Leesplezier, maïzena voor goed literatuuronderwijs

Literatuuronderwijs en leesbevordering worden vaak naast elkaar geplaatst. Uiteraard kennen beiden hun eigen doelstellingen en methodieken, maar vanuit Iedereen Leest zien we veel kansen voor een betere kruisbestuiving, met leesplezier en leesmotivatie als verbindende factoren. Literatuuronderwijs dat dicht bij de leerlingen start, heeft de beste slaagkansen. Meer aandacht voor lezen, leesplezier en literatuur - in de brede betekenis - op elke school, daar pleit Iedereen Leest voor. De rol van de kundige en gepassioneerde leerkracht als gids is hierbij van ontzettend groot belang.

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Dit artikel verscheen in het driemaandelijks tijdschrift Deus Ex Machina, nummer 169 met als thema literatuuronderwijs.
 

'De docent is belangrijk, maak de docent belangrijk. Het boek is belangrijk, maak het boek belangrijk.'
(auteur Abdelkader Benali)

Over literatuuronderwijs, en in het bijzonder over het waarom, het wat, het hoe en zelfs over het voor wie leven er veel visies. Wanneer er over literatuuronderwijs wordt gesproken, gaat het vaak ook impliciet over verwachtingen ten aanzien van leerkrachten, leerlingen, literatuur en onderwijs. Finaal verengt het debat zich bijna  altijd tot de verhouding tussen kennisverwerving en inzicht in literatuur (tekstbegrip en literaire analyse) versus een meer ervaringsgerichte omgang met literatuur (leeservaring en gesprek).

Om leerlingen te laten groeien in hun leesvaardigheid en literaire competenties zijn beide uiteraard nodig. Over de ideale verhouding en volgorde lopen de meningen van (vak)experten en ervaringsdeskundigen uiteen. Didactische en ideologische denkkaders beslissen mee over de keuzes en uitkomsten. Deze vertalen zich ofwel in de roep om een strikte literaire canon en leeslijsten of in een pleidooi voor een vrijere leeskeuze met meer aandacht voor recente literatuur én nieuwe  en andere uitingsvormen, zoals slam poetry. Wanneer we de vraag naar de invulling van een kwaliteitsvol literatuuronderwijs vanuit een leesbevorderingsbril bekijken, dan komen leesmotivatie, betrokkenheid van de lezer en het ervaren van leesplezier nadrukkelijk in het vizier.

“Wanneer we de vraag naar de invulling van een kwaliteitsvol literatuuronderwijs vanuit een leesbevorderingsbril bekijken, dan komen leesmotivatie, betrokkenheid van de lezer en het ervaren van leesplezier nadrukkelijk in het vizier.”

Leesplezier als sleutelrol

Als referentieorganisatie rond lezen en leesbevordering zet Iedereen Leest het belang van een sterke, brede en inclusieve leescultuur voorop. In al onze campagnes en programma’s gaat daarbij veel aandacht uit naar leesplezier als hefboomfunctie. Meer leesplezier, meer lezers! is dan ook bewust ons motto. Wie graag leest, zal meer en beter lezen. Onze visie vertrekt vanuit het belang van lezen voor de persoonlijke ontwikkeling en voor de samenleving. De culturele, sociale, creatieve en economische waarde van lezen is groot, net zoals haar emotionele, cognitieve en emancipatorische kracht.

“Iedereen moet zoveel mogelijk kansen krijgen om kennis te maken met lezen en literatuur. Drempels en uitsluiting moeten worden tegengegaan zodat er geen lezers onderweg afhaken.”

Iedereen moet zoveel mogelijk kansen krijgen om kennis te maken met lezen en literatuur. Drempels en uitsluiting moeten worden tegengegaan zodat er geen lezers onderweg afhaken. Investeer in lezen! Zet in op leesplezier!, dat is de boodschap die Iedereen Leest uitdraagt. Deze boodschap is ook bijzonder relevant voor een sterk literatuuronderwijs dat zoveel mogelijk toekomstige levenslange lezers wil omarmen.

Alarmerende trends

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Het debat rond lezen en ‘ontlezing’ is al een tijdje aan de gang. Onderzoeken zoals PISA (2009) en PIRLS (2016) signaleren alarmerende trends over het gebrek aan leesplezier  en verminderde leescompetenties van kinderen en jongeren in Vlaanderen.  Daarnaast blijkt ook dat de leesmotivatie van kinderen tegen het einde van het zesde leerjaar sterk afneemt (KU Leuven, 2017). Vanuit onze eigen programmawerking zien we dat ondanks de jaarlijkse stijging van juryleden bij de Kinder- en Jeugdjury – de jongste leesjury van 4 tot 16 jaar -  er een steeds kleiner aandeel van lezers 12+ is. Ook vanuit de bibliotheken klinkt de bezorgdheid over het geringe of moeilijke bereik en lage participatiegraad van tieners en adolescenten. In een recente bevraging bij Vlaamse lerarenopleiders (UAntwerpen, 2019) werd de toenemende instroom van een grotere groep studenten die om diverse redenen niet graag (meer) leest en/of onvoldoende literaire bagage heeft, als problematisch omschreven. Over de mogelijke oorzaken en remedies vloeide al veel inkt en zal nog veel inkt vloeien. Het blijft vooral zaak om in deze zoektocht de wetenschappelijk gefundeerde inzichten en aanbevelingen op een goede en duurzame manier naar de onderwijspraktijk te vertalen.

Het bewezen averechts effect van ‘moeten lezen’

De effecten van het bewust en systematisch investeren in leesmotivatie en leesplezier zijn in internationale studies onderzocht en positief bevonden (Erasmus Universiteit Rotterdam, 2017). Er bestaat geen eenduidig recept om leesmotivatie te stimuleren, maar goed literatuuronderwijs kan op verschillende manieren het leesplezier aanwakkeren. Zo is onder meer de effectiviteit aangetoond van methodes die inspelen op de interesses van leerlingen, het ondersteunen van de leerlingen in zelfstandig/vrij lezen, hen doen samenwerken rond leestaken, het praten over boeken en hen zicht geven op hun vorderingen. ‘Moeten lezen’ heeft daarentegen een averechts effect: het leidt niet tot meer betrokkenheid en resulteert hierdoor zelfs in zwakker tekstbegrip. Als kinderen en jongeren verplicht worden om te lezen leggen ze misschien wel meer ‘leeskilometers’ af, maar dit heeft weinig effect als leerlingen zich niet verbonden voelen met de tekst. Integendeel, het ontbrekende engagement om in het verhaal of de tekst te duiken, kan zelfs afkeer van lezen veroorzaken (UGent, 2012).

“‘Moeten lezen’ heeft een averechts effect: het leidt niet tot meer betrokkenheid en resulteert hierdoor zelfs in zwakker tekstbegrip. Als kinderen en jongeren verplicht worden om te lezen leggen ze misschien wel meer ‘leeskilometers’ af, maar dit heeft weinig effect als leerlingen zich niet verbonden voelen met de tekst. Integendeel, het ontbrekende engagement om in het verhaal of de tekst te duiken, kan zelfs afkeer van lezen veroorzaken.”

Vroeg beginnen en structureel blijven inzetten op leesmotivatie en leesplezier

Het is ook zaak om leesmotivatie vanaf heel jonge leeftijd te stimuleren én dat te blijven doen bij de overgang van de basisschool naar het secundair onderwijs en lang daarna. Wie autonoom gemotiveerd is (“ik wil lezen”) ziet lezen als iets zinvols en plezierigs. Zo’n lezer zal nauwer betrokken zijn bij het leesproces, een hogere leesfrequentie hebben en een betere leesvaardigheid ontwikkelen. Betere lees- en leerprestaties leiden op hun beurt weer tot hogere leesmotivatie en grotere kennis.

© Simon Bequoye | Iedereen Leest

Goed literatuuronderwijs op school is geen geïsoleerd gebeuren. Wanneer een school investeert in een schoolbreed lees- en taalbeleid, zich zichtbaar profileert als een leesambassadeur en werk maakt van een inspirerende leesomgeving, waarin boeken zichtbaar aanwezig zijn (boekenhoeken, leesplekken, affiches, gevarieerde boekencollectie …), dan heeft een doorlopende leeslijn ook meer kans op slagen.  Daarnaast zijn een goede samenwerking met de lokale bibliotheek en navorming van leerkrachten op vlak van leesbevordering van groot belang. Deze keuzes tonen expliciet dat het belang van lezen en leesplezier door de school (directie, schoolteam) wordt erkend en dat de school visiegedreven aan een draagvlak bouwt om van leesmotivatie een speerpunt te maken.  

De leerkracht als gids

In zijn opiniestuk ‘Leesvoer voor boekenwurmen in spe’ (De Standaard, 14 mei 2019) buigt leraar Nederlands en literair criticus John Vervoort zich over de prangende vraag hoe je de liefde voor literatuur kan aanwakkeren bij leerlingen. Vanuit zijn jarenlange ervaring weet hij dat voor veel leerlingen literatuur lezen een opgave is of gewoonweg ‘een opdracht voor punten’. Ga voor maatwerk is zijn devies: stel boeken voor die aansluiten bij de interesse en leefwereld van je leerlingen, daag hen uit, help hen keuzevaardig worden, verbreed hun leefwereld door hen te laten kennismaken met diverse genres.  Leraars zijn gidsen, rolmodellen. Door zelf te praten over hun favoriete boeken of genres, door mee te lezen als de leerlingen lezen, door in interactie te gaan met de leerlingen over hun leeservaring of door elke dag voor te lezen (ja, ook in het secundair zeer aanbevelingswaardig), zijn leerkrachten leesbevorderend en prikkelend bezig. Vervoort drukt het als volgt uit:

'Hij moet vooral voorleven wat literatuur kan betekenen en moet kunnen overbrengen waarom lezen waardevol, boeiend, spannend en zelfs ontroerend kan zijn.'

Auteurs het laatste woord over literatuuronderwijs

In De Standaard (12 april 2019) schreef auteur Abelkader Benali over de zin en onzin van schrijvers voor de klas. Openhartig deelt hij het vallen en opstaan in zijn eigen zoektocht als schrijver om jongeren te prikkelen en hen mee te nemen in een verhaal, hen te laten ervaren wat literatuur kan betekenen:

'Wat ik wil doen, is nieuwsgierigheid aanboren. Ik wil reizigers van ze maken. Reizigers in de verbeelding, zodat ze kunnen gaan en staan waar ze willen.'

Alex Boogers © Michiel Devijver | Iedereen Leest

In zijn manifesten ‘De lezer is niet dood’ en ‘Lang leve de lezer’ getuigt Alex Boogers over zijn eigen ervaring als jongere ‘voor wie boeken niet bestemd waren’:

'Misschien had een docent mij kunnen inspireren om te lezen, om dit boek te vinden, of anders een ander boek, dat ik niet kende en dat mij eveneens zou aanspreken. Het boek was er wel, er ligt altijd ergens een boek op je te wachten, maar de docent die me erop kon wijzen was er niet.'

Dichteres Radna Fabias verwoordt het in Leeswereld als volgt:

'Ik had liever gewild dat niet zo’n groot deel van mijn leeservaring vervreemding veroorzaakte. Herkenning naast vervreemding was beter geweest.'

Dat de weg naar het boek niet even toegankelijk is voor iedereen en dat een strikt, canoniek literatuuronderwijs uitsluiting in de hand werkt, is ook het vlammende betoog van schrijfster en leerkracht in het middelbaar onderwijs Ruth Lasters. In haar opiniestuk ‘Ontroering voor het ASO, blingbling voor de rest’ (De Standaard, 2016) hekelt ze een pijnpunt in de leerplannen. Terwijl het leerplan Nederlands ASO inzichten verwerven bij ‘emotieve tekstsoorten’ vooropstelt, beperkt de BSO-variant zich tot ‘functionele taalvaardigheid’, waardoor deze leerlingen worden uitgesloten van taalemotie en -plezier (via poëzie, romans, theaterteksten …).

“Goed literatuuronderwijs is ook veel meer dan alleen ‘boeken lezen’. Er kan ook vertrokken worden vanuit de eigen verhalen en teksten van jongeren.”

Goed literatuuronderwijs is ook veel meer dan alleen ‘boeken lezen’. Er kan ook vertrokken worden vanuit de eigen verhalen en teksten van jongeren. Een inspirerende praktijk ontwikkelde zich bijvoorbeeld tijdens een auteursresidentie van schrijver Fikry El Azzouzi in het secundair beroepsonderwijs om jongeren te stimuleren om te lezen en te schrijven. De jongeren werden begeleid in schrijfworkshops om hun eigen verhalen neer te schrijven. Dit resulteerde in de publicatie Mogen de wijze jongens winnen, gij weet (EPO, 2018) en de jongeren stonden met hun verhalen ook op de podia van KVS en de ROMA. De jongeren beleefden op deze manier wat lezen, boeken en verhalen voor hen kunnen betekenen. En dat was heel veel. Ook voor de lezers en het publiek in de zaal.

Literatuuronderwijs met ambitie

Literatuuronderwijs kan bijdragen tot de persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke participatie, daar zijn we van Iedereen Leest rotsvast van overtuigd. Toch zijn er enkele randvoorwaarden die in het huidige literatuuronderwijs te vaak in de coulissen staan, terwijl ze een plek verdienen op het podium. Leesplezier kan hier als maïzena de verschillende ingrediënten binden. Scholen die lezen zichtbaar maken, gesterkt vanuit een visie die het belang van lezen onderschrijft, bouwen aan een breed draagvlak. Aandacht voor lezen en literatuur – in de brede betekenis – hoort thuis op elke school, ongeacht de aangeboden onderwijsvorm. Een aantrekkelijk, gevarieerd boekenaanbod dat aansluit op de interesses van kinderen en jongeren zorgt voor een snellere toeleiding tot verhalen. De leerkracht treedt hier als gids op, toont leerlingen wat er is en laat hen proeven, reikt hen herkenbare maar ook uitdagende boeken en verhalen aan, gaat met leerlingen in gesprek. Auteur Alex Boogers vat het bondig samen: 'Literatuuronderwijs in zijn beste vorm schept kritische, onafhankelijke creatieve denkers.' Laat dit onze ambitie zijn om samen aan een sterke en brede leescultuur te bouwen voor álle lezers.

Dit artikel verscheen in het driemaandelijks tijdschrift Deus Ex Machina, nummer 169 met als thema literatuuronderwijs.



Deel dit artikel:

Contact
Directeur