De leeswereld van Abbie Boutkabout

‘Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Abbie Boutkabout, scenarist.

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Ik had amper de beginregels gelezen en ik was al compleet overrompeld.’ Abbie Boutkabout klapt Varkensroze ansichten open, een dichtbundel van Mustafa Stitou: ‘Er is geen ontkomen aan de dood, zelfs niet in de maag van een dood paard.’ Abbie wrijft sierlijk over de kaft van de bundel. ‘Hoe kun je dat nu zo treffend verwoorden?’, vraagt ze. ‘Niet samen scheiden we licht en donker is mijn lievelingsgedicht. Het gaat over een zoon die zich richt tot zijn Marokkaanse vader. Die vader is oud aan het worden en je voelt dat de jeugd van de zoon niet erg fijn was, maar hij weet waarom, weet waar zijn vader vandaan komt, weet hoe hij is gevormd en vraagt zich alleen af waarom zijn vader hem niet ziet.’

Ik ben je secretaris vergeef me ik zeg dit als je secretaris

we zijn een team ik knip je haar verzorg je voeten

samen drijven we artsen tot wanhoop je schedel

in mijn hand je asgrijs haar ik zeg dit

als je secretaris het is niets

Cannes

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

Jarenlang was Abbie Boutkabout de olie in de machinerie van veel cultureel-maatschappelijke organisaties. Ze boog zich over thema’s als racisme, dekolonisatie en gelijke rechten, en las daar haast onafgebroken boeken over. Niet alleen de standaardwerken - James Baldwin, Frantz Fanon, Angela Davis, Audre Lorde, bell hooks,… - maar ook recente onderzoeken en adviezen, waarop ze organisaties zelf advies gaf, dossiers schreef, opiniestukken publiceerde en podcasts maakte. Tot haar hoofd, dat fort aan feiten, dichtslibde en Abbie nood had aan ruimte, aan andere benaderingen van dezelfde problemen. Om niet weg te glijden in pessimisme sloeg ze een paar jaar geleden een ander pad in. Ze koos voor de verbeelding en werd fictieschrijfster. Met succes. Op het internationaal Serie-festival in Cannes werd Abbie Boutkabout bekroond als bedenkster en scenariste van tv-reeks BOHO. Ze werkt ook aan een roman. Abbie denkt nu in beelden, in dialogen, in scènes, in magen van dode paarden. ‘Wat ik nu lees, is ook waarom ik schrijf: om geraakt te worden. De juiste woorden op de juiste plaats, opwerpen wat je achtervolgt, waar je hoofd op vastloopt, het op papier zetten en het dan openlijk bevragen: wat vind jij hier van? Wat denk jij?’

‘Veel non-fictie vertrekt vanuit een probleem waar geen kant-en-klare oplossing voor bestaat’, zegt ze. ‘Dat is op de duur niet eenvoudig om als lezer mee om te gaan. Vanaf mijn twintiger jaren was ik constant met dezelfde thema’s bezig, zowel op professioneel als op persoonlijk vlak. 9/11 speelde daar een grote rol in. Voor mij is er een wereld voor en een wereld na 11 september. Ik werd me bewust van hoe de buitenwereld naar mensen als ik keek, migranten en de kinderen van migranten, hoe er over ons werd geschreven, in plaats van met ons gepraat. Wat de buitenwereld zei en schreef, kwam niet overeen met hoe wij leven en denken. De nood om te reageren was groot. Door er mij zo in te verdiepen begreep ik op de duur wel hoe de wereld werkte - overal zag ik met eigen ogen hoe uitsluiting ontstaat, hoe systemisch dat is - maar ik kon de realiteit niet meer ont-zien.’

“Veel non-fictie vertrekt vanuit een probleem waar geen kant-en-klare oplossing voor bestaat. Dat is op de duur niet eenvoudig om als lezer mee om te gaan. ”

Jotie

‘Voor die intense non-fictiefase las ik nochtans veel romans. Het is ook niet dat ik fictie toen compleet afzwoer. Romans waren het logische gevolg van mijn jeugd, waarin ik ontzettend veel heb gelezen. Boeken waren heel aanwezig in ons gezin. Mijn vader was als zevenjarige met zijn ouders uit Marokko aangekomen in België en mocht niet studeren. Dus vroeg hij me later om filosofische boeken voor hem te halen in de bibliotheek, als zelfstudie, maar evengoed dichtbundels van Jotie ’T Hooft. Zien lezen doet lezen. Dus koos ik ook boeken voor mezelf in de wijkbibliotheek in Lier. Dat klein bibje heb ik haast helemaal uitgelezen. Als oudste van tien kinderen heb ik in navolging van mijn vader ook indirect mijn broers en zussen gestimuleerd om te lezen. Dat doen ze overigens nog altijd.’

Rachida

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

Abbie heeft drie stapels boeken geselecteerd. ‘Ik kon moeilijk kiezen’, lacht ze. Veelkleurige torens waarin vooral vrouwen huizen, van overal ter wereld: de Ghanees-Amerikaanse Yaa Gyasi, de Amerikaans-Indische Jhumpa Lahiri, de Frans-Marokkaanse Leïla Slimane, de Palestijns-Amerikaanse Hala Alyan, de Nederlands-Marokkaanse Nisrine Mbarki en de Turkse Tezer Özlü. Er staren ook een paar mannen door het raam, zoals de Amerikaan Raymond Carver en de Palestijn Ghassan Kanafani. ‘De onderwerpen waar ik vroeger essays en analyses over las, lees ik nu in de vorm van romans. Je leert daar evenveel uit. Fictie heeft mijn overtuigingen niet onderuit gehaald, maar ze wel uitgedaagd. Het was zoeken naar boeken die nauw aansloten op mijn eigen leefwereld, maar in België waren er toen nog niet veel schrijvers van de tweede generatie migranten. Rachida Lamrabet was een van de eersten, denk ik. Ik heb heel veel moeten lezen vooraleer ik me realiseerde dat er ook mensen als ik boeken schreven. Dus keek ik over de grenzen heen, en vond veel van de boeken die hier nu op tafel liggen.’

“Het was zoeken naar boeken die nauw aansloten op mijn eigen leefwereld, maar in België waren er toen nog niet veel schrijvers van de tweede generatie migranten. Ik heb heel veel moeten lezen vooraleer ik me realiseerde dat er ook mensen als ik boeken schreven.”

Jhumpa

'The Namesake van Jhumpa Lahiri (in het Nederlands uitgebracht als De naamgenoot, red.) is een boek dat heel belangrijk voor me is. Daarin wacht een Bengaals echtpaar in de Verenigde Staten op een brief uit Calcutta. De overgrootmoeder van hun pasgeboren zoontje mag de naam geven. Ze wachten vruchteloos op de brief. Om het ziekenhuis te kunnen verlaten geeft de vader een troetelnaam aan het kind: Gogol, vernoemd naar de Russische schrijver. Tijdens een treinongeluk heeft een boek van Gogol ooit het leven gered van de vader. De overgrootmoeder sterft kort daarna, waarna de ouders later het kind Nikhil willen noemen, wat de jongen afwijst. Al opgroeiend worstelt hij met zijn achtergrond, ook met zijn naam, en verandert die naam uiteindelijk wel in Nikhil. Later vertelt zijn vader hoe hij aan de naam ‘Gogol’ kwam destijds. Nikhil vindt het verschrikkelijk. Jaren later, wanneer de vader sterft, leest Nikhil een boek dat hij als tiener van hem kreeg, van Nikolai Gogol. Er gebeurt weinig spectaculairs in dat boek. In spaarzame taal creëert Lahiri verschillende levens van verschillende generaties. Het gaat over migratie, over gemeenschappen, over je weg zoeken en vinden, of niet vinden.'

'Alles wat ik lees draait uiteindelijk hier om: Wat betekent het om mens te zijn? Hoe verhoud je je tot de ander? Wie ben je en wat geef je door? Dat is ook waar Mustafa Stitou over dicht in Niet samen scheiden we licht en donker':

en vergeef me want ik ben onschuldig

en ik vergeef je want je bent onschuldig

ik zeg het maar even het is niets

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

REEKS: Leeswereld

‘Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereldeen interviewreeks van Matthias M.R. Declercq over de rol van lezen, over schoonheid, over taal.

Mis niets van Iedereen Leest