De vijf van Benny Lindelauf
'I read a book one day and my whole life was changed', zei auteur Orhan Pamuk ooit. Dat boeken een impact kunnen hebben, ervaren veel lezers. Maar sommige beïnvloeden, sturen of bepalen zelfs je leven. Journaliste Katrien Steyaert peilt voor deze reeks naar de 'beste vijf' van auteurs en illustratoren. Met welke boeken groeiden ze op en met welke worden ze oud? Deze keer: schrijver en Boon-genomineerde Benny Lindelauf.
1. ‘Drie meisjes in Salerno’ – Marcella d'Arle, (vert.) Ineke Beindorff
‘Nu er wordt gewaarschuwd voor periodes van stroomuitval, hoop ik eigenlijk dat die snel komen, want dan zouden mensen weer meer lezen. Zonder boeken zit je vast in dit lichaam, in deze zeer beperkte beleving van de wereld. En ja, lezen vraagt een investering, maar die wordt almaar kleiner hoe meer en hoe vroeger je die spier traint. Daarom ben ik zo blij dat er in de arbeiderswijk waar ik opgroeide een nonnenbibliotheekje was. Daar begon ik met lezen – alles wat los- en vastzat.’
‘Rond mijn negende vond ik er Drie meisjes van Salerno, een avontuur dat zich afspeelt in het voor mij exotische Zuid-Italië - tot mijn twaalfde gingen we enkel kamperen in België. Het boek deed me ook lachen, maar vooral de dynamiek tussen de drie hoofdpersonages is fantastisch. De zachtaardige Jumbo bemiddelt altijd tussen de pragmatische Nora en de groots dromende Lily – zij zijn als water en vuur, en precies die frictie drijft het verhaal voort. Dat inspireerde me later heel erg, bijvoorbeeld voor Negen open armen, waarin ook drie heel verschillende meisjes het boek dragen.’
‘Hoe Tortot zijn vissenhart verloor is dan weer schatplichtig aan de gelijkwaardigheid van kinderen en volwassen bij Marcella d’Arle. Ze blijft weg van het huidige marktdenken – “Dit zijn jeugdboeken, dat is volwassen literatuur” – en geeft bijvoorbeeld een volwaardige rol aan Lily’s vader, die met een writer’s block worstelt. Ik was nieuwsgierig naar die wereld van grote mensen, want dat soort vragen stelde je niet in traditionele gezinnen als het onze. Gelukkig vertelde mijn oma heel veel verhalen, ongeacht de generatie die ze voor zich had.’
“Zonder boeken zit je vast in dit lichaam, in deze zeer beperkte beleving van de wereld. En ja, lezen vraagt een investering, maar die wordt almaar kleiner hoe meer en hoe vroeger je die spier traint.”
2. ‘Gloei’ – Edward van de Vendel, (ill.) Floor de Goede
‘Ik hield zo ontzettend van Lily omdat ik haar drang naar een meeslepend leven herkende, net als haar worsteling om onder het stereotype van het meisje uit te komen. Ik had hetzelfde als jongen. Ik was weliswaar dol op hutten bouwen en in bomen klimmen, maar ik hield niet van voetbal, was zachtaardig en trok meestal liever met meiden op. Nu zou ik non-binair genoemd worden, maar destijds waren daar geen woorden voor. Had ik toen een boek als Gloei gehad, ik zou veel vroeger geweten hebben dat het hartstikke oké is om anders te zijn dan de meeste mensen zeggen dat ze zijn. En dat ik niet per se in hun hokjes moest proberen te passen.’
‘Chapeau dus voor uitgeverij Querido dat ze deze bundeling van interviews, visuele portretten en gedichten wilden maken, al levert Edward van de Vendel natuurlijk nooit zwak werk af. Hier is het ontroerend hoe precies hij 21 zelfbewuste jongeren interviewt over hun seksualiteit en identiteit– hij vraagt door, maar zonder oordeel of vooringenomenheid. Dat mis ik vaak in de wereld van vandaag en ik vrees dat we nog maar het begin zien van wat intolerantie kan teweegbrengen. Alleen al daarom is het ontzettend belangrijk dat Gloei in elke middelbare school en bibliotheek staat. Zelfs al vind je het te eng om het uit te lenen, weten dat het bestaat, maakt dat je je minder alleen voelt.’
‘Wat mij bij het verschijnen in 2020 verbaasde, is hoeveel facetten ik nog ontdekte van de diamant die identiteit is. Ik dacht deze context te kennen, maar wist bijvoorbeeld niet hoeveel verschillende kwaliteiten aseksualiteit kan hebben. Het bewijst hoe we allemaal uit puzzelstukken bestaan die nooit precies passen.’
“Nu zou ik non-binair genoemd worden, maar als kind waren daar geen woorden voor. Had ik toen een boek als 'Gloei' gehad, ik zou veel vroeger geweten hebben dat het hartstikke oké is om anders te zijn dan de meeste mensen zeggen dat ze zijn.”
3. ‘Dinner at the Homesick Restaurant’ – Anne Tyler
‘Als je mensen voor het eerst ziet, kun je niet achter hun etalage kijken. Zelfs bij vrienden weet je niet altijd wat zich in hun binnenwereld afspeelt. Iemand als Anne Tyler biedt je daar toch zicht op. Bijna al haar boeken spelen zich af in haar thuisstad Baltimore, in schijnbaar gewone middenklassegezinnen. Maar van iedereen “is een hoek af”, zoals we in mijn geboortestreek Limburg zeggen.’
‘Zo blijkt in Dinner at the Homesick Restaurant – het eerste boek dat ik van Tyler kocht, als twintiger in een warenhuis in Sittard – dat de stervende moeder niet altijd de zorgende moederkloek is geweest. Ze heeft echt vervelende dingen gezegd en gedaan, vanuit haar eigen levenspaniek. Ook haar zonen en dochter kunnen hun mythische rollen maar deels vervullen. Ze communiceren onhandig, maar proberen het vaak liefdevol opnieuw. Dat vind ik totaal herkenbaar.’
‘Daarom lees ik goede romans: niet zozeer om antwoorden op levensvragen te vinden, want die zijn volslagen particulier, maar om me minder eenzaam te voelen in het dagelijkse geworstel. In allerlei relaties doe je je stinkende best en toch denk je soms: huh, hoe zijn we hier nu weer beland?’
‘Mijn levenslange liefde voor Anne Tyler – ze is de enige auteur van wie ik elk nieuw boek wil hebben – is net vanwege haar talent om zulke gelaagde personages neer te zetten, in haar toegankelijke, lichte stijl. Zonder dat het te gesuikerd wordt, laat ze een warm licht schijnen. Ik kan niet tegen boeken zonder een soort hoop, dan spring ik – bij wijze van spreken – uit het raam. In een dorp met Tyler-personages, daarentegen, zou ik me uitstekend redden.’
“De personages communiceren onhandig, maar proberen het vaak liefdevol opnieuw. Dat vind ik totaal herkenbaar. Daarom lees ik goede romans: niet zozeer om antwoorden op levensvragen te vinden, maar om me minder eenzaam te voelen in het dagelijkse geworstel. In allerlei relaties doe je je stinkende best en toch denk je soms: huh, hoe zijn we hier nu weer beland? ”
4. ‘Family Dancing’ – David Leavitt
‘Boeken die op alle fronten geslaagd zijn, maken me niet jaloers, maar nieuwsgierig. “Jemig! Dit bestaat! Hoe doet deze schrijver dit?”. Dat voelde ik heel sterk toen ik halfweg de twintig David Leavitts werk ontdekte. Na zijn debuutroman The Lost Language of Cranes las ik zijn fantastische bundel Family Dancing. Het mooie van goed geschreven korte verhalen is dat ze zo gecondenseerd zijn, als een driegangenmaaltijd in één hap.’
‘Bij Leavitt gaat het over gewone stervelingen – wie in het leven niet meteen vooraan staat, is voor mij des te intrigerender – en hun relaties. Sommige mensen lezen het liefst over de wereld op macroniveau, maar mij interesseert de kleinst mogelijke samenleving: de familie, die overigens ook uit vrienden kan bestaan. Zo schetst Leavitt een koppel, Andrew en Nathan, die onderling vaak veel gedoe hebben en daarin hun hartsvriendin Celia al te zeer betrekken. Zij neemt hen dat kwalijk, maar hunkert tegelijk naar hun aandacht. Soms wordt het zo erg dat ik als lezer zin krijg om ertussen te gaan staan.’
‘Het komt door Leavitts prachtige stijl: scherp én empathisch. Hij kan zich evengoed verplaatsen in een zieke moeder met een jongvolwassen zoon als in echtelieden die hun huwelijk zien ontrafelen. Hij toont ze allemaal als menselijk, feilbaar en toch niet harteloos. Maar waar ik hem nog het meest om bewonder, is de ongelooflijke kruipruimte die hij creëert. Ik zie en begrijp als lezer veel meer dan wat er letterlijk staat, en in die zin was Family Dancing een van mijn belangrijkste leermeesters in show, don’t tell.’
“Bij Leavitt gaat het over gewone stervelingen – wie in het leven niet meteen vooraan staat, is voor mij des te intrigerender – en hun relaties. Sommige mensen lezen het liefst over de wereld op macroniveau, maar mij interesseert de kleinst mogelijke samenleving: de familie, die overigens ook uit vrienden kan bestaan.”
5. ‘Het dorp van de herinneringen’ – Juan Gómez Bárcena, (vert.) Nadia Ramer
‘Toen de smartphone opkwam, kwam mijn aandachtsspanne, zoals bij velen, eventjes onder druk, maar al snel voelde ik: ho, maar dat verdwijnen in fictie laat ik me niet afpakken, als schrijver niet, en als mens al helemaal niet. Ik vind het dan ook verbijsterend dat zelfs mijn man nauwelijks nog leest, terwijl hij vroeger zo genoot van In de ban van de ring of de talloze jeugdboeken die ik hem voorlas. Onlangs strandde hij in Het dorp van de herinneringen en dacht ik bijna boos: zie je dan niet hoe briljant dit is?!’
‘Toegegeven: toen ik dit zelf cadeau kreeg, schrok het cryptische ervan mij ook ontzettend af. Al meteen op de eerste pagina staan er talloze jaartallen in de kantlijn waartussen het verhaal de hele tijd springt. Ik achtte het ook onmogelijk dat Bárcena zijn ambitieuze opzet kon waarmaken: in Toñanes, het gehucht waar hij geboren is, alle tijdlagen op elkaar stapelen, dus alles van de prehistorie tot nu, alle gebeurtenissen vanop wereld- tot straatniveau.’
‘Maar het ongelooflijke gebeurde: ik liet me meeslepen in deze woeste stroom en verzoop niet, dankzij terugkerende verhalen en motieven. Het is een enorm vlechtwerk dat je, op een hele kleine oppervlakte, een caleidoscopisch gevoel voor geschiedenis geeft. Ik leefde ook écht mee met alle levens in deze millefeuille omdat Bárcena, net als bijvoorbeeld Márquez, precies de juiste details kiest om iemands binnenwereld boven een sjabloon uit te tillen.’
‘Hij leverde deze ijzersterke roman af op zijn 37ste, dus in vergelijking ben ik een laatbloeier. Maar goed, ik voel een ongelooflijke liefde voor wat er aan verhalen in mij leeft, daar staat gelukkig geen leeftijd op.’
“Ik achtte het onmogelijk dat Bárcena zijn ambitieuze opzet kon waarmaken: in Toñanes, het gehucht waar hij geboren is, alle tijdlagen op elkaar stapelen, van de prehistorie tot nu, vanop wereld- tot straatniveau. Maar het ongelooflijke gebeurde: ik liet me meeslepen in deze woeste stroom en verzoop niet.”
REEKS: De vijf
‘I read a book one day and my whole life was changed’, zei auteur Orhan Pamuk ooit. Dat boeken een impact kunnen hebben, ervaren veel lezers. Maar sommige beïnvloeden, sturen of bepalen zelfs je leven. Journaliste Katrien Steyaert peilt voor deze reeks naar de 'beste vijf' van auteurs en illustratoren. Met welke boeken groeiden ze op en met welke worden ze oud?