De vijf van Siska Goeminne

‘I read a book one day and my whole life was changed’, zei auteur Orhan Pamuk ooit. Dat boeken een impact kunnen hebben, ervaren veel lezers. Maar sommige beïnvloeden, sturen of bepalen zelfs je leven. Journaliste Katrien Steyaert peilt voor deze reeks naar de 'beste vijf' van auteurs en illustratoren. Met welke boeken groeiden ze op en met welke worden ze oud? Deze keer: auteur Siska Goeminne.

door Katrien Steyaert
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

‘Het is melig, maar het is niet anders: om een boek steengoed te vinden, moet het bij mij een emotionele snaar raken’, zegt Siska Goeminne. ‘De beste literatuur herinnert mij aan het absurde krioelen van ons mensen op deze bol en toont tegelijk de enorme schoonheid daarvan.’

1. ‘Kito vindt Poelika terug’ – Bertus Aafjes

‘Ik was gechoqueerd toen ik dit boekje uit mijn jeugd onlangs herlas, want het staat vol met intussen onaanvaardbare stereotypen zoals stelende zigeuners en ‘negers’. Maar met Kito is het voor mij allemaal begonnen. Het was het eerste boek dat ik cadeau kreeg van mijn mama, toen zij merkte hoe graag ik leerde lezen. Ik herinner me het prachtige gevoel dat ik in bed lag en het me lukte om helemaal zelf het verhaal van Kito bijeen te lezen.’

‘Dat begint nochtans moeilijk, met een lange flashback. Daarin vindt het zigeunerjongetje Kito een hondje dat hij Poelika doopt, ze worden vrienden, maar in een plots opstekende storm raken ze mekaar weer kwijt. Het zwerven dat daarop volgt, zowel van Kito als van het hondje, is zo eenzaam dat het me deed wenen. Ik was toen heel vatbaar voor de dramatische schrijfstijl van Bertus Aafjes. Toen ik hem later tijdens mijn studies Germaanse leerde kennen als de grote dichter vond ik dat wel grappig.’

‘Met dit kinderboek had hij vooral impact omdat het me voor het eerst deed beseffen hoezeer woorden kunnen raken. Blijkbaar kunnen letters op papier tot tranen toe bewegen – dat idee sloeg in als een bom en plantte het zaadje voor mijn hele latere lees- en schrijfleven. Ik ben nooit meer opgehouden met alles verslinden wat ik in handen kreeg, van thrillers – een recente ontdekking – tot literaire meesterwerken. Ik geloof daarbij sterk in het momentum: als je het juiste tijdstip kiest waarop je klaar bent voor een bepaald verhaal, dan kan het echt tot je spreken.’

“Ik geloof daarbij sterk in het momentum: als je het juiste tijdstip kiest waarop je klaar bent voor een bepaald verhaal, dan kan het echt tot je spreken.”

2. ‘Het achtste leven (voor Brilka)’ – Nino Haratischwili

‘Ik heb me altijd graag verloren in vuistdikke romans. Ik heb ze zelfs nódig, bijvoorbeeld tijdens dat deel van het jaar waarin ik on the road ben voor de ene lezing na de andere. Tussendoor bouw ik zoveel mogelijk alleen-tijd in en dan vind ik het heerlijk een metgezel te hebben in de vorm van een meeslepende klepper, zoals dit 1.300 bladzijden tellende Georgische familie-epos.’

Het achtste leven omspant bijna een eeuw en opende voor mij een raam op een stuk van de wereld dat bijna even dichtbij is als Parijs, maar waarover de meesten van ons frappant weinig weten. Ik probeer zelf weleens raampjes op thema’s te openen – ik heb net een twaalfplus-roman over een kansarme jongen af – maar ik doe dat altijd met veel schroom. Ik mag het niet dromen dat een lezer zich gekwetst of over het hoofd gezien voelt.’

‘Zelf een epos als Het achtste leven componeren zou veel van mij vragen, want ik werk op een associatieve, zeg gerust chaotische manier. De psychologische ontwikkeling vind ik altijd makkelijker om goed te krijgen dan de context errond. Ik sta dan ook in totale bewondering voor Haratischwili, die nog geen 30 was toen ze haar monumentale boek uitbracht en ervoor zorgde dat je daar als lezer niet in verdwaalde.’

‘De schrijfster laat de karakters van haar hoofdpersonages – uitsluitend vrouwen, dat vond ik mooi meegenomen – botsen en brengt er tegelijk begrip voor op. Terwijl ik ze zag wringen, wankelen en elkaar liefhebben, voelde ik me getroost: Oef, ik ben niet de enige die aanmoddert.’ (lacht)


3. ‘De reis’ – Edmond Baudoin

‘Intussen heb ik mij ermee verzoend, maar ik heb lang beeldende talenten gewild. Ik denk zo visueel dat het me fantastisch lijkt om zoals Joke van Leeuwen te kunnen schrijven én tekenen. Of zoals Edmond Baudoin, de Franse beeldverhalenmaker die ik leerde kennen dankzij mijn ex-collega bij de KU Leuven, stripkenner Gert Meesters.’

‘Ik viel op slag voor Baudoins impressionistische manier van vertellen. Zo doet hij in De reis het relaas van Simon, die zijn gezin en bekende leven achterlaat op zoek naar zichzelf, en ik was direct onder de indruk van de suggestieve trip waarop Baudoin me meenam.’

‘Hij verwoordt en verbeeldt de gevoels- en gedachtewereld van Simon op een volstrekt unieke manier. Dan staat die met iemand te praten, maar zie je in het verlengde van zijn hoofd getekend wat hij echt denkt, wat er achter de banale woorden schuilt. Of als hij angst voelt, zit zijn hoofd vol krijsende meeuwen. Dat vind ik prachtig. Ik ben altijd gefascineerd geweest door dat parallelle leven dat zich afspeelt in je hoofd.’

‘Ook herkenbaar vind ik de veelheid aan indrukken die Simon soms zo overweldigt dat hij bijna kubistisch in stukjes uiteenvalt. Dat soort stilistisch experiment kan me erg boeien. Het vraagt iets van je als lezer, maar als je erin duikt, krijg je er zo veel voor terug. De reis is een melancholische parel die kijken, voelen en horen vermengt. Baudoin vertrok vanuit een autobiografische ervaring – chapeau voor zoveel kwetsbaarheid – en verhief die tot iets universeels. Hij erkent én overstijgt onze kleine leventjes.’


4. ‘De bekeerlinge’ – Stefan Hertmans

‘In mijn omgang met mensen ben ik nogal vrolijk, maar als ik lees en schrijf, neig ik naar melancholie. De boeken die mij het diepst raken, verwoorden iets wezenlijks over onze absurde condition humaine, al onze emoties en pijn, en tegelijk de enorme schoonheid van dat relatieve leven. Dat zijn voor mij twee zijdes van dezelfde medaille. Net omdat Stefan Hertmans in De bekeerlinge dat uitzoomende perspectief hanteert, in combinatie met zijn persoonlijke zoektocht naar zijn 11de-eeuwse hoofdpersonage Hamoutal vind ik het zo’n straf boek.’

‘Het toont het maakproces en schetst tegelijk een pakkend, actueel vluchtelingenverhaal waaruit blijkt dat we doorheen de geschiedenis eigenlijk niets leren: we blijven migrant-onvriendelijk, gewelddadig, hunkerend naar macht. Daartegenover plaatst Hertmans een soort vrede, enorm en stil, die voortkomt uit het besef dat de tijd ook zonder ons zal blijven verstrijken. Dat riep bij mij veel weemoed op, maar gekoppeld aan een schoonheid die Hertmans prachtig voelbaar maakt. Door zijn zintuiglijke beschrijvingen van Zuid-Frankrijk – zoals veel Vlamingen heb ik een liefde voor de streek – was ik tijdens het lezen gewoon dáár. Als schrijver dacht ik alleen maar: ik wou dat ik dit ook kon.’

‘Ik probeer in mijn boeken soms wel dezelfde thema’s als Hertmans aan te raken, maar dan op een kleinere manier. Het is zo fijn als ik merk dat dat resoneert bij lezers. Aan mijn vrienden doe ik graag de boeken cadeau die ik zelf fantastisch vind. Van De bekeerlinge kocht ik meteen een hele voorraad om uit te delen.’ 

“In mijn omgang met mensen ben ik nogal vrolijk, maar als ik lees en schrijf, neig ik naar melancholie. De boeken die mij het diepst raken, verwoorden iets wezenlijks over onze absurde condition humaine, al onze emoties en pijn, en tegelijk de enorme schoonheid van dat relatieve leven.”

5. ‘Het meisje dat nevel weefde’ – Agnès de Lestrade, Valeria Docampo (ill.)

‘Binnenkort word ik voor de eerste keer oma – hoe zot is dat? Mijn kleindochter zal alleszins naar hartenlust kunnen putten uit mijn grote verzameling prentenboeken. De mooiste uitgaves wil ik gewoon in huis om te kunnen koesteren. Je begrijpt dat mijn dag helemaal goed is telkens als uitgeverij De Eenhoorn me vraagt om een boek van Agnès de Lestrade en Valeria Docampo te vertalen.’

‘Met het fragiele Het meisje dat nevel weefde, dat ik laatst vertaalde, raakten ze me dieper dan ooit omdat het gaat over een verstoorde vader-dochter-relatie. Sinds mijn ouders op mijn 28ste uit elkaar gingen en mijn vader een nieuw gezin begon, zien mijn zussen en ik hem niet meer. Dat veroorzaakte een diepe pijn, die me soms nog als een onverwachte golf overspoelt.’

‘Toen ik las hoe het nevelmeisje haar vader na een lange afwezigheid terugkrijgt, was ik in tranen. Ik was toevallig nog een boek over het thema aan het lezen waardoor het leek alsof het universum me het signaal gaf: doe hier eindelijk iets mee. Ik had al jaren flarden verzameld voor een eigen verhaal hierover, maar nu pas voelde ik de hoge nood om dat op papier te zetten, in een vertelling die niet per se goed afloopt. Het meisje dat nevel weefde heeft voor mij persoonlijk een té happy end. Het echte leven is vaak harder. Tegelijk wil ik een troostrijk boek schrijven, waarin veerkracht een hoofdrol heeft. Ik hoop jonge lezers vooral te laten zien: er kan eenzaamheid of gemis zijn, maar er is ook altijd liefde.’



Deel dit artikel: