Hoe leesbevordering bijdraagt aan de minimumdoelen in het Vlaams basisonderwijs

Vanaf schooljaar 2026-2027 zetten Vlaamse basisscholen gefaseerd de nieuwe minimumdoelen in werking. Die beschrijven welke kennis, vaardigheden en attitudes leerlingen op vaste momenten moeten ontwikkelen. Literatuur wordt hierbij expliciet vermeld als motor voor de lees-, taal- én bredere ontwikkeling van leerlingen. Kwaliteitsvolle kinder- en jeugdliteratuur doelgericht inzetten biedt kansen om leerlingen te laten groeien binnen verschillende vakdisciplines.

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

Met de invoering van de minimumdoelen in het basisonderwijs verdwijnen de vroegere ontwikkelingsdoelen en eindtermen. De Vlaamse overheid bepaalt voortaan drie momenten waarop leerlingen bepaalde kennis, vaardigheden en attitudes moeten beheersen: op het einde van het kleuteronderwijs (vijf jaar), na het vierde leerjaar (negen jaar) en op het einde van de basisschool (elf jaar).

Binnen de vernieuwde minimumdoelen staat een stevige kennisbasis centraal. De doelen zijn daarom ondergebracht in acht (kleuter) tot tien vakdisciplines (lager), gaande van Nederlands en wiskunde tot wetenschap en techniek, muzische vorming, ICT en attitudes. Het kennisrijke curriculum beoogt een duidelijke lijn en samenhang tussen de verschillende disciplines, zodat leerlingen stap voor stap over de leerjaren heen een consistente leerontwikkeling doormaken.

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

Zoomen we in op de vakdiscipline Nederlands, dan zijn de minimumdoelen uitgewerkt rond vijf onderwerpen: lezen, schrijven, mondeling taalgebruik, taalsysteem en taalgebruik en literatuur. Die keren terug op elk van de drie momenten waarop leerlingen de minimumdoelen moeten bereiken. De concrete doelen evolueren mee met de ontwikkeling van de leerlingen, zodat er een logische en haalbare groei ontstaat doorheen de schoolloopbaan.

Wie meer informatie zoekt over de minimumdoelen kan terecht op de website onderwijsdoelen.be of bij KLASSE. Iedereen Leest focust in dit artikel op enkele raakvlakken tussen de minimumdoelen en leesbevordering en literatuur(educatie).

Leesonderwijs

De minimumdoelen vullen leesvaardigheid breed in. Kleuters moeten hun fonologisch bewustzijn ontwikkelen (bijvoorbeeld rijm herkennen), negenjarigen moeten tekstinformatie kunnen combineren om logische conclusies te trekken en leerlingen van het zesde leerjaar moeten expressief en met de nodige nuance kunnen lezen. Op die manier groeit leesvaardigheid mee met de ontwikkeling van de leerling.

Ook bij onderwerpen zoals ‘mondeling taalgebruik’ en ‘taalsysteem en taalgebruik’ keert een omvattende benadering terug: de minimumdoelen verwijzen naar een uitgebreide woordenschat (bijvoorbeeld het verschil tussen formeel en informeel taalgebruik als doel voor elfjarigen), maar ook naar luisterbegrip en interactie (bijvoorbeeld kleuters die gerichte vragen kunnen stellen) of spreken en presenteren (bijvoorbeeld negenjarigen die hun mening kunnen beargumenteren).

Literatuur(educatie)

Bij de focus op literatuur in de minimumdoelen gaat het enerzijds om de interactie met literatuur en anderzijds om creatieve expressie in taal. Kleuters leren bijvoorbeeld concepten vatten zoals titel en auteur, kunnen gedachten of gevoelens verwoorden bij het horen van een verhaal, maar experimenteren ook met taal en verhalen. Bij negenjarigen worden de doelen rond literatuur meer gelaagd en gaat het o.a. om het herkennen van de plot en context van een verhaal, een boek kunnen kiezen dat past bij hun eigen leesvoorkeur, of verbanden kunnen leggen in een complexere tekst.

© Simon Bequoye en Iedereen Leest

De minimumdoelen vermelden bij de focus op literatuur op alle drie momenten (5, 9 en 11 jaar) het belang van werken met ‘bekroonde jeugdliteratuur’. Dit betekent niet dat leerkrachten enkel met boeken mogen werken die effectief een (inter)nationale prijs wonnen, zoals de Leesjury, De Boon of andere prijzen. Ook genomineerde titels vallen onder ‘bekroonde jeugdliteratuur’. De minimumdoelen willen vooral de aandacht vestigen op kwaliteitsvolle, gelaagde kinder- en jeugdboeken, die een rijkdom bieden aan onder meer taal en verhaalopbouw. Met rijke teksten kunnen leerlingen hun literaire competenties (zoals teksten analyseren, beoordelen en begrijpen) aanscherpen. Op die manier zit literatuureducatie dan ook vervat in de minimumdoelen.

Leesbevordering als motor voor groei

Doelgericht inzetten op leesbevordering en literatuureducatie kan een hefboom zijn voor het bereiken van verschillende minimumdoelen gelinkt aan verschillende vakdisciplines. Het gaat natuurlijk ook verder dan dat. Kinderen en jongeren op verschillende manieren laten kennismaken met verhalen en met hen actief in een (bekroond) boek duiken, levert heel wat voordelen op. Leesbevordering leidt niet alleen tot een betere leesvaardigheid, een gepaster leesgedrag of een sterkere leesmotivatie, het biedt natuurlijk ook kansen op vlak van het stimuleren van kritisch denken, het concentratievermogen en het empathisch vermogen. 

Leesbevordering leidt natuurlijk niet zomaar tot het bereiken van minimale en uitdagendere doelen. Het gaat er vooral om dat leerkrachten via pedagogisch-didactische aanpakken leesbevorderend werken. Daar gaan we zo meteen in dit artikel verder op in.

Kinder- en jeugdliteratuur als grondstof

De minimumdoelen rond literatuur stimuleren leerlingen om hun eigen smaak te ontdekken in de literaire teksten die ze horen en lezen, en om zelf boeken te (leren) kiezen die hen boeien. Een helpende volwassene – een leerkracht, maar ook een bibliotheekmedewerker of (groot)ouder – kan hen daarbij begeleiden door een rijk aanbod aan fictie en non-fictie aan te reiken en zo hun literaire horizon te verbreden. Zij kunnen zich dan weer laten inspireren door boekenlijsten van Jeugdboekenmaand of Voorleesweek, of door platformen zoals Rijke Teksten of Boekenzoeker. Boekenzoeker is bovenal een tool voor kinderen en jongeren zelf: ze ontdekken er welke literaire teksten hen mogelijks aanspreken, en of dit boek in hun bibliotheek beschikbaar is.

Om leerlingen hun leesvoorkeur te laten ontdekken, is het belangrijk dat ze van verschillende tekstsoorten en genres proeven: fictie, non-fictie, poëzie, strips, prentenboeken … Kinderen en jongeren die deelnemen aan de Leesjury, getuigen vaak dat ze verhalen leerden kennen die ze anders niet zouden lezen.

Interactief voorlezen als evidence-informed methodiek

© Simon Bequoye en Iedereen Leest

Een laagdrempelige effectieve manier om met leerlingen van jongs af aan in een verhaal te duiken, is het verhaal voorlezen. Voorlezen mag dan echter geen eenrichtingsverkeer zijn: met interactief voorlezen werkt een leerkracht en bij uitbreiding een volledig schoolteam in een doorgaande lijn op een evidence-informed didactische manier aan leesbevordering. Het is een methode waarbij je niet alleen een tekst voorleest, maar tegelijkertijd in interactie gaat met de leerlingen. Dat gebeurt best zowel voor, tijdens als na het voorlezen. Je kan bijvoorbeeld open vragen op maat van de leerlingen stellen. Die vragen kunnen gaan over de betekenis van een woord, over hoe een personage reageert, over het verloop van een verhaal. Daarnaast kan je bijvoorbeeld ook doelgericht (voor)kennis activeren, stilstaan bij boekeigenschappen of bij de tekststructuur. 

Ook wanneer leerlingen zelf kunnen lezen blijft voorlezen een waardevolle praktijk. Toch gebeurt het in de hogere jaren vaak minder, en dat is jammer. Interactief voorlezen blijft namelijk een laagdrempelige manier om heel wat minimumdoelen te ondersteunen. Onderzoek toont bovendien aan dat de effecten van voorlezen lang blijven doorwerken. Het draagt bij aan de taalontwikkeling, de woordenschat en de sociaal-emotionele groei van kinderen en jongeren.

De Iedereen Leest Academie biedt een gratis leertraject aan over interactief voorlezen.

In interactie gaan rond (bekroonde) kinder- en jeugdliteratuur

Wie interactief voorleest en met leerlingen in gesprek gaat over het verhaal en de personages, is bezig met het betekenisvol praten over boeken. Rijke boekgesprekken zetten de taal-, kennis- en brede socio-emotionele ontwikkeling van leerlingen in beweging: ze verwoorden hun ideeën, leggen verbanden en ontdekken nieuwe perspectieven. Door deze gesprekken in groep te voeren, horen leerlingen ook hoe leeftijdsgenoten een verhaal ervaren en leren ze hun eigen mening onderbouwen. Deze aspecten vormen een belangrijk onderdeel van de Leesjury, een leesbevorderingsaanpak die onder meer voortbouwt op de methodiek van Aidan Chambers.

Bruggen tussen vakdisciplines

Bovenstaande illustreert dat leesbevordering en literatuureducatie een belangrijke rol kunnen spelen bij het bereiken van de minimumdoelen in de vakdiscipline Nederlands. Werken met literaire teksten (zowel fictie als non-fictie) hoeft zich natuurlijk niet enkel daartoe te beperken. Heel wat literaire non-fictieteksten bijvoorbeeld lenen zich perfect om de lessen aardrijkskunde, geschiedenis en zelfs wiskunde – om maar enkele andere vakdisciplines op te noemen – mee in te leiden of te kaderen.

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

Het kennisrijke curriculum dat met de minimumdoelen wordt nagestreefd wil leerlingen helpen om kennis niet geïsoleerd te zien, maar deze logisch te verbinden. Een prentenboek over vulkanen kan zo bijvoorbeeld tegelijk doelen uit taal, wetenschap en aardrijkskunde ondersteunen. Door te werken met multiperspectivistische thema’s krijgen leerlingen de kans om één thema vanuit verschillende vakdisciplines te verkennen. Het campagnethema ‘water’ van Jeugdboekenmaand 2027 biedt hiertoe alvast veel mooie kansen.

Om een breed thema te verkennen, kunnen verschillende literaire teksten ingezet worden, zowel fictie als non-fictie. Zo ontstaat een rijke tekstenset die leerlingen vanuit meerdere invalshoeken laat leren én genieten van verhalen. In TAKE-IN, een recent begeleidingstraject waar scholen aan de slag gingen rond taal en kennis, werkte een school bijvoorbeeld rond het thema herfst. Ze begonnen met een prentenboek waarin paddenstoelen een rol spelen, verdiepten zich daarna in informatieve teksten over paddenstoelen en voegden vervolgens een net verschenen krantenartikel en een gedicht toe. Dit illustreert hoe literaire teksten – en leesbevordering in brede zin – niet alleen bijdragen aan het bereiken van minimumdoelen binnen de focus ‘literatuur’, maar ook een krachtige hefboom kunnen vormen voor een geïntegreerde aanpak binnen het lees-, taal- en bredere onderwijs van basisscholen.

Pijlers van krachtig leesonderwijs

Krachtig leesonderwijs en sterke leesbevordering steunen op een duurzaam leesbeleid en op enkele andere stevige pijlers (Hebbrecht & Vansteelandt, 2023). Eerder in dit artikel belichtten we al voorbeelden van effectieve leesdidactiek en de nood aan een rijk leesaanbod met gelaagde literaire teksten als fundament voor die aanpak.

Daarnaast is een uitnodigende en toegankelijke leesomgeving – zowel in de klas als op school – essentieel. Even belangrijk is leesmonitoring, het doelgericht monitoren van de leesontwikkeling, zodat leerkrachten tijdig kunnen inspelen op noden en groei. Ook samenwerking binnen een breed leesnetwerk, met ouders en de bibliotheek als belangrijke partners, werkt leesbevorderend en versterkt het leesonderwijs. Lezers maken we immers samen: niet alleen de leerkracht draagt bij aan het bereiken van de minimumdoelen. Wanneer het gaat over literatuur(educatie) beschikt de openbare bibliotheek ook over waardevolle expertise om scholen inhoudelijk te ondersteunen en is daarom een onmisbare partner in dit verhaal.

Professionalisering rond kinder- en jeugdliteratuur helpt leerkrachten en andere leesbevorderaars om kinder- en jeugdliteratuur doelgericht in te zetten. De Iedereen Leest Academie biedt gratis, evidence-informed leertrajecten aan met praktijkvoorbeelden. Die richten zich op zowel individuele leerkrachten als schoolteams, en zoomen in op thema’s zoals interactief voorlezen en boekgesprekken in de klas. Dankzij dergelijke wetenschappelijk onderbouwde trajecten kunnen leerkrachten nog sterker meebouwen aan een kennisrijk curriculum, en dit meteen ook via rijke kinder- en jeugdliteratuur.

Contact
Onderwijs | Onderzoek
Mis niets van Iedereen Leest