De leeswereld van Johan Sebastiaan Stuer

'Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Johan Sebastiaan Stuer, dichter.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver en Iedereen Leest

In een koffiehuis in Kalmthout klapt Johan zijn laptop open en zoekt op het bureaublad naar het document dat zijn leeswereld in cijfers omvat. Stuer houdt een lijst bij van wat hij leest. ‘Even kijken’, zegt hij, en zwerft met zijn wijsvinger over het muisvlak. ‘Ah, gevonden: dit voorjaar (van 2026) heb ik kennelijk al 40 boeken gelezen. En in 2025 waren dat er over een heel jaar 98. Dus bijna twee per week. Daar zaten veel dikke boeken bij.’ Hij scrolt naar beneden. ‘De jaren voordien kwam het eindtotaal telkens ook dicht bij de 100. Ik kan alleen maar concluderen dat mijn leeshonger het voorbije decennium nagenoeg is geëxplodeerd.’

Johan Sebastiaan Stuer praat op een zachte, breekbare toon, in woorden van glas die hij behoedzaam op tafel neerzet. Die fragiliteit contrasteert met het soms botte, maar altijd gevatte werk van de huisdichter en cartoonist van Humo en De Ideale Wereld. Je zou de man voor me nooit verdenken van volgende rijm: Er zit een tumor in mijn neus / maar ik neem hem niet serieus / Ik laat mijn leven niet bedreigen / Kanker kan de tyfus krijgen. Op 1 september 2025 werd een zeldzame sinonasala kanker gevonden bij Stuer, een kwaadaardige tumor in de neusholte en de sinussen. ‘Sinds die diagnose lees ik nog meer dan voorheen. Boeken helpen om de dagen door te komen, om me niet te laten kwellen door mijn gedachten.’

Stuer is nooit een Vrolijke Frans geweest, al doet een bundel als Het vergiet van België het tegenovergestelde vermoeden. ‘Ik ben zowat driekwart kluizenaar, kom niet buiten als het niet hoeft, voel me heel onwennig en ongemakkelijk bij sociale interactie, dus lees ik. Boeken als surrogaat voor de werkelijkheid. Vanuit mijn relaxzetel aan het raam ervaar ik de wereld op papier.’

“Sinds mijn diagnose lees ik nog meer dan voorheen. Boeken helpen om de dagen door te komen, om me niet te laten kwellen door mijn gedachten.”

Holden Caulfield

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Catcher in the Rye is het boek dat mijn wereld enigszins openbrak. Ik ben er de leerkracht Engels nog altijd dankbaar voor om ons in het middelbaar een dergelijk rebels boek aan te reiken, niet bepaald in Oxford-Engels. Er gaat een diepe troost uit van dat boek. In mijn zwaarmoedige tienerjaren vond ik herkenning in het hoofdpersonage, Holden Caulfield, die wegloopt uit een kostschool en een tijdje door New York zwerft. Een ongelukkige jeugd had ik niet, er valt mijn ouders niks kwalijk te nemen. Ik heb gewoon een nogal misantroop wereldbeeld en vind moeilijk aansluiting met de buitenwereld. Caulfield werd daarom een zielsverwant. Hoe pathetisch het ook klinkt: dankzij Catcher in the Rye voelde ik me minder alleen.'

'Een veellezer was ik toen nog niet. Pas in mijn twintiger jaren, met dank aan Gerard Reve, greep ik echt naar boeken. De humor in de verhalen van Reve, de ironie. Je kan Frits van Egters (het hoofdpersonage van De Avonden van Reve, red.) als de achterneef van Holden Caulfield beschouwen. Reve wees me op het plezier van lezen. Dat deden ook Brusselmans en Brouwers, maar ook Céline, Mann en Flaubert. Plezier dat me ontbrak in de werkelijkheid, waar ik op feestjes ergens verveeld tegen de muur bier stond te drinken. Genoeg bier om uiteindelijk wel een praatje te kunnen slaan. Hoewel ik steeds meer las, was drinken toen nog het surrogaat voor de realiteit. Om met het leven te kunnen omgaan, dronk ik op de duur een fles whisky per dag. Jaren geleden zette ik daar een punt achter en ruilde de fles voor het boek. Dan is lezen toch een gezondere vorm van escapisme dan drank en drugs. Lezen en werken hielpen mijn hoofd te occuperen, hielden me weg van het gepieker. Sindsdien kan ik me geen leven zonder boeken meer inbeelden.’

“Om met het leven te kunnen omgaan, dronk ik op de duur een fles whisky per dag. Jaren geleden zette ik daar een punt achter en ruilde de fles voor het boek. Dan is lezen toch een gezondere vorm van escapisme.”

Vernis

De neustumor van Stuer is enigszins verdreven, maar de complexiteit van deze vorm van kanker maakt dat jarenlange opvolging noodzakelijk is. Niks is echt zeker en die onzekerheid is voor Stuer misschien wel de meest vervelende bijwerking. ‘Een paar jaar geleden las ik Kanker voor beginners van Jeroen van Merwijk. Herman Finkers had dat boek aangeraden. Van Merwijk was me niet onbekend. Het leven is kut vond ik altijd al een geestig liedje. Van Merwijk was terminaal en schrijft op een heel directe manier over zijn doodsvonnis. Met veel humor zelfs, een luchtigheid die ik opnieuw ervoer bij het herlezen, kort na het aanhoren van mijn eigen diagnose. Van Merwijk was blij dat hij eindelijk af was van al dat gezeik in dit leven. (lacht) Hij wilde nog Kanker voor gevorderden schrijven, maar zo ver is het niet meer gekomen.'

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

'Maar niet alles moet met humor doorspekt zijn. Ik lees ook graag rauwe boeken. Denk aan Nacht van Edgar Hilsenrath, een Duitser van Joodse afkomst die de Tweede Wereldoorlog overleefde en nadien controversiële romans schreef waarin hij van de Joden niet bepaald helden maakte. In zijn boeken vind je geen enkel personage waar je echt sympathie kan voor opbrengen. Toch houd ik van zijn werk, ook van De nazi en de kapper, omdat Hilsenrath het laagje vernis wegkrabt, het laagje beschaving dat mensen zogenaamd onderscheidt van de dieren. In volle behandeling las ik Nacht en in de pikdonkere werkelijkheid van dat boek kon ik ontsnappen. Door over nog veel ergere werelden te lezen, kon ik aan mijn eigen ellende ontkomen. Zo bracht ik beschut de nacht door, kon ik zelf overleven.’ 

“In volle behandeling las ik 'Nacht' van Edgar Hilsenrath en in de pikdonkere werkelijkheid van dat boek kon ik ontsnappen. Door over nog veel ergere werelden te lezen, kon ik aan mijn eigen ellende ontkomen. Zo bracht ik beschut de nacht door, kon ik zelf overleven.”

Onvermogen

‘Vergis u niet: mijn smaak gaat breder dan alleen het donkere. Ik houd van hedendaagse auteurs als Jente Posthuma (Waar ik liever niet aan denk), Samanta Schweblin (Mond vol vogels) en Sacha Bronwasser (Luister). Ook Tobi Lakmaker (De geschiedenis van mijn seksualiteit) en Falun Ellie Kroos (Rouwdouwers) lees ik graag omdat ze allemaal het menselijk tekort blootleggen. Niet dat ik per se schrijvers zoek die mijn wereldbeeld bevestigen - maar het mag altijd -, toch doet het telkens opnieuw deugd om mijn eigen persoonlijk onvermogen te herkennen in andere personages. We klooien allemaal maar wat aan, toch?'


REEKS: Leeswereld

‘Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereldeen interviewreeks van Matthias M.R. Declercq over de rol van lezen, over schoonheid, over taal.

Mis niets van Iedereen Leest