De leeswereld van Jean Paul Van Bendegem

Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Jean Paul Van Bendegem, filosoof en wiskundige.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver en Iedereen Leest
© Michiel Devijver en Iedereen Leest

Dit is wat er gebeurt in het wonderlijke brein van professor emeritus Jean Paul Van Bendegem (VUB) als hij naar de kop van een zonnebloem kijkt. Haal eerst even diep adem. Als je op een stoel zit, houd dan de leuning goed vast. Waar de gewone sterveling een stralende hoop gele zaadjes ziet, daarin ziet de Gentse wiskundige en wetenschapsfilosoof eerst de gebogen spiralen waarin die zaadjes zich verschuilen. De éne groep spiralen draait met de klok mee, de ander tegen de tijd in. Als je het aantal spiralen van elke groep optelt, weet Van Bendegem, krijg je bijna altijd getallen als 34 en 55, of 55 en 89. Dat zijn Fibonacci-getallen. Elk getal is de som van de twee vorige: 34 + 55 =89. Vervolgens ontstaan er allerlei nieuwe verbindingen in het caleidoscopische brein van de langharige tovenaar. Hij meet nu de verhouding tussen de opeenvolgende Fibonacci-getallen. Die verhoudingen, rekent hij uit, kruipen steeds dichter naar één getal toe, naar het ultieme, de gouden snede. Zo komt hij uit bij Da Vinci. En zo zitten we in de woonkamer van de innemende man, in Gent, vlakbij het station van Sint-Pieters. 

‘Dat is toch fantastisch!’, zegt Van Bendegem. ‘Die zonnebloem is een soort Alice in Wonderland voor mij.’ Zijn eigen huis is ook een museum op zich, met boekenkasten op iedere verdieping, met kunst aan de muur, met humor, met schoonheid, met alles wat een Wunderkammer betaamt. Het bijzondere aan de anekdote van de zonnebloem, die schijnbaar niks met lezen van doen heeft, is dat deze man ook onverwachte verbanden ziet in hoe verhalen zijn opgebouwd. ‘Toen ik Het lied van ooievaar en dromedaris las,’ zegt hij, ontdekte ik in de opbouw een soort wiskunde. Ik trok even na wie de auteur is, Anjet Daanje. Wat bleek: die is afgestudeerd als wiskundige. Steeds op zoek naar patronen en verbanden die anderen niet of nauwelijks zien. Ik lees dus zoals ik naar die bloem kijk, in volle verwondering, in volle zoektocht. Die zonnebloem leert me iets over de wereld. Zoals Anjet Daanje me iets leert over de mens. Naast de verbanden, ontdek ik ook hoe de ander denkt en redeneert. Vroeger al begreep ik wiskundige formules beter dan mensen. Daarom lees ik zo graag. Niet enkel om het plezier, maar om het plezier om de medemens te begrijpen.’

“'Toen ik "Het lied van ooievaar en dromedaris las",’ ontdekte ik in de opbouw een soort wiskunde. Ik trok even na wie de auteur is, Anjet Daanje. Wat bleek: die is afgestudeerd als wiskundige.”

Blaise Pascal

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Als kind las ik echt ontzettend veel. Ik was een erg gesloten kind, heel introvert. Het werd al grappend gezegd, maar er school waarheid in: “Zet Jean Paul in een hoekske met een boekske en een koekske en je bent van hem af.” Aanvankelijk was wiskunde mijn ontsnappingsroute uit de realiteit. Zeker op school. Ik aardde er niet goed. Wiskunde bracht me tot rust. Dat is een mooi geordende wereld van verbanden, die je toch kan verrassen. Literatuur leek iets heel anders, veel verder weg, minder “logisch” allemaal. Tot ik op het Atheneum aan de Voskeslaan in Gent met verstomming was geslagen toen ik een uitspraak van filosoof Blaise Pascal hoorde: Il est juste que ce qui est juste soit suivi. Onwaarschijnlijk goed gevonden van Pascal. Na afloop van de les zei ik tegen de leerkracht: “Meneer, dat is toch ongelofelijk dat je in de taal ook de precisie kan aantreffen die je in de wiskunde vindt!”, waarop die leerkracht: “Ja ja, Van Bendegem, ja, ja, ’t is goed jong, ga nu maar.” (lacht) Die beide werelden stonden dus niet tegenover elkaar.  Een vriend van me, Koen Raes (de latere ethicus en rechtsfilosoof aan de UGent, red.), was in het hoger middelbaar gebuisd voor wiskunde. Terwijl ik hem in de zomervakantie bijschoolde, reikte hij me boeken aan, vooral de oude Russen. Ik was geporteerd door Dostojevski, vooral door Schuld en boete, thans Misdaad en straf. Raskolnikov is een personage dat mij nog altijd fascineert. Sindsdien heb ik de literatuur nooit meer losgelaten.’

“Een vriend van me was in het hoger middelbaar gebuisd voor wiskunde. Terwijl ik hem in de zomervakantie bijschoolde, reikte hij me boeken aan, vooral de oude Russen.”

Kaas

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

Vóór Van Bendegem dankzij een vriend met de Russen in contact kwam, had de literatuur zich al enigszins aan hem geopenbaard. Niet thuis, maar opnieuw op school. Thuis lagen maar een paar boeken, waaronder de Bijbel. Van Bendegem is de zoon van een uit Zeeland uitgeweken protestantse groenten- en fruithandelaar en een katholieke moeder uit Lochristi. Het geloof stond voorop, maar Jean Paul viel al gauw van dat geloof af, zonder dat het tot scheuren leidde in het gezin. Vader accepteerde ‘de stem van het geweten’ van zijn zoon, wat hij als het geweten van God beschouwde, en pas later begreep Jean Paul de waardering die vader voelde voor zijn selfmade vrijzinnige zoon. 

“Op school leerde ik het werk kennen van Willem Elsschot. De leerkracht las voor uit het openingshoofdstuk van Kaas en niks was nog hetzelfde.”

‘Op school leerde ik het werk kennen van Willem Elsschot. De leerkracht las voor uit het openingshoofdstuk van Kaas en niks was nog hetzelfde.’ Kaas gaat over een bescheiden Antwerpse klerk die vertegenwoordiger wordt in Nederlandse kaas, maar zich verliest in schone schijn en bijzaken zonder ook maar iets te verkopen, en uiteindelijk opgelucht terugkeert naar zijn oude baantje. ‘Er bestond dus blijkbaar ook literatuur over de wereld waar ik zelf vandaan kwam. Frans Laarmans, het hoofdpersonage, kon evengoed mijn vader zijn. De Russen waren erg belangrijk, maar Elsschot was mijn eerste echte ingang in de letteren.’

Oulipo

© Michiel Devijver en Iedereen Leest

‘Aan de universiteit brak mijn culturele wereld open. Toen waren schrijvers als Claus en Mulisch toonaangevend. Ik las veel romans. Uit puur leesplezier, dat zeker, maar ook in de hoop dat lezen mijn eigen schrijven zou aanscherpen. “Blijf maar bij uw wiskunde, taal is niks voor u.” Dat was me altijd gezegd. En dat wilde ik doorbreken.’ Met succes. Van Bendegem heeft al een vracht boeken uitgegeven. Van Hamlet en entropie tot Geraas en geruis - een pleidooi voor imperfectie en Elke drie seconden. Het geeft zijn brede interesseveld weer, dat uitwaaiert van literatuur naar wetenschap naar filosofie, maar ook architectuur, muziek en theater. 

“Ik kon na een dag diagonaal lezen in een paper, ’s avonds thuiskomen en opgaan in de boeken van Richard Powers of Julian Barnes, twee van mijn lievelingsauteurs.”

‘Hoewel ik professioneel natuurlijk heel veel academische artikels las, en scripties, papers, heeft dat functionele lezen mijn liefde voor literatuur niet aangetast. Ik kon na een dag diagonaal lezen in een paper, ’s avonds thuiskomen en opgaan in de boeken van Richard Powers of Julian Barnes, twee van mijn lievelingsauteurs, of in Stijloefeningen van Raymond Queneau van Oulipo.’ (Oulipo staat voor ‘l’Ouvroir de littérature potentielle’, een werkplaats voor ‘potentiële literatuur’ waarin schrijvers (en wiskundigen) hun inspiratie aanwakkerden door zich veranderende regels en beperkingen op te leggen, zoals het gebruik van bepaalde letters, woorden of klanken. Eerder verwees ook Wouter Deprez ernaar in zijn leeswereld, red.).

‘Ach, er valt nog zoveel te lezen’, besluit Van Bendegem. ‘Al vallen mijn helden stilaan weg, zoals Paul Auster. En Kurt Vonnegut is er ook al even niet meer. Altijd blijf ik geboeid door het universum, en door de mens. Straks begin ik aan De Mitsukoshi Troostbaby Company, van Auke Hulst. Dat ligt klaar. Het boek bevat naar verluidt enige science fiction. Nodeloos te zeggen dat ook dat me aantrekt.’

REEKS: Leeswereld

‘Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereldeen interviewreeks van Matthias M.R. Declercq over de rol van lezen, over schoonheid, over taal.

Mis niets van Iedereen Leest