Jeugdboekenmaand in de praktijk: Boeken in de sporthal

Met het thema 'Sport en Spel' staat Jeugdboekenmaand dit jaar in het teken van plezier maken en doorzetten, van verbeelden en sterk worden. Nochtans associëren we lezen en sporten niet snel met elkaar. Hoe kun je boeken dus binnenbrengen in de sporthal? Twee praktijkvoorbeelden wijzen de weg.

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

Sporten via verhalen

VBS Ten Bos © Simon Bequoye en Iedereen Leest

Lezen en sporten gaan hand in hand, maar kan je ook bewegen aan de hand van verhalen? Eveline Triest gelooft van wel. Onder de naam MultiMove en Multiskillz organiseert ze bewegingslessen in Zwijndrecht, voor kleuters en kinderen tot 12 jaar. ‘Zeker bij kleuters werken we met een duidelijke verhaallijn om ze te motiveren. We proberen verschillende sporten uit en het verhaal is de rode draad in al die disciplines. Bij de kampen is dat een boek, dat de coaches bovenhalen tijdens een rustmoment en vervolgens gebruiken om te bewegen. Tijdens de wekelijkse lessen werken ze niet met één boek, maar met een verhaallijn omdat het te veel voorbereidingswerk vraagt om elke les een nieuw boek te betrekken. Dan trekken we dus één verhaalwereld door in de twaalf lessen. We visualiseren die ook in een kaart, waarop we telkens een etappe van het verhaal volgen. Op het einde van elke les mogen de kinderen een sticker op de kaart kleven.’

“We trekken één verhaalwereld door in de twaalf lessen. Die visualiseren we ook in een kaart, waarop we telkens een etappe van het verhaal volgen.”

Verhalen zijn een dankbaar middel om de kinderen mee te trekken in de oefeningen. Dat merkt Eveline extra goed op de momenten wanneer ze als turnleerkracht in het buitengewoon onderwijs niet met verhalen en beelden werkt. ‘De kinderen zijn dan veel drukker en doen minder goed mee. Als ik zeg dat ze moeten springen, doen ze dat een beetje. Maar als ik vraag om te springen zoals een kikker, geraken ze superhoog.’

Sportkamp met boekenhoek

Net als in vele gemeentes worden er in Zelzate elke vakantie sportkampen georganiseerd voor kinderen van de lagere school. Het is een fijne manier om de kinderen spelenderwijs te laten bewegen, maar hun energie blijft natuurlijk niet constant pieken, merkte sportfunctionaris Els De Smet. Daarom ging ze op zoek naar alternatieven voor de opvang voor- en achteraf. ‘Omdat veel kinderen ‘s avonds uitgeput zijn van de sportactiviteiten, besloten we extra materiaal aan te bieden waarmee ze zelf mee kunnen spelen, zoals blokken, speelpakketten, knutselmateriaal en ook boeken.’

VBS Ten Bos © Simon Bequoye en Iedereen Leest

Els laat aan de medewerkers van de bibliotheek weten rond welk thema het kamp zal werken en krijgt een bijbehorend boekenpakket aangeleverd, voor verschillende leeftijden. Die krijgen een plek in de boekenhoek in de sporthal. ‘In een ideale wereld is dat een ruimte met kussens en matjes,’ zegt ze, ‘maar de sporthal wordt ’s avonds ook gebruikt voor de gewone werking, dus we moeten de boeken elke avond weghalen en ’s ochtends terugzetten. We richten de leeshoek wel elke dag op dezelfde manier in met matten, kleine tafels en stoelen, waardoor de kinderen weten dat dat de rustige zone is, afgescheiden van de fysieke inspanningsactiviteiten.’

“Bij de jongste groepen, van 4 tot 6 jaar, lezen we soms voor uit een boek om het kampthema in te leiden ’s ochtends, of als rustmoment op het einde van de dag.”

Zowel in de middagpauze als tijdens de opvanguren kunnen de kinderen zich terugtrekken in de leeshoek en dat blijkt een echt succes. ‘Sinds het begin wordt hij elke dag gebruikt’, knikt Els. ‘Gaandeweg hebben we het uitleensysteem wel wat veranderd. In het begin konden de kinderen de boeken gewoon komen halen, maar toen kwamen sommige boeken terug met een gescheurde pagina of stiftlijnen. Daarom noteren we nu de naam van het kind dat een boek komt halen en checken we zo of het heelhuids terugkeert.’

Ten Bos © Simon Bequoye en Iedereen Leest

Als voormalig leerkracht Nederlands vindt Els het heerlijk om ook in haar huidige werksituatie met boeken bezig te zijn. Als ze genoeg tijd heeft, probeert ze ook verhalen te verwerken in de sportactiviteiten. ‘Zeker bij de jongste groepen, van 4 tot 6 jaar, lezen we soms voor uit een boek om het kampthema in te leiden ’s ochtends, of als rustmoment op het einde van de dag. Bij het thema “water” was dat bijvoorbeeld een stuk uit De mooiste vis van de zee. Voor beginnende monitoren helpen die boeken als houvast. Het is een rode draad waaraan ze de rest van hun activiteit kunnen ophangen. Ook de leeshoek is trouwens een geschenk voor de monitoren: hoe meer de kinderen lezen, hoe minder kinderen kattenkwaad uithalen.’



Deel dit artikel:

Mis niets van Iedereen Leest