PISA 2025: sterk dalende leesvaardigheid in Vlaanderen en de EU
PISA 2025 brengt helaas geen kentering in de resultaten die in voorgaande PISA-onderzoeken werden opgetekend. Er tekent zich een sterke daling van de gemiddelde leesprestatie af. De ongelijkheid wordt groter en de prestatiekloof tussen meisjes en jongens groeit verder. In Europees perspectief behoort Vlaanderen voor lezen tot de hogere middenmoot.
Op 8 september 2026, Internationale dag van de geletterdheid, werden de PISA 2025-resultaten bekendgemaakt. PISA (Programme for International Student Assessement) is een driejaarlijks grootschalig, internationaal onderzoek dat de kennis en vaardigheden van vijftienjaren test, met een focus op drie cognitieve kerndomeinen: leesvaardigheid, wiskundige geletterdheid en wetenschappelijke geletterdheid. Doel van PISA is meten in welke mate leerlingen de verworven kennis en vaardigheden kunnen toepassen in het dagelijks leven binnen en buiten de school. In deze cyclus werd wetenschappen als hoofddomein getest. In het vorige PISA-onderzoek van 2022 stond wiskundige geletterdheid centraal en in 2018 leesvaardigheid. Voor het eerst werd ook gekeken naar het computationeel probleemoplossen. Er werd verder gepeild naar het engagement van leerlingen en ook het school- en klasklimaat en de bredere leeromgeving van leerlingen op school werden bevraagd. Aan deze editie namen 91 landen deel. Het Vlaams rapport vergelijkt de scores in Vlaanderen vooral met de EU27 landen en Engeland. In Vlaanderen werden voor het negende PISA-onderzoek 5012 leerlingen uit 129 scholen getest.
Allereerst voorzichtig positief nieuws: de onderzoekers, verbonden aan de vakgroep Onderwijskunde van de Universiteit Gent, melden wel een sterke positie van Vlaanderen in Europa. Qua gemiddelde score voor wetenschappen, lezen en wiskunde in PISA 2025 scoort Vlaanderen voor wiskunde en wetenschappen boven het OESO- en EU-gemiddelde. Voor lezen zitten we boven het EU-gemiddelde en op niveau van het OESO-gemiddelde (vlg. 2023, toen beter dan het OESO-gemiddelde): 70,6% van de leerlingen in Vlaanderen scoort op of boven het basisniveau voor lezen.
Dalende trend en ongelijkheid
Maar het PISA-rapport voor Vlaanderen laat vooral dalende trends en een hardnekkige blijvende ongelijkheid optekenen. De dalende trends zijn geen uniek Vlaams gegeven, ook in de meeste andere Europese landen dalen prestaties op alle domeinen. In geen enkel EU-land steeg de gemiddelde score op de domeinen lezen en wiskunde in de afgelopen 10 jaar. Vooral de algemene sterke daling voor beide domeinen op korte termijn valt op. Achtergrondkenmerken zoals SES-status, geslacht, thuistaal en migratiestatus en onderwijsvorm zorgen in Vlaanderen voor opmerkelijke verschillen op vlak van leerlingprestaties op de drie domeinen.
Sinds PISA 2009 zien we dalende leesprestaties, met een versnelling sinds PISA 2018. Op vlak van leesvaardigheid volgt de neerwaartse trend de resultaten van het in 2023 uitgevoerde PIRLS-onderzoek, een ander internationaal onderzoek dat tienjarigen test. In december 2027 worden de resultaten van PIRLS 2026 bekendgemaakt. Binnen vier jaar volgt het volgende PISA-onderzoek (voortaan worden de PISA-toetsen vierjaarlijks i.p.v. driejaarlijks afgenomen, red.)
In dit artikel focussen we verder op de belangrijkste PISA-resultaten voor Vlaanderen gelinkt aan leesvaardigheid. Binnen het raamwerk leesvaardigheid wordt in PISA 2025 leesvaardigheid gedefinieerd als ‘het begrijpen, gebruiken en evalueren van teksten, reflecteren over teksten en zich ermee in laten om een doel te bereiken, om kennis en mogelijkheden te ontwikkelen en om deel te nemen aan de maatschappij (OECD, 2019)
“Bijna 3 op 10 leerlingen wordt door PISA als onvoldoende leesvaardig beschouwd om volwaardig aan de hedendaagse maatschappij te kunnen participeren.”
Belangrijke vaststellingen
Beter dan het EU-gemiddelde
De gemiddelde leesprestaties van de Vlaamse leerlingen situeren zich in de hogere middenmoot, samen met landen zoals Finland, Zweden, Italie, Oostenrijk, Duitsland of Portugal. In Europees perspectief volgt Vlaanderen na Ierland, Estland, Engeland en Polen. Op Belgisch niveau ligt het leesniveau op gelijke hoogte met de Federatie Wallonië-Brussel, de Duitstalige Gemeenschap scoort onder het EU-gemiddelde. Landen zoals Nederland, Luxemburg, Letland, Slovenië en Griekenland hebben een significant lagere score dan Vlaanderen.
Laag- en hoogpresteerders voor lezen
Het aandeel laagpresteerders neemt versneld toe. Een groeiende groep leerlingen haalt het basisniveau niet. Het aandeel laagpresteerders steeg in 2025 naar 29,4% (vgl. 2009, 13,4%). Bijna 3 op 10 leerlingen wordt dus door PISA als onvoldoende leesvaardig beschouwd om volwaardig aan de hedendaagse maatschappij te kunnen participeren. Driekwart van de bso-leerlingen en steeds meer jongens halen het basisniveau voor lezen niet. In Europees perspectief verloopt deze toename in een vergelijkbaar tempo sinds PISA 2018.
De groep toppresteerders voor lezen wordt alsmaar kleiner. In 2025 zakt het aandeel toppresteerders voor lezen in Vlaanderen naar 5,6% (vgl. 2009, 12,5%). De afname van het aandeel toppresteerders verloopt in een sneller tempo dan het EU-gemiddelde. In geen enkel EU-land is het aandeel toppresteerders groter dan 10%.
Prestatieverschillen tussen vijftienjarigen
- Spreiding
In Vlaanderen zijn de mate waarin de prestaties van leerlingen verschillen relatief groot, die spreiding zien we al sinds PISA 2015. Voor elk domein, dus ook voor lezen, is de kloof tussen de 10% hoogst en 10% laagst presterende leerlingen groter dan het OESO-gemiddelde. Specifiek voor lezen is de prestatiekloof in vergelijking met het EU-gemiddelde groter.
- Geslacht
Meisjes presteren opvallend beter voor lezen dan jongens. Dat is niet alleen zo in Vlaanderen, maar ook binnen de EU en de OESO. Ze zijn ondervertegenwoordigd in de groep laagpresteerders en oververtegenwoordigd in de groep toppresteerders. De onderzoekers stellen ook een sterkere daling qua leesprestaties van jongens vast sinds PISA 2015 waardoor hun leesachterstand ten aanzien van meisjes steeds groter wordt. Meer dan een derde van de jongens (35,1%) beschikt over onvoldoende leesvaardigheid en haalt dus het basisniveau niet. Een vierde van de meisjes (23,3%) presteert laag voor lezen.
- Socio-economische status (SES)
De socio-ecomonische status blijft een belangrijke voorspeller van toetsprestaties. In alle landen scoren leerlingen uit bevoorrechte gezinnen gemiddeld hoger voor alle domeinen. Voor elk domein presteert meer dan een derde van de leerlingen uit de laagste SES-groep onder het basisniveau. Voor lezen gaat dit over meer dan vier op tien leerlingen (43,1%). Voor Vlaanderen is de samenhang tussen SES en leesprestaties sterker dan het OESO-gemiddelde, maar is er geen significant verschil met het EU-gemiddelde.
- Thuistaal en migratiestatus
In de meeste landen scoren autochtone leerlingen en leerlingen die thuis de testtaal spreken gemiddeld hoger voor alle domeinen. Het aandeel toppresteerders is het grootst onder de leerlingen die thuis meestal Nederlands spreken en het aandeel laagpresteerders hoger bij leerlingen met een migratieachtergrond. Prestatieverschillen volgens thuistaal en migratiestatus zijn groot in Vlaanderen en worden deels verklaard door SES-verschillen. Jongeren die thuis een niet-Europese taal spreken scoren gemiddeld ook lager, maar ook hier spelen SES-verschillen mee. De helft van de leerlingen die thuis meestal een andere taal spreken (20,4%) of leerlingen met een migratieachtergrond halen het basisniveau voor lezen niet. Ook bij de laagpresteerders zien we grote verschillen: 23,1% van de laagpresteerders met Nederlands als dominante thuistaal haalt het basisniveau lezen niet, voor leerlingen met een andere thuistaal gaat dit over 49,2%.
Voor zowel thuistaal als migratiestatus is de prestatiekloof in Vlaanderen groter dan gemiddeld in de EU- en OESO-landen.
- Onderwijsvorm
De verschillen in prestaties voor alle domeinen zijn in Vlaanderen groot volgens onderwijsvorm. Aso-leerlingen scoren het hoogst voor alle domeinen. Leerlingen in het bso, dbso/duaal leren en buso halen gemiddeld de laagste scores. Een grote meerderheid van deze leerlingen haalt het basisniveau niet en er zijn geen toppresteerders voor lezers.
Sinds 2015 dalen de prestaties van alle leerlingen in alle onderwijsvormen. De gemiddelde leesprestaties - behalve in het bso, waar de leesvaardigheid significant daalt tussen 2022 en 2025 - blijven op hetzelfde niveau.
“In Vlaanderen zijn de mate waarin de prestaties van leerlingen verschillen relatief groot, die spreiding zien we al sinds PISA 2015. Voor elk domein, dus ook voor lezen, is de kloof tussen de 10% hoogst en 10% laagst presterende leerlingen groter dan het OESO-gemiddelde.”
Leerling-, ouder- en schoolkenmerken
Via leerlingen-, school- en oudervragenlijsten worden verschillende achtergrondkenmerken bevraagd. Ze bieden inzichten en helpen verschillen in prestaties duiden. Op basis van vragen over nieuwsgierigheid en doorzettingsvermogen werd engagement bij leren gemeten. Ook het cognitief engagement (inzicht in wetenschap) en sociaal engagement werd bevraagd. Daarnaast werd ook gepeild naar het gebruik van AI bij schoolwerk en naar de familiale ondersteuning. Dit onderdeel van het onderzoek geeft geen specifieke resultaten weer gelinkt aan het domein lezen, maar bieden ons mogelijks toch inzichten die ook een invloed hebben op de evolutie van het leesgedrag, de leesmotivatie en leesvaardigheid van jongeren, zowel voor het lezen op school als thuis.
De helft van de leerlingen geeft aan nieuwsgierig te zijn om nieuwe dingen te leren en door te zetten wanneer leren uitdagender wordt. Dit ligt langer dan het gemiddelde in de OESO-landen. Jongens geven ook aan over minder doorzettingsvermogen te beschikken. Socio-economische leerlingen rapporteren een hogere mate van zowel nieuwsgierigheid als doorzettingsvermogen. Ook het sociaal engagement van leerlingen werd bevraagd. Bijna één op drie leerlingen geeft aan zich niet thuis te voelen op school en een grote groep, meer jongens dan meisjes, erkent de waarde van school niet. De helft van de jongeren geeft aan met pestgedrag in aanraking te komen en drie op tien leerlingen rapporteert lawaai en chaos tijdens de lessen.
Hoe vaak gebruiken leerlingen AI voor schoolwerk? Deze vraag werd voor het eerst gesteld. Meer dan twee derde van de leerlingen zegt één of twee keer per jaar een chatbot te gebruiken. Bijna de helft rapporteert minstens één keer per week een chatbot in te schakelen bij het leren. Wat betreft familiale ondersteuning bij onderwijs is er een gemengd beeld. Vier op vijf leerlingen geven aan steun te ervaren, maar één op vijf leren geeft aan (bijna) nooit met hun ouders te praten over schoolproblemen. Vlaanderen scoort op dit punt lager dan gemiddeld in de OESO-landen.
Samen lezers maken!
De cyclus van het PISA-onderzoek 2025 toont een verdere neerwaartse trend op vlak van leesvaardigheid. Die versnelling is zorgwekkend. De groep jongeren die onvoldoende leesvaardig is groeit en de groep sterke lezers wordt kleiner. Ook de prestatieverschillen tussen de vijftienjarigen vertellen ons veel en vragen om actie. Alle hens aan dek dus om het lezen zowel binnen als buiten de schoolmuren te blijven stimuleren, kinderen en jongeren te verleiden tot meer, beter en liever lezen en het leesonderwijs effectief en krachtig verder uit te bouwen. In december 2027 worden de resultaten van het vierde PIRLS-onderzoek bekendgemaakt. De analyse van de scoring is in het najaar van 2026 volop aan de gang. De deelname aan beide internationale onderzoeken houdt de vinger aan de pols en is een belangrijke realiteitscheck voor iedereen betrokken bij de groei van jonge lezers.