Hoe kinderen op school verleiden tot actief en graag lezen?

Leesvaardigheid en leesplezier bevorderen gebeurt niet alleen tijdens de lessen begrijpend lezen. In het hele curriculum zijn er mogelijkheden om leesplezier te stimuleren. Vanuit een gemeenschappelijke visie, een gedragen beleid en een doelgericht gezamenlijk plan kunnen directie en leerkrachten van diverse klassen en leerjaren samen werken aan leesbevordering.

door Katrien Elen
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Dit artikel is een verslag van een deelsessie op de Iedereen Leest-conferentie 'Waarom leesbevordering ertoe doet'. Die vond plaats in Gent op 11 februari 2020. Alle verslagen van die conferentie lees je in een terugblik.

Veel jongeren hebben een minder positieve houding tegenover lezen. Daarnaast scoren ze gemiddeld minder goed op begrijpend lezen dan vroeger. Dat weten we ondertussen, maar hoe kan je het leesplezier van leerlingen vergroten en hun leesvaardigheid bevorderen? Onderwijsexpert Kris Van den Branden, Margot Van Dingenen van Iedereen Leest en auteur Edward van de Vendel delen hun visie.

Vijf sleutels

‘Begrijpend lezen moet terug een topprioriteit worden’, zegt Kris Van den Branden van KU Leuven. ‘Alleen door meer betrokkenheid bij lezen, kunnen onze PIRLS- en PISA-resultaten verbeteren.’ Hoe je dat aanpakt als leerkracht? Van den Branden deelt vijf didactische sleutels:

Kris Van den Branden © Michiel Devijver | Iedereen Leest
  1. Functionaliteit: geef kinderen een reden om te lezen. Wek hun nieuwsgierigheid met een raadsel, een interessante vraag of een attractief onderwerp.
  2. Interactie: ga voor- en achteraf dieper in op de tekst en stel vragen als: ‘Waarom doet het hoofdpersonage dit?’, ‘Waaruit leid je dit af?’ en ‘Zou jij dit ook doen?’
  3. Expliciet strategieën ondersteunen: goede lezers hanteren leesstrategieën die zwakke leerlingen weinig toepassen, van tussentijds samenvatten tot relevante info onderscheiden van bijzaken. Train je leerlingen hierin.
  4. Leesmotivatie ondersteunen: laat leerlingen zelf teksten kiezen die aansluiten bij hun interesses en straal zelf ook uit dat je lezen leuk en nuttig vindt.
  5. Transfer: werk vakoverschrijdend en doe ook aan leesbevordering buiten de taallessen.

Bezorgd dat niet alle leerkrachten op jouw school hiervoor de nodige competenties hebben? Laat hen elkaar observeren met de vijf didactische sleutels in het achterhoofd. Uit onderzoek blijkt dat als een leerkracht dit vijf keer doet, dit al impact heeft op de taalvaardigheid van de leerlingen in de klas.

Vijf succesfactoren

De voorbije schooljaren ondersteunde Iedereen Leest via enkele piloottrajecten verschillende scholen bij de uitbouw van een sterke en uitnodigende leesomgeving. Op basis van die intensieve trajecten deelt Margot Van Dingenen van Iedereen Leest vijf succesfactoren voor een geslaagd en duurzaam leesbeleid.

  • Visie: leesplezier is geen zoveelste jaarthema maar moet op lange termijn structureel worden ingebed in de schoolwerking.
  • Betrokkenheid van de directie: de directie moet actief deelnemen aan het traject en het leerkrachtenkorps enthousiasmeren rond het belang van  lezen.
  • Interne communicatie: laat leerkrachten hun good practises delen. Wellicht zit er al veel kennis rond leesbevordering in het team.
  • Daadkracht: iedere actie heeft voor- en nadelen. Probeer nieuwe ideeën rond meer leesplezier gewoon uit in plaats van te blijven discussiëren.
  • Reflectie en evaluatie: bekijk regelmatig wat je wilt behouden, aanpassen of schrappen.
“Leesplezier is geen zoveelste jaarthema maar moet op lange termijn structureel worden ingebed in de schoolwerking.”

De auteur als leesbevorderaar

Auteur Edward van de Vendel vindt dat auteurs ook in eigen boezem moeten kijken als het over leesplezier gaat. De oorzaak van de ontlezing ligt misschien ergens ook wel bij hen.

Hoe maak je als auteur kinderen dan verliefd op lezen? Volgens Van de Vendel moet je daarvoor een ‘lievelingsschrijver’ worden. Die hebben twee dingen met elkaar gemeen: ze begrijpen hoe jongeren in elkaar zitten en ze hebben een eigen unieke stem. Daardoor schrijven ze ‘lievelingsboeken’: gekke verhalen die echt van de kinderen zijn.

Edward van de Vendel © Michiel Devijver | Iedereen Leest

Uiteraard probeert Van de Vendel ook zo’n schrijver te zijn, want: ‘er is niets mooiers dan een kind dat eerder niet las, wordt gegrepen door jouw boek.’ Zo werkte Van de Vendel mee aan Tijgerlezen, een serie boeken van Querido voor beginnende lezers. Hij schreef hiervoor het eenlettergrepige Heel heel heel vies boek. De uitgeverij vond het eerst ‘te vies’, maar eerste lezers zijn er dol op. Dat het gekke verhaal ook echt heel leuk is, blijkt uit de reacties van de zaal, die meermaals hardop moet lachen als Van de Vendel voorleest.

Om te weten wat er bij jongeren speelt, gaat de auteur dan weer regelmatig met hen in gesprek: zo sprak Van de Vendel voor De gelukvinder met een vluchteling uit Afghanistan en voor Gloei met queer-jongeren. ‘Belangrijk,’ zegt de schrijver. ‘Als je boeken maakt waarvan kinderen niet het idee hebben dat ze over hen gaan, dan zijn het géén goede boeken.’

“Als je boeken maakt waarvan kinderen niet het idee hebben dat ze over hen gaan, dan zijn het géén goede boeken.”

Kortom, geef jongeren niet de schuld voor de ontlezing - iets wat auteurs Alex Boogers en Bart Moeyaert tijdens de conferentie ook zullen beamen - maar doe er als volwassene alles aan om jongeren te warm te maken voor boeken.


Deel dit artikel:

Contact
Educatief medewerker | Boekenzoeker | Onderwijs