Hoe ziet het begrijpend leesonderwijs van Vlaamse basisscholen eruit?

Nadat het PIRLS-onderzoek dalende leesprestaties noteerde bij leerlingen, bekeek de Vlaamse onderwijsinspectie hoe basisscholen werk maken van begrijpend leesonderwijs. Die bevindingen staan nu verzameld in een onderzoekspublicatie. Veel scholen zetten in op leesplezier, maar dat gebeurt niet altijd vanuit een doordacht beleid. Ook de effecten van zo'n leesbeleid in kaart brengen blijkt moeilijk, klinkt het bij de inspectie.

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

PIRLS trok een tijdje terug aan de alarmbel: leerlingen uit het vierde leerjaar scoren niet goed op leesvaardigheid en zijn vaak niet gemotiveerd om te lezen. De Vlaamse onderwijsinspectie besloot om via doorlichtingen het leesonderwijs van basisscholen in kaart te brengen. Op die manier hoopt ze een beter zicht te krijgen op de kwaliteit van het begrijpend leesonderwijs en wil ze kwalitatieve dagelijkse school- en klaspraktijken rond begrijpend lezen delen.

Verschillende onderwijsinspecteurs gingen in 2019 langs bij in totaal 113 basisscholen. Deze lagen verspreid over verschillende provincies, koepels en onderwijsnetten. De inspecteurs wilden vooral inzichten verkrijgen rond het leesbeleid op schoolniveau, de leerpraktijk op klasniveau en rond de kenmerken van scholen die kwaliteitsvol begrijpend leesonderwijs organiseren op klas- en schoolniveau. We zetten de voornaamste bevindingen op een rijtje.

Belang van een leesbeleid op schoolniveau

“Slechts 1 op 3 van de betrokken scholen blijkt een visie op begrijpend lezen te hebben. Veel basisscholen hebben wel een algemene onderwijsvisie, maar vertalen deze niet naar een leesbeleid. ”

Slechts 1 op 3 van de betrokken scholen blijkt een visie op begrijpend lezen te hebben. Veel basisscholen hebben wel een algemene onderwijsvisie, maar vertalen deze niet naar een leesbeleid. Scholen kunnen dan wel verschillende acties rond (begrijpend) lezen op poten zetten, als er geen samenhangend beleid is, zijn die vaak niet doelgericht. Een leesbeleid of leesplan geeft leerkrachten een doelgerichte omkadering en zorgt dat ze zich verantwoordelijk voelen om dit plan te realiseren.

Levenslang leren

© Simon Bequoye | Iedereen Leest

Nu verschillende onderzoeken aantonen dat we in Vlaanderen moeten investeren in begrijpend lezen, zou men verwachten dat leerkrachten verder geprofessionaliseerd worden via allerlei opleidingen en vormingen rond lezen en leesbevordering. Toch oordeelt de inspectie dat ongeveer twee derde niet voldoet aan de verwachtingen op vlak van professionalisering van teamleden. Sommige scholen zetten echter wel in op levenslang leren, door bijvoorbeeld kleine lerende netwerken op te starten tussen leerkrachten. Zij wisselen ideeën en tips uit of observeren elkaars lessen.

Monitoring

Veel scholen vinden het ook niet evident om de effecten van hun initiatieven of beleid rond begrijpend lezen in kaart te brengen. Er is geen leerlingvolgsysteem voor begrijpend lezen en ook geen nulmeting. Daardoor worden sommige acties vanuit een buikgevoel ondernomen. Scholen die goed zicht hebben op de leesvaardigheden, de leesmotivatie en de leesvoorkeuren bij hun leerlingen, kunnen veel gerichter inspelen op de noden die er leven. Gevalideerde toetsen zorgen dan wel voor resultaten op vlak van leesprestaties, maar er zijn nog andere mogelijkheden om het leesgedrag van leerlingen op te volgen, zoals observaties of een persoonlijk leesdagboek waarin leerlingen bijhouden wat ze lazen, of ze dit graag lazen en wat ze leuk en minder leuk vonden aan een verhaal.

Bij 1 op 3 scholen is er wel een brede opvolging voorzien: zowel leesbegrip, leesmotivatie en inzetten van leesstrategieën worden in kaart gebracht via evaluaties en enquêtes, naast de technische leesvaardigheid via gebruikelijke gevalideerde toetsen.

(Voor)leestijd

Iets minder dan de helft van de scholen voorziet onvoldoende effectieve leestijd. Leerlingen lezen vaak enkel als er nog tijd over is. Tijd is een noodzakelijke voorwaarde, maar natuurlijk moet de beschikbare leestijd ook kwaliteitsvol en efficiënt ingevuld worden. Ook hier blijkt iets minder dan de helft een doordachte leesdidactiek te hanteren. Bij meer dan 70% is er wel een interactieve aanpak binnen de lessen begrijpend lezen.

“Kwartierlezen blijkt niet heiligmakend: kinderen krijgen tijdens het kwartier niet altijd voldoende ondersteuning waardoor deze leestijd niet leidt tot een grotere leesbetrokkenheid.”

Veel scholen doen wel aan kwartierlezen, waar kinderen dagelijks een kwartier in boeken lezen. Toch blijkt kwartierlezen niet heiligmakend: kinderen krijgen tijdens het kwartier niet altijd voldoende ondersteuning waardoor deze leestijd niet leidt tot een grotere leesbetrokkenheid. 56% doet systematisch aan leesbevordering en 88% stimuleert leesplezier, al is dat vaak enkel projectmatig via allerlei acties tijdens Jeugdboekenmaand, Gedichtendag of Voorleesweek. Ongeveer de helft van de scholen leest voor in de klassen.

Verouderd leesaanbod

In een derde van de scholen is het leesaanbod eenzijdig of verouderd. Het leesmateriaal is weinig gevarieerd of boekenhoeken zijn weinig aantrekkelijk ingericht. Er blijkt ook een groot verschil te zitten bij klasbibs op dezelfde school. Sommige leerkrachten schakelen de expertise van de openbare bibliotheek in om via wisselcollecties een aanbod te voorzien met verschillende thema’s, genres en talen.

Aanbevelingen

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

De Vlaamse onderwijsinspectie concludeert op basis van deze resultaten dat veel basisscholen inzetten op leesplezier, maar dat de achterliggende leesdidactiek onvoldoende doordacht is. Een effectieve leesdidactiek – zoals de vijf didactische sleutels van de Vlaamse Onderwijsraad – kan nog beter haar weg vinden naar de klaspraktijk. Daarnaast is er nog te weinig monitoring op zowel klas- als schoolniveau. Scholen zouden gebaat zijn bij een aanbod van leerlingvolgsystemen voor begrijpend lezen, waar aandacht is voor de leesmotivatie, het leesgedrag en leesbegrip. Zo’n breed instrumentarium levert veel informatie op en waardevolle feedback om het leesonderwijs te optimaliseren. Ten slotte benadrukt de Vlaamse onderwijsinspectie dat een afgestemde aanpak zowel binnen als buiten de school noodzakelijk is: naast een samenhangend beleid met doordachte acties op school, moet er geïnvesteerd worden in samenwerkingen met pedagogische begeleiders, bibliotheken en ouders. Bovenlokale organisaties zoals nascholingsorganisaties, pedagogische begeleidingsdiensten, lerarenopleidingen en Iedereen Leest moeten hun krachten dan ook bundelen om scholen en leerkrachten te ondersteunen om samen te werken aan een sterk en uitdagend leesonderwijs voor alle Vlaamse leerlingen.


Deel dit artikel:

Contact
Coördinator vorming | Onderwijs en kinderopvang