In het atelier van Fleur van der Weel
Hoe ziet de werkruimte van illustratoren eruit? Wat zijn hun rituelen, talismannen en eigenaardigheden? Waaruit putten ze inspiratie en hoe komen ze tot hun beste werk? Journaliste Katrien Steyaert mag binnenkijken in hun ateliers en in hun creatieve geesten. Michiel Devijver maakt er foto’s bij. Deze keer: op bezoek bij Fleur van der Weel in Amsterdam.
door Katrien Steyaert | foto's: Michiel Devijver
Lekker vies
‘In de vele anti-kraakpanden waar ik vroeger werkte, leerde ik dat ik minder honkvast ben dan ik dacht. Je kon er elk moment een belletje krijgen dat je moest verhuizen, maar tot mijn verbazing vond ik dat niet vervelend. Ik nam gewoon mijn spullen, zette me op de volgende plek en ging door – een openbaring! Het was ook handig dat ik het in zulke ruimtes lekker vies kon maken, want hier thuis moet ik weleens kwasten of zeeframen schoonspuiten onder de douche. Toch geniet ik sinds tien jaar van alleen werken, aan mijn keukentafel, waar ik niet beschaamd hoef te zijn over mijn rotzooi of mijn piepende glasplaattechniek.’
Met 42 gezinnen
‘Hier op Zeeburgereiland kan ik heerlijk wandelen aan het water. Ook ons ruimtelijke huis – het tegenovergestelde van een typisch Amsterdamse pijpenla – geeft me een gevoel van vrijheid. We konden het alleen maar betalen omdat we hier met 42 gezinnen samen bouwden en zo de kosten drukten. We delen nu onder andere een binnentuin, exporuimte, cafeetje, theaterzaal, dakterras en jeugdhonk. Regelmatig sleuren de kinderen in ons complex hun matrassen daarheen voor slaapfeestjes, heel grappig. Ik hou ook van de levendigheid van de buurt, en werk graag samen met sommige van de vormgevers of theatermakers die hier wonen.’
Met heel het gezin
‘In het weekend zijn we hier soms met z’n allen bezig: beneden is mijn man aan het klussen, in de keuken is de tafel bezaaid met patronen van mijn oudste zoon die mode studeert, daartussen zit ik mijn ideeën uit te werken, en nog een trap hoger maakt mijn jongste muziek – heel leuk. Ik ben zelf zo opgevoed: vanuit de Steinerfilosofie stimuleerde mijn moeder ons heel erg om te tekenen, kledij te maken of toneel te spelen – ik deed ze allemaal graag. Het grappige is dat zij creatieve intelligentie belangrijker vond dan schoolse, ze had ook veel gespijbeld, terwijl mijn vader cum laude aan het gymnasium was afgestudeerd.’
Als yoga
‘Toen mijn rechtenstudie niets voor mij bleek te zijn, was het ook mijn moeder die zei: “Gooi die boeken toch in de gracht en ga iets leuks doen”. Op de kunstacademie voerde ik gedisciplineerd alle opdrachten uit, en dat is vandaag nog altijd geen probleem, integendeel: ik moet mezelf soms dwingen om te stoppen. Zoekend naar de juiste kleuren, karakters en texturen zit ik zo in het moment dat het bijna als yoga is. Daarom vind ik de beginfase van een boek de allerlekkerste: dan weet ik nog niet hoe ik alles ga doen. Dat zou ik saai vinden. Ook suf vind ik niet-uitgesproken lijnen. Zelfs van veraf moet je mijn beelden begrijpen.’
“Het is moeilijk om in woorden te vatten, maar bij elk boek weet ik van tevoren wat voor gevoel erin moet, en de kunst is om beelden te vinden die uiting geven aan dat gevoel. Wat helpt, is uit het proces stappen en er daarna vers naar kijken.”
Boterham met kaas
‘Mijn kinderen lachen me uit dat ik elke ochtend alleen maar een boterham met kaas eet, zelfs op hotel ver weg, terwijl ik het op werkvlak niet aankan om twee keer dezelfde techniek te gebruiken. Ergens stoort het me hoeveel tijd en energie dat kost, maar anders kan ik niet overbrengen wat ik wil. Het is moeilijk om in woorden te vatten, maar bij elk boek weet ik van tevoren wat voor gevoel erin moet, en de kunst is om beelden te vinden die uiting geven aan dat gevoel. Wat helpt, is uit het proces stappen – daarom vind ik het zo fijn als mensen last-minute appen: “Kun je nu afspreken?” – en er daarna vers naar kijken.’
'Mijn' Pippeloentje
‘Weet je dat ik boos word als ik slechte teksten krijg toegestuurd?’ (lacht) ‘Ik leg die dan vaak voor aan mijn man, broer of vrienden, terwijl ik eigenlijk al weet: dit verhaal tilt mij niet omhoog. Dat deed Pippeloentje van Annie M.G. Schmidt bijvoorbeeld wel, maar toen ik de vraag kreeg om het opnieuw te illustreren, twijfelde ik of ik wel iets zou kunnen toevoegen. Ik zei pas ‘ja’ toen ik het naar me toe kon trekken door er een heel persoonlijke onderlaag over de geboorte van mijn zonen in te stoppen. Wiegen, dragen, troosten: de beertjes doen het zoals ik het zelf ooit deed. Met houdingen kun je in prenten zoveel overbrengen.’
“Weet je dat ik boos word als ik slechte teksten krijg toegestuurd? Ik leg die dan vaak voor aan mijn man, broer of vrienden, terwijl ik eigenlijk al weet: dit verhaal tilt mij niet omhoog.”
Instortmoment
‘Daarom ben ik misschien tekenaar: omdat ik het opsla als ik bijvoorbeeld een aandoenlijk klein kind met een te grote hond zie lopen. Dat was laatst mijn vertrekpunt voor Spot, een versjesbundel over de enorme liefde tussen een meisje en haar Friese stabij. Om de kijkers alert te houden, gaf ik elk gedicht een aparte kleurstelling – iets wat nu in het boek vlot overkomt, denk ik, maar voor mij veel gedoe was, hoor.’ (lacht) ‘Zelfs na 23 jaar beleef ik nog in elk proces een instortmoment – “Dit komt nooit goed!” – maar daarmee moet je je verzoenen, net als met de vele werkuren, die meestal niet in verhouding zijn met de vergoeding.’
Net naast de werkelijkheid
‘In handboeken zie je soms de “Zeeuwse krastechniek” die ik bedacht: op goedkope glasplaatjes – wij Zeeuwen hebben de naam zuinig te zijn – rol je verf, waarin je dan met een scrapermesje krast. Dat kan makkelijk thuis en het is niet zo duur dat je geen fouten durft te maken. Ik laat ook graag ruimte voor toeval. Het levert een gekke tweestrijd in mezelf op: van nature doe ik alles netjes en tegelijk hou ik erg van een onhandigheid. Liever dan iets precies na te tekenen, zoek ik naar een mate van abstractie, iets net naast de werkelijkheid. Daarom hou ik van de middeleeuwse knulligheid zoals ik die laatst zag in het Rijksmuseum.’
Fanatiek sporten
‘In mijn vrije tijd deed ik vroeger best fanatiek aan hockey, tennis en squash, maar door een heupprobleem moet ik me sinds een jaar beperken tot een uurtje pilates per week. Gelukkig kan ik me ook ontspannen door met vrienden lekker uit eten te gaan – voor ik kinderen had, was ik echt altijd de deur uit – of naar de film. Zeker bij bijvoorbeeld animatiefilms bestudeer ik graag de technische vondsten. Drie jaar geleden volgde ik zelfs twee cursussen bij de Scenariovakschool. Bleek dat ik mijn ideeën totaal niet in woorden kan pakken, dan slaat het dood bij mij. Het vloeit pas als ik mag tekenen, ik ben dus een beeldschrijver.’
“Ik ben gul met beelden omdat ik me als kind altijd in de maling genomen voelde bij pagina’s zonder tekeningen. Die teleurstelling wil ik mijn publiek dus besparen. ”
(Niet) in de maling genomen
‘Ik ben gul met beelden omdat ik me als kind altijd in de maling genomen voelde bij pagina’s zonder tekeningen. Die teleurstelling wil ik mijn publiek dus besparen. Zeker bij peuters en kleuters – de prettigste leeftijd, vind ik – verstop ik vanalles in mijn illustraties om zo beweging, taal, emoties en spel aan te wakkeren. Aan de reactie van mijn man, die kleuterleraar is, lees ik altijd meteen af of mijn pogingen daartoe zullen aanslaan. Tegelijk droom ik ervan om ook eens minder lieflijke, meer brute of lelijke plaatjes te maken. Of een animatiefilm! Al zou ik het monnikengeduld voor de uitwerking totaal missen.’ (lacht)
REEKS: In het atelier
Hoe ziet de werkruimte van illustratoren eruit? Wat zijn hun rituelen, talismannen en eigenaardigheden? Waaruit putten ze inspiratie en hoe komen ze tot hun beste werk? Journaliste Katrien Steyaert mag binnenkijken in hun ateliers en in hun creatieve geesten. Michiel Devijver maakt er foto’s bij.