Een meertalige maatschappij weerspiegelen op school

Talen versterken elkaar. De moedertaal is steeds de basis voor het aanleren van vreemde talen. Hoe beter de moedertaal of thuistaal, hoe beter de nieuwe talen die een persoon zal aanleren. Recente cijfers van Kind en Gezin tonen aan dat meer dan een kwart van de kinderen geboren in Vlaanderen in 2017 niet het Nederlands als thuistaal heeft. Als school is het een zoektocht om op de juiste manier met meertaligheid om te gaan. Maar dat meertaligheid een plek moet hebben, dat staat vast. Ook in de boekenkast of tijdens de (voor)leesuurtjes.

© Iedereen Leest

Uit onderzoek van Kind Gezin uit 2017 blijkt dat 28,7% van de kinderen geboren in Vlaanderen thuis geen Nederlands spreken. Kinderen die thuis niet het Nederlands als thuistaal hanteren, worden op school vaak wat eenzijdig ondergedompeld in de Nederlandse taal, gebruiken en cultuur en, over het algemeen, in Nederlandstalige boeken. De culturele rijkdom van het land van herkomst van henzelf of hun familie wordt daarbij meestal over het hoofd gezien. Toch kunnen kinderen hun taal en culturele identiteit niet zomaar als een rugzakje afleggen wanneer ze de schoolpoort binnenstappen. Maar meertaligheid wordt, zeker in een scholencontext niet steevast als iets positiefs beschouwd. Doordat er van kinderen verwacht wordt dat ze hun thuistaal, met daaraan onlosmakelijk verbonden hun thuiscultuur, niet meenemen naar school, voelen kinderen zich vanzelf een stukje minder welkom. Boeken kunnen daar een positieve impact op hebben.

De impact van de thuistaal

Meertalenbeleid en de verhouding tussen de thuistaal en de schooltaal vormen steeds vaker het onderwerp van diepgaand onderzoek. Binnen het onderzoek naar de impact van de thuistaal binnen een educatieve omgeving, zijn er twee stromingen.

Stroming 1: De thuistaal en de band met het leren van een andere taal

Academicus Jim Cummins toonde in 1976 met zijn ijsbergmodel al aan dat inzichten die in de ene taal worden verworven, helpen om een andere taal te begrijpen en sneller verbanden te leggen. De thuistaal vormt dus een waar fundament voor het leren van andere talen. Een soort van centraal onderliggend kennisreservoir. Talen versterken elkaar, en een zwakke moedertaal is nadelig voor het leren van een andere taal.

Amerikaans wetenschappelijk onderzoek toont zelfs aan dat het uitsluiten van de thuistalen binnen een educatieve omgeving een negatief effect heeft op het leren en het welbevinden van de leerling. (Gándara, Hopkins, 2010)

Stroming 2: Thuistaal en welbevinden

Experte Marinella Orioni haalt in recent onderzoek uit 2016 steeds meer het belang van het emotionele aspect van de thuistaal aan. ‘Voor eentalige denkers is het een grote omschakeling om te accepteren dat een persoon niet compleet is zonder zijn persoonlijke talencombinatie. Maar ons eentalig denken is achterhaald, want de eentalige realiteit is achterhaald.’

“‘Voor eentalige denkers is het een grote omschakeling om te accepteren dat een persoon niet compleet is zonder zijn persoonlijke talencombinatie. Maar ons eentalig denken is achterhaald, want de eentalige realiteit is achterhaald.’”

Wanneer meertaligheid als iets positiefs onthaald wordt en een persoon zich comfortabel en ongeremd voelt in elke taal waarin hij functioneert, zorgt dat op alle vlakken voor een harmonieuze ontwikkeling. Kinderen die meertalig opgroeien, hebben de verschillende talen nodig om zich emotioneel te kunnen uiten. Het is dus belangrijk dat ze het gevoel krijgen dat de thuistaal wordt gerespecteerd. Het verwerpen of negeren van de thuistaal op school, staat  gelijk met het afwijzen van het kind. Wanneer de boodschap op school, impliciet of expliciet, luidt: ‘Laat je taal en cultuur achter bij de schoolpoort’, dan laten de leerlingen ook een belangrijk deel van zichzelf  - hun identiteit -  achter. Wanneer leerlingen die afkeuring voelen, zullen ze minder snel en graag deelnemen aan klasactiviteiten en zal ook hun zelfvertrouwen dalen. (Cummins, 2001)

Thuistaal versus schooltaal?

Marinella Orioni

Orioni schaart zich ook achter de bevindingen van Cummins en probeert één en ander wat in perspectief te plaatsen. ‘Het is evident dat Nederlands de onderwijstaal is en blijft. Het is niemands bedoeling om het Nederlands op te offeren ten behoeve van een thuistaal. Dat zou de onderwijsresultaten verslechteren, ieders toekomstkansen verkleinen en bovendien meertaligheid ondermijnen. Maar in tegenstelling tot wat men vaak denkt, staat de thuistaal de schooltaal niet in de weg. In tegendeel, de talen kunnen elkaar juist helpen.’ Ook volgens Orioni kunnen we leerlingen tegemoetkomen door hun kennis via hun moedertaal aan te wakkeren en actief aan te wenden voor het leren van de schooltaal. Op die manier leren ze niet alleen sneller de schooltaal, maar gaat ook de kwaliteit van de thuistaal omhoog, en dat komt weer ten goede aan de schooltaal. Meertaligheid staat volgens haar onderzoek ook de leerkansen niet in weg. Achterstand in de kennis van de schooltaal wordt weleens onterecht verward met een algemene kennisachterstand. 

De school als realistische weerspiegeling van de samenleving

Door thuistalen niet zomaar te weren aan de schoolpoort, maar ze een plaats te geven, wordt de schoolomgeving een realistischere afspiegeling van de dagelijkse maatschappij. Bovendien ontstaat er zo  een positieve houding ten opzichte van taaldiversiteit in de hele klas en bevordert het ook de taalvaardigheden van alle kinderen.

Een meertalenbeleid betreft de hele school en staat of valt met duidelijke afspraken tussen alle leerkrachten én leerlingen over het gebruik van thuistaal. Onderzoek wijst uit dat leerlingen de thuistaal effectief gebruiken voor leerdoeleinden. Er dient wel over gewaakt te worden, dat er steeds een koppeling gemaakt wordt naar het Nederlands.  ‘Het negatief gebruik van de thuistaal op school lijkt te worden overschat, terwijl het belang van de thuistaal voor leerlingen wordt onderschat’, besluit Orioni.

Boeken als spiegels en vensters

Het meertalenbeleid van een school vertaalt zich uiteraard ook in de keuze van de boeken in de schoolbib. Het aanbod van anderstalige boeken in de school-en klasbibliotheken is vandaag in de meeste scholen nog erg laag. Dat geldt bovendien ook voor bibliotheken. In dat kader lanceerde Iedereen Leest in  2011 het project O Mundo, een kleine wereldbibliotheek. O Mundo heeft als doel het belang van meertaligheid, thuistalen en andere culturen op een positieve manier in de klas te brengen via meertalige prentenboeken. Want diversiteit in het boekenaanbod is zowel voor kinderen van Vlaamse als kinderen van niet-Vlaamse afkomst relevant en de vraag naar anderstalige en meertalige boeken vanuit scholen en bibliotheken blijft groeien.

In 1990 lanceerde Rudine Sims Bishop de ondertussen beroemde metafoor van de noodzaak en het belang van boeken als spiegels en als vensters. Kinderen hebben behoefte aan boeken waarin ze zichzelf kunnen herkennen (spiegels) en boeken die een onbekende wereld (zij het reëel, zij het imaginair) voor hen openen (vensters).(i) Een omgeving waarin ook (prenten)boeken in hun thuistaal en vanuit hun eigen cultuur aanwezig zijn, erkent de waarde van hun specifieke culturele achtergrond en stelt migrerende en gevluchte kinderen in staat hun taalvaardigheid in hun thuistaal te gebruiken.  

“Door boeken te gebruiken als iets wat de eigen identiteit symboliseert - iets om trots op te zijn - kunnen we de belemmeringen wegnemen die boeken vaak bevatten voor kinderen die de schooltaal niet goed spreken.”

Door boeken te gebruiken als iets wat de eigen identiteit symboliseert - iets om trots op te zijn - kunnen we de belemmeringen wegnemen die boeken vaak bevatten voor kinderen die de schooltaal niet goed spreken.(ii) Meertalige voorleesmomenten waarbij ouders betrokken worden, zijn een volgende stap. Doordat de thuistaal zo een plek krijgt op school, voelen nieuwe leerlingen die nog maar weinig Nederlands kennen zich meteen veiliger. En dat bevordert hun leerkansen, en hopelijk ook hun leeshonger.

 
(i) Bishop, R. S. (1990) ‘Mirrors, windows, and sliding glass doors’. Perspectives: Choosing and Using Books for the Classroom, 6 (3), ix–xi.
(ii) Sierens, S. and Van Avermaet, P. (2014) ‘Language diversity in education: evolving from multilingual education to functional multilingual learning’. In D. Little, C. Leung. and P. Van Avermaet (eds), Managing diversity in education: languages, policies, pedagogies. Bristol: Multilingual Matters, 204-222.

Deel dit artikel:

Contact
Kennismedewerker vroege geletterdheid, inclusie en onderwijs
Mis niets van Iedereen Leest