In het atelier van Anne Brouillard

Hoe ziet de werkruimte van illustratoren eruit? Wat zijn hun rituelen, talismannen en eigenaardigheden? Waaruit putten ze inspiratie en hoe komen ze tot hun beste werk? Journaliste Katrien Steyaert mag binnenkijken in hun ateliers en in hun creatieve geesten. Michiel Devijver maakt er foto’s bij. Deze keer: op bezoek bij Anne Brouillard in Archennes.

door Katrien Steyaert | foto's: Michiel Devijver
© Michiel Devijver | Iedereen Leest

Bos

‘Deze zomer sleepte ik een tafel tot achteraan in de tuin. Tussen de hoge bomen kon ik me goed concentreren. Zelfs in de twintig jaar dat ik in Brussel woonde zocht ik zoveel mogelijk de natuur op. Het komt door mijn kindertijd, denk ik. We reisden toen vaak naar Zweden, het geboorteland van mijn moeder. De mensen leven er echt met de natuur. Sindsdien voel ik minstens één keer per dag de nood om naar buiten te gaan. Wandelen in het bos deblokkeert mijn denken. Ik zoek nu een nieuwe woning – het ouderlijke huis waarnaar ik tijdelijk terugkeerde is charmant, maar ook gebrekkig – en die moet sowieso vlakbij het bos staan.’

Schriften vol ideeën

‘Kijken, voelen, tekenen: dat stopt bij mij nooit. Zelfs op wandelingen of in de trein heb ik altijd een boekje op zak zodat ik snelle impressies kan schetsen. Ik verwacht dan geen resultaat en ontdek zo opnieuw de motor van goed werk, de manier om een beeld levend te maken. Als ik later door mijn schriftjes blader, stoot ik op gedachten en herinneringen die ik opschreef of zie ik welke concepten voor verhalen ik nog heb. Die blijven vaak lang bij mij vooraleer ze rijpen tot een boek. Ik heb waarschijnlijk te veel ideeën om in mijn leven allemaal uit te voeren, maar dat is niet erg, ik mocht er al zo veel wél realiseren.’

Versgebakken taart

‘Mijn boeken hebben een eigen geografie. Hun vertrekpunt ligt vaak in de realiteit – voor La grande forêt was dat bijvoorbeeld een bestaande Zweedse boshut – maar ik hercombineer stukken uit die realiteit tot een imaginair land waarin lezers kunnen rondstruinen. Ik besteed daarbij veel aandacht aan sferen en sensaties. Je moet de winterkou voelen, de nacht zien vallen, de versgebakken taart ruiken. Elk detail moet kloppen. Zo moet ik de vorm van de mand waarin mijn personage zijn taart vervoert goed kennen vooraleer ik hem juist op papier krijg. Het liefst onderzoek ik dan op rommelmarkten de soorten manden die er bestaan.’

“Ik heb waarschijnlijk te veel ideeën om in mijn leven allemaal uit te voeren, maar dat is niet erg, ik mocht er al zo veel wél realiseren.”

Imaginair

‘Omdat ik precies wil weten wat er zich in het huis in mijn boek afspeelt, maak ik kartonnen maquettes. Stiekem droom ik ervan om ze nog groter te maken en er echte verlichting in aan te brengen. Ik vond maquettes bouwen al plezierig als kind. Ik tekende ook continu, dat maakte deel uit van de imaginaire avonturen die ik beleefde met mijn pluchedieren. Wat ik nu doe, lijkt in het verlengde te liggen. Ik denk zelden diep na over waarom ik doe wat ik doe, maar dat gevoel dat je alles kunt uitvinden, speelt waarschijnlijk een belangrijke rol. Tegelijk ben ik daardoor vaak onzeker, want elk boek voelt opnieuw als het prille begin.’

Compagnon

‘Daarom mis ik mijn vriend zo erg: hij was het perfecte klankbord. Als theaterregisseur had hij een grote gevoeligheid voor kunst en hij was altijd eerlijk over wat er in mijn prenten eventueel scheef zat. Toen hij ziek was, lag hij in het salonnetje naast mijn werkruimte. Kort na zijn dood deze winter zat ik daar weer aan mijn bureau, maar het verdriet was te groot om iets voor elkaar te krijgen. Gelukkig nodigden de warme mensen van uitgeverij Pastel me uit om bij hen in Brussel te komen werken. Een maand lang pendelde ik als een echte ambtenaar naar daar. Het gaf me het gevoel dat niet álles uit mijn handen glipte.’

48 uren in een dag

‘Na die positieve ervaring besliste ik om vanaf deze herfst een atelier te delen met mijn collega Geneviève Casterman. Het zal fijn zijn om ideeën uit te wisselen, al heb ik in principe geen moeite met het solitaire karakter van mijn metier. Wat ik lastiger vind – en dat betert echt niet met de jaren – is inschatten hoeveel tijd een opdracht me zal kosten. Ik heb meestal het gevoel dat er 48 uren in een dag zitten. Ik stel ook vaak uit. Veel collega’s herkennen dat: niet direct in dat witte blad durven duiken, waarschijnlijk omdat we weten dat het eindresultaat nooit zo perfect zal zijn als dat we het droomden.’

“Ik heb meestal het gevoel dat er 48 uren in een dag zitten. Ik stel ook vaak uit. Veel collega’s herkennen dat: niet direct in dat witte blad durven duiken, waarschijnlijk omdat we weten dat het eindresultaat nooit zo perfect zal zijn als dat we het droomden.”

Caran d’Ache

‘Iets niet op papier krijgen zoals je hoopte, geconfronteerd worden met je materialen, kan ook iets nieuws opleveren. Ik experimenteer dus graag, maar merk dat ik toch het best werk met inkt – een vriend kocht in Japan prachtige, matte inktstaven voor mij – en met de Caran d’Ache-kleurpotloden die ik als kind al zo geweldig vond. Soms verklank ik mijn gevoelens uit die tijd. Zo zit in Les avonturiers du soir mijn herinnering aan warme avonden diep in de tuin en daar willen blijven spelen. Een boek loslaten kan ik pas als dat soort emotionele eerlijkheid eruit spreekt, en ik voel dat er tussen en in de prenten harmonie bestaat.’

Ida

Egel in de nevel, ken je die animatiefilm van Joeri en Frantsjeska Norstein? Gemaakt in 1975, maar blijft magnifiek. Zo zijn er veel artiesten die me inspireren: Arthur Rackham, Pierre Bonnard, Léon Spilliaert. Mijn vader was een amateurschilder en mijn grootvader het uitvinderstype. Misschien heb ik mijn creativiteit van hen. Ik werk nu alleszins aan een bureau dat mijn grootvader ontwierp. Ik ben dol op het design met de vele lades. Die komen goed van pas om mijn tekeningen te verstoppen voor Ida, onze huiskat. Dan ben ik vijf minuten weg om een tas thee te halen, kom ik terug en staan haar pootjes op mijn tekeningen…’

Duitse radio

‘Om de stem te horen van mijn personages moet het stil zijn. Daarom schreef ik in Brussel graag mijn teksten in een rustig schaakcafé. Maar als ik teken, vind ik het aangenaam om naar muziek te luisteren, liefst gelinkt aan de opdracht waaraan ik werk, dat brengt me in de juiste stemming. Onlangs luisterde ik veel naar de preludes van Chopin omdat ik die omhullende, warme sfeer ook in mijn boek wilde. Maar als ik mijn atelier opruim, heb ik liever iets energieks zoals Abba.  Ik zet ook vaak Duitse radio op, omdat ik de taal aan het leren ben, en Zweedse programma's. De taal van mijn moeder blijft toch het dichtst bij mijn hart.’

“Ik ben a priori niet bezig met wat mijn werk voor lezers betekent, maar als ik zie dat ze zich erin herkennen en verliezen, dat ze zich de verhalen eigen maken, dan vind ik dat nog elke keer een cadeau.”

Venetië

‘Naast mijn bureau hangt een grote kaart van Venetië. Ik vind alles in die stad mooi, zonder dat het te gepolijst is. Mijn compagnon en ik hadden alles voorbereid om er een jaar te gaan wonen toen we hoorden dat hij kanker had. Nu wil ik niet meer gaan, zonder hem, maar de plattegrond mag blijven. Ernaast prikte ik postkaarten van vrienden en een tekening van een kind dat zich liet inspireren door een van mijn boeken. Ik ben a priori niet bezig met wat mijn werk voor lezers betekent, maar als ik zie dat ze zich erin herkennen en verliezen, dat ze zich de verhalen eigen maken, dan vind ik dat nog elke keer een cadeau.’



Deel dit artikel: