Terugblik pilot ‘Schoolbreed inzetten op leesplezier’

Hoe kan er schoolbreed werk gemaakt worden van een leesbeleid dat het leesplezier en de leesmotivatie van de leerlingen stimuleert? Die vraag stond centraal tijdens een piloottraject bij zes scholen. Initiatiefnemer Iedereen Leest zorgde voor inhoudelijke ondersteuning en coaching, en blikt na een jaar terug op resultaten en effecten.

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

In mei 2018 gaf Iedereen Leest een workshop rond schoolbreed inzetten op leesplezier en leesmotivatie bij leerlingen, naar aanleiding van het PIRLS-onderzoek eind 2017. Vlaamse leerlingen scoren slecht op leesprestaties en leesmotivatie, was de voornaamste conclusie van dit onderzoek. Veel scholen zijn zich bewust van de urgentie om in te zetten op een hogere leesmotivatie voor een betere leesvaardigheid, maar zoeken naar goede manieren om hier effectief werk van te maken. Iedereen Leest brak tijdens de workshop een lans voor een schoolbrede focus op leesplezier, samen met het hele team en over de klasmuurtjes heen. Nadien werkte Iedereen Leest een begeleidingstraject uit rond schoolbreed werken aan leesplezier. Zes scholen, zowel basis-, secundair, gewoon als buitengewoon onderwijs, stelden zich kandidaat voor dit piloottraject.

Kick-off

© Simon Bequoye | Iedereen Leest

Het begeleidingstraject startte in de zomer van 2018 met de zes geïnteresseerde scholen, die zowel in groot- als kleinstedelijke gebieden liggen. Tijdens een kick-off bij elke school stelde Iedereen Leest het doel scherp van dit traject: een schooljaar lang samen reflecteren en experimenteren hoe leesplezier en leesbevordering een vaste en vanzelfsprekende plek kunnen krijgen binnen de werking van de school.

Vervolgens stond het lees- en taalbeleid van de school centraal: is er al een visie op lezen aanwezig? Is het gekend onder alle leerkrachten? Is het doelgericht en werden leerlingen, ouders of anderen betrokken bij de opmaak? Elke school doorliep zeven stappen om hun lees- en taalbeleid uit te werken of nog verder op punt te stellen met een duidelijke focus voor leesplezier.

Actie en inspiratie

Uit die oefening kwam bij elke school een paar prioriteiten bovendrijven. Zo wou de ene school een aparte ruimte omtoveren tot een knusse leeshoek, een andere school zorgde dat er in elke klas een gevarieerd, divers boekenaanbod was dat van tijd tot tijd onderling werd uitgewisseld. Veel scholen ondernamen ook specifieke acties rond interne communicatie (bijvoorbeeld: tijdens elke teamvergadering stelt een leerkracht voor hoe hij/zij werkt met boeken in de klas) om elkaar beter op de hoogte te houden, zodat de expertise rond lezen en leesbevordering niet beperkt blijft tot een leerkracht.

© Simon Bequoye | Iedereen Leest

Iedereen Leest begeleidde elke school in haar acties en organiseerde ook telkens een pedagogische studiedag die in het teken stond van leesbevordering en leesplezier. Naast interactieve workshops specifiek gericht tot een leeftijdsgroep, werd met het hele schoolteam stilgestaan bij de verdere uitdagingen rond leesbevordering voor de school. Zo werd elke school zich ook bewuster van haar leesbeleid en werking, en durfden ze kritischer reflecteren op hun eigen werk: weten wat je doet en – vooral – waarom je iets doet.

Effecten en succesfactoren

Zoals bij elk begeleidingstraject speelde het proces een belangrijke rol: samen een jaar lang expliciet werken rond leesplezier in het hele team, vonden veel deelnemende leerkrachten een meerwaarde. Ook de thematische pedagogische studiedagen wierpen vruchten af en zorgden voor inspiratie en energie om de prioritaire acties verder uit te werken. Bij elke school werden quick wins gerealiseerd – een boekenhoekje in elke kleuterklas, een duidelijke schoolnieuwsbrief naar ouders over het traject – en stappen gezet voor acties die impact hebben op lange termijn, zoals lezen en boeken ook in andere vakken dan de typische taalvakken ingang te doen vinden.

Tegelijk waren er bij elke school wat moeizaamheden, factoren die ervoor zorgden dat sommige acties niet of slechts gedeeltelijk werden uitgewerkt. Soms zorgde de directie niet voor genoeg draagvlak om aan leesplezier te werken, of werd het belang van lezen en leesmotivatie niet door het hele team erkend. Soms was er ook te weinig ruimte voor kleinere experimenten of evaluatie. Iedereen Leest ziet dan ook enkele succesfactoren of randvoorwaarden om tot een schoolbrede werking rond leesplezier:

  1. Leesmotivatie en leesplezier gaan hand in hand met leesvaardigheid – het belang van een visie;
  2. De directie staat achter de urgentie van werken aan leesvaardigheid en leesplezier;
  3. Het hele team is mee – het belang van een goede interne communicatie;
  4. Durven en doen – het belang van daadkracht;
  5. Evaluatie en reflectie – werkt wat we doen ook echt?

Terugkomdag: blik op de toekomst

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

De leerkrachten uit de zes scholen van het piloottraject ontmoetten elkaar op een terugkomdag in het ABC-huis om hun ervaringen te delen, maar ook om hun toekomstplannen en engagement rond lezen en leesplezier toe te lichten. Bij de start kregen zij toelichting bij de concepten ‘meten en evalueren’ door professor Piet Van Avermaet (Steunpunt Diversiteit en Leren, UGent). De kernboodschap was dat we onszelf als leerkracht of school niet onder druk moeten zetten om direct effecten te kunnen aantonen bij de acties rond leesplezier. Belangrijker is om zichzelf de vraag te stellen ‘Waarom doen we iets?’ en ‘Waarom doen we dit op die manier?’ Naast die reflectie kan je leesmotivatie ook via observaties in kaart brengen: gaan leerlingen spontaner naar de klas- of schoolbib? Vragen ze zelf naar een voorleesmoment of een kwartiertje vrij lezen?

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Nadien gaf elke school een overzicht van haar prioriteiten, aanpak en reflecties op het voorbije traject, en richtten ze hun blik op de toekomst: waarop blijven ze inzetten? Veel scholen gaven aan dat ze erin slaagden om lezen zichtbaarder te maken op school, door een leesplek in te richten, foto’s van lezende leerlingen en leerkrachten of andere initiatieven. Verder bleek de betrokkenheid van collega’s – niet enkel de taalleerkrachten – iets waar je op moet blijven inzetten. Niet elke leerkracht moet uitblinken als leesbevorderaar, maar elke leerkracht moet het belang van boeken erkennen en durven te werken met boeken. Zo maakten enkele collega’s van aardrijkskunde en geschiedenis een boekenkastje in hun vaklokaal met atlassen, historische romans of non-fictie voor kinderen.

De scholen getuigden dat het traject hielp om structureel werk te maken van leesplezier op school. Ze engageren zich om ook de komende schooljaren hierop blijven in te zetten. Het volstaat immers niet om slechts een schooljaar actief in te zetten op leesplezier om de leesmotivatie en leesvaardigheid bij leerlingen te verhogen. In onderstaande filmpje geven de deelnemende scholen en professor Van Avermaet enkele tips om schoolbreed in te zetten op leesplezier.
 

Bekijk enkele tips van leerkrachten en experts over hoe je schoolbreed kan inzetten op leesplezier.


Deel dit artikel:

Contact
Educatief medewerker | Boekenzoeker | Onderwijs