De leeswereld van Nozizwe Dube

‘Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal. Deze aflevering: Nozizwe Dube.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Drieëntwintig jaar is Nozizwe Dube, en nu al heeft ze een eigen Wikipediapagina. Het zegt iets over de impact die de jonge rechtenstudente heeft. Over de snelheid ook: als veertienjarige arriveerde Nozizwe als politiek vluchteling in België, zes jaar later werd ze verkozen tot voorzitster van de Vlaamse Jeugdraad, in 2017 schopte ze het tot 'Young European of the Year', een prijs mee uitgereikt door het Europees Parlement, en bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 bekleedde Nozizwe de vierde plek op de CD&V-lijst in Tervuren. 'Wel, euh, ja, het gaat snel', lacht ze. 'En dat mag ook. Geen idee hoe mijn toekomst er verder uitziet. In dit leven heb ik al genoeg meegemaakt, om me daar geen zorgen over te maken.'

Dat turbulente leven is een roman op zich, een bildungverhaal dat aanvangt in Mutare, een stad in het uiterste oosten van Zimbabwe, dicht bij de grens met Mozambique. 'Daar stootte ik op Things Fall Apart, een boek van de Nigeriaanse schrijver Chinua Achebe. Ik woonde toen bij mijn grootouders. Zowel mijn grootvader als mijn grootmoeder stonden elk afzonderlijk aan het hoofd van een school. Dat gaf me toegang tot twee schoolbibliotheken en leidde ook tot een uitgebreide boekenkast thuis. Mijn vader heb ik nooit gekend en mijn moeder woonde een stukje verderop.' Als politiek activiste verzette ze zich tegen de dictatuur van Robert Mugabe.

“Mijn ogen gingen open. Voor het eerst las ik een verhaal dat nauw aansloot bij mijn leefwereld. Een boek met zwarte hoofdpersonages die een leven leiden in de Afrikaanse gemeenschap. Dat verhaal stond haaks op de jeugdboeken die ik eerder las.”
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

'In Things Fall Apart vond ik oude aantekeningen van mijn moeder en begreep al snel het belang van dat boek. Mijn ogen gingen open. Voor het eerst las ik een verhaal dat nauw aansloot bij mijn leefwereld. Een boek met zwarte hoofdpersonages die een leven leiden in de Afrikaanse gemeenschap. Dat verhaal stond haaks op de jeugdboeken die ik eerder las. Zimbabwe behoorde lange tijd tot Groot-Brittannië en het westerse narratief had nog altijd de bovenhand. Dus las ik als kind, onwetend, de boeken van Roald Dahl en Enid Blyton, zeker haar reeks avonturenverhalen van The Famous Five, en stelde mij geen vragen bij de huidskleur van de hoofdpersonages. Je leest over het Britse leven en vergelijkt dat niet met je eigen leefwereld. Zelfs niet met dat van de andere leerlingen in je klas. Ik herinner mij één van de eerste lessen op de lagere school. Bij wijze van kennismaking met de klasgenoten moesten alle leerlingen een zelfportret tekenen. De zwarte kinderen met het typische afrokapsel beeldden zichzelf af als blank, met steil haar en blauwe ogen. Oudere jongens zeiden toen: 'Maar zo zien jullie er toch niet uit?' Die kinderlijke onschuld verdween bij het lezen van Things Fall Apart. Dat was het eerste dominosteentje dat viel. Nadien keek ik met andere ogen naar de televisie: 'Waarom zie ik quasi alleen blanke mannen in die programma’s? Waarom ken ik bijna geen zwarte schrijvers?''

Ageren

Dat dominosteentje in Zimbabwe leidde tot een intelligente, kritische en aimabele jongedame die nu in Vlaanderen zegt waar het op staat. Nozizwe Dube praat genuanceerd over thema’s als kolonialisme, racisme, discriminatie en gendergelijkheid. En dat heeft een prijs. Ze weet wat haatmail is, ook wat een 'dikke negerin' is, en al komt dat telkens hard aan, ze blijft praten over Leopold II, over dekolonisatie en kruist haar vingers dat het debat eindelijk op gang komt.

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Ze haalt een boek uit haar handtas: Nervous Conditions van Tsitsi Dangarembga. 'Ook dat boek heeft een bepalende rol gespeeld in mijn jeugd', zegt ze. 'In Nervous Conditions ontvouwt de Dangarembga het leven van een jong meisje dat opgroeit in de typische Zimbabwaanse landbouwcultuur. Haar broers worden als belangrijker ingeschat, omdat ze geld binnenbrengen, op het land werken en het familieverhaal verderzetten. Meisjes niet. Die worden uitgehuwelijkt en moeten poetsen, koken en wassen. Dat is althans wat de maatschappij voorschrijft. Dat boek zette mij aan het denken: als het leven je tegenwerkt, in hoeverre is dat dan de schuld van de maatschappij? Moeten jongeren zelf ageren, actie ondernemen?'

'Het is de literatuur die mijn werkelijkheid bracht en brengt', zegt ze. 'Als ik op de middelbare school les kreeg over de Eerste en Tweede Wereldoorlog, dat was dat telkens stevige, diepgaande kost. Maar ging het over Leopold II en de rol van België in Congo, dan was de uitleg summier en las ik nadien boeken over dat onderwerp om een beter en breder zicht te krijgen op de zaak. Lezen staat voor mij nog altijd in het teken van kennis, maar dat betekent niet dat ik me beperk tot non-fictie. Een goed geschreven roman is even betekenisvol als een studieboek, reikt info aan, schaaft je wereldbeeld bij. Gaat het over gendergelijkheid of mensenrechten, dan lees ik daarom het werk van auteurs als de Amerikaanse Angela Davis en de Surinaamse Gloria Wekker. Al wat ik leer op de universiteit, of niet leer, dat vult de literatuur verder aan.'

“Het is de literatuur die mijn werkelijkheid bracht en brengt. Lezen staat voor mij nog altijd in het teken van kennis, maar dat betekent niet dat ik me beperk tot non-fictie. Een goed geschreven roman is even betekenisvol als een studieboek, reikt info aan, schaaft je wereldbeeld bij.”

Debat

'Toen ik in België aankwam sprak ik enkel Engels. Dat was bijzonder confronterend. Plots arriveerde ik als Zimbabwaanse in een mij totaal vreemde cultuur met een even vreemde taal. In de Onthaalklas voor Anderstalige Nieuwkomers (OKAN) leerde ik Nederlands en in de bibliotheek van Tervuren ontleende ik kinderboeken. Stond ik daar aan de balie als vijftienjarige met een kinderboek voor het eerste leerjaar. Pas toen ik de taal enigszins sprak en boeken voor volwassenen las, gingen mijn ogen opnieuw open. Ook hier is het narratief westers. Natuurlijk is dat logisch en natuurlijk begrijp ik dat, maar ook hier is het aanbod niet representatief voor de werkelijkheid. Net zoals dat in Zimbabwe ook het geval was. Maar dan omgekeerd. De thema’s waar ik me over buig vind ik amper terug in de literatuur en ook niet in het maatschappelijk debat. Meer nog: er is gewoon geen debat.'

“Het lijkt erop dat Vlaanderen het debat over ras en diversiteit niet wíl voeren. We moeten erover praten, lezen, schrijven. De wereld is aan het veranderen, of je nu wil of niet. En literatuur kan daar een grote, positieve rol in spelen.”

'Nog altijd schrikken sommige mensen als ze een zwarte zien. Nog altijd denken mensen dat zwarten ofwel poetsvrouw ofwel verpleger zijn. De denkbeelden zijn vastgeroest en het moet ook gezegd: Vlaanderen loopt serieus achter op landen als het Verenigd Koninkrijk en Nederland. Daar zie je gekleurde nieuwslezers. Het boek Why I’m no longer talking to white people about race, een boek van de Britse Reni Eddo-Lodge, heeft veel debat veroorzaakt in landen als de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. En natuurlijk zijn er in die landen ook forse strubbelingen over ras en diversiteit, maar er wordt wel over gepraat. Hier niet. Het lijkt erop dat Vlaanderen het debat niet wíl voeren, à la: ’daar praten we niet over, dat is te politiek correct.’ Wel goed, dan zal ik er over praten. Ik kan dat natuurlijk niet op mijn eentje, maar ik wil wel bijdragen aan de discussie, opdat de maatschappij meer in evenwicht is. Het is toch vreemd dat mensen met wie ik studeer zeggen: 'dat is nu de eerste keer dat er een zwarte in de les zit.' Dat is niet de fout van die medestudente, maar indicatief voor de samenleving. We moeten erover praten, lezen, schrijven. De wereld is aan het veranderen, of je dat nu wil of niet. En literatuur kan daar een grote, positieve rol in spelen.'



Deel dit artikel: