In het atelier van Tom Schoonooghe

Hoe ziet de werkruimte van illustratoren eruit? Wat zijn hun rituelen, talismannen en eigenaardigheden? Waaruit putten ze inspiratie en hoe komen ze tot hun beste werk? Journaliste Katrien Steyaert mag binnenkijken in hun ateliers en in hun creatieve geesten. Michiel Devijver maakt er foto’s bij. Deze keer: op bezoek bij Tom Schoonooghe in Boechout.

door Katrien Steyaert | foto's: Michiel Devijver
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Begankenis

‘In elk van de huizen waar ik woonde, werkte ik op de bovenste verdieping. Daar heb ik zuurstof en ruimte. Je ziet het ook in mijn tekeningen: kleine figuren bewegen vrij onder hoge wolken. Tegelijk blijf ik graag verbonden met mijn gezin. Ik heb het geluid van hun begankenis nodig – mijn zoon die speelt, mijn vrouw die bezig is in haar kinépraktijk. Soms voel ik heimwee naar hen. Daarom heb ik ook een bureautje in de living, waar ik na school of in de grote vakantie vaak tekeningen afwerk of die vreselijke facturen regel. Vlak voor een deadline trek ik me wel boven terug. Daar duw ik desnoods door tot twee uur ’s nachts.’

Anti-ADHD

‘Mijn therapeut heeft me nochtans gezegd hoe belangrijk genoeg slapen voor mij is. Ik ben zo’n gevoelsmens dat ik soms hoofdpijn krijg van te veel prikkels, dus ik moet leren om half elf te gaan slapen. Ook lezen kan mij rustig maken. Dan ga ik zitten en concentreer me op de laatste roman van Paolo Cognetti of dat fascinerende boek, Het verborgen leven van bomen. Als kind had ik dat wellicht niet gekund. Behalve als ik tekende, was ik heel snel afgeleid. Ik heb ADHD in mijn hoofd. Daarom tennis ik nu minstens een keer per week: het kweekt de focus die ik ook in mijn werk goed kan gebruiken.’

Blootgeven

‘Geeft deze tekst mij goesting om tussen de woorden te gaan slalommen en te tekenen wat er niet verteld wordt? Ja? Dan ga ik ervoor. Het is zoals in de liefde: je weet direct, bam, dit is het! Ik ga dan volop droedelen en leg die schetsjes vaak voor aan de auteur. Ik geef mezelf daarin graag bloot. Maar het is een wisselwerking. Als ik een tekening zo veelzeggend heb gemaakt dat de woorden ernaast dubbelop worden, dan moet de auteur bereid zijn die te schrappen. Aardige mensen zoals Dimitri Leue en Stefan Boonen, met wie ik al vaak samenwerkte, hebben daar geen problemen mee. Die klik hebben is voor mij een voorwaarde.’

“Geeft deze tekst mij goesting om tussen de woorden te gaan slalommen en te tekenen wat er niet verteld wordt? Ja? Dan ga ik ervoor. Het is zoals in de liefde: je weet direct, bam, dit is het!”

Kaweco

‘Stress krijg ik vooral van moeten kiezen tussen alle mogelijke technieken. Soms raadpleeg ik mijn vrouw, met haar zin voor esthetiek, maar de laatste jaren val ik meer en meer terug op mezelf en mijn metier. Ik leer dat mijn essentie mijn lijnvoering is en ik beter ben met pen dan met penseel. Daarom durfde ik onlangs, bij de start van een project, impulsief te kiezen voor mijn nieuwe Kaweco, een reispennetje dat meteen het spontane resultaat gaf dat ik zocht. Ik ben sowieso een vulpenfreak. Mijn Mont Blanc, man! Zoals die bochten maakt, zonder de minste hapering! Dat is mij absoluut de investering waard.’

Podiumbeest

‘“O Tom, niet weer …” Hoe vaak zuchtte mijn vrouw dat al, toen ik weer eens verdween in een tekenwinkel? Maar zo begon het voor mij allemaal: met de liefde voor het materiaal. Ik heb hard getwijfeld om een acteeropleiding te volgen – ik was een stil jongetje dat zich tijdens een spreekbeurt of op een podium opeens heel erg op zijn gemak voelde – maar ik koos toch voor illustratie om elke dag potloden en stiften te mogen vastpakken. Ook andere spullen in mijn atelier zijn heilig: bijzondere gommetjes, mooi gedesignde, Italiaanse snoepzakjes – ik heb een zwak voor Italië –, een Japans kleurenbijbeltje. Ik kom hier nooit binnen met tegenzin.’

Zoon als jury

‘Met ouder en met vader te worden besef ik steeds meer dat ik warmte en optimisme in mijn prenten wil steken. Tussen mijn personages moet contact zijn, ja, zelfs iets schattigs, want er is – cliché, maar waar – niets mooiers dan daarmee een glimlach op een kindergezicht te toveren. Ik zag het toen ik ging tekenen in Chili, Cuba en Ghana, maar ook bij mijn eigen zoon van zeven. Hij lijkt wel een nieuw jurylid dat me positief onder druk zet en aanmoedigt in nog strenger zijn. Vroeger durfde ik bij een niet perfect getekende neus weleens denken: “Ach, wie ziet dat?” terwijl ik nu opnieuw begin tot ik helemaal content ben.’

“Het is soms vermoeiend hoe ik mezelf beperkingen blijf opleggen of dwing om los van het bekende te werken. Maar waarom makkelijk als het moeilijk kan? Het levert vaak meer verrassingen op.”

Het licht zien

‘Het is soms vermoeiend hoe ik mezelf beperkingen blijf opleggen of dwing om los van het bekende te werken. Maar waarom makkelijk als het moeilijk kan? Het levert vaak meer verrassingen op. Docenten in Sint-Lukas zeiden het al tegen mij: “Je gebruikt altijd die ene techniek, dat is zeer gevaarlijk.” Op dezelfde manier wil ik de 16- tot 18-jarigen, aan wie ik halftijds lesgeef, het licht laten zien. Soms lukt het inderdaad om hen een talent bij zichzelf te laten ontdekken en zo hun zelfvertrouwen te vergroten. Dat zou ik niet willen missen. Ik wil graag maatschappelijk bijdragen, een richtingaanwijzer voor anderen zijn.’

Hergé

‘Ik begin geen atelierdag zonder koffie te zetten, goede, van Mokabon in Gent. Ik roer erin met een lepel uit mijn kindertijd en ook het kastje waarop de kopjes staan is zeer nostalgisch. Het zit vol spullen van Kuifje. Sommige zijn dure pareltjes die ik kocht op beurzen. Hergé tekende zo filmisch en straf dat ik ernaar kan blijven kijken. Ik stoot ook graag op schatten in boekenwinkels, die ik dan uitstal in mijn atelier. Ik ben nogal fetisjistisch: niemand mag ze aanraken zonder zijn handen te hebben gewassen. Maar ja, bladeren in het werk van de meesters – Benoît Van Innis, François Avril, Kandinsky – dat geeft mij adem.’

Zotte flow

‘Ik heb mezelf van in het begin toegestaan verf te morsen op mijn planken vloer. Zo kan ik vrij en intuïtief werken. Als ik te hard mijn hersenen gebruik, wordt het gevaarlijk. Dan stop ik mijn tekeningen te vol en vergeet ik waarover het in essentie gaat. In het verleden kwam ik daardoor al muurvast te zitten, ik dacht zelfs eens aan stoppen. Sindsdien bewaak ik het evenwicht tussen rationeel mijn compositie in de gaten houden en me emotioneel uitleven. Soms, als alles meezit, kan ik zo vertrouwen op wat er, al associërend, uit mijn hand zal komen dat ik direct in het net teken. Dat is echt een zotte flow.’

“Boven mijn bureau hangt: “Do what you can’t”. Ik zie te veel volwassenen op veilig spelen en een monotoon leven leiden. Maar ik wil blijven zoeken, schetsen, reizen en vertellen. Ik wil anarchistisch zijn en geen enkel onderwerp uit de weg gaan, hoe loodzwaar ook.”

Anarchistisch

‘Ik ga naar mijn werk en neem mee … een rode puntmuts. Hoe fantastisch is het als je dat op je 46ste kunt zeggen? Ik kan het, als ik weer eens met Dimitri verhalen ga vertellen voor publiek. Het klopt helemaal met hoe ik ben: speels. Boven mijn bureau hangt: “Do what you can’t”. Ik zie te veel volwassenen op veilig spelen en een monotoon leven leiden. Maar ik wil blijven zoeken, schetsen, reizen en vertellen. Ik wil anarchistisch zijn en geen enkel onderwerp uit de weg gaan, hoe loodzwaar ook. Ik hoop het dan net te verrijken met enige lichtheid. Ik zal daarin nog geregeld falen, maar ik zal het tenminste geprobeerd hebben.’



Deel dit artikel: