De vijf van Laura Janssens

'I read a book one day and my whole life was changed', zei auteur Orhan Pamuk ooit. Dat boeken een impact kunnen hebben, ervaren veel lezers. Maar sommige beïnvloeden, sturen of bepalen zelfs je leven. Journaliste Katrien Steyaert peilt voor deze reeks naar de 'beste vijf' van auteurs en illustratoren. Met welke boeken groeiden ze op en met welke worden ze oud? Deze keer: illustrator en cartoonist Laura Janssens.

door Katrien Steyaert
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Je moet niet perfect kunnen tekenen, je mag melancholisch zijn over je jeugd die je wordt afgepakt, je humor hoeft niet gecompliceerd te zijn: Laura Janssens leerde het allemaal in boeken.

1. Garfield-pockets – Jim Davis

'Als kind kon ik al lezend vaak een persoon zijn die ik in het echt misschien niet durfde te zijn doordat ik introvert ben. Tegelijk prikkelden boeken mijn fantasie zodanig dat ik er vaak illustraties bij maakte. Dan tekende ik bijvoorbeeld hoe ik dacht dat Harry Potter eruitzag. Al snel maakte ik ook strips, met als grote inspiratiebron Garfield, van wie ik de pockets verzamelde.

Het begon dankzij mijn tante, die rond haar 20ste nog bij mijn grootouders woonde. Die waren van het type 'Laten we samen een houten zwaard maken of pannenkoeken bakken' terwijl mijn tante mij voorlas, ook uit de Garfield-strips. Het heerlijk cynische van het personage had ik als kleuter natuurlijk nog niet door, en toch kreeg ik superveel affiniteit met de verhaaltjes. Ik wilde ze constant naspelen. Ik was dan de schattige, kleine Nermal; mijn tante moest maar Garfield zijn. (lacht)

De dikke kat beleeft bijna alles thuis en reflecteert daarop. Die insteek nam ik mee in mijn werk, net als het gag-format waarbij je in drie, vier beelden en met hooguit twee personages to the point moet komen. Jim Davis leerde me ook dat humor ongecompliceerd mag zijn.

Ik nam het dus positief op toen comedian Xander De Rycke mij eens de Vlaamse Garfield noemde. Mijn personage was toen nogal lui en vraatzuchtig omdat ik dat in mezelf herkende en geloofde dat anderen oppervlakkig gezien ook vaak zo zijn. Met het volwassen worden verdwijnt het aspect stilaan uit mijn werk. Ik stopte ook met Garfield-pockets kopen, al check ik geregeld of de reeks nog loopt. De dag dat ze ophoudt, ga ik toch triest zijn.'


2. ‘Persepolis’ – Marjane Satrapi

'Mijn ouders zagen dat ik mezelf vaak een rolletje in mijn strips gaf en wilden me daarin blijven aanmoedigen, denk ik, door me Persepolis cadeau te doen. Ik kende de autobiografische strip niet, maar hij werd een enorme eyeopener. Ik was dertien en zag voor het eerst dat je niet anatomisch perfect of tot in de meest realistische details moet kunnen tekenen om een sterk verhaal te brengen. Het gaat over wát je te vertellen hebt en de herkenbare stijl waarin je dat doet.

Die van Satrapi is zo eenvoudig en onschuldig dat het contrast met de zware context eens zo groot is. Door de ogen van haar als opgroeiend meisje zie je de Iraanse Revolutie en hoeveel ze daarbij verliest: haar vrijheid, haar geliefde oom – een rebel die wordt geëxecuteerd. Had ze zulke taferelen bloederig of dramatisch in beeld gebracht, ze waren nooit zo integer overgekomen. Ik vind het moedig dat ze dit optekende, want sinds de publicatie in 2001 werd terugkeren naar Iran een risico voor haar.

Haar ouders probeerden haar een vrijere opvoeding te gunnen door haar op haar 14de naar West-Europa te sturen. In Wenen belandde ze eerst bij de verkeerde mensen, maar ze was te trots om dat aan haar ouders toe te geven. Ook daarom was Satrapi voor mij zo’n groot voorbeeld: ze toont eerlijk haar verkeerde inschattingen en fouten. Ik vind het belangrijk om dat zelf ook te doen, enerzijds om mijn publiek iets herkenbaars te geven, anderzijds om mezelf te relativeren. Satrapi tekent zichzelf vaak in ondeugende situaties of met karikaturale gezichten, en toont daarmee dat ze zoveel meer is dan de verschrikkingen die haar zijn overkomen.'

“Satrapi toont eerlijk haar verkeerde inschattingen en fouten. Ik vind het belangrijk om dat zelf ook te doen, enerzijds om mijn publiek iets herkenbaars te geven, anderzijds om mezelf te relativeren.”

3. ‘Een deken van sneeuw’ – Craig Thompson

'Ik heb moeilijkheden altijd van mij af getekend, maar ik voelde pas de nood om die strips te delen toen ik voor het eerst echt liefdesverdriet had. Dat anderen zich in mijn emoties herkenden, bood troost. Precies over die eerste heartbreak gaat Een deken van sneeuw, een graphic novel die ik in het vierde middelbaar in de tekenklas vond en die ik op één namiddag uitlas. In ieders leven zit wel dat moment waarop je beseft dat iets moois voorgoed voorbij is. Thompsons hoofdrolspeler – die volledig op zichzelf is gebaseerd – pakt het misschien dramatisch aan, maar hoe hij dat moment van loslaten beleeft komt voor veel lezers heel dichtbij, denk ik.

Ergens herkende ik mezelf ook in zijn verlies van geloof. In zijn milieu van born-again Christians was God bijna synoniem met gevoelens van straf en schuld. Voor mij lag dat anders, maar bij mijn eerste communie had ik van God ook zoiets groots gemaakt dat ik nachten wakker lag. Het begrip zinderde nog na tot in mijn eerste middelbaar. De boodschap die Thompson me drie jaar later gaf, was eens zo mooi: je moet de dingen niet voor je geloof, maar voor jezelf doen.

Zijn visuele stijl is minstens even indrukwekkend. Dat oog voor detail! Die onnavolgbare lijnvoering! Waar Satrapi in mijn hoofd deuren naar een eigen tekencarrière opende, deed Thompson me beseffen dat ik nooit zo goed zou worden als hij. Intussen heb ik er vrede mee dat ik gewoon mijn eigen stijl heb. Als ik Een deken van sneeuw nu opensla, is het alleen maar een feest voor het oog én een mooie herinnering aan mijn eerste lief. Die deed me deze ode aan het jong zijn cadeau toen ik achttien werd.'


4. ‘A Visit from the Goon Squad’ – Jennifer Egan

'Omdat ik al bijna zes jaar samen ben met mijn vriend en weet dat hij de liefde van mijn leven is, verlang ik niet terug naar eerdere, amoureuze momenten. Toch blijft A Visit from the Goon Squad een mooie reminder aan een zomer waarin ik me heel jong, mooi en verliefd voelde. Ik had hier een jongen uit Londen leren kennen en ging hem opzoeken. Als 23-jarige overromantiseerde ik het een beetje, want ik vroeg hem om mij een boek te lenen zodat hij dat ooit moest komen terughalen. (lacht)

Dat gebeurde niet, dus Egans roman bleef bij mij. Precies die piek van jeugdigheid is daarin een thema. De voorbijgaande tijd wordt passend gepresenteerd in een fragmentarisch format: dertien verhalen, losjes verweven, springend tussen verleden, heden en toekomst. Ik vind het leuk dat ik die puzzel zelf mag leggen en bij elke herlezing nieuwe elementen ontdek.

Een van de flashforwards leert dat het personage Sasha uiteindelijk met man en kind in een Amerikaanse woestijn belandt, iets wat ze nooit verwacht had, maar waarmee ze vrede heeft. Ik vond het heel troostend te lezen dat je gemoedsrust kunt vinden, ook al word je ouder. Ik ben een melancholisch persoon die schrik heeft dat ze door de voortgaande tijd sommige dingen niet meer zal kunnen doen en die dan hard zal missen. Zeker nu, want het voelt het alsof de coronacrisis mijn laatste jeugdjaren afpakt. Tegen dat ze voorbij is, ben ik misschien te oud om nog naar optredens te gaan en daar zat te worden. Misschien is Egans boek daarom al het derde coming-of-age-boek in dit lijstje. Ik ben sinds kort 31, zogezegd echt volwassen, maar ik kijk nog graag terug op de reis die het tot nu toe is geweest.'

“Ik heb moeilijkheden altijd van mij af getekend, maar ik voelde pas de nood om die strips te delen toen ik voor het eerst echt liefdesverdriet had. Dat anderen zich in mijn emoties herkenden, bood troost.”

5. ‘The Traveling Cat Chronicles’ – Hiro Arikawa

'Vorige zomer kon ik het coronagepieker even van me afzetten dankzij deze bestseller van Arikawa. Ik ontdekte hem in een Instagrampost van Buchbar, een van de Antwerpse boekenwinkels die ik volg, en had meteen een klik. Sinds mijn vriend en ik er in 2017 rondreisden, zijn we verliefd op Japan, vooral vanwege de toffe contrasten. In Tokio bijvoorbeeld liggen gekke, grootstedelijke wijken vlak naast buurten die een soort tegenhangers van het rustige Zurenborg zijn. 

De appreciatie voor het land waar je woont voel je heel mooi in Arikawa’s hoofdpersonage Satoru, die een roadtrip langs vrienden maakt. Hij doet dat samen met Nana, een ex-straatkat met wie hij een innige huisdier-baasje-band opbouwde. Om aanvankelijk onduidelijke redenen moet hij haar ergens anders onderbrengen. Pas op, ik ben geen kattenpersoon en toch betoverde dit boek mij. Het zit hem in Nana's relativerende reflecties op bijvoorbeeld Saturo’s vriendschappen, en in de subtiele, niet-melige manier waarop Arikawa raakt aan de pijn of jaloezie die daarmee gepaard kan gaan.

Bij het intense einde moest ik huilen, maar niet hartverscheurend, eerder op een pure manier. Er kwamen zoveel emoties los dat het me rust bracht. Daarom deed ik het boek onlangs cadeau aan mijn beste vriendin, die veel stress heeft door de crisis. Ik zie haar gelukkig nog veel, in tegenstelling tot andere nochtans ook belangrijke vrienden. Arikawa gaf me het inzicht dat ik daar vrij gemakkelijk iets aan kan veranderen. Daarom ging ik hen met Kerstmis cadeautjes brengen – mijn eigen roadtripje, zonder de cynische Nana maar mét de liefdevolle appreciatie van Saturo.'

© Michiel Devijver | Iedereen Leest


Deel dit artikel: