De leeswereld van Sarah Bekambo
‘Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Sarah Bekambo, literatuurprogrammator.
door Matthias M.R. Declercq
‘Tupac baby!’ Haar ogen twinkelen als Sarah Bekambo over rapper 2PAC praat, de Amerikaan die wereldberoemd werd met songs als Changes en California Love. ‘Ik heb alle songteksten van Tupac gelezen’, zegt Sarah, ‘Dat is geen conventionele poëzie, maar daarom niet minder fantastisch. Tupac was één van de grootste dichters van zijn tijd, geen twijfel mogelijk. Het is bijna schandalig hoeveel talent er in die man school.’ Sarah weet waarover ze praat. De spoken word-artieste is ook programmator van het gelijknamige genre in cultuurhuis Vooruit in Gent. Spoken word is de noemer waaronder alle vormen van literaire performance vallen, zoals slam poetry, waarbij deelnemers in competitie gaan en het publiek mee beslist wie wint. ‘Al wat Tupac heeft geschreven heb ik op de middelbare school ontrafeld en altijd was ik met verstomming geslagen.’
“Tupac was één van de grootste dichters van zijn tijd, geen twijfel mogelijk.”
B.I.G.
Tupac werd geboren als Lesane Parish Crooks, maar zijn moeder, Afeni Shakur, veranderde zijn naam na een jaar al in Tupac Amaru Shakur, naar de naam van een grote Peruviaanse revolutionair, de Inca Túpac Amaru II. Uiteindelijk werd de rapper maar vijfentwintig jaar. De oplopende rivaliteit tussen rappers van de oostkust - met Notorious B.I.G. voorop, op platenlabel Bad Boy Records - en die van de westkust - Tupac dus, en Death Row Records - leidde tot zijn dood. Midden jaren negentig, binnen de zes maanden, werden zowel B.I.G. als Tupac vermoord.
‘Tupac, maar ook Eminem, hebben indirect het vuur aangewakkerd om te lezen en te schrijven’, zegt Sarah. ‘Op de middelbare school was dat. Na jaren waarin ik amper had gelezen nam ik de draad terug op en greep naar boeken. Vooral naar dichtbundels. Nog altijd lees ik niet veel dikke romans, maar houd van korte, scherpe stukken. Al lees ik de Bijbel wel, als gelovige. De online artikels van Skin Mutts zijn een goed voorbeeld, dat is een Brussels collectief dat vooral schrijft over identiteit en cultuur. Of Outlander Magazine, dat vanuit mode vertrekt. Ik koop ook veel dichtbundels. Het werk van Esohe Weyden bijvoorbeeld is zo ontzettend goed, net als dat van Amina Belorf, Muneera Pelgrim en Amir Sulaiman.’
Alex
‘Als kind was ik gek op Scorpio van Anthony Horowitz, een boek in de verhalenreeks over de jonge spion Alex Ryder. Dat is mijn meest determinerende jeugdboek. Soms klap ik dat boek nog eens open uit nostalgie en lees een hoofdstuk. Dan besef ik wat me aantrok in Horowitz: de echte storytelling. Dat is ook waar mijn beroep en passie om draait, om verhalen op de juiste manier te vertellen. Horowitz liet me meeleven en meedenken met Alex. Hij was een rolmodel voor mij. De zelfopoffering, de familiale thuissituatie, dat Marvel-achtige. Ik streefde bijna naar een leven als dat van Alex Ryder.
“Anthony Horowitz liet me meeleven met spion Alex Rider. Dat is ook waar mijn beroep en passie om draaien: verhalen op de juiste manier vertellen. ”
Dat geldt ook voor Thea Beckman en Kruistocht in spijkerbroek. Ik kan me obsessief verliezen in een bepaald onderwerp, zeker als het geschiedkundig is. De middeleeuwen, bijvoorbeeld. De kruistochten, de pest, jonkvrouwen, ridders, dat hoofse: het verklaart waarom ik zo graag naar slechte series keek als Xena of Hercules. (lacht) Vermeng geschiedenis met wat kosmologie en ik ben hélemaal mee. Als zevenjarige had ik zelfs een diepe fascinatie voor het oude Egypte. Wat begon met de Yu-Gi-Oh!-speelkaarten leidde ertoe dat ik alles wilde weten van zonnegod Ra. Mijn vader gaf me toen een boek over Egypte in het Frans, de taal die mijn ouders thuis spreken, hoewel mijn twee broers en ik in het Nederlands zijn opgevoed.’
‘Thuis was er trouwens een grote leescultuur. Mijn ouders zijn allebei ingenieurs en zijn allebei belezen. Mijn vader houdt ook van geschiedenis, zeker van de oude Grieken en Romeinen. Hij sprak soms zelfs Latijn met mij, de richting die ik volgde op school. Geregeld vliegt hij nu naar Congo, waar hij is geboren en opgegroeid. Hij geeft er les aan de Lovanium universiteit in Kinshasa. Thuis in Heverlee werd er bij ons fel gediscussieerd aan tafel, vooral over politieke onderwerpen. De hele Congolees-Belgische geschiedenis kwam aan bod en altijd daagden onze ouders ons uit. We leerden argumenteren, leerden debatteren. Toen was dat boeiend, nu is dat vooral vermoeiend.’ (lacht)
Slimmemensenklasje
‘Op een bepaald moment in de lagere school ben ik gestopt met lezen. In die tijd las ik gemiddeld drie boeken per week. Ik stotterde toen en had moeite om me te uiten. Misschien zat de tweetaligheid er voor iets tussen, al kon ik Michael Jackson wel makkelijk meezingen. (lacht) Als ik me dat goed herinner, keek meester Eugène van het derde leerjaar op een dag op de uitleenlijst van de schoolbib. ‘Sarah, heb jij al die boeken al gelezen?’ Hij geloofde niet dat ik zoveel las. ‘Echt?’ ‘Ja meester, waarop ik begon te vertellen over die verhalen. Op slag nam hij een andere houding aan. ‘Amai Sarah, als je klaar bent met je oefeningen mag jij altijd in je boek lezen.’ Plots kreeg ik privileges en werd ik door klasgenoten als “slim” aanzien. Ik mocht, jawel, naar het “slimmemensenklasje”. Dat bestond echt. Ik had vooral vriendjes die géén boeken lazen, die zogezegd “minder pienter” waren en werd door die leesprivileges een beetje afgescheiden van hen. Daar schrok ik van. Plots was ik slim en voorheen niet? Ik ben toen lange tijd gewoon gestopt met lezen.’
“Ik had vooral vriendjes die géén boeken lazen, die zogezegd 'minder pienter' waren. Door die leesprivileges werd ik een beetje afgescheiden van hen.”
Audre
‘Op de middelbare school, in mijn coming-of-age, dacht ik steeds vaker na over de twee werelden waarin ik leefde. Enerzijds de uiterst witte klas op school en dan thuis de Congolese cultuur van vader en moeder. Vanuit die zoektocht ontstond het schrijven. Ik schreef korte gedichten zonder enig benul te hebben van poëzie. Dat is het moment waarop Tupac en Eminem in mijn leven kwamen en ik steeds meer songteksten tot me nam. Op Wikipedia las ik over Congo, las blogs over die combo van culturen, las gedichten van Audre Lorde, interviews met Ruth Bader Ginsburg, Toni Morrison en kon zo ook mijn fascinatie voor de Verenigde Staten voeden. Ik keek op naar die figuren en besef dat ik vooral op zoek was naar herkenning, naar voorbeelden. Die tijd heeft me mee gevormd. Toen ik in die periode deelnam aan een workshop over rappen zei iemand: “Als ik u zo bezig hoor, moet jij eigenlijk een verdieping hoger zijn. Daar doen ze spoken word.” En kijk, ik doe het nog altijd.’
REEKS: Leeswereld
‘Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks van Matthias M.R. Declercq over de rol van lezen, over schoonheid, over taal.