Tips uit de vakbib: Sylvie Dhaene
In de vakbibliotheek van Iedereen Leest vind je een unieke collectie vakliteratuur over jeugdliteratuur en leesbevordering, samen goed voor meer dan 3000 titels. Om je wegwijs te maken in dit inspirerende aanbod, kiest een medewerker van Iedereen Leest of een bezoeker enkele titels uit en vertelt je waarom die boeken de moeite waard zijn. Deze keer: de tips van Sylvie Dhaene, directeur van Iedereen Leest.
Komaf met de stereotiepe beeldvorming over jongeren en hun leesgedrag
Over jongeren en hun leesgedrag wordt veel geschreven en gepraat. De teneur is doorgaans dat jongeren niet meer (willen) lezen. ‘Hoe kunnen we hen aan het lezen krijgen?’, ‘Welke ‘andere’ boeken kunnen we hen aanreiken?’, ‘Kunnen we hen via gamification of andere niet-boek-gerelateerde ingangen naar boeken brengen?’. Het zijn vragen die de mailbox van Iedereen Leest vaak bereiken. De recente bekendmaking van de PISA-resultaten gaven het beeld van de niet-lezende jongere en de algehele ontlezing weer een extra boost in de media. Generaliserende uitspraken werden in het vurige debat gegooid. De toon is bijgevolg snel gezet en die is niet bepaald positief.
In zijn boek De spagaat trekt Jeroen Dera (Radboud Universiteit) het debat open en gaat hij dieper in op het beeldvormingsprobleem: hoe de niet-lezer als de dominante sociale norm naar voren wordt geschoven, waardoor er een eenzijdig beeld ontstaat over de (ontbrekende) leescultuur van jongeren. Lees: de jonge veellezers krijgen nauwelijks een gezicht in de media, of zoals Dera het verwoordt: ‘De wél-lezer klauwt in de kranten tegen de klippen op, als exotische tegenhanger die een kleine reportage waard is’. Uiteraard zijn wij als leesbevorderingsorganisatie eveneens bezorgd over en betrokken bij dit maatschappelijke debat, maar we zien vanuit onze werking ook hoopvolle signalen. Die boodschap krijgen helaas ook wij moeilijk in het nieuws. De medialogica hierrond doorbreken is niet evident. En dat is jammer, want - zoals Dera ook aanstipt - het overheersende crisisverhaal ontneemt het zicht op een meer genuanceerde blik op tieners en hun omgang met boeken en lezen. Die blik probeert Dera ons in zijn boek te geven. Hij verkent een aantal spreidstanden waarbinnen jonge lezers zich bevinden én hij laat hun stem horen: Hoe kijken jongeren zelf naar lezen? Hoe definiëren zij zelf hun leesidentiteit? Dera gaat niet op zoek naar sluitende antwoorden, hij brengt geen wetenschappelijk betoog vanuit één sturend theoretisch kader, maar hij deelt met de lezer tien jaar onderzoekservaring in combinatie met goed luisteren naar jongeren. En dat is een verfrissende aanpak.
De spagaat. Jonge lezers in tijden van ontlezing – Jeroen Dera (Querido Facto, 2026)
Lezen voor je gezondheid
Er is de laatste jaren meer en meer wetenschappelijk bewijs verzameld over het belang van kunst en cultuur voor gezondheid en welzijn. In 2019 bracht de WHO een rapport uit met uitkomsten van 3.000 onderzoeken naar de relatie tussen beide. Daisy Fancourt, auteur van Kunst als medicijn, was één van de drijvende krachten. Als hoofd van de onderzoeksgroep voor Sociale Wetenschappen, Gezondheid en Welzijn aan de UCL (London) is ze niet de eerste de beste. Ze promoveerde op psycho-neuro-immunologie en doceert psychobiologie en epidemiologie. Ze werkte de afgelopen tien jaar met overheden over de hele wereld aan programma’s die kunst ‘voorschrijven’ en haar onderzoeksgroep werd het allereerste WHO Samenwerkingscentrum voor Kunst en Gezondheid. Zij is dus niet zomaar een believer of grote cultuurliefhebber (dat is ze zeker ook!), maar een hardcore wetenschapper en dat schept vertrouwen.
Het wetenschappelijk bewijs dat ze aanhaalt over de invloed van kunst op gezondheid vertrekt vanuit klinisch onderzoek, labexperimenten en grootschalige data-analyses van bevolkingsonderzoeken. In zeven hoofdstukken belicht ze telkens een ander gezondheidsaspect: welzijn, geestelijke gezondheid, hersengezondheid, beweging, stress en pijn, gezond gedrag en lang leven. Haar boodschap is straf: ‘Er is niet één fysiologisch systeem waar kunst geen invloed op heeft’. Dat toont ze ook aan via een fascinerende tocht langs hoofd, hersenen, lichaam en gedrag, van prematuur geboren baby’s tot de ouder wordende mens. Het boek telt 365 pagina’s - waarvan 63 pagina’s alleen al aan noten en wetenschappelijke referenties zijn gewijd - en is een toonbeeld van de wijze waarop wetenschap tot bij een breed publiek kan gebracht worden. Ze toont een heel breed spectrum van kunstvormen die invloed kunnen hebben op onze gezondheid, gaande van micromomenten van creativiteit in ons dagelijks leven tot kunstprogramma’s, over muziek, handwerk, pottenbakken, films tot lezen. Ze heeft ook een boodschap voor beleidsmakers: kunst is naast voeding, slaap, bewegen en de natuur de vijfde vergeten pijler van onze gezondheid. ‘Elke euro die op kunst wordt bespaard heeft gevolgen voor de gezondheid en het zorgstelsel’, aldus Fancourt. Een boodschap die volgens haar, ondanks de enorme bewijslast, nog te weinig is doorgedrongen tot het publieke debat.
Kunst als medicijn. De wetenschap van kunst en gezondheid – Daisy Fancourt (Ten Have, 2026)
“Fancourt heeft ook een boodschap voor beleidsmakers: kunst is naast voeding, slaap, bewegen en de natuur de vijfde vergeten pijler van onze gezondheid. ‘Elke euro die op kunst wordt bespaard heeft gevolgen voor de gezondheid en het zorgstelsel’, aldus de auteur.”
Over de ontmoeting tussen boeken en lezers
Hoe kunnen we de actieve betrokkenheid van jonge lezers bij boeken vergroten? Hoe erkennen we hun kennis en vaardigheden bij het lezen en beoordelen van de boeken? Hoe komen we te weten wat de impact is van een verhaal op een jonge lezer? Het zijn drie vragen die ons bij Iedereen Leest na aan het hart liggen en die bijvoorbeeld bij de Leesjury en Boekenzoeker bijzonder relevant zijn. In het 45ste themanummer van het tijdschrift Pedagogiek vormt de ontmoeting tussen (jeugd)boeken en lezers (jongeren en volwassenen) de rode draad in zeven studies. In hun inleidend artikel nemen de gerenommeerde literatuurwetenschappers Helma van Lierop-Debrauwer en Jan van Coillie de lezer mee in een helder historisch overzicht van de evoluerende denkbeelden en paradigma’s binnen de studie van kinder- en jeugdliteratuur, onder andere over de dubbele geadresseerdheid van een kinder- en jeugdboek: een kinderboek richt zich immers naar de jonge lezer én naar de volwassen lezer. Die zorgt immers voor de ontmoeting tussen het kind en het boek door voor te lezen of door het boek aan te reiken. Ook de onvermijdelijke asymmetrische relatie en ongelijke machtsverhouding tussen de volwassen schrijver en de jonge lezer zijn onderwerp van menig onderzoek en theoretische beschouwingen door de tijd heen.
Twee thematische insteken in het nummer trokken in het bijzonder mijn aandacht. Onderzoekers Linda Ackermans en Semmy Claassen belichten in hun artikel de groeiende rol van online lezersgemeenschappen en de eigenheid van de stem van jonge lezers bij het promoten en beoordelen van boeken op sociale media. Een hedendaagse trend waar ook Jeroen Dera in De spagaat zijn gedachten over laat gaan. In zijn artikel over de impact van een oorlogsverhaal op jonge lezers toont Jan van Coillie hoe twee vormen van lezersonderzoek - tekstgericht onderzoek naar de impliciete lezer en empirisch onderzoek naar de reële lezer - elkaar aanvullen. Hij herinnert ons er ook aan dat onderzoek bij jonge lezers via bevragingen, interviews en creatieve verwerkingsvormen pas recent aandacht kreeg binnen de studie van de kinder- en jeugdliteratuur. Jonge lezers worden meer en meer betrokken als co-onderzoekers in participatief onderzoek. Dat is een boeiende evolutie.
Pedagogiek. Peer-reviewed academic journal - Volume 45, nr 3 (Amsterdam University Press, 2025)
Meer tips uit de vakbib
Ontdek nog meer titels uit de rijke collectie van de vakbibliotheek, of plan je bezoek aan onze vakbib.