Het verhaal achter... TAKE-IN
Een begeleidingstraject met 20 scholen voorbereiden? Daar komt achter de schermen heel wat werk bij kijken! Een jaar lang werkten collega's van Iedereen Leest, Odisee, AP en UGent aan TAKE-IN. Wij nemen jullie aan de hand van foto's en getuigenissen heel graag mee doorheen het hele proces.
STAP 1 - partners selecteren voor de projectaanvraag
Leerpunt lanceerde in januari 2025 een oproep naar begeleidingsprojecten ter versterking van brede basiszorg en verhoogde zorg in scholen. Op initiatief van Hogeschool Odisee tekende Iedereen Leest samen met AP Hogeschool en UGent in op het project ‘TAKE-IN’, wat staat voor ‘Taal en kennis in (inter)actie’. Jona Hebbrecht (Hogeschool Odisee) licht toe: ‘Voor het professionaliseringstraject #iedereenvoorlezen werkten we met dezelfde partners succesvol samen en we voelden dat er nog nood was bij scholen om verder rond voorlezen te werken – zeker in de hogere graden. Met de nieuwe minimumdoelen zagen we een unieke kans om verder in te zoomen op het interactief voorlezen van rijke teksten om de taal- en kennisontwikkeling van leerlingen te versterken. Het was logisch voor ons om de handen in elkaar te slaan en samen een aanvraag in te dienen.’
STAP 2 - het traject voorbereiden en de oproep naar scholen lanceren
Om de aanvraag te kunnen indienen, ging het team aan de slag om het professionaliseringstraject in elkaar te steken: het aantal bijeenkomsten bespreken, wanneer er schoolspecifieke en overkoepelende sessies gepland werden met de 20 scholen, het programma samenstellen… De basis voor het traject werd hier al gelegd. Iris Vansteelandt: ‘We hadden het evidence-informed online leertraject rond interactief voorlezen als basis om op voort te bouwen en hadden ook de ervaringen uit het vorige traject met 40 scholen.’ De oproep naar scholen die mee wilden doen werd met succes gelanceerd. Iris: ‘Al deze info werd verzameld in het aanvraagdossier. Iets later kregen we goed nieuws: de aanvraag werd goedgekeurd. We konden dus starten.'
“We konden voortbouwen op het evidence-informed online leertraject rond interactief voorlezen en hadden ook de ervaringen uit het vorige traject met 40 scholen.’”
STAP 3 - afspraken maken met de scholen
20 basisscholen stapten mee in het traject, waarvan 12 scholen in september 2025 zouden starten, en nog eens 8 scholen in januari 2026. Jona: ‘We kozen scholen op basis van hun motivering en keken ook naar de ligging, spreiding over de netten, de grootte van de scholen en de meertalige context om zo een mooi diverse groep te hebben.’ Nadien planden alle coaches (Jona Hebbrecht, Iris Vansteelandt, Geertje Bluekens en Evelien Gheeraert) intakegesprekken met de geselecteerde scholen, gebaseerd op de interviewleidraad die ze samen met prof. Hilde Van Keer (UGent) hadden voorbereid. Geertje Bluekens: ‘In de intakegesprekken gaven we uitleg over het traject en peilden we vooral naar hun noden: waar staan ze als team, over welke kennis en vaardigheden beschikken ze al... Op basis van de Leesscan lieten we hen een plan maken met specifieke aandacht voor de plaats van interactief voorlezen in hun lees-, taal- en zorgbeleid. Op die manier konden we onze aanpak afstemmen op hun noden.’
STAP 4 - de startdag in Antwerpen
Op 26 september 2025 kwamen de deelnemende basisscholen samen bij Iedereen Leest voor de officiële start van het begeleidingstraject. Een verslag van die dag vind je hier. Met inspirerende sessies van Hilde Van Keer en Marlies Algoet over de kracht van interactief voorlezen en het belang van kwaliteitsvolle interactie werd het een boeiende kick-off. Ook de coaches namen de deelnemers mee in een bad vol inspiratie en voorleestips op maat. De scholen engageren zich dus om een jaar lang doelgericht in te zetten op interactief voorlezen als hefboom voor taal- en kennisontwikkeling bij hun leerlingen. Evelien Gheeraert: ‘Op de startdag merkten we veel enthousiasme bij alle deelnemers om de methodiek beter te leren kennen. Ze merkten meteen dat interactief voorlezen meer is dan gewoon voorlezen en dat het een goede methodiek is om in te zetten in functie van taal- en kennisverrijking.’
STAP 5 - begeleiding op de scholen
In het najaar werden er voor elke school individuele begeleidingsmomenten voorzien. Elke school kreeg een coach toegewezen die samen met hen op maat ging werken. Jona: ‘We hebben drie sessies voorzien doorheen het jaar, veelal met het volledige schoolteam. Op die manier zorgden we ervoor dat meer dan 500 (zorg)leraren en teamleden leerden van en met elkaar. Het was voor hen verrijkend om in te zien dat de methodiek van interactief voorlezen niet alleen in de kleuterklas, maar ook in bijvoorbeeld het zesde leerjaar nog zeer goed inzetbaar is.’ Geertje: 'Interactief voorlezen werkt niet omdat je er één vorming over volgt, maar omdat je er als school bewust in investeert. Scholen die beschikken over een rijk en recent boekenaanbod, die leerkrachten de tijd geven om ermee te experimenteren en die samenwerken met de bibliotheek, boeken zichtbare vooruitgang. Dan zie je dat lezen gaat leven in de klas en dat zowel leerlingen als leerkrachten enthousiast worden.'
De begeleiding werden door de scholen zeer gewaardeerd. Eén van hen liet weten: ‘Deze voormiddag heeft ons stof tot nadenken gegeven over hoe en welke prentenboeken we optimaal kunnen inzetten in onze klas en tijdens een thema. Ik vond het terug heel inspirerend. Dankjewel!’
“Interactief voorlezen werkt niet omdat je er één vorming over volgt, maar omdat je er als school bewust in investeert. ”
STAP 6 - het lerend netwerk en nieuwe scholen stappen in
Er werden twee lerende netwerken georganiseerd, één online en één live. Op het online netwerk in januari sloten de 12 nieuwe scholen aan. Iris: ‘We stelden een programma samen met o.a. een lezing van Martin Bootsma, oprichter van de Alan Turingschool in Nederland en met ‘leessnacks’ rond Jeugdboekenmaand en Poëzieweek met een expliciete link naar de minimumdoelen. Daarnaast konden de scholen ervaringen uitwisselen met elkaar.’
Ook de schoolspecifieke begeleidingsmomenten liepen volop door. Samen bereidden de schoolteams interactieve voorleesmomenten voor. Hierbij zetten ze volop rijke kinder- en jeugdliteratuur in en werd de link naar de nieuwe minimumdoelen steeds meer gelegd. Evelien: ‘Samen gingen we volop aan de slag met de plek van interactief voorlezen binnen de brede basiszorg en verhoogde zorg. Zo gingen we bijvoorbeeld in op het doelgericht stellen van vragen op maat van elke leerling.’ Een directeur reageerde enthousiast: ‘Ik woonde interactieve voorleesmomenten bij in elke kleuterklas en zag dat sommige kleuters met elkaar aan het praten waren tijdens het voorleesmoment. Ik merkte dat ze echt in gesprek gingen over de inhoud van het verhaal. Dat was nieuw. We merken ook dat de taalontwikkeling van de kleuters dit schooljaar zichtbaar is gegroeid.'
“We merken dat de taalontwikkeling van de kleuters dit schooljaar zichtbaar is gegroeid.”
STAP 7 - slotdag in Brussel
In mei verzamelden alle scholen in Brussel voor een afrondend moment en een laatste kans om inspiratie op te doen en ervaringen te delen. Er waren algemene sessies en inspirerende workshops van verschillende sprekers. Het inhoudelijke verslag vind je hier. Ze blikten ook samen terug op het traject. Iris: ‘Het was mooi om te zien hoe de deelnemers blijk gaven van hun groei in competentie op het vlak van interactief voorlezen en dat ze deelden over het belang van de methodiek binnen de brede basiszorg en verhoogde zorg op hun school. Ze realiseerden zich dat ze die effectieve principes niet alleen tijdens het voorlezen, maar de hele dag door kunnen inzetten. Hoe beter je oefent op het stellen van gepaste vragen op maat van elke leerling bij interactieve voorleesmomenten, hoe beter je dat bijvoorbeeld ook in wiskunde en wetenschap en techniek kunt doen.’ Jona vertelt: 'Het was een eyeopener voor velen hoe kinder- en jeugdliteratuur op zoveel manieren ingezet kan worden in het onderwijs.’
STAP 8 - online leertraject uitwerken
Om de inzichten en vergaarde kennis in dit traject breder te verspreiden, werken we op dit moment aan een online leertraject rond ‘Interactief voorlezen met zorg voor elke leerling.’ Het wordt een traject met vijf modules waarbij theorie samenkomt met sterke praktijkvoorbeelden uit drie scholen die deelnemen aan het project. Iris: ‘Op basis van de nodige wetenschappelijke inzichten uit onder andere het kennishiatenrapport rond brede basiszorg en verhoogde zorg en de praktijkervaringen op de scholen maakten we voor het nieuwe online leertraject enkele inspirerende video’s: enerzijds gaat het om interviews met zorgcoördinatoren, leerkrachten en directies, anderzijds ook om interactieve voorleesmomenten van de jongste kleuters tot het zesde leerjaar, steeds met aandacht voor de nodige uitdagingen en kansen binnen de brede basiszorg en verhoogde zorg zoals bijvoorbeeld de meerwaarde van pre-instructie en verlengde instructie bij interactief voorlezen. Op die manier stellen we een zeer rijk nieuw online leertraject samen dat inspirerend kan zijn voor élke basisschool.’ Het traject wordt bij de start van het volgende schooljaar gelanceerd bij de Iedereen Leest Academie en zal vrij toegankelijk zijn voor iedereen.
Wil je op de hoogte gebracht worden wanneer het traject online komt? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!