Samen lezen in de voorleeshoek van kinderdagverblijf Miep & Lies
Hoe pak je voorlezen aan met baby’s en peuters? Tijdens de Voorleesweek liet kinderdagverblijf Miep & Lies ouders meekijken en meeluisteren. Zo konden zij zien hoe verhalen tot leven komen en hoe je samen met jonge kinderen het meeste plezier uit een boek haalt.
Elk jaar krijgt de Voorleesweek een eigen invulling bij kinderdagverblijf Miep & Lies in Hamont. Een paar jaar geleden trokken ze met een kar vol boeken de buurt in. De begeleiders lazen voor bij de bakker, de slager en in het gemeentehuis. ‘Dat waren heel toffe momenten’, herinnert oprichter Lut Hegge zich. ‘Klanten en personeel luisterden samen met de peuters.’ In 2025 wilden ze vooral de ouders betrekken. Daarom maakten ze een vrolijke affiche en richtten ze een knusse voorleeshoek in, waar ouders op het einde van de dag konden aansluiten. Zo konden ouders zelf ervaren hoe leuk en levendig voorlezen kan zijn.
‘Veel ouders weten niet goed hoe ze moeten voorlezen’, zegt Lut. ‘Uit de reacties bleek dat ze tijdens de Voorleesweek veel inzichten hebben opgedaan: vooral dat voorlezen meer drama is dan vertellen. Er komt ook een wisselende intonatie bij kijken, spelletjes met taal, zingen en rijmpjes.’ Ook konden ouders ervaren hoe elke begeleider haar eigen stijl heeft. ‘Cindy tekent zelf illustraties voor de kamishibai, Caroline leest met veel intonatie en Michèle gebruikt poppetjes van de personages. Die beestjes worden meegenomen tijdens het verhaal en bevorderen de interactie. Je kan dus op verschillende manieren voorlezen.’
2x voorleeskwartier
Miep & Lies bestaat al 25 jaar en groeide in die tijd van 14 naar 27 kinderen, maar de basis van de werking bleef onveranderd. ‘Ons basisprincipe is ons inleven in het gevoel van het kind’, zegt Lut. ‘We werken niet met opdrachten, maar vanuit ons eigen gevoel en dat van het kind. Dat betekent kijken naar de kinderen, met hen spelen, ook eens op de grond gaan liggen en letterlijk mee kruipen in hun wereld.’
Voorlezen maakt ook deel uit van die aanpak - elke dag minstens twee keer een kwartier. Soms is dat ’s avonds, soms op een ander moment, afhankelijk van wat past bij de groep en de dag. Daarbij werken ze met allerlei soorten boeken. ‘Dat kunnen ook kranten zijn of oude prentenboeken waarin kinderen mogen scheuren, want ze doen dat nu eenmaal graag’, lacht Lut. ‘Die liggen in een aparte doos. De boeken waaruit wij zelf voorlezen, hangen we op of zetten we buiten bereik. Momenteel zijn Mama kwijt en We hebben er een geitje bij erg populair.’
De boeken blijven niet beperkt tot het voorleesmoment. Zo bouwden ze al een bewegingsparcours met gestapelde boeken en worden de thema’s van de verhalen vaak verder uitgediept. Bij Rupsje Nooitgenoeg draaide alle activiteiten van die week rond fruit en bij Jonnie de spin knutselden de kinderen spinnen en zochten ze die in de tuin. Ook maakten de begeleiders ooit een groot houten boek als terugblik op het jaar. Ze zijn zelfs een keer boeken gaan zoeken in de bibliotheek. En soms kijken ze naar een voorleesfilmpje van een boek dat ze al kennen.
Tipi tot boomhut
De voorleesplek wisselt met de seizoenen. In de winter kruipt een begeleider met een paar kinderen in de boomhut binnenshuis, in de zomer lezen ze samen in de tipi in de tuin. En nu is er dus ook de extra gezellige voorleeshoek. ‘De kinderen kijken daar echt naar uit. Als we “verhaaltje” zeggen, rennen ze al naar de matras. Ze mogen mee aanwijzen, reageren en mee denken. We stellen veel vragen. Daardoor wordt de taalverrijking nog groter.’
Het doel is niet dat kinderen alles begrijpen. ‘We willen prikkelen en aanreiken’, besluit Lut. ‘Voorlezen is vooral een knus moment. Samen dicht bij elkaar iets beleven, dat is heerlijk.’ Tegelijk ziet ze hoe belangrijk voorlezen is voor jonge kinderen. ‘Het prikkelt de fantasie, ontwikkelt het taalgevoel, vergroot de woordenschat en draagt bij aan hun interactieve vaardigheden. En het belangrijkste is dat ze er plezier aan beleven. Zo worden kleintjes grote lezers.’