De vijf van Marita De Sterck

'I read a book one day and my whole life was changed', zei auteur Orhan Pamuk ooit. Dat boeken een impact kunnen hebben, ervaren veel lezers. Maar sommige beïnvloeden, sturen of bepalen zelfs je leven. Journaliste Katrien Steyaert peilt voor deze reeks naar de 'beste vijf' van auteurs en illustratoren. Met welke boeken groeiden ze op en met welke worden ze oud? Deze keer: auteur Marita De Sterck.

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Tot in het putteke van haar ziel wil Marita De Sterck geraakt worden wanneer ze leest. 'De boeken die in mijn leven een rol blijven spelen, doen mentaal en emotioneel iets in mij bougeren. De allerbeste brengen me zelfs compleet van mijn melk. Zo heb ik het graag.'

1. ‘Een geweer, een koe, een boom en een vrouw’ – Meir Shalev

'In onze familie circuleerden behoorlijk wat geheimen en als nieuwsgierig kind haalde ik de hele zolder overhoop om ze te ontsluieren. Soms slaagde ik daar ook in. Sindsdien bleef ik gefascineerd door ervaringen en trauma’s die zonder woorden door generaties reizen. Het is vaak een thema bij de Israëlische schrijver Meir Shalev. Zijn vertelplezier spat bovendien van elke bladzijde en zijn uitgangspunten zijn altijd interessant.

In Een geweer, een koe, een boom en een vrouw uit 2014 luidt het: wat is waarheid? Een jonge historica wil in een Joodse landbouwkolonie drie zelfmoorden uit het verleden ophelderen. Beetje bij beetje blijkt dat er minstens één moord bij was en dat de lerares met wie ze praat de kleindochter van de dader is. Deze spannend opgebouwde roman schetst zo een allesbehalve fraai, maar nog altijd actueel beeld van een groep Joodse kolonisten bij wie wraakgevoelens blijven sluimeren. Hij biedt een andere blik op wat er in het Midden-Oosten speelt.

Net als mede-grootheden Amos Oz en David Grossman houdt Shalev een vernuftig pleidooi voor mededogen. Zo zeggen studenten van de lerares: 'Wij zoeken het geweer nooit, het vindt ons altijd'. Als lezer zie je in hoe moeilijk het is om uit het web van geweld los te raken, en hoe pijnlijk veralgemeningen over bevolkingsgroepen kunnen zijn. Maar voor je denkt dat het somberheid troef is: Shalev bouwt heel ingenieus humor in, en liefde. De liefde van een vrouw voor haar 'foute' grootvader, de liefde van een moeder voor haar verloren kind, de liefde die misschien geweld overwint? Gelukkig krijg je geen pasklare antwoorden.'


2. ‘In ongenade’ – J.M. Coetzee

'De realiteit is niet simpel, dus in boeken zoek ik naar die gelaagdheid. Naar frictie. En geen andere roman geeft zo schurend de complexiteit van een land weer als In ongenade. 22 jaar na verschijning blijft hij actueel, want Zuid-Afrika blijft struggelen. 22 jaar na datum zie ik ook nog altijd voor me hoe ik de schrijver met de sfinxglimlach zag op een receptie van de universiteit van Kaapstad. Ik was er op uitnodiging van de Nederlandse Taalunie. Voor ik naar een land afreis, verken ik dat altijd in romans. In ongenade was net uit en ik dacht: 'Man man, wat een lef om dit type boek te schrijven over zo'n explosief land'. Ter plaatse bleken de reacties inderdaad laaiend. Niemand praatte er gewoon over, iedereen riep, woedend of enthousiast, van wit tot zwart. Ik keek met open mond toe. Dat een roman zoiets kon veroorzaken…

Was dit non-fictie geweest, je had na één minuut weggezapt van het hoofdpersonage David Lurie, een arrogante witte vent die studentes verleidt. Dat je toch het hele verhaal bij die ambetanterik blijft, tot hij compleet nederig eindigt, is de verdienste van Coetzee, die in zijn ontzettend precieze, bij momenten onderkoelde stijl de spanning laat zinderen. Als Luries dochter Lucy door drie jonge zwarten wordt mishandeld, bezwangerd en ze besluit het kind te houden, ben je eerst even verbouwereerd als haar vader. Maar stilaan besef je dat de jongens haar alleen maar haten 'omdat door hen een geschiedenis van fouten spreekt', zoals Lurie stelt. Dat is zo sterk: de lezer zich het hoofd laten breken over de vraag of je scheefgetrokken verhoudingen ooit weer recht krijgt.'

“De realiteit is niet simpel, dus in boeken zoek ik naar die gelaagdheid. Naar frictie.”

3. ‘Een wereld valt uiteen’ – Chinua Achebe

'Ook ik trap nog in de val van stereotypen. Zo besef ik bij elk bezoek aan mijn zoon in de VS hoeveel van mijn ideeën over dé Amerikanen niet kloppen. Ik luister graag naar wat de Afro-Amerikaanse familie van mijn schoondochter vertelt over wat er reilt en zeilt. Met haar moeder, die literatuur doceert, deel ik de liefde voor Een wereld valt uiteen, het debuut uit 1958 van de Nigeriaan Chinua Achebe. In de context van Black Lives Matter en postkolonisatie-discussies blijft dit indrukwekkende boek zonder meer relevant.
Ik las het voor het eerst toen ik 18 was. De intrigerende kaft met daarop een dorpsscène gaf me het gevoel dat ik in een gemeenschap zou duiken en de insider-stemmen zou horen waarnaar ik zocht. En inderdaad weerklonk de stem van Okonkwo, een dappere Igbo-krijger die in een conflict verzeilt en daarom zeven jaar in het dorp van zijn moeder moet gaan wonen. De dag dat hij terugkeert, hebben kolonisators en missionarissen zijn thuis totaal ontwricht. Het gevoel van verlies is zo indringend verwoord, daar kan geen documentaire tegenop.

Ik was erg aangedaan, ook omdat ik stam uit een familie met missionarissen. Zo had ik een grootoom die bisschop was in China. Toen ik een van 'zijn' dorpen bezocht, hoorde ik hoe de Chinezen iets anders vertelden dan hij. Dat soort tegenverhalen zoek ik, en Achebe vertelt ze, in een stijl gelardeerd met de oude spreekwoorden en rituelen die me als antropoloog zo interesseren. Hij daagt je als westerse lezer uit om een stem toe te laten die je met totaal andere dingen confronteert dan je gewoon bent. Dit soort verrijkende klassiekers hoort echt op onze leeslijsten.'

“Achebe daagt je als westerse lezer uit om een stem toe te laten die je met totaal andere dingen confronteert dan je gewoon bent. Dit soort verrijkende klassiekers hoort echt op onze leeslijsten.”

4. ‘Lied van Solomon’ – Toni Morrison

'Als westerling kun je nooit helemaal beseffen wat de emotionele lading is van trauma’s van bijvoorbeeld Afro-Amerikanen. Maar een van mijn absoluut favoriete auteurs, Toni Morrison, deed wel krachtige pogingen om ons in de buurt te laten komen. In Lied van Solomon, haar derde boek, verweeft ze bijvoorbeeld vernuftig heden en verleden, het lot van individuen en tegelijk een hele groep. We volgen Milkman Dead, die op aanraden van een verknipte tante in het zuiden van de VS op zoek gaat naar de roots en rijkdom van zijn eigen cultuur. Uiteindelijk betekent het voor de zwarte jongeman een hergeboorte, maar tegelijk druipt de pijn van elke bladzijde. Want hoe vaak moet een mens geschopt en vernederd worden om als enige uitweg het soort wensdroom aan te houden die Morrison centraal zet in haar roman: een volkslied waarin slaven zingen dat ze op een dag zullen kunnen vliegen, terug naar Afrika. Het is een verlangen dat ook klinkt in de vele blues songs waar ik zo van hou.

Je moet wel van heel goeden huize komen om dat mythische en magische zo neer te zetten dat de lezer niet vindt dat het erover gaat. Morrison kan het. Haar stijl is zo onvoorstelbaar dat ik me nooit ofte nooit met haar kan meten, maar zien dat ze haar hele roman schraagt op iets als een oud, volks lied deed me beseffen: dat kan, dat mag. Ik ontleende er lef aan om zelf te gaan zoeken naar wat er in oral history, oude verhalen en litanieën huist. Lef vind ik sowieso een ontzettende kwaliteit bij schrijvers, en bij mensen in het algemeen.'

“Lef vind ik sowieso een ontzettende kwaliteit bij schrijvers, en bij mensen in het algemeen.”

5. ‘Canto general’ – Pablo Neruda

'Ik was nog maar zes toen ik op mijn wereldbol onder meer het Amazonewoud aanduidde en zei dat ik er ooit naartoe ging. Iedereen lachte me uit, maar die kinderdromen, die ik eerst beleefde door erover te lezen, maakte ik later écht waar. In 2007 mocht ik bij de Ticuna-indianen een puberteitsritueel meemaken. Toen ze zeiden dat ik eerst hun woud en zijn bewoners moest leren kennen, wist ik dat ze doelden op de jaguar en andere dieren die ik al in de jaren 70 had horen bezingen op mijn elpee van Mikis Theodorakis. De tekst was Pablo Neruda’s Canto general. Die beroemde gedichtencyclus over Zuid-Amerika kwam dus eerst als muziek tot mij, en pas later ging ik hem mondjesmaat lezen, in de rustige momenten na de geboorte van mijn tweede kind. Ik werd opnieuw meegesleept. Daarbij is trouwens mijn bewondering voor Chili’s bekendste dichter even groot als voor Bart Vonck, die voor een passionele Nederlandse vertaling zorgde.

In sommige van de duizenden verzen vereenzelvigt Neruda zich met een indiaanse groep en hun manier van in het leven staan: kijken in plaats van toe-eigenen. Lang voor de historische documentaires kaartte hij al aan dat verwezenlijkingen als Machu Picchu op slavenbloed zijn gebouwd. Toen ik die site met eigen ogen had gezien en bij de Ticuna was geweest, vond ik Neruda’s woorden juister dan ooit. De fraaie editie uit 2014 wil ik graag door de generaties zien reizen. Ik draai weleens Theodorakis’ muziek als mijn kleinkinderen hier zijn en toon hen de Ticuna-maskers die hier aan de muur hangen. Wie weet kan ik, net zoals ik heb geprobeerd bij mijn kinderen, hier of daar een raam voor hen opengooien.'



Deel dit artikel: