels als John Grisham, Tom Clancy en Alistair MacLean.’

‘Als kind was ik vroegrijp. Ik las het ene na het andere boek, en terwijl leeftijdsgenoten voetbalden schreef ik verhalen op mijn kamer. Mijn fantasie was grenzeloos. Ik las Koning van Katoren en schreef nadien gewoon zelf een vervolg op dat boek. Geen A4’tje hé, maar vijftig pagina’s vol. Dat schrijven, het lezen, de verhalen, de taal: dat was mijn jeugd.’

Dronken op de televisie

Die jeugd kwam vol onder de aandacht toen bakker De Cock een manuscript van zijn zoon in handen kreeg. De Openbaring is een bloederig horrorverhaal vernoemd naar het laatste boek van het Nieuwe Testament, waarin de zestienjarige Tom De Cock de duivel opvoert en een hele familie laat vermoorden. Vader De Cock zag er potentieel in en een vingerknip later zat zijn zoon in televisiestudio’s, stond hij op culturele podia, was hij te horen op de radio en kwam hij amper boven de tafel uit in een Nederlandse talkshow. ‘Dat boek explodeerde. Plots was ik het zestienjarige schrijftalent, en neen, ik was daar niet op voorbereid.’ (lacht)

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

‘De letter Omega was verwerkt in de cover van het boek. Ik heb die letter ook op mijn rug getatoeëerd. Zeventien was ik toen, mijn vader moest de toelating ondertekeningen bij de tatoeëerder. Waanzin was het, als ik daar nu op terugkijk. Ik zag er toen uit als een aidspatiënt in de laatste fase, met wallen onder de ogen, ingevallen wangen en piekjes in het haar gedraaid. Ik rookte toen sigaretten op de televisie, gaf dronken interviews en zei openlijk ‘Vlaanderen is veel te klein voor mij.’ (lacht) Dat komt er van als een jongetje uit een boerengat plots te veel aandacht krijgt en zichzelf niet weet te relativeren. Ik heb toen vierhonderdduizend frank verdiend met De Openbaring en gaf dat geld uit aan cadeaus voor vrienden, aan etentjes en aan het nachtleven. Iemand haalde mij op aan de schoolport en bracht me naar De Laatste Show, en daags nadien verliet ik de lessen vroegtijdig om mijn toekomstvisie te gaan verkondigen in het Nederlandse discussieprogramma Barend & Van Dorp. Manlief, dat was echt ongelofelijk.’

De Openbaring kadert in de woelige tijd die ik toen doormaakte. Mijn coming of age was best intens: de eerste keer seks met een meisje en de latere ontdekking van mijn homoseksuele geaardheid, de hele storm die De Openbaring veroorzaakte, de eerste keer naar een muziekfestival, de filmstudies aan Sint-Lucas in Brussel, enzovoort. Om dan uiteindelijk op mijn poten terecht te komen, Germaanse te studeren, mijn man te ontmoeten en in de radiowereld te belanden. Toén is mijn leeswereld opengebroken. Weg waren de strips en de thrillers. Voortaan stond lezen in het teken van de wereld om me heen, in het begrijpen, het zoeken naar antwoorden.’

Hans Rosling

‘Ik heb vijf exemplaren gekocht van Feitenkennis, het boek van de intussen overleden Zweedse Academiscus Hans Rosling. Dat boek gaf ik aan mijn man, mijn eindredacteur en mijn producer bij MNM: ‘Mannen, als je in de toekomst met mij wilt discussiëren, dan moét je dat boek eerst lezen.’ Hetzelfde geldt voor Sapiens van Yuval Noah Harari. Boeken die onze menselijke soort verklaren en de toekomst schetsen zijn ontzettend interessant. Ze scherpen niet alleen je kennis aan maar prikkelen ook je fantasie: wat als de mens uitsterft, wat gebeurt er dan met onze planeet? Daarom is The World Without Us van Alan Weisman zo goed en zo realistisch. Dat boek stelt vragen en durft het antwoord ook schuldig te blijven. Ik geloof heilig in kennis en wetenschap, en niet in religie. Daarin zie je de schaduwkant van taal: hoe je met woorden en abjecte verzinsels een massa mensen onder de duim kunt houden.’

“Wie op zoek is naar kennis en inhoud, komt haast automatisch bij boeken uit. Een boek blijft het beste medium om een onderwerp in de diepte te onderzoeken.”

‘Wie op zoek is naar kennis en inhoud, komt haast automatisch bij boeken uit. Een boek blijft het beste medium om een onderwerp in de diepte te onderzoeken. Ja, An Inconvenient Truth van Al Gore is een goede documentaire, maar je krijgt in een film nooit zoveel informatie als in een boek. Maar ieder medium heeft natuurlijk zijn publiek. Ook de radio, waar we conflicten in het Midden-Oosten in een paar simpele vragen proberen te beantwoorden. Maar altijd kun je mensen op een bepaald boek wijzen. Altijd. En is dat boek niet voldoende, dan schrijf je er desnoods zelf een.’ (lacht)



Deel dit artikel: