De leeswereld van Abdelkader Benali

‘Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Abdelkader Benali.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Zijn naam lijkt wel een schoolopdracht. Terwijl je hand je hoofd stut en je dromend van Lionel Messi of Taylor Swift door het raam kijkt, staat de juffrouw plots naast je lessenaar: ‘Splits je deze naam even in lettergrepen?’ Zeven stuks en een hoofd rood als een kerstomaat: ‘Ab-del-ka-der Be-na-li.’ Later, op de middelbare school, komt die naam terug, in een lijstje van bekende, gelauwerde Nederlandse schrijvers, en nog later staat hij zelfs in levende lijve voor de klas, en predikt hij Het Woord. ‘Jawel’, zegt Abdelkader Benali, ‘noem me maar een evangelist! Ik ga vaak spreken op scholen en probeer jongeren te overtuigen van de kracht van literatuur, van lezen.’
Benali is zo’n man die kennelijk niet hoeft na te denken. In het café, een statig hoekpand in Rotterdam, praat hij in volzinnen, zonder ruis, en heeft ieder woord waarde. Alsof hij voorleest uit eigen werk. En dat werk is uitgebreid.

Game of Thrones

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Eenentwintig was hij toen Benali in 1996 enigszins schichtig op de deur klopte van de letteren, maar met Bruiloft aan zee wel meteen de debuutprijs won, om een paar jaar later met De langverwachte al de Libris Literatuurprijs z’n rug op te laden. Met zijn gedichten, romans, theaterstukken, verhalenbundels en culturele televisieprogramma’s is Abdelkader Benali een vuurtoren in de letteren. Eentje die de fakkel ook ontbrandt en op scholen de letteren dus te vuur en te zwaard verdedigt.

‘Makkelijk is dat niet’, zegt hij. ‘Anders dan in een bibliotheek, waar het publiek speciaal voor jou komt, sta je op de middelbare school vaak voor een muur aan onverschilligheid. De eerste paar jaar las ik voor, maar dat sloeg totaal niet aan. Nu pak ik het anders aan en vraag de jongeren waarin ze geïnteresseerd zijn. ‘Game of Thrones’, hoor ik dan, of ‘Narcos.’ Vertrekkende vanuit hun leefwereld graaf ik dieper en leg uit wat de basis is van zo’n televisieserie: het uitgeschreven scenario. Waaruit bestaat zo’n scenario? Uit verhaallijnen, uit vervreemding, uit maskers, uit anticlimaxen, enz. En waar komen die thema’s vandaan? Uit het werk van Aristoteles, Shakespeare, Aristophanes en al die andere reuzen.

‘In tegenstelling tot pakweg twintig jaar geleden vind je de literatuur nu terug in andere verschijningsvormen. De literatuur is de basis van Netflix, van hiphopmuziek, van bioscoopfilms. Literatuur is de bron van dat alles. Je kan dus bij ‘Game of Thrones’ vertrekken en bij Shakespeare eindigen.

“We moeten het boek net omarmen en beseffen dat literatuur nooit een massamedium zal zijn. Maar daarom moet je niet meehuilen met de wolven in het bos. Neen, je moet het woord verspreiden.”

Ik zet me hiermee ook af tegen de doodgravers van die literatuur. Ach man, om de tien jaar wordt de roman doodverklaard en altijd staat hij terug op. Wie leest over lezen hoort de Cassandra’s weerklinken. We moeten het boek net omarmen en beseffen dat literatuur nooit een massamedium zal zijn. Maar daarom moet je niet meehuilen met de wolven in het bos. Neen, je moet het woord verspreiden.

Wehkamp

‘Ook in mijn eigen jeugd was lezen geen vanzelfsprekendheid. Tot mijn vier jaar groeide ik op in een dorp in Marokko waar boeken haast niet bestonden en verhalen oraal werden doorgegeven. Veel weet ik niet meer van die tijd. Al resten er wel een paar beelden: mijn besnijdenis gold als de geboorte van mijn herinneringen. De pijn, de traumatische ervaring. Ik zie ook hoe een kip werd geslacht. En verder weinig. Ook in Rotterdam was de literatuur onzichtbaar voor me. Thuis hadden we twee boeken: de Koran en het telefoonboek. Bij beide boeken had ik het Borgesiaanse idee van De Aleph (verhalenbundel van de Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges, red.), een boek waarin je alles terugvindt, alsof de hele wereld er in vervat is. Hetzelfde idee had ik bij de catalogus van ‘Wehkamp’, een postorderbedrijf (lacht).

“Als oudste van acht heb ik me wél tot boeken gericht. Nabij de slagerij van mijn vader opende een nieuwe bibliotheek en voor mij ging een compleet nieuwe wereld open.”

Mijn ouders stuurden me al begin jaren 80 naar een Koranschool, opdat ik een goede moslim zou worden. De Koran was toen al geen leesboek, eerder een esoterische, mystieke openbaring, geschreven in een zeer moeilijke taal. Mijn tijd op de Koranschool was best hard. Wie de verzen niet keurig uit het hoofd kende, kreeg een flink pak slaag. Nog altijd is literatuur onbestaande in mijn familie. Toen mijn eerste boek net was gedrukt, gaf ik mijn vader een exemplaar. Hij voelde zich wat geïntimideerd, keek er even naar en gaf me het boek gewoon terug. Nog nooit las hij een boek van mij, maar daar heb ik vrede mee.

Als oudste van acht heb ik me wél tot boeken gericht. Nabij de slagerij van mijn vader opende een nieuwe bibliotheek en voor mij ging een compleet nieuwe wereld open. Ik herinner me een mondiaal boek uit de bib waarin ik vanuit een soort oecumenische gedachte las over de Chinese cultuur, de Afrikaanse, de Arabische, enz. Bijzonder interessant. Ik zoog de info in me op, klapte encyclopedieën open en was nooit teleurgesteld in boeken. Zelfs een slecht boek kon mij iets bijbrengen. Ik las alles, ook stripverhalen. Ik heb de hele collectie van Suske en Wiske gelezen. Het éne boek leidde me ook telkens naar een ander. Boeken hieven zich als het ware op. En dan stootte ik op hét boek dat alles veranderde.’

Middeleeuwen

“Net zoals het hoofdpersonage van 'Kruistocht in spijkerbroek' in een andere realiteit terechtkwam, ervoer ik dat ook zo als Marokkaanse jongen. Mijn interculturele interesse werd onbewust aangewakkerd.”

‘Het bekende Kruistocht in spijkerbroek van Thea Beckman las ik achterin de klas. Na twintig pagina’s wist ik: ‘dit is het, dit is wat ik wil doen.’ De middeleeuwen, de geschiedenis, het verhaal en zeker die teletijdmachine, alsof ik de magie van professor Barabas ruilde voor die van Beckman. De verplaatsing in tijd en ruimte is de kern van literatuur. De middeleeuwen stonden in het boek als het ware symbool voor het Rotterdam van de jaren tachtig, voor mijn werkelijke wereld. Net zoals Dolf, het hoofdpersonage in een andere realiteit terechtkwam, ervoer ik dat ook zo als Marokkaanse jongen. Mijn interculturele interesse werd onbewust aangewakkerd. Beckman legde het fundament van mijn schrijversbestaan. Nog altijd. Ach, boeken, ze zijn zo ontzettend belangrijk. En iedereen moet dat weten.’



Deel dit artikel: