In het atelier van Tom Schamp

Hoe ziet de werkruimte van illustratoren eruit? Wat zijn hun rituelen, talismannen en eigenaardigheden? Waaruit putten ze inspiratie en hoe komen ze tot hun beste werk? Journaliste Katrien Steyaert mag binnenkijken in hun ateliers en in hun creatieve geesten. Michiel Devijver maakt er foto’s bij. Deze keer: op bezoek bij Tom Schamp in Wemmel.

door Katrien Steyaert | foto's: Michiel Devijver
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

In de tuin

‘Verplaats een schildpad van een klein naar een groter bakje en hij groeit. Dat bedacht ik in 2015, toen ons atelier verhuisde van een bescheiden kamer in huis naar een aangenaam, nieuwgebouwd tuinatelier. Toch vind ik een aparte werkruimte niet het belangrijkste, net zomin als de juiste muziek draaien of je omringen met objecten die je voeden. Als twintiger was ik nog geneigd te denken dat je je als creativo moet inkapselen. Nu weet ik dat je concentratie kunt afdwingen en dat je flexibel moet zijn. Zo staat hier een apparaat voor mijn verslaving genaamd koffiedrinken, maar zonder zou ik gerust nog kunnen werken, hoor.’

Roze Cadillac

‘Inspiratie is zoiets abstracts. Waar ik vroeger geloofde dat ik van een briljant concept moest vertrekken, besef ik nu dat dat een brain killer kan zijn. Als logisch denkend mens krijg je onderweg altijd wel ideeën. Ik schets dus nauwelijks nog; ik vind het toffer om in een hoekje te beginnen schilderen, al is het iets onnozels, en daarbij geen flauw benul te hebben van waar ik ga uitkomen. Dan start ik bijvoorbeeld met de kleur roze, associeer ik die met een Cadillac, waarna ik daar spontaan de drie biggetjes in zet. Zo voortbouwend op persoonlijke ingevingen beland ik op onverwachte plekken, en dat houdt het plezierig.’

Goud zoeken

‘Ik kijk nog altijd uit naar de momenten waarop ik mag schilderen, want dan kan ik echt iets creëren. Het tofste medium voor mij is acrylverf, die ik aanbreng op voorgesneden kartonnen bladen, op A3-formaat, zoals mijn scanner. Dankzij mijn haardroger kan ik mijn werk snel inscannen en er dan op de computer verder mee bouwen. Net zoals bij goud zoeken zijn er veel stappen te doorlopen, dus ik kan maar beter niet te lang talmen. Aan mijn werktafel of bureau – ik wissel daar constant tussen – heb ik meer geduld dan in het dagelijks leven, maar het moet allemaal een beetje economisch verantwoord blijven.’

“Ik beschouw mezelf d’office als gelukkig, want ik doe waar ik als vijftienjarige al van droomde: illustreren, net zoals de grote Ever Meulen of Hergé. ”

Beeldenbank

‘Ik ben iemand die zich verliest in de details, dus ik zorg er altijd voor dat die kloppen. Dat moet ook, wil ik ze nog kunnen hergebruiken. Alles wat ik geschilderd, ingescand en in Photoshop uitgesneden heb, komt in mijn digitale beeldenbank terecht. Wachtkamers vol vrouwen, hoeden of radio’s heb ik daar. Mijn recentste boeken ontstonden net door nieuwe invalshoeken te ontdekken in die grote beeldcollectie en te zien dat er vanalles begon te leven als ik nieuwe, digitale collages maakte. Het voelt als spelen, net zoals ik als kind deed met Lego. Pas op, ik blijf die bank gedurig aanvullen, anders zou ik mijn figuren beu worden.’

Van zanger tot tekenaar

‘Ik beschouw mezelf d’office als gelukkig, want ik doe waar ik als vijftienjarige al van droomde: illustreren, net zoals de grote Ever Meulen of Hergé. Ik besefte natuurlijk dat ik nooit zo goed kon worden als zij, dus in plaats van hun fameuze klare lijn ontwikkelde ik mijn eigen handtekening in de vorm van contrasterende kleuren. Ik zag ook in dat ik, anders dan in de groepjes waarin ik zong en keyboards speelde, al tekenend niet afhankelijk ben van hoeveel tijd anderen erin steken. Ik bepaal zelf hoe lang ik me op iets concentreer. Dat kan mij bij bovengemiddeld lang zijn. Soms voelt dat als een vloek, maar meestal als een zegen.’

Katrien

‘De laatste jaren kan ik me nog beter focussen dankzij mijn vrouw Katrien. Ze gaf in 2012 haar job op om fulltime mijn communicatie en administratie op zich te nemen. Gelukkig maar, want toen ik nog alles zelf moest doen, liep het weleens mis. Dan merkte ik eind december dat ik nog facturen van een heel jaar moest opmaken. Letterlijk een bureau delen met Katrien knaagt niet aan mijn rust. We doen elk ons eigen ding en overleggen alleen wanneer nodig. Als ik me toch eens afzonder en mijn koptelefoon opzet, is het vooral omdat ik zin heb in Rufus Wainwright – mijn laatste, muzikale bevlieging – of in een interessante podcast.’

“Door mijn zonen ging ik kinderboeken maken, omdat ik merkte hoeveel plezier we hadden in samen naar prenten kijken. Ondanks een compleet ander referentiekader toch common ground vinden, dat is de kracht van kinderboeken, vind ik. ”

Nostalgie én Instagram

‘Ik moet eerst iets zien, dan pas geloof ik het. Zo ben ik een late adopter van de computer – pas in 2007 kon ik mijn aversie ertegen overwinnen – maar ook in het vaderschap – pas toen Nick en Isaac er waren snapte ik hoe tof dat is. Door hen ging ik ook kinderboeken maken, omdat ik merkte hoeveel plezier we hadden in samen naar prenten kijken. Ondanks een compleet ander referentiekader toch common ground vinden, dat is de kracht van kinderboeken, vind ik. In mijn werk laat ik bewust dat vroeger en nu samenkomen: ik put uit een stuk nostalgie dat in mij zit, maar even goed uit inspirerende dingen die ik op Instagram zie.’

Escapist

‘De voorbije twee jaar ben ik meer dan ooit gefascineerd door Bruegel, die na 500 jaar nog altijd rechtstreeks met ons communiceert. Dat is nog maffer dan het feit dat ik met mijn prentenboeken een Japannertje aan de andere kant van de wereld kan raken. Daarvoor doe ik het: om jonge lezers te triggeren. Ik hoed me voor het moment dat ik louter artistiek applaus zoek en de kinderen niet meer bereik. Ik wil vooral positieve gevoelens bij hen opwekken en weer verdriet of zwaarte uit mij werk. In dat opzicht ben ik een escapist. Ik weiger te lang te tobben over problemen en ik wil er al zeker mijn publiek niet mee lastigvallen.’

Om vijf uur op

‘Na al die jaren vind ik het vaak nog moeilijk om in te schatten of een boek goed gaat overkomen bij mijn publiek of mijn klanten. Uiteindelijk moeten zij tevreden zijn. Als toegepaste kunstenaar werk ik het best binnen beperkingen. Ik sta ook met plezier vroeger op om eventuele problemen op te lossen. Tussen mijn 32ste en 45ste begon ik zelfs om vijf uur; dan had ik al een voorsprong tegen dat mijn gezin wakker werd. Vandaag stem ik mijn ritme vooral op hen af door ’s avonds te stoppen om te koken. Het maakt mijn hoofd leeg, net als zwemmen. Elke week probeer ik de negatieve effecten van dit zittende beroep te compenseren in het zwembad van Meise.’

“Daarvoor doe ik het: om jonge lezers te triggeren. Ik hoed me voor het moment dat ik louter artistiek applaus zoek en de kinderen niet meer bereik. ”

Ouwe mannen, frisse beelden

‘“No way!”, zei Katrien aanvankelijk toen een kabouter uit haar moeders tuin de onze kwam binnengewandeld. Maar mij herinnert hij aan Rien Poortvliet, de Nederlandse tekenaar van de Kabouter-verhalen waarvan ik als kind genoot. Net als Richard Scarry (de populaire Amerikaanse illustrator, red.) of Miroslav Šašek – ik verzamel zijn boeken over steden – is Poortvliet een conservatieveling, een ouwe zak eigenlijk, maar daarvan is niets te merken in zijn frisse beelden. Ik vind dat geruststellend en daaraan herinnert de kabouter me: ik word misschien stilaan zelf een oude man, maar in mijn werk kan ik eeuwig jong blijven.’



Deel dit artikel: