De leeswereld van Christina Vandekerckhove
Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Christina Vandekerckhove, regisseur.
Door Matthias M.R. Declercq
‘Ik heb een grotere liefde voor literatuur dan voor film’, zegt Christina Vandekerckhove. Een opvallende uitspraak voor een regisseur. ‘Natuurlijk houd ik van film, dat spreekt voor zich, maar een boek is alomvattend: je bouwt het decor zelf, geeft de personages zelf vorm en kan in een boek veel meer vertellen. Er is meer ruimte voor het verhaal.’
Laten we het gewoon benoemen: Christina Vandekerckhove is een bijzonder getalenteerde regisseur. Wie haar documentaire Rabot zag, kijkt nooit nog met dezelfde blik naar een woontoren. Daar lag ook de kiem van haar eerste fictiefilm: Milano, over eenzaamheid, isolatie, armoede en het anders zijn van het dove hoofdpersonage, Basil Wheatley. Het werk van Vandekerckhove is ruwe poëzie, het is nostalgisch en hard, het schuurt, maar het verbindt ook. ‘Dat soort literatuur lees ik graag: geef mij geen sentimentaliteit, maar gepaste emotionaliteit en realiteit.’ Christina dacht er vroeger aan schrijver te worden, maar het ontbreekt haar -naar eigen zeggen- aan schrijftalent. Acteren was ook aanlokkelijk, maar liever zit ze zelf aan te knoppen en blijft ze uit handen van de ander. Dus werd het film. ‘Het enige wat ik wil, is verhalen vertellen.’
Dor
In Afsnee, in het groen, schuift Christina een boek naar voor: De vlucht van Jesús Carrasco. Het is het debuut van Carrasco, geboren in een van de droogste en minst bevolkte streken van Spanje -Extremadura. Hij brak ermee door in meer dan dertig landen. De vlucht draait om een jongetje die zich verbergt in een olijfboomgaard, ontkomt aan al wie naar hem zoekt en een grote, dorre vlakte moet oversteken. ‘Daarna wordt hij gered door een geitenherder’, zegt Christina. ‘Het is wat apocalyptisch allemaal, maar daarom ook zo aantrekkelijk. Het decor, dat meedogenloze van de natuur, dat desolate waar ik zo van houd. Heel veel is onuitgesproken. De roman heeft ook een open einde. Het gaat me vooral om de beschrijvingen, het sferische, wat van De vlucht bijna een film op papier maakt. Dit soort boeken lees ik bijna in één keer uit. Al wandelend, al kokend: eens begonnen raakte ik er niet meer uit.’
Cormac
Een blik op de boekenkast van Christina leert dat ze eerder houdt van het platteland, van dorpen zoals Drongen er een is. Ze groeide op in een progressief en alternatief gezin, met een vader die een groothandel in biovoeding runde en een moeder die haar sporen verdiende in de sociale sector. Christina groeide op zonder televisie en heeft het archetypische beeld van een lezende vader en moeder voor ogen. ‘“Als je leest, creëer je je eigen fantasie”, zei mijn vader. Hij las veel non-fictie, vaak filosofie in het Duits, al stond ook The Road van Cormac McCarthy in de kast, naast de oude Russen. Mijn moeder is vierentachtig en leest nog altijd, nu vaak over de natuur. Ik denk dat ik als kind alle sprookjes van de hele wereld ofwel zelf heb gelezen, ofwel werd voorgelezen door mijn ouders. Alles waar de leerkrachten op school mee afkwamen, kende ik al. Lezen was heel vanzelfsprekend en is dat nog altijd. Het is er nooit niét geweest en mijn twee kinderen weten dat als mama leest, er weinig ruimte is voor iets anders.’ (lacht)
“Ik denk dat ik als kind alle sprookjes van de hele wereld ofwel zelf heb gelezen, ofwel werd voorgelezen door mijn ouders. Lezen was heel vanzelfsprekend en is dat nog altijd. Het is er nooit niét geweest.”
Leo
‘Wij waren oorspronkelijk met vier thuis, dan met drie na de vroege dood van een broer, en we werden heel veel voorgelezen door zowel vader als moeder. Op jonge leeftijd waren dat de sprookjes door mijn moeder en op latere leeftijd de oude Russen door mijn vader, die een heel mooie stem had. Ik was een tiener toen hij De idioot aan me voorlas. Niet het hele boek, maar het begin, “om op gang te komen”. Ik las de biografie van Leo Tolstoj en Fjodor Dostojevski om hun romans beter te begrijpen. Die boeken resoneerden bij me en hebben me nooit echt losgelaten. Ik lees overigens zelf nog altijd voor aan mijn kinderen, iedere avond. Ze zijn tien en zeven. Nu zijn we aan de trilogie van Thea Beckman (Geef me de ruimte!, Triomf van de verschroeide aarde en Het rad van fortuin) bezig. Fantastisch vind ik het.’
‘We gingen ook naar dorpsbib in Drongen en naar de grote stadsbibliotheek in Gent. Ik herinner me de oude krakende plankenvloer nog in de Bibliotheekstraat, weet nog waar alles stond na de verhuis naar de Kouter en dan naar het Zuid. In wezen is de reden waarom ik lees nog altijd dezelfde: voor het aanscherpen van de fantasie, het reflecteren op de wereld, het escapisme… Niks nieuws, maar wel van blijvend belang. Lezen is gewoon een heel belangrijk deel van mijn leven. Als kind stond ik op school al bekend als de lezer en toen ik mijn vriend leerde kennen heb ik een tas met boeken aan zijn deurklink gehangen. (lacht) Hij leest haast uitsluitend non-fictie, terwijl ik alleen fictie lees. Of luister. Vroeger werkte ik voor televisie en zat ik vaak in de auto. Dan luisterde ik naar boeken die ik al gelezen had, zoals To Kill a Mockingbird (van Harper Lee). Eerst op papier lezen en dan nieuwe dingen horen in een luisterboek: aanrader.’
Dromedaris
Robert Seethaler ligt op de tafel (Een heel leven), naast Gianfranco Calligarich (De laatste zomer in de stad), Dimitri Verhulst (Mevrouw Verona daalt de heuvel af) en James Salter (Lichtjaren). Allemaal mannen. ‘Ik houd van het mannelijke perspectief. Al staan Donna Tartt en Nino Haratischwili ook in de kast. Er zijn -vind ik- te weinig goede vrouwelijke hoofdpersonages. Daarom ligt Anjet Daanje bewust op tafel, omdat zij in Het lied van ooievaar en dromedaris er wel in slaagt om erg goede, vrouwelijke figuren neer te zetten. Je krijgt in dit boek tien verhalen, die bijna allemaal vrouwelijk getint zijn. Toen ik het las dacht ik: “Eindelijk.”’
“Er zijn te weinig goede vrouwelijke hoofdpersonages. Anjet Daanje slaagt er wel in om erg goede, vrouwelijke figuren neer te zetten. Toen ik het las dacht ik: “Eindelijk".”
REEKS: Leeswereld
‘Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks van Matthias M.R. Declercq over de rol van lezen, over schoonheid, over taal.