IELS 2025: nog groeimarge voor taalvaardigheid van Vlaamse vijfjarigen

Uit het nieuwe IELS‑onderzoek blijkt dat Vlaamse vijfjarigen minder goed scoren qua taalvaardigheid dan andere deelnemende landen. De Vlaamse resultaten voor executieve functies en voor sociaal‑emotionele vaardigheden vormen wel een goede basis voor verdere taalontwikkeling. Tegelijk toont het onderzoek een sociale kloof aan tussen Vlaamse kleuters, en dat er nog onbenutte kansen liggen om leerkrachten verder te ondersteunen.

door stagiair Jacob Van der Cruysse
© Simon Bequoye en Iedereen Leest

IELS – ofwel International Early Learning and Child Well-being Study – is een nieuw internationaal onderzoek dat naast taal- en wiskundige vaardigheden ook de executieve functies (zoals werkgeheugen) en sociaal-emotionele vaardigheden test bij vijfjarigen in OESO‑landen. Na een succesvolle pilootstudie in 2018 nam Vlaanderen in 2025 voor het eerst deel aan de tweede afname, samen met zeven andere landen, gemeenschappen of regio’s waaronder Engeland en Nederland. Hoewel IELS nog relatief nieuw is en het aantal deelnemende landen en regio’s beperkt is, biedt het onderzoek een eerste internationale vergelijking die de Vlaamse resultaten in perspectief plaatst.

Uit het IELS‑rapport blijkt dat er vooral voor taalvaardigheid nog groeiruimte is. Dit ligt in lijn met de eerdere resultaten van vergelijkbare onderzoeken zoals PIRLS en PISA. Positief is dat Vlaamse vijfjarigen gemiddeld scoren op executieve functies en hoog scoren op sociaal‑emotionele vaardigheden, twee domeinen die aan de basis liggen van een goede taalvaardigheid. 

In dit artikel focussen we op de voornaamste Vlaamse IELS-resultaten gelinkt aan taalvaardigheid, executieve functies en sociaal-emotionele vaardigheden. Wie zich nog verder wil verdiepen in de resultaten kan het volledige rapport raadplegen.

Schaal van 500

Voor IELS worden de vijfjarigen getest met een tabletapplicatie waarop ze opdrachten uitvoeren die zijn afgestemd op de verschillende domeinen. De resultaten voor deze opdrachten worden vervolgens geanalyseerd op hun moeilijkheidsgraad en op het specifieke antwoordpatroon van elk kind. Door te kijken hoe vaak opdrachten (niet) correct worden opgelost, ontstaat een doorlopende schaal van ‘makkelijk’ tot ‘moeilijk’. Die schaal wordt uiteindelijk omgezet naar een internationale puntenschaal met een gemiddelde rond 500. Een score rond 500 staat dus voor een gemiddelde vaardigheid; hogere of lagere scores duiden op respectievelijk meer of minder beheersing. Naast deze metingen verzamelt IELS ook informatie over de ontwikkelingscontext van de vijfjarigen via vragenlijsten voor leerkrachten, directeurs en ouders.

Taalvaardigheid

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

De onderzoekers gingen na hoe taalvaardig vijfjarigen zijn. Ze focusten hierbij op woordenschat, fonologisch bewustzijn en luistervaardigheid – belangrijke voorspellers voor de latere vaardigheden rond begrijpend lezen, die onder de loep werden genomen door het PIRLS-onderzoek in 2021.

Luisterbegrip

Voor Nederlandse taalvaardigheid behaalden Vlaamse vijfjarigen een gemiddelde score van 483 over alle deeldomeinen heen. Dit ligt significant onder het IELS-gemiddelde en onder de scores van vergelijkingslanden Engeland en Nederland. Opdrachten die peilden naar het luisterbegrip bij vijfjarigen, toonden aan dat zij moeilijker zelf inhoudelijke conclusies konden trekken bij losse zinnen die ze hoorden. Opdrachten waar info letterlijk wordt meegegeven, konden vijfjarigen vaker goed beantwoorden. Met langere luisterteksten hadden ze dan weer meer moeite om opgaven correct te beantwoorden.

Woordenschat

Verschillende opdrachten peilden naar de woordenschatkennis van vijfjarigen. Zowel basiswoorden als moeilijkere woorden kwamen aan bod. Basiswoorden als fiets, stoel of huis begrijpen de meeste vijfjarigen. Toch had één op tien moeite om basiswoorden te begrijpen. Die kennis van basiswoorden is cruciaal. De 10% die bepaalde basiswoorden nog niet onder de knie heeft, mogen we dus niet over het hoofd zien. 

Fonologisch bewustzijn

Bij fonologisch bewustzijn gingen onderzoekers na of vijfjarigen bepaalde klanken en klankstructuren in gesproken taal herkennen. Zes op de tien vijfjarigen konden makkelijk de eerste klank van een woord herkennen. Klanken die op de tweede en derde plek komen (zoals ‘o’ en ‘s’ in ‘los’) werden correct benoemd door 55 en 53%.

IELS & PISA

De IELS-onderzoekers vergeleken het algemene resultaat rond taalvaardigheid ook met de PIRLS-resultaten bij tienjarigen. Alhoewel beide internationale studies andere aspecten van taal- en leesvaardigheid onderzochten, zien de onderzoekers ‘een nog minder gunstig beeld [wat de IELS-resultaten betreft, red.] dan de Vlaamse score in PIRLS 2021, die net boven het gemiddelde [van deelnemende PIRLS-landen, red.] lag’.

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

Executieve functies

Op het vlak van executieve functies presteert Vlaanderen overwegend gemiddeld. Het werkgeheugen springt er licht bovenuit met 502 punten op de schaal van 500. Vlaamse vijfjarigen lukt het dus overwegend goed om informatie vast te houden en te bewerken. Inhibitie (496) - de vaardigheid om impulsen gericht te onderdrukken - en mentale flexibiliteit (495) - het vermogen om snel te schakelen wanneer regels of verwachtingen veranderen - net onder het gemiddelde blijven.

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Vooral op het vlak van sociaal-emotionele vaardigheden blinken de Vlaamse kleuters uit. Zo behalen ze een score van 530 als ze emoties van een fictief personage uit een luisterverhaal moeten herkennen. Dat is een aanzienlijk betere score dan de andere landen en regio’s. Ook wanneer de vijfjarigen zich emotioneel moeten inleven in het personage (emotieattributie) scoren ze met 505 net boven het IELS-gemiddelde. Het empathisch vermogen van vijfjarigen lijkt dus wel op scherp te staan.

Een geïntegreerde aanpak

Opvallend is dat de onderlinge verschillen tussen vijfjarigen relatief beperkt blijven, en dat voor zowel taalvaardigheid als executieve functies en sociaal-emotionele vaardigheden. Zo is er zelfs voor de best presterende kinderen nog groeiruimte, maar zijn er ook geen grote groepen vijfjarigen die achterophinken. Wanneer rekening wordt gehouden met de sociaal‑economische status van de vijfjarigen, verandert dit beeld: de resultaten vallen dan aanzienlijk minder gunstig uit voor kinderen met een lage SES. Vlaanderen behoort tot de deelnemende landen en regio’s met de grootste sociale kloof, met een verschil van bijna 100 punten in (Nederlandse) taalvaardigheid.

“Een sterke prestatie op werkgeheugen en mentale flexibiliteit gaat vaak samen met een betere taalvaardigheid. Ook een goed vermogen tot emotieherkenning blijkt gunstig voor de taalontwikkeling.”

Uit de IELS-resultaten blijkt verder dat de verschillende ontwikkelingsdomeinen sterk met elkaar samenhangen. Zo gaat een sterke prestatie op werkgeheugen en mentale flexibiliteit vaak samen met een betere taalvaardigheid. Ook een goed vermogen tot emotieherkenning blijkt gunstig voor de taalontwikkeling. Een te enge focus om één specifiek domein afzonderlijk te stimuleren, is dan ook niet aangeraden. In plaats daarvan benadrukken de onderzoekers hoe belangrijk een geïntegreerde en speelse aanpak is, die aansluit bij de leefwereld van kleuters en waarin de verschillende domeinen elkaar versterken. 

Meer leerkrachten, meer professionalisering

Om de ontwikkelingscontext in kaart te brengen waarin Vlaamse vijfjarigen opgroeien, namen de IELS-onderzoekers ook een vragenlijst af bij leerkrachten, directeurs en ouders. Meer dan 40% van de betrokken Vlaamse kleuterleerkrachten geeft al minstens twintig jaar onderwijs aan vijfjarigen. Toch botsen kleuterleerkrachten vaak op structurele uitdagingen. Door aanhoudende personeelstekorten staan ze vaak alleen voor grote groepen, waardoor één‑op‑één‑contact met kinderen zelden mogelijk is en hun expertise niet ten volle kan worden benut.

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

Daarnaast benadrukken directeurs de groeiende vraag naar professionalisering rond voornamelijk taal en meertaligheid, maar ook in domeinen zoals executieve functies. Om aan de noden van elk kind tegemoet te komen, is er ook kennis nodig over een gedifferentieerde aanpak. Volgens de onderzoekers liggen er, met de uitdagende context van de leerkrachten en het belang van geïntegreerd werken in het achterhoofd, vooral nog onbenutte kansen in het (vaker) inzetten van herhaald en interactief voorlezen in de klas – zeker wanneer daarbij expliciet aandacht wordt besteed aan emoties. Met leertrajecten over interactief voorlezen spelen leerplatformen zoals Iedereen Leest Academie hier een cruciale rol. Ook met het oog op de nieuwe minimumdoelen biedt interactief voorlezen aanzienlijke kansen.

De brug tussen school en thuis

Het onderzoek onderstreept ook het belang van ouderbetrokkenheid als positieve voorspeller van goede resultaten bij de vijfjarigen in de verschillende domeinen. Hoewel directeurs aangeven dat ze ouders al vaak betrekken bij algemene schoolactiviteiten, worden ouders nog te weinig actief betrokken bij het leerproces van hun kind. 

Tegelijk wordt ook duidelijk hoe sterk deze betrokkenheid samenhangt met de eerder aangehaalde sociaaleconomische omstandigheden: voor kansarme vijfjarigen is de thuisomgeving vaak minder rijk, omdat ouders er vaker alleen voor staan en kinderen minder toegang hebben tot materialen die hun vaardigheden stimuleren. Zo is het aantal boeken dat thuis aanwezig is ‘een veel gebruikte indicator van de sociaal-culturele en materiële thuisomgeving.’ Waar 17% van de gezinnen aangeeft hooguit tien kinderboeken in huis te hebben, groeien drie op de tien kinderen juist op in een omgeving met meer dan vijftig boeken. Uit de bevraging van Vlaamse ouders blijkt bovendien dat ze beduidend minder vaak voorlezen dan ouders in andere deelnemende Europese landen. Initiatieven zoals Boekstart, dat boeken voor baby’s en peuters in de thuisomgeving brengt en er interactief voorlezen stimuleert, zijn volgens IELS-onderzoekers dan ook van blijvend belang voor de ontwikkeling van vijfjarige kleuters. Dergelijke programma’s vormen volgens hen een tegengewicht voor sociale ongelijkheid.

Samen jonge lezers maken

Het belang van een onderzoek als IELS mogen we niet onderschatten. We zien niet alleen een momentopname van een reeks vaardigheden bij vijfjarigen. IELS toont dat de helpende volwassene – zowel in de klas als thuis – gerichte omkadering nodig heeft. Iedereen Leest maakt werk van verdere professionalisering, zoals bij de Iedereen Leest Academie. In de vele leertrajecten komen ook inzichten uit onderzoek en praktijk aan bod over interactief voorlezen, maar ook over de rol van ouders en hoe je hen actief kan betrekken bij het leesonderwijs op school.

© Simon Bequoye en Iedereen Leest

Het Boekstart-programma kent in het kader van ‘Ieder kind taalheld’, een actienota van de Vlaamse overheid, een verdere kans met ‘Boekstart voor kleuters’. Dit nieuwe luik in het Boekstart-programma versterkt de samenwerking tussen bibliotheken en kleuterscholen. Openbare bibliotheken hebben immers veel expertise om een divers en aantrekkelijk boekenaanbod tot bij jonge kinderen te brengen. Bewezen methodes zoals interactief voorlezen stimuleren niet enkel de taal- én leesvaardigheden van jonge lezers, maar prikkelen ook het plezier in verhalen en leggen een kiem voor leesmotivatie.


Contact
Beleid, onderzoek en digitale strategie
Mis niets van Iedereen Leest