De leeswereld van Hendrik Vos

‘Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Hendrik Vos.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Wie vaak afstemt op het journaal, of een duidingsprogramma wat later op de avond, weet dat de dag van een Europakenner nooit stopt. Afhangend van de grillige actualiteit pendelen experten tussen de universiteit en de tv-studio, om eerst de studenten en nadien ook het volk meer inzicht te bieden in de Eurocrisis, de Russische dreiging of de Griekse deflatie. En sinds de Britten besloten het anker op te halen en de EU te verlaten, beheerst Theresa May niet alleen het leven in Groot-Brittannië, maar ook dat van Hendrik Vos, hoogleraar aan de vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent. 'Laat ons zeggen dat de Brexit niet bevorderlijk is voor mijn vrije tijd', lacht hij.

De Europa-expert heeft vooraf nagedacht over zijn leeswereld. In een koffiehuis, nabij de Gentse universiteit, haalt hij een kladblad boven en overloopt een paar kernwoorden, waaronder taal. 'Hoe ouder ik word, hoe belangrijker de taal is bij het lezen. De vorm is evenwaardig aan de inhoud. Daarom is lezen zo’n ontspannende bezigheid: genieten van de stijl, van de woordkeuze, van een plotse wending, en net daarom is het ook zo jammer dat ik te weinig aan lezen toe kom. Na een intense dag aan de universiteit zit mijn hoofd vol en dringt een complexe, gelaagde roman moeilijk tot me door. Dus grijp ik ’s avonds niet naar ingewikkelde filosofische literatuur, maar soms naar kinder- en jeugdliteratuur.'

“Kinder- en jeugdliteratuur is een onderschat genre, net omdat de taal simpel is, of lijkt. Ik kijk met bewondering naar een auteur die er in slaagt om met een minimum aan tekst een maximum aan emoties op te roepen. In een kinderboek is ieder woord afgewogen, komt ieder woord bij je binnen.”
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Tegenwoordig heet iedereen Sorry van Bart Moeyaert is het laatste kinderboek dat ik las, prachtig is het. Kinder- en jeugdliteratuur is een onderschat genre, net omdat de taal simpel is, of lijkt. Ik kijk met bewondering naar een auteur die er in slaagt om met een minimum aan tekst een maximum aan emoties op te roepen. In een kinderboek is ieder woord afgewogen, komt ieder woord bij je binnen. Die puurheid wordt al snel 'simpel' genoemd, maar is dat niet. Thuis lees ik de boeken van Toon Tellegen. Die slaagt er in een jeugdboek een diepgang te verlenen die ook volwassenen aanspreekt. De absurditeit van zijn verhalen dringt volgens mij niet altijd door tot de jongeren, maar doet mij wel glimlachen. Van De genezing van de krekel tot Het wezen van de olifant: altijd opnieuw trekt Tellegen me zijn verhaal binnen en is de taal zoveel complexer dan op het eerste gezicht lijkt.

Ook graphic novels hebben die kracht. Natuurlijk versterkt het beeld het verhaal, maar daar draagt ook de zuiverheid van de taal toe bij. Denk aan Armstrong. De avontuurlijke reis van een muis naar de maan, een kinderboek van Torben Kuhlmann. Prachtig.'

 

Kramp

'Dat ik houd van verzorgde en heldere taal maakt dat ik me erger aan het zogenaamd 'academisch' taalgebruik. Alsof een universitaire paper niet helder en to the point mag en moet zijn. Studenten schieten te vaak in een kramp. Ik geef altijd hetzelfde voorbeeld: verklaren een jeugdauteur en een uniefstudent elkaar de liefde, dan zegt de eerste: 'Ik houd van u', waarop de student: 'Er wordt door mij ook van u gehouden.' Dat is toch onnozel? Ik zeg het hen vaak: schaam u daar voor en schrijf zo eenvoudig en zo helder mogelijk. Mits heldere taal zou de wetenschap ook makkelijker aansluiting vinden bij de buitenwereld. En ik spreek niet louter over studenten, ook lesgevers vervallen vaak in wollig, omzwachteld taalgebruik en missen hun doel.'

In 2008 kreeg Hendrik Vos samen met VRT-journalist Rob Heirbaut de Wablieft-prijs voor hun duidelijke taal. Aan de UGent zei toen een collega: 'De Wablieft-prijs? Dat is ook geen cadeau hé.' 'Ik was verbouwereerd', zegt Hendrik Vos. 'Het is net de mooiste prijs die ik ooit kreeg. Het is ook de enige, maar soit.' (lacht)

Polleke

“Ik kom niet uit een belezen milieu en kan me zelfs geen beeld voor de geest halen van vader of moeder die een boek lezen. Vader werkte in een papierfabriek, moeder bleef thuis om voor de kinderen te zorgen Lezen werd wel aangemoedigd, waardoor ik wellicht de hele bibliotheek van Puurs heb uitgelezen.”

'Ik kom niet uit een belezen milieu en kan me zelfs geen beeld voor de geest halen van vader of moeder die een boek lezen. Mijn vader werkte eerst in een papierfabriek en kwam nadien snel in een beschutte werkplaats terecht. Moeder bleef thuis om voor de kinderen te zorgen, haar drie zonen. Lezen werd wel aangemoedigd, waardoor ik wellicht de hele bibliotheek van Puurs heb uitgelezen. Je kan mijn jeugd als het ware reconstrueren aan de hand van de boekenrekken. Op mijn twaalfde las ik De naam van de roos van Umberto Eco, al snapte ik er niet veel van. Nadien las ik ook de Russen, Dostojevski en Tolstoj, en tussendoor bergen detectiveromans. Het eerste boek dat me als kind echt bijbleef is Polleke wordt missionaris. Digitaal vind ik geen enkel spoor meer dat naar dat boek leidt. Het was ongetwijfeld doordrenkt van het toenmalige katholieke paternalisme, maar ik dacht er even aan missionaris te worden. (lacht)

Nerd

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'In het dorp waar ik opgroeide, Puurs, was niks te beleven, dus speelde alles zich af in mijn hoofd. Ik was altijd aan het lezen en had het imago een nerd te zijn. Dat kon ook moeilijk anders: ik had ros haar, haalde op quasi alle examens de maximumscore en ik was ook misdienaar. Als kind werd ik gepest en probeerde het beeld van de lezende nerd te counteren. Maar dat was moeilijk. Voetballen, dat zou ik doen, tot de trainer zei: 'Sport, dat is niks voor u, manneke.' Mijn functioneren was normaal in die tijd, maar ik las dus de hele tijd. Natuurlijk word je dan niet als cool bevonden. Een rotjeugd had ik niet, verre van, het gezin waarin ik opgroeide was warm, maar zonder de bibliotheek was het wellicht een hardere noot.'

'Ik herken mezelf nu in de zoon van één van mijn broers. Merlijn is mijn petekind en wandelt al lezend door het huis. Hij opent de koelkast met zijn linkerhand terwijl zijn rechterhand het boek openhoudt. Dat is mooi om zien en voert me terug naar vroeger.'

Mont Ventoux

“Het is de taal, het echte schrijven, die me nu uitdaagt. Ik droom er van zelf een roman te schrijven.”

'Eigenlijk ben ik een soort zondagskind. Zowel de lagere school, de middelbare school als de universiteit kostte me weinig moeite. Ik kon nadien snel aan de slag als hoogleraar. Ook op sportief vlak liggen de kaarten goed. Was ik als kind tijdig beginnen koersen, dan was ik misschien profwielrenner geworden. Dat heb ik op mijn dertigste ontdekt, te laat natuurlijk. Dan trok ik op mijn eentje de bergen in, sneeuw of geen sneeuw, om cols te beklimmen, in een tentje te overnachten en mezelf fysiek te testen. Nog altijd fiets ik erg veel. In de Provence heb ik een huisje met uitzicht op de Ventoux, een berg die ik wellicht al een paar honderd keer ben opgereden. Het is de taal, het echte schrijven, die me nu uitdaagt. Ik droom er van zelf een roman te schrijven. Een plan heb ik niet, nu nog niet, maar ik hoop dat ik het ooit aandurf.'



Deel dit artikel: