De leeswereld van Simon Gronowski

'Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Simon Gronowski, advocaat.

Door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver en Iedereen Leest
© Michiel Devijver en Iedereen Leest

Truth can set you free lees je op een kunstwerk in het bureau van Simon Gronowski, op de benedenverdieping van een herenhuis in Elsene. Alles kraakt in deze ruimte: de houten vloer, de houten stoelen, het bureau en ook de ellebogen van Simon Gronowski knakken als hij zich neerploft aan zijn bureel. Omgeven door oude tekeningen en andere litho’s van magistraten, schuift de vierennegentigjarige advocaat een paar boeken naar voor. Né Juif van Marcel Liebman. Le dernier grand soir van Louis Gronowski Brunot. ‘Ja, dat is mijn neef.’ En Quoi de neuf sur la guerre? van Robert Bober. Simon leunt achterover. ‘De waarheid kan je inderdaad bevrijden’, zegt hij. ‘Maar ik lees nu al decennialang boeken over de Tweede Wereldoorlog, over de kampen, en begrijp het nog altijd niet. Het blijft een zoektocht naar de waarheid, naar het waarom.’

Transport XX

Simon Gronowski is de zoon van Poolse migranten, die de uitzichtloze situatie voor Joden in hun thuisland in de jaren dertig ontvluchtten en een nieuw leven opbouwden in Brussel. Maar ook daar, zodra de zwarte vlek van het nazisme zich over grote delen van Europa uitstreek, verscheen het bordje ‘Joodse onderneming’ aan hun lederwinkel - ‘Au Sally’- en eindigde de vrijheid van zijn mama Chana, zus Ita en het toen elfjarige broertje Simon eerst in een kelder van de Gestapo aan de Louizalaan en later in de Dossinkazerne in Mechelen. Zijn vader lag in het ziekenhuis en bleef de nazi’s uit handen. Hij verborg zich een oorlog lang in Brussel en wist niet dat zijn vrouw Chana en zoon Simon op 19 april 1943 op Transport XX werden gezet richting het land waar hij was opgegroeid, Polen, naar vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau, net als zijn dochter, Ita, twee transporten later.

“Mijn moeder heeft me twee keer het leven geschonken. Een eerste keer bij mijn geboorte. En een tweede keer toen drie verzetslui erin slaagden om een wagon te openen van Transport XX. Mijn moeder zette me op een opstapje, en ik sprong.”

‘En ik ben dus dat mirakel’, zegt Simon. ‘Als je wil weten waarom die boeken hier op tafel liggen, memoirs over de oorlog en de Joden, moet de lezer eerst weten dat mijn moeder me twee keer het leven heeft geschonken. Een eerste keer bij mijn geboorte. En een tweede keer toen drie verzetslui erin slaagden om een wagon te openen van Transport XX. Mijn moeder zette me op een opstapje, en ik sprong. Ik wist niet waar ik was, in welk land, bij welke mensen, maar via een gendarme die me niet aangaf bij de Duitsers, belandde ik op verschillende schuilplaatsen in Brussel. Mijn moeder en zus zijn gedood in Auschwitz. Mijn vader heb ik de hele oorlog niet gezien. Hij stierf in 1945. Dus daar stond ik dan, als veertienjarige, alleen op de wereld. Ik was iedereen kwijt.’

Simon Gronowski praat op vastberaden toon. In gedachten heeft hij zijn toga om en probeert de jury te overtuigen. Altijd zal hij advocaat zijn, schrijver, pleiter, verdediger. En altijd zal hij mens zijn, ‘want haat en wraak ken ik niet, dat zijn ziektes.’ Op dreef nu: ‘Verborgen voor de nazi’s vond ik in de bibliotheek van een van mijn schuilplaatsen een boek van Alexandre Dumas, De graaf van Monte Cristo, het ultieme verhaal over wraak. Ik was gek op dat verhaal! Maar later begreep ik dat wraak alleen maar tot de ondergang leidt. Ik koester geen wrok tegenover de Duitsers. Ze waren mee slachtoffer van de nazi’s. Mijn enige wraak was advocaat worden, om het recht te laten zegevieren over de barbarij.’

Ita

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

Op de vraag of zijn Leeswereld aanving op dat onderduikadres in Brussel, schudt Simon Gronowski het hoofd en krijg zijn blik een weemoedige glans. ‘Ita’, zegt hij, ‘Ita, Ita, Ita.’ Hij wrijft met zijn verweerde handen over de boeken die op tafel liggen. ‘Mijn zus reikte me als eerste een boek aan. Ik was iets meer dan zes jaar en las de boeken van de Comtesse de Ségur (Een Franse schrijfster van Russische oorsprong), een reeks jongerenverhalen waarin de wereld nogal zwartwit werd voorgesteld: de zwarten waren de “wilden”, en dat soort foute representaties, maar als kind hield ik enorm van die verhalen. Hoewel vrij klassiek opgesteld, prikkelden ze mijn verbeelding, het gevoel voor verhaal dat ik altijd zou behouden. Ita liet me ook de Bijbel lezen. En toen ik ondergedoken naast Dumas ook Flaubert en Zola in die kleine bibliotheek vond, werd lezen ontzettend belangrijk in mijn leven. Ik kon geen kant op, mocht niet naar buiten, kon niet naar school, wist niet waar mijn familie was, dus wat kon ik anders doen dan lezen?’

“Toen ik ondergedoken naast Dumas ook Flaubert en Zola in die kleine bibliotheek vond, werd lezen ontzettend belangrijk in mijn leven. Ik kon geen kant op, dus wat kon ik anders doen dan lezen?”

‘Literatuur was heel belangrijk in het gezin waarin ik opgroeide. Mijn vader sprak zes talen en schreef heel literair in zijn dagboeken. Hij beheerste het Frans, Pools, Russisch, Duits, Jiddisch en Hebreeuws. Er stond een piano bij ons thuis. Mijn vader en moeder spraken over filosofie aan tafel, over literatuur, over al waar ik nu nog altijd van houd. Het heeft ook mijn latere job beïnvloed: toen ik me verdiepte in de zaak-Dreyfus, was ik diep geraakt door de verdediging van Dreyfus.’ De Joods-Franse officier Alfred Dreyfus werd eind negentiende eeuw beschuldigd van spionage en verraad. Hij was het slachtoffer van een corrupte, antisemitische Franse elite. De controverse brak open na de beroemde brief van Emile Zola: J’accuse…! Gronowski: ‘De pleidooien van de verdediging waren zo sterk, zo filosofisch, zo goed geschreven ook, dat ik begreep dat het recht baat heeft bij literatuur. Je helder uitdrukken, de waarheid niet loochenen.’ The truth can set you free.’

Hoop

‘Ik heb ze nog niet besproken, de boeken die hier liggen’, zegt Simon. ‘Wat kan ik er over zeggen? Né Juif heeft een dubbele lading: geboren worden als Jood, maar het klinkt ook als “Joodse neus”. De ondertitel zegt alles: Une famille juive pendant la guerre. Je weet waarover dat gaat. Dat weet je ook bij het boek van mijn neef -Le dernier grand soir- over het leven als Jood in Polen. De Bijbel lees ik niet meer. De hele oorlog huilde ik en bad dat moeder zou terugkeren. Dat is niet gebeurd. Daar ben ik mijn geloof in een god verloren.’

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Ik kan gewoon niet anders dan lezen over de cultuur waarin ik ben opgegroeid, ik kan niet anders dan lezen wat er tijdens de Tweede Wereldoorlog is gebeurd. Het is mijn lot. Maar ik ben hoopvol. Mijn moeder heeft me geen tweede keer het leven geschonken om dat leven mistroostig door te komen. Ik zou het allemaal achter me willen laten, al die ellende, en gewoon romans lezen die me wegvoeren naar een plezante wereld, wat ik heel af en toe doe. Maar die memoires trekken me terug het verleden in. Ik lees erover omdat ik het nog altijd niet helemaal begrijp. Zelf heb ik zestig jaar gezwegen. Zestig jaar. En dan plots lag het eruit, en schreef ik mijn verhaal neer: L'enfant du 20e convoi vers Auschwitz. Ik moest en zou slagen in het leven. Voor mijn moeder, mijn zus, vader, iedereen. Uit dank voor het mirakel dat ik ben. Dus heb ik Latijn gestudeerd, Grieks, me verdiept in geschiedenis, literatuur, psychologie. Ik heb mensen verdedigd in de rechtbank - om finaal dus ook te getuigen over mijn eigen leven. Het is mijn plicht. We moeten de jongeren van vandaag inlichten over de misdaden uit het verleden. Ze moeten de barbarij kennen, om onze vrijheden te verdedigen. Maar bovenal moeten ze hoopvol zijn. Niks is verloren. Nooit.’

“Ik zou het allemaal achter me willen laten, al die ellende, en gewoon romans lezen die me wegvoeren naar een plezante wereld, wat ik heel af en toe doe. Maar die memoires trekken me terug het verleden in. Ik lees erover omdat ik het nog altijd niet helemaal begrijp.”

REEKS: Leeswereld

‘Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks van Matthias M.R. Declercq over de rol van lezen, over schoonheid, over taal.

Mis niets van Iedereen Leest