In het atelier van Lucas Suykens
Hoe ziet de werkruimte van illustratoren eruit? Wat zijn hun rituelen, talismannen en eigenaardigheden? Waaruit putten ze inspiratie en hoe komen ze tot hun beste werk? Journaliste Katrien Steyaert mag binnenkijken in hun ateliers en in hun creatieve geesten. Michiel Devijver maakt er foto’s bij. Deze keer: op bezoek bij Lucas Suykens in Rumst.
Extreem roze
‘Ons mama heeft al lang MS en ik ben tot nu blijven thuis wonen om mee voor haar te zorgen. Daardoor heb ik het nooit anders geweten dan dat mijn atelier mijn slaapkamer is. Het is vreemd: ik stap daar op zolder binnen en vergeet al tekenend mijn zorgen. Al werd dat de laatste maanden wel moeilijker, want mama kreeg er de diagnose van ALS bovenop. Het nieuwe, aangepaste huis in Puurs waarnaar zij en papa wilden verhuizen, is nog niet klaar en we weten niet of mama dat nog haalt. Het is allemaal heel emotioneel.’ (slikt) ‘Tegelijk kochten mijn vriendin en ik een appartement in Kontich, waar de extreem roze kinderkamer ons atelier wordt.’
“Ik stap de zolder binnen en vergeet al tekenend mijn zorgen.”
Niet slabakken
‘Mijn vriendin Coralie is grafisch vormgeefster en ik ben altijd blij als zij teksten bij mijn beelden plaatst, zoals vorig jaar voor de supercoole Antarctica-expo Ondersteboven van de witte wereld. Ze is ook mijn klankbord, want ik heb nood aan positieve feedback. Tijdens mijn studies Illustratie aan Sint Lucas Antwerpen was ik heel onzeker, onder andere omdat ik altijd hoorde hoe moeilijk het zou zijn om met dit werk geld te verdienen. Maar ons mama zei altijd dat ik er wel zou komen. Ze volgde zelf jaren schilderlessen, en was altijd mijn grootste fan en aanmoediger. Het is dus deels voor haar dat ik, zeker nu, niet wil slabakken.’
“Tijdens mijn studies Illustratie aan Sint Lucas Antwerpen was ik heel onzeker, omdat ik altijd hoorde hoe moeilijk het zou zijn om met dit werk geld te verdienen. Maar ons mama zei altijd dat ik er wel zou komen.”
Fan boy
‘Vorige week heb ik een constructie op mama’s bed gemaakt zodat we nog eens samen konden schilderen; het deed haar zichtbaar deugd. Ik zou zelf meer willen aquarellen, linosnijden en andere manuele technieken gebruiken, maar daarvoor zal pas in Kontich plaats zijn. Hier zitten alle spullen in kasten en dozen, al heb ik mijn kamer wel goed gevuld met prints, inspiratie-objecten en boeken – lekker knus. Ik word ook enorm enthousiast als ik het werk van bijvoorbeeld Leo Timmers, Sebastiaan van Doninck of Carll Cneut zie. Ik bewonder hen om dingen die voor mij nog werkpunten zijn, zoals humor. In die zin blijf ik een beetje een fan boy’
Christine, Jeanne, Karen, Germaine en Polly
‘Het komt nog niet helemaal binnen dat ik ondertussen zelf twee boeken voor De Eenhoorn mocht illustreren. Voor het laatste, Kip zoekt een vriend, heb ik ook het verhaal bedacht, geïnspireerd door mijn zijdehoentjes, die allemaal veel persoonlijkheid hebben. Christine staat vurig bovenaan de pikorde, Jeanne is eerder onhandig, Karen is de durver van de groep – zelfs op een kat stapt ze gewoon af – Germaine is het kneusje, die vooral door Polly gepest wordt, maar zij is op haar beurt de tamste die bij mij op schoot kruipt. Het is een soort tv waarnaar ik kijk als deze drama queens rond mij scharrelen.’
“Voor 'Kip zoekt een vriend' heb ik het verhaal bedacht geïnspireerd door mijn zijdehoentjes.”
Niet te snel content
‘Om dat beweeglijke te benadrukken, maakte ik mijn boek in een langwerpig formaat en dynamische kleuren. Ik dacht ook bijna wetenschappelijk na over hoe ik op één spread de eenzaamheid van Kip kon verbeelden en op de volgende net de chaos waarin ze gekatapulteerd wordt. Ik heb het moeten leren om zulke stapjes terug te zetten, want door mijn grote fantasie borrelen er zo rap duidelijk gevormde ideeën op dat ik ze direct op papier wil zetten. Maar nu denk ik: niet te snel content zijn, Lucas. Zo besefte ik bij het kippenboek dat ik nog een bindende kleur miste, naast het warme oranje, groen en geel waaraan ik genoeg dacht te hebben.’
Ctrl Z
‘Ik zou niet zonder mijn kleurpotloden kunnen, want die triggeren mij om te beginnen – ik schets nooit in zwart of grijs. Daarna schrijf ik op mijn storyboardjes veel instructies voor mezelf, zoals “genoeg ademruimte houden” of “walvissen compact als groep”. Dan weet ik waarop ik moet letten en versnel ik het proces achter mijn scherm. Dat is soms zo lang en vermoeiend dat ik er als een zombie bij loop. Pas op, ik heb Photoshop nodig, vooral mijn penseel, dat textuur geeft, en de Ctrl Z-functie. Daarmee kan ik foute lijnen eindeloos herdoen, soms tot diep in de nacht. Ik werk graag als alle mensen verdwenen lijken te zijn.’
“Met de Ctrl Z-functie kan ik foute lijnen eindeloos herdoen, soms tot diep in de nacht. Ik werk graag als alle mensen verdwenen lijken te zijn.”
Transporten regelen
‘Koptelefoon op en The Weekend op repeat: dan ben ik niet te stoppen! Die trance, waarin ik hele losse, geweldige beelden maak – tenminste: naar mijn mening (lacht) – vind ik anders moeilijk te bereiken. Wat me wel hielp, waren de naïviteit en het talent van de acht- tot twaalfjarigen aan wie ik lesgaf in de academie van Niel. Ze konden me zo motiveren dat ik thuis direct aan mijn bureau kroop. Sinds een jaar werk ik bij mijn schoonbroer, ik regel daar transporten. Ik doe het omdat ik nu een afbetaling heb én omdat ik even uit het creatieve proces moest stappen. Ik had de rust nodig die ik ook bij de kippen ervaar.’
“Sinds een jaar werk ik bij mijn schoonbroer, ik regel daar transporten. Ik doe het omdat ik nu een afbetaling heb én omdat ik even uit het creatieve proces moest stappen.”
Meikever
‘Ik wandel graag in de velden achter ons huis en wil absoluut die liefde voor de natuur doorgeven aan mijn jonge publiek. Als je een meikever of egeltje tegenkomt, kun je toch alleen maar een waw-gevoel hebben? Ik moet wel zeggen dat ik pas heel bewust heb leren kijken in het hoger onderwijs. Oog voor detail is cruciaal voor een illustrator. Er was ook een leerkracht die me zei dat ik mijn beste beelden pas kan maken als ik gelukkig ben. Rond mijn achttiende zat ik inderdaad niet goed in mijn vel, ik zocht nog naar mijn identiteit, maar nu weet ik wie en wat mij blij genoeg maken om sprankelend werk af te leveren.’
“Ik wil absoluut mijn liefde voor de natuur doorgeven aan mijn jonge publiek. Als je een meikever of egeltje tegenkomt, kun je toch alleen maar een waw-gevoel hebben?”
Studio Fidèle
‘Voor mijn eindwerk De tijger die geen vlees lust heb ik leren zeefdrukken. Ook mijn andere keuzevakken waren vormen van grafiek omdat ik werken met vlakken en een beperkt aantal kleuren uitdagend vind. Het draait vaak verrassend uit, bijvoorbeeld als de kleuren van een risoprint over elkaar schuiven en zo een nieuwe tint vormen. Ik heb een kleurenwaaier van de Parijse Studio Fidèle – gekocht op het Grafixx-festival – die bewijst hoeveel textuur en diepte riso geeft. Voor een eigen printer heb ik helaas geen plaats, maar ik kon al hele mooie afdrukken maken bij Geezever en Boekenberg. Tegenwoordig ga ik graag naar SO-RI.’
“Het is vaak een verrassing als de kleuren van een risoprint over elkaar schuiven en zo een nieuwe tint vormen.”
Perfecte tomaten
‘Ik ben altijd een dromer geweest, misschien heeft dat te maken met mijn lichte vorm van autisme. Daardoor vond ik de switch naar het hoger onderwijs heel heftig. Sindsdien ga ik vaker naar de serre, waar ik sinds mijn vijftiende groenten kweek, vooral tomaten. Dat komt door mijn perfectionistische kantje, want tomaten kun je heel erg verbeteren, bijvoorbeeld door eierschalen tot een calciumrijke bodembedekker te vermalen. In Kontich ga ik ons terrasje vol zetten met tomaten in pot. De kipjes verhuis ik met pijn in het hart naar Puurs, maar het vooruitzicht van mijn droomatelier geeft me vooral bakken nieuwe tekengoesting.’
REEKS: In het atelier
Hoe ziet de werkruimte van illustratoren eruit? Wat zijn hun rituelen, talismannen en eigenaardigheden? Waaruit putten ze inspiratie en hoe komen ze tot hun beste werk? Journaliste Katrien Steyaert mag binnenkijken in hun ateliers en in hun creatieve geesten. Michiel Devijver maakt er foto’s bij.