In het atelier van Kaatje Vermeire

Hoe ziet de werkruimte van illustratoren eruit? Wat zijn hun rituelen, talismannen en eigenaardigheden? Waaruit putten ze inspiratie en hoe komen ze tot hun beste werk? Journaliste Katrien Steyaert mag binnenkijken in hun ateliers en in hun creatieve geesten. Michiel Devijver maakt er foto’s bij. Deze keer: op bezoek bij Kaatje Vermeire in Wetteren.

door Katrien Steyaert | foto's: Michiel Devijver
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Onderdompelen

'Ik ben nog nooit zo rustig en gelukkig geweest als in deze lockdowns. Natuurlijk mis ik mijn vrienden, ik zie hen ontzettend graag, maar als ze me pre corona vroegen om eentje te gaan drinken, kon ik nooit nee zeggen. Dat wordt nu vergemakkelijkt, waardoor ik een langere, ononderbroken flow heb en dat leidt tot meer productiviteit en geslaagdere illustraties. Daarin moet ik het hebben van sferen en werelden die ik creëer, en om die juist neer te zetten moet ik me er langdurig in onderdompelen. Daar geniet ik op dit moment zodanig van dat ik mezelf om één, twee uur ’s nachts moet verplichten om te stoppen en te gaan slapen.'

Art brut

'Mijn wekker gaat meestal om zeven uur, ik drink koffie, trek de roze werkpeignoir aan die ik ooit van een Frans omaatje kocht, ik start mijn eclectische Spotify-lijst en vlieg erin. Niets leukers dan de hele dag aan mijn drukpers te mogen kliederen. Met mijn handen werken is het liefste wat ik doe. Ik gooi inkt op mijn plexiplaten, veeg een deel weer weg, speel met vernis of plakband en zie tot welke onverwachte resultaten dat leidt. Ik word zelf het meest geïnspireerd door art brut of ongepolijste kunst, en in mijn eigen werk countert dat experimenteren mijn neiging om krampachtig aan één techniek of truc vast te houden.'

 

Mentor

'Toen ik mijn grafische opleiding begon, maakte ik verschrikkelijk overwerkte tekeningen met zelfs kabouters en elfen erin.' (lacht) 'Het blijft mijn valkuil: zodanig perfectionistisch zijn dat ik alles doodwerk. De enige die mijn neiging tot kitsch direct doorzag en me er echt voor behoedde, is Anne-Mie De Cock. In haar lessen modeltekenen en illustratie moedigde ze me aan om voorbij de clichés te denken en had ze een ongezien vertrouwen in mij. Met de jaren leerde ik natuurlijk zelf de vinger leggen op dat gebrek aan frisheid dat zich soms voordoet, maar Anne-Mie blijft mijn mentor. Ze helpt nog altijd knopen doorhakken.'

“Mijn wekker gaat meestal om zeven uur, ik drink koffie, trek de roze werkpeignoir aan die ik ooit van een Frans omaatje kocht, ik start mijn eclectische Spotify-lijst en vlieg erin. Niets leukers dan de hele dag aan mijn drukpers te mogen kliederen. ”

Tegen de onrust

'Ik kan verdrinken in een veelheid aan opties. Vooral in de beginfase van een boek onderneem ik wekenlang niets concreet, maar denk ik ontzettend veel na. Het sluipt in al mijn dagelijkse handelingen en ik schuim het internet af op zoek naar informatie en inspiratie, die ik dan in moodboards giet. Voor Witje, het verhaal van Paul De Moor dat ik nu aan het illustreren ben, maakte ik voor het eerst een werkschema. Het hangt als houvast aan mijn muur, als wapen tegen de onrust, tegen niet weten waar de beelden moeten eindigen of hoe ze zich moeten verhouden tot de tekst. Eigenlijk ben ik op mijn best binnen zo’n beperking.'

Lola poseert

'Een gebogen rug drukt vaak zoveel meer tristesse uit dan echte tranen. De houdingen van mijn personages zijn dus cruciaal en poppen bij de eerste lezing van een tekst meestal direct op in mijn hoofd. Maar omdat ik ze hyperjuist wil hebben, organiseer ik graag een fotosessie met model. Voor Witje was dat de negenjarige Lola, die kwam poseren in een volledig wit, zelfgebouwd decor. Ik heb er walgelijk cyaan behang voor afgetrokken, papierbloemen geknipt, speelgoed in karton gebouwd en gewacht tot het perfecte licht binnenviel. De foto’s vormen dé basis voor het boek, dus zo’n sessie is voor mij een moment suprême.'

Inleven in een steen

'De verhalen van Haruki Murakami blazen mij omver omdat hij de grens tussen realiteit en fictie laat vervagen. Ook ik wil die twee werelden laten samenkomen. Ik ben een dromerig type, maar wil mijn fantasiewerelden geworteld houden, ze moeten iets wezenlijks aanraken. Zo illustreerde ik al een paar keer verhalen over de kracht van de geest, over beperkingen ontstijgen – dat is voor mij het hoogste goed. Iets van die diepte moet ik terugvinden in een tekst vooraleer ik toezeg. Of ik moet er iets van mezelf in herkennen. Al ben ik wel een zodanig empathische spons dat ik me bij wijze van spreken kan inleven in een steen.'

“Ik ben een dromerig type, maar wil mijn fantasiewerelden geworteld houden, ze moeten iets wezenlijks aanraken.”

Zondagsploegje

'Ik voed me met wat ik rond mij zie, zeker sinds ik de natuur herontdek samen met mijn zondags koersploegje. Onderweg genieten we van prachtige weggetjes of van de heerlijke contrasten die je in deze boomkwekersstreek krijgt tussen bijvoorbeeld gesculpteerde buxussen en wilde velden. Op weg naar de koekjesfabriek waar ik halftijds werk als ontwerpster zag ik onlangs nog zo’n schoon beeld: een ekster op de rug van een koe. Ik hoop ooit tijd te hebben om zulke taferelen live te schetsen. In afwachting daarvan smokkel ik de natuur in mijn werk. Ik heb lades vol gedroogde blaadjes en bloemen om onder mijn pers te gooien.'

Persoonlijke Mona Lisa

'In februari verwelkomen mijn man en ik twee nieuwe wolfshonden. De vorige, Ot en Django, waren een zalige aanwezigheid in huis. Op mijn tekentafel staat ook een porseleinen hondenkop op een betonnen sokkel – dat is weer die ontroerende botsing van dingen. Mijn atelier staat er vol mee: van een stoffen portret van een badvrouw – mijn persoonlijke Mona Lisa – tot een prachtige houten pinguïn. Die is te zien op het openingsstilleven van Witje en neemt verderop een andere vorm aan. Zo zitten mijn beelden vol niet-vrijblijvende details. Ik zoek zelf altijd naar betekenissen en prikkel mijn lezers dus graag met richtingaanwijzers.'

Ruis

Ruis

'Volgende lente plannen we een verbouwing, maar ik begin te twijfelen of ik wel een nieuw atelier wil. Resten behang van vorige eigenaars, witte vlekken van stopverf: het kan nu allemaal in mijn werkruimte en het geeft me het gevoel dat het niet nauw steekt. Daarom schets ik ook altijd op getint papier – spierwit is me te steriel – en kies ik voor monotypes – veel minder clean dan fijne potloodtekeningen. Precies die ruis maakt me vrolijk. Dat perfectie saai is, is niet toevallig de boodschap van The Five Misfits van Beatrice Alemagna, een van die verfrissende prentenboeken die ik voor mezelf koop als voorbeelden.'

“Ik wroet en vloek tot letterlijk de laatste minuut voor de deadline. En dat allemaal in de hoop dat ik lezers op het spoor zet van nieuwe werelden en nieuwe associaties. ”

Van de pot gerukt

'Een sterke serie neemt me zeer makkelijk mee terwijl ik ondertussen toch kijk naar cadrage en beeldvorming. The Midnight Gospel, bijvoorbeeld, mixt bekende ingrediënten van animatie tot zulke van de pot gerukte, maar intelligente combo's dat het me bakken goesting geeft om zelf zoiets vernieuwends te maken. Tot die tijd probeer ik het maximum te halen uit mijn huidige technische mogelijkheden. Ik wroet en vloek tot letterlijk de laatste minuut voor de deadline. En dat allemaal in de hoop dat ik lezers op het spoor zet van nieuwe werelden en nieuwe associaties. Een geestverruimend verhaal is toch het mooiste dat er is?'



Deel dit artikel: