De leeswereld van Sali Haidara

'Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Sali Haidara, meter van de Jeugdboekenmaand.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver en Iedereen Leest
© Michiel Devijver en Iedereen Leest

Als kind kun je niet alles begrijpen, maar je kan het onbegrijpelijke wel voelen. Dat overkwam Sali Hadaira toen ze voor het eerst een bibliotheek binnenstapte. In Sint-Kruis was dat, een buurt in Brugge. Plots zag ze duizenden boeken, duizenden personages, duizenden avonturen en voelde ze dat ze niet alleen was, dat ze niet de enige was met een onbegrensde fantasie, dat ook anderen een hoofd als een mandala hebben, met immer kantelende kleuren en kralen. Pas later zou ze het ook begrijpen en inzien waarom ze zich zo lang ‘raar’ voelde, maar dat niet was. ‘Raar’ is een etiket dat een samenleving op je voorhoofd plakt, als je niet in hokjes past, niet past in oude definities van wat normaliteit is. 

“Roald Dahl heeft me de liefde voor woordkunst bijgebracht. Ik voelde Matilda, ik hield van Matilda, ik wás haast Matilda en voelde mijn eigen buik zwellen toen Bruce verplicht werd die reuzegrote chocoladetaart op te eten. Eindelijk kon ik mijn eigen fantasie omarmen, mijn dromen, mijn expressiviteit: dankzij boeken.”

‘Op oudercontacten hoorde ik altijd hetzelfde’, zegt Sali, de meter van de Jeugdboekenmaand, samen met peter Timon Verbeeck. “Sali? Tja, ze is niet per se stout, maar ze luistert niet, ze droomt altijd, ze is een buitenbeetje, ze is niet altijd mee…" Ik was het ‘gekke’ meisje van de klas, het enige bruine meisje ook en op de duur twijfelde ik aan mezelf: ben ik dan echt raar? Wat is er mis met mij? Waarom vind ik mijn plek niet?’ Tot ze dus een bib binnenging en bijkomend, toen de juf in het vierde leerjaar uit het éne boek voorlas waarmee haar Leeswereld echt aanving: ‘Matilda! Roald Dahl heeft me de liefde voor woordkunst bijgebracht. Ik voelde Matilda, ik hield van Matilda, ik wás haast Matilda en voelde mijn eigen buik zwellen toen Bruce verplicht werd die reuzegrote chocoladetaart op te eten. Eindelijk kon ik mijn eigen fantasie omarmen, mijn dromen, mijn expressiviteit: dankzij boeken uit de bib, dat paleis van de verbeelding.’

Wiet

Over dromen gesproken: dat rare meisje is niet alleen meter van de Jeugdboekenmaand, ze presenteert ook op Studio Brussel, heeft een platencontract binnengerijfd, speelde en zong mee in #LikeMe en brengt dit jaar een dichtbundel uit voor jongeren, om hen de hand te reiken die ze als kind zelf miste. Sali Haidara heeft de hokjes waarin ze werd geduwd eigenhandig gesloopt. Dat simpele bib-bezoek was het eerste dominosteentje. Een steentje dat thuis ontbrak, waar geen leescultuur heerste in een gezin van vijf kinderen met een Brugse moeder en een Ivoriaanse vader. ‘Daar was gewoon geen ruimte voor’, zegt Sali. ‘Al studeerde mijn moeder voor vertaler-tolk en is zij een talenknobbel met veel liefde voor het woord, het schoot er bij in met vijf kinderen om haar heen.’

© Michiel Devijver en Iedereen Leest


‘Spiritueel intens’ is wat haar naam -voluit heet ze Salimata- betekent, maar Sali vond niet altijd ventielen om haar intense gevoelswereld te ontluchten. ‘Ik ben opgegroeid in een moeilijke thuissituatie’, zegt ze. ‘Er was veel trauma om te verwerken, maar ik wist niet hoe. Ik voelde dat sommige dingen niet klopten, maar kon ze niet doorgronden, nog niet begrijpen. Dus begon ik gedichten te schrijven. Op mijn vijftiende had ik er al honderd. Daarom de dichtbundel die ik uitbreng: als je in volle puberteit met trauma moet afrekenen, heb je iemand nodig die je helpt navigeren. Zo’n gids wil ik zijn voor de vijftienjarige die ik zelf was.’

‘De hulpverlening heb ik al vroeg leren kennen, maar ik vond er geen aansluiting. Je zit tegenover een psycholoog, je vertelt je verhaal, die psycholoog knikt en schrijft iets op, en stelt eventueel een paar vragen. Dat is het dan. Schrijven hielp, en lezen. Een boek was een veilige plek. Daarin kon ik ongeremd mezelf zijn, mee fantaseren en dromen. Tegelijk leidde jeugdfictie ook tot de verkenning van de werkelijke wereld. Na de boeken van Paul van Loon (Dolfje Weerwolfje), Marc de Bel (De zusjes Kriegel) en Arnold Lobel (Tranenthee), zijn het auteurs als Dirk Bracke en Helen Vreeswijk die mijn wereld openbraken. In Henna op je huid van Bracke ging het plots over een moslimmeisje. Ik ben zelf moslima en begreep dat de buitenwereld daar dus ook over sprak en schreef. Loverboys van Helen Vreeswijk zette mijn seksuele ontwikkeling in gang. Ik was in shock, ook toen ik over wiet en joints las. ‘Huh? Wat zijn dat?’ Ik wist daar niks van af. Ik keek thuis nooit naar de televisie en las als enige van het gezin onafgebroken boeken. Toen je in de bib plots acht in plaats van vijf boeken kon ontlenen, was ik dolgelukkig. (lacht) Lezen betekende beleven: het was mijn eerste “aanraking” met drank, drugs, seks, liefde, alles.’

“Er was thuis veel trauma om te verwerken, maar ik wist niet hoe. Ik voelde dat sommige dingen niet klopten, maar kon ze nog niet doorgronden. Dus begon ik gedichten te schrijven. Op mijn vijftiende had ik er al honderd. Daarom de dichtbundel die ik uitbreng: als je in volle puberteit met trauma moet afrekenen, heb je iemand nodig die je helpt navigeren. Zo’n gids wil ik zijn.”

Regels

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

De curve van Sali’s Leeswereld kent geen knik. Ze is altijd blijven lezen. Na de Brackes en Vreeswijks volgden in haar twintiger jaren vooral zelfhulpboeken als die van Eckhart Tolle en Mel Robins. ‘Ook De jongen, de mol, de vos en het paard (van Charlie Mackesy) en De kleine prins (van Antoine de Saint-Exupéry) heb ik eindeloos vaak gelezen. Uiteindelijk hebben boeken me meer hebben geholpen dan wie of wat dan ook. Ik ben geheeld, voor zover dat kan, omdat ik intuïtief kon lezen, zelf het onderwerp kiezen. Dat is bij scholen, psychologen, hobby’s… anders. Daar zijn er “regels”, speelt geld ook een rol in de keuze, net als vrienden, en kan je de inhoud niet helemaal zelf bepalen. Ja, een boek heeft een bepaalde inhoud, maar je kiest zelf wat het met je doet. Ik liet en laat boeken diep op me inwerken. Ik voél wat ik lees. Hoe contradictorisch dat ook klinkt: een boek is een wit blad.’

A.I.

“Een boek biedt de kans om vanuit het niets een eigen wereld op te bouwen, een decor waarin je kan verdwalen, waarin je personages zelf vorm geeft. Dat heeft mij als kind gered - en het is iets waar vandaag, meer dan ooit, nood aan is. Ik voel me zelf opnieuw het kind dat de bib binnenstapte.”

‘Daarom ben ik zo blij meter van de Jeugdboekenmaand te zijn: omdat ik fantasie zo belangrijk vind. Na de zelfhulpboeken heb ik het therapeutisch lezen afgesloten en verlang ik opnieuw naar fictie. Jongeren groeien nu op een beeldcultuur, mee aangedreven door A.I. en sociale media. Alle zogenaamd nieuwe “content” borduurt verder op iets dat al bestaat. Maar een boek biedt de kans om vanuit het niets een eigen wereld op te bouwen, een decor waarin je kan verdwalen, waarin je personages zelf vorm geeft. Dat heeft mij als kind gered - en het is iets waar vandaag, meer dan ooit, nood aan is. Ik voel me zelf opnieuw het kind dat de bib binnenstapte. Na het verwerken is het weer tijd voor fantasie. Ik heb De vliegeraar (van Khaled Hosseini) en Céline van Ish Ait Hamou gelezen, en al zal ik altijd naar drama en romantiek neigen, toch ik wil nu vooral de mens en de maatschappij beter begrijpen. Via fictie, jazeker.’


REEKS: Leeswereld

‘Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereldeen interviewreeks van Matthias M.R. Declercq over de rol van lezen, over schoonheid, over taal.

Mis niets van Iedereen Leest