De leeswereld van Lies Scheerlinck

‘Lezen is denken met andermans hoofd’, zei Schopenhauer. Maar wat zoeken we in dat andere hoofd? Is het rust, verstrooiing, kennis? Dit is Leeswereld, een interviewreeks over de rol van lezen, over schoonheid, over taal.  In deze aflevering: boekhandelaar Lies Scheerlinck.

door Matthias M.R. Declercq
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Iedere ochtend gaat Lies Scheerlinck (47) wandelen langs de Leie. In Deinze is dat, waar de rivier vertakt en richting Gent kronkelt, dan wel quasi lijnrecht naar de Nederlandse grens stroomt. Een paar duizend kilometer heeft Lies daar al gewandeld, en altijd is haar hond mee. Die heet Pippa en behoort niet tot het Britse koningshuis. De wandeling eindigt op het marktplein van Deinze, nabij de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Dan duwt Lies de sleutel in het slot van haar boekhandel, Letters & Co, streelt met de linkerhand over de kaft van de opeengestapelde boeken en maalt achter de toonbank de bonen fijn. Met beide handen om een mok cappuccino ziet ze Tom Lanoye liggen, met naast hem Wieringa en Terrin, en verderop Kluun en Claudel en Cognetti en iedere ochtend, al zes jaar lang, denkt Lies: wat mooi, wat goed. En dan, ja, is Lies gelukkig.

Dat wat telt

’Zeven jaar geleden werd ik veertig jaar’, zegt ze, in het atelier boven de winkel. Omgeven door dozen, boeken en een levensgroot kartonnen reclamebord van Karl Ove Knausgård, als prees hij een beenhouwerij aan, met een dikke saucisse in zijn handen. ’Die verjaardag was een kantelpunt. Even voordien stierf mijn zus en besefte ik hoe kort en broos dit leven is. Plots was alles relatief, ook mijn job. Ik kon er niet meer in doorgroeien, niet verder evolueren. En toegegeven, een bedrijfswagen, een laptop en een smartphone, is dat het dan? Ik wilde mijn geest voeden en me omringen met schoonheid. Met dat wat telt. Hoe ik dat zou doen, lag voor de hand. Daarvoor moeten we terug naar mijn jeugd.’

Winkeltje spelen

’Als kind wilde ik overal winkeltje spelen. Hoewel, als kind? Ik was bijna veertien jaar en bouwde nog altijd winkels in huis, tot moeder zei: ’Euh Lies, is het niet tijd om daar stillekesaan mee op te houden?’ (lacht) Dat deed ik, maar in gedachten bleef de winkel voortbestaan, als een droom. Net zoals ook boeken altijd in gedachten aanwezig waren. Ook die hebben mijn leven mee vorm gegeven. ’s Ochtends wandel ik met Pippa niet enkel langs de Leie, ik wandel ook in mijn hoofd, bots op verhalen, maar schrijf die nooit op. Ik heb in gedachten al duizend boeken geschreven.

“Ach, een mens moet voor schoonheid durven gaan en onverbloemd kiezen voor het geluk. En boeken maken bij gelukkig.”

’De keuze was snel gemaakt: winkel + boeken = boekenwinkel. ’Zou je dat wel doen, Lies?’, vroegen mensen. ’De boekenwereld heeft het niet makkelijk. Red je dat wel?’ Ach, een mens moet voor schoonheid durven gaan en onverbloemd kiezen voor het geluk. En boeken maken bij gelukkig. Ze maken ook mijn dochter gelukkig. En mijn man. En de mensen die hier komen. Met Letters & Co viel alles waar ik naar streefde in de juiste plooi. Geluk is geen voorrecht van volwassenen. Schoonheid ook niet. Dus vind je hier ook veel kinder- en jeugdboeken, naast romans en non-fictie. En er is koffie. Er zijn bubbels. Wenskaarten. Lezingen.’ En sfeer, dat vind je hier ook. Letters & Co is een winkel die aanvoelt als een woonkamer.

In de kast

’Mijn vader en moeder baatten hun hele leven een elektriciteitswinkel uit in Deinze. Moeder stond aan de toonbank terwijl vader machines installeerde bij bedrijven. Hij is ook de man die hier als eerste kerstverlichting op de markt bracht. En daar zijn we trots op’, zegt Lies. (lacht)

“Dat is het beeld dat ik nog altijd van mijn vader heb: lezend, dromend. Dat beeld verschilt niet erg van dat van moeder. Ook zij las veel. Ze las ook voor, iedere avond, voor het slapen gaan. ”

Vader Scheerlinck was en is niet het soort man dat ’s avonds in z’n atelier eenzaam met een soldeerbout een transistor reanimeert. Of tegen middernacht nog metalen staven verbindt en met het felle laslicht de buurt verlicht. Neen, ’s avonds neemt vader nog altijd een boek en kruipt in de boekenkast. Jawel, ìn de kast. ’Beeld het je in’, zegt Lies. ’Een lange wandkast met bovenin allemaal boeken en daaronder een ingewerkte ligbank met een leeslamp, en daar nog eens onder een chauffage. Daar kroop hij in en las boeken over de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Dat is het beeld dat ik nog altijd van hem heb: lezend, dromend. Dat beeld verschilt niet erg van dat van moeder. Ook zij las veel. Ze las ook voor, iedere avond, voor het slapen gaan. Lezen is altijd een rode draad gebleven. Schrijven ook. Ik schreef als kind veel brieven en vind ’s avonds soms briefjes onder mijn hoofdkussen. Geschreven door mijn dochter. Zij doet dat ook. Misschien hebben boeken dezelfde, spannende uitwerking op haar zoals ze die op mij hadden en nog altijd hebben. Mijn leven voelt nog altijd aan als een boek, een aaneenschakeling van verhalen, van hoofdstukken, met toeval, met plotse wendingen, nooit wetend wat er morgen gebeurt, niet wetend wat de volgende pagina brengt. De boekenkast van mijn ouders heeft, zonder het te weten, mijn leefwereld opengebroken.’

Madelief

’Die kast bevatte in hoofdzaak Nederlandstalige auteurs. Dus las ik Thea Beckman en Jan Terlouw en verloor mijn hart aan Madelief, het hoofdpersonage van de gelijknamige verhalenreeks van Guus Kuijer. Ik wérd Madelief als kind. Ik volgde haar overal. Ik hield ook gewoon van haar. Net zoals ik als puber ook van Jef Geeraerts hield. Boeken lieten mij dromen. Ze gaven mijn jeugd vorm. Dus wilde ik naar het Rits, of naar Studio Herman Teirlinck, om me uit te drukken in de taal die me in boeken werd aangereikt. Maar ik vertrok als uitwisselingsstudente naar Japan en belde van daaruit naar mijn ouders: ’Schrijf mij maar in aan de universiteit. Ik word Japanologe! (lacht) En ik ben het nog altijd.’ Toeval. Een plotse wending.
 

© Michiel Devijver | Iedereen Leest

’Als een leven uit verschillende fases bestaat, dan bestaan die fases ook uit verschillende boeken. Madelief als tiener werd Jef Geeraerts als puber werd Amélie Nothomb als adolescent. En Donna Tart, niet te vergeten. Ik las De verborgen geschiedenis en was vol-le-dig weggeblazen. Hoe kun je nu op zo’n jonge leeftijd zo ontzettend goed schrijven’, vroeg ik me af. ’Hetzelfde gold voor Armistead Maupin, de Amerikaan met zijn prachtige reeks Tales of the City. Ik herkende personages in anderen, in vrienden en familie. Fictie heeft zo mijn leefwereld verbreed. Ik las Murakami en Ishiguro en waande me in Japan, aan de andere kant van de wereld.’

De nood aan informatie

“Want dat is taal: schoonheid. Ik weet niet of ik mijn hele leven winkeltje ga spelen. Maar lezen ga ik altijd doen. Ik kan me geen leven zonder boeken meer inbeelden.’”

’Als kind wilde ik op avontuur gaan in boeken, als twintiger zocht ik eerder mijn plaats op de wereld en als dertiger en veertiger wil je die wereld vooral beter begrijpen. Mijn voorliefde voor fictie werd een eerste keer echt doorbroken door Geert Mak en zijn prachtige In Europa, en later - na een reis door het Midden-Oosten door Robert Fisk en De Grote Beschavingsoorlog. Die twee hebben mijn blik bijgesteld. Ik lees nog altijd in hoofdzaak fictie, maar af en toe bekruipt me de nood aan informatie. Wil ik weten waarom iets gebeurt. Mak schrijft ook prachtig. Hij reikt een fysieke wereld aan die je in een roman zelf moet opbouwen, in een taal die daarbij past. Soms lees ik een zin drie keer opnieuw. Omdat ze zo schoon is. Want dat is taal: schoonheid. Ik weet niet of ik mijn hele leven winkeltje ga spelen. Maar lezen ga ik altijd doen. Ik kan me geen leven zonder boeken meer inbeelden.’

We zeggen Knausgård gedag, schuiven de pancarte opzij en stappen de trap naar beneden. In de winkel zit een oudere man met een kaal hoofd. Hij houdt een loep vast en leest een boekje dat net in zijn hand past. De winkel geurt naar verse koffie, en ook naar nieuwe boeken. Een vrouw vraagt zich af wat welk boek past bij een jongetje die nooit leest. En na tien minuten dubben weet een man welke prent te kiezen. Lies neemt plaats achter de toonbank en kijkt naar haar winkel. De dag is bijna om. Thuis zal ze lezen, dat doet ze iedere avond. En morgenochtend wacht een wandeling langs de Leie, de sleutel in het slot, de hand op de kaft en de warmte van cappuccino. Dan zal Lies denken: wat mooi, wat goed.



Deel dit artikel:

Mis niets van Iedereen Leest